← België

Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot mode

Obsah (4)§ 5§ 3§ 1§ 2

wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid

het ontwerp, heeft verricht (artikel 2, § 3). In het ontwerp wordt ervan uitgegaan dat de werkgever de desbetreffende gegevens in beginsel langs elektronische weg aan de instelling moet meedelen, al kan deze laatste bepalen dat werkgevers die in de onmogelijkheid verkeren om de gegevens langs elektronische weg mee te delen, die gegevens ook door middel van een door de instelling vastgelegd document kunnen toezenden (artikel 3). Voorts legt het ontwerp aan de werkgever de verplichting op om de hem door de instelling meegedeelde berichten met de code en de geregistreerde gegevens gedurende een bepaalde termijn te bewaren (artikel 4). Het ontwerp regelt ook het toezicht op de naleving van het besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan (artikel 5) en bevat strafbepalingen (artikel 6). De ontworpen regeling zal op 1 oktober 1998 in werking treden (artikel 7), welke datum moet worden begrepen in het licht van de invoering van de sociale identiteitskaart. 2. Onder voorbehoud van wat hierna onder de punten 3 en 4 zal worden opgemerkt, vindt de ontworpen regeling een voldoende rechtsgrond in artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Deze wetsbepaling verleent immers aan de Koning de bevoegdheid om, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wijzigingen aan te brengen inzake de wijze van de inzameling van de gegevens nodig voor de toepassing van de sociale zekerheid en de fiscaliteit bij de werkgevers en de sociaal verzekerden, waarbij het beheer van de gegevens gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/01/1990 pub. 08/07/2010 numac 2010000396 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende oprishting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Luidens dezelfde wetsbepaling kan de Koning tevens, bij een in Ministerraad overlegd besluit, alle nuttige maatregelen nemen om de elektronische inzameling en de kwaliteit van de gegevens te bevorderen en te regelen. Uit de parlementaire voorbereiding van de bepalingen van hoofdstuk I van titel X van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten - waarvan artikel 38 deel uitmaakt - lijkt duidelijk dat de wetgever met die bepalingen heeft beoogd een multifunctionele aangifte op het vlak van de sociale zekerheid in te voeren en dat hij deze aangifte uitdrukkelijk heeft willen opsplitsen in een onmiddellijke en een periodieke aangifte. Ook blijkt uit de parlementaire voorbereiding dat de wetgever heeft beoogd de elektronische verrichting van die aangiften te stimuleren

(1). De ontworpen regeling strekt ertoe die doelstellingen te realiseren op het vlak van de onmiddellijke aangifte. 3. Artikel 1, tweede lid, van het ontwerp bepaalt dat de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het toepassingsgebied van de ontworpen regeling, zoals dat in het eerste lid van artikel 1 wordt omschreven, kan wijzigen (lees : "uitbreiden")
(2). Een zodanige bevoegdheidstoekenning is evenwel niet in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten. Ze heeft immers betrekking op een wezenlijk aspect van de ontworpen regeling - het toepassingsgebied - en zou erop neerkomen dat dit aspect wordt vrijgesteld van het bekrachtigingsvereiste dat de wetgever bij artikel 51, § 1, tweede lid, van de voornoemde wet heeft opgelegd met betrekking tot de besluiten welke zijn genomen krachtens, onder meer, de bepalingen van hoofdstuk I van titel X van de wet, hieronder begrepen artikel 38, waaraan het voorliggende ontwerp uitvoering beoogt te geven
(1). Artikel 1, tweede lid, dient derhalve uit het ontwerp te worden weggelaten
(2). 4. Artikel 6 van het ontwerp bevat strafbepalingen. Uit artikel 14 van de Grondwet blijkt dat het bepalen van straffen een aan de wetgever voorbehouden aangelegenheid is. Indien de wetgever zijn bevoegdheid inzake de strafbaarstelling van door de Koning aangewezen gebods- en verbodsbepalingen aan deze laatste wenst over te dragen, dient zulks uitdrukkelijk bepaald te worden en moet bovendien de wetgever de minimum- en maximumgrenzen van de straf vaststellen. In artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten is evenwel noch het één, noch het ander het geval. Artikel 6 ontbeert derhalve de vereiste rechtsgrond en moet om die reden uit het ontwerp worden weggelaten.
(1)Ter illustratie van deze laatste categorie van gegevens werd tijdens de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, melding gemaakt van uitbetaalde lonen en effectif geleverde arbeidsprestaties (Parl.St., Kamer, 1995-96, nr. 607/1, p. 29). ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef Het vierde tot het zesde lid van de aanhef dienen te worden geredigeerd als volgt : « Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat ... (verder zoals in het ontwerp); Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 december 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; ». Artikel 1 In de Nederlandse tekst vervange men de woorden "de Paritaire Comités van de bouw (nr. 124) en van het transport (nr. 140)" door de woorden "de Paritaire Comités voor het bouwbedrijf (nr. 124) en voor het vervoer (nr. 140)". Artikel 2 1. Luidens artikel 2, § 1, derde lid, kan de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, een andere termijn bepalen waarbinnen de gegevens moeten worden meegedeeld aan de instelling. Deze delegatiebepaling is wellicht ingegeven door overwegingen van technische aard. Zoals ze is geredigeerd, is die bepaling niettemin te weinig precies en te algemeen om toelaatbaar te kunnen worden geacht. Het is derhalve zaak van de regering om de betrokken delegatie te preciseren door de criteria aan te geven op grond waarvan de termijn voor het meedelen van de gegevens zal kunnen worden gewijzigd. 2. In paragraaf 2 moeten de woorden "

