19 AUGUSTUS 1998. - Ministerieel besluit houdende maatregelen van controle op de uitvoering van de vaccinatie tegen de ziekte van Aujeszky De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 december 1994 en 20december 1995; Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1926 houdende inrichtingsreglement van de diergeneeskundige dienst; Gelet op het koninklijk besluit van 5 maart 1993 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de ziekte van Aujeszky, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 mei 1993, 7 augustus 1995 en 10 augustus 1998; Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten; Gelet op het ministerieel besluit van 8 maart 1993 houdende maatregelen met het oog op de preventie en de opsporing van de ziekte van Aujeszky gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 september 1996 en 9 juni 1997; Gelet op het ministerieel besluit van 8 maart 1993 houdende toezichtsmaatregelen betreffende de enting tegen de ziekte van Aujeszky; Gelet op het advies van de Raad van het Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren gegeven op 20 mei 1998; Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat het gebruik van een geautomatiseerd systeem voor gegevensverwerking in Sanitel het aanpassen van de toezichtsmaatregelen betreffende de vaccinatie tegen de ziekte van Aujeszky dringend noodzakelijk maakt; Overwegende dat de uitvoering van de vaccinatie tegen de ziekte van Aujeszky dringend dient gereglementeerd te worden teneinde het toezicht efficiënt te kunnen uitvoeren, Besluit : Artikel 1.De bedrijfsdierenarts ontboden door de verantwoordelijke van een bedrijf in toepassing van Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 5 maart 1993 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de ziekte van Aujeszky, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 mei 1993, 7 augustus 1995 en 10 augustus 1998, dient : 1° van het bedrijf een vaccinatieregister, waar van het model in bijlage I bij dit besluit is gevoegd, bij te houden waarin hij van iedere vaccinatie alle vereiste gegevens zorgvuldig vermeldt;2° om de vier maanden de vereiste gegevens van alle uitgevoerde vaccinaties te vermelden in het Aujeszkyvaccinatierapport, waarvan het model in bijlage II bij dit besluit is gevoegd en dit sedert het opmaken van het voorgaande Aujeszkyvaccinatierapport.Hij overhandigt het bovenluik van dit rapport aan de verantwoordelijke en maakt het benedenluik ervan over aan het bevoegde Provinciaal Verbond voor dierenziektebestrijding binnen de zeven dagen na het laatste bedrijfsbezoek in toepassing van de bepalingen van artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten. Het vaccinatieregister en de bovenluiken van de Aujeszkyvaccinatierapporten worden door de verantwoordelijke gedurende minstens 3 jaar bewaard en voorgelegd op ieder verzoek van de bevoegde diensten. Art. 2.Bij de in toepassing van artikel 9, paragraaf 4, van het hierboven genoemd koninklijk besluit van 5 maart 1993 tussen de bedrijfsdierenarts en de verantwoordelijke schriftelijk aangegane overeenkomst, waarvan het model als bijlage III bij dit besluit gevoegd is, verbinden de partijen zich tot : 1° voor de bedrijfsdierenarts :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.