§ 5

" worden vervangen door de woorden "

§ 3".3.

Blijkens het derde lid van artikel 2, § 3, zullen de berichten,

het eerste en het tweede lid van die paragraaf, "definitief" worden indien de werkgever de in die berichten vermelde gegevens niet binnen vijf werkdagen na de toezending ervan betwist. Het is de vraag of het "definitief" karakter van de berichten er ook aan in de weg staat dat gegevens welke verkeerd blijken te zijn en welke als zodanig via het netwerk van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid zullen worden ter beschikking gesteld van alle instellingen van sociale zekerheid, nog kunnen worden gecorrigeerd eenmaal de termijn van vijf werkdagen is verstreken. Indien zodanige correctiemogelijkheid niet is uitgesloten, wordt zulks best met zoveel woorden in de tekst van het ontwerp tot uitdrukking gebracht. Voorts blijkt uit de door de gemachtigde van de regering verstrekte toelichting dat, steeds wat het derde lid van artikel 2, § 3, betreft, de woorden "of van de aangifte van de wijziging" moeten worden geschrapt. Artikel 3

  1. Het lijkt niet uitgesloten dat de bevoegdheden welke dit artikel aan de instellingen beoogt toe te kennen, mede van reglementaire aard zijn.Dergelijke bevoegdheden kunnen in beginsel niet aan openbare instellingen worden gedelegeerd. Gezien evenwel de hoge mate van techniciteit van de betrokken aangelegenheid zou de delegatie van bevoegdheden aan de instellingen kunnen worden gebillijkt, zij het dat het niettemin aanbeveling zou verdienen dat, minstens in het verslag aan de Koning, enige nadere toelichting zou worden gegeven omtrent de precieze afbakening van de aldus gedelegeerde bevoegdheden.
  2. Het verslag aan de Koning doet ervan blijken dat, op de uitzonderingen

artikel 3, tweede lid, van het ontwerp na, alle aangiften langs elektronische weg moeten worden meegedeeld. Luidens artikel 3, eerste lid, van het ontwerp zouden evenwel enkel de gegevens

artikel 2, § 2, met name de aangiften bij de beëindiging van de tewerkstelling, langs die weg moeten worden meegedeeld. Daar ervan mag worden uitgegaan dat het verslag aan de Koning in het gegeven geval nauwer aansluit bij de bedoeling van de stellers van het ontwerp, dient in artikel 3, eerste lid, te worden geschreven : "De werkgever geeft de in artikel 2, §§ 1 en 2, bedoelde gegevens aan ... » . Artikel 4 De verwijzing naar "artikel 2, § 5" moet worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 2, § 3". Voorts moet worden voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat omtrent de precieze periode gedurende welke de werkgever de berichten moet bewaren. Wordt immers in artikel 4 van het ontwerp melding gemaakt van een periode van zes maanden, dan wordt in het verslag aan de Koning verwezen zowel naar een periode van vijf jaar (Nederlandse tekst), als naar een periode van zes maanden (Franse tekst). De kamer was samengesteld uit : De heren : W. Deroover, kamervoorzitter; M. Van Damme en P. Lemmens, staatsraden; Mevr. F. Lievens, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme. Het verslag werd uitgebracht door de heer G. Van Haegendoren, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door Mevr. M.-C. Ceule, eerste referendaris. De griffier, F. Lievens. De voorzitter, W. Deroover.

(1)Parl.St., Kamer, 1995-96, nr. 607/1, pp. 28-30.
(2)De Franse tekst van artikel 1, tweede lid, van het ontwerp, waarin de term « étendre » wordt gehanteerd, blijkt de bedoeling van de stellers van het ontwerp correct weer te geven.
(1)De desbetreffende besluiten houden op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand volgend op hun inwerkingtreding, tenzij zij vóór die dag bij wet zijn bekrachtigd.
(2)Het toepassingsgebied van de ontworpen regeling zal in de toekomst nog steeds op grond van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten kunnen worden uitgebreid, daar de wetgever voor de uitvoering van die bepaling niet in enige tijdslimiet heeft voorzien.De eventueel daartoe strekkende besluiten zullen evenwel door de wetgever moeten worden bekrachtigd. 22 FEBRUARI
  1. - Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, inzonderheid op artikel 38; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 november 1997; Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van 19 december 1997; Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat de invoering van de O.A.T de ingebruikneming van de sociale identiteitskaart moet begeleiden en dat, in dit kader, zo snel mogelijk technische gesprekken moeten gevoerd worden met de betrokken sectoren, waardoor de principes met betrekking tot deze aangifte onverwijld moeten worden vastgesteld. Hierbij komt dat de openbare instellingen, belast met het inzamelen van deze aangifte en met het verzekeren van de verzending ervan via elektronische weg, over de nodige wettelijke en reglementaire basis moeten kunnen beschikken voor de ontwikkeling van de verschillende noodzakelijke instrumenten. Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 december 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van Onze Minister van Sociale Zaken, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.§
  2. Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. §
  3. Dit besluit is eveneens van toepassing op de werkgevers die, voor het geheel of een gedeelte van hun werklieden, ressorteren onder het paritair comité voor het vervoer en die behoren tot de subsector voor « het gemeenschappelijk vervoer ten lande ». Onder « subsector voor het Gemeenschappelijk Vervoer ten lande » wordt bedoeld de werkgevers die van het paritair comité voor het vervoer afhangen en die zich inlaten met : - ongeregelde diensten, pendeldiensten en internationaal geregelde diensten; - geregeld vervoer; - bijzonder geregeld vervoer; - pendeldiensten naar luchthavens, havens,... door middel van voertuigen van minder dan 9 plaatsen; - personenvervoer verricht door een persoon die geen houder is van een vergunning voor uitbating van een taxionderneming en die geen dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur is volgens de wetgeving van toepassing in het Gewest van de zetel van de onderneming; De in deze paragraaf bedoelde werkgevers zijn door dit besluit gehouden zowel voor hun werklieden als voor hun bedienden. Art. 2.§
  4. De werkgever dient de volgende gegevens aan de instelling, die belast is met de inning van de sociale-zekerheidsbijdragen, hierna de instelling genoemd, mede te delen : a) het nummer waaronder de werkgever is ingeschreven bij de instelling;zo dit nummer niet voorhanden is, de naam, voornaam en hoofdverblijfplaats indien het een natuurlijk persoon betreft of de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel indien het een rechtspersoon betreft; b) het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werknemer,

artikel 1, 4° van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels; - zo dit nummer niet bestaat, de naam, de voornamen, de geboorteplaats en -datum en de hoofdverblijfplaats van de werknemer; c) het nummer van de sociale identiteitskaart,

artikel 2, derde lid, 7°, van voormeld koninklijk besluit van 18 december 1996;

  1. d)de datum en het uur van indiensttreding.
  2. e)in voorkomend geval, het bewijs zoals bepaald door de instelling dat de sociale identiteitskaart elektronisch werd gelezen. Deze gegevens moeten worden meegedeeld uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer zijn prestaties aanvat. § 2. Bovendien dient de werkgever uiterlijk de eerste werkdag die volgt op de beëindiging van de aangegeven tewerkstelling aan de instelling naast de O.A.T.-code,

§ 3

, of de in § 1, eerste lid,

  1. a)tot en met
  2. c)bedoelde gegevens, de datum en het tijdstip van uitdiensttreding mede te delen. § 3. Na ontvangst van de aangifte,

§ 1, deelt de instelling onmiddellijk een O.A.T.-code mee aan de werkgever.

Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de aangifte zendt de instelling aan de werkgever een bericht met deze O.A.T.-code, evenals de geregistreerde gegevens. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de aangifte

§ 2

, zendt de instelling aan de werkgever een bericht met de bestaande O.A.T.-code en de geregistreerde gegevens. Indien de werkgever de in de berichten,

het eerste en tweede lid, vermelde gegevens niet betwist binnen vijf werkdagen na de toezending van deze berichten, worden deze definitief, behoudens materiële vergissing, en gelden zij als bewijs van de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of van uitdiensttreding. Art. 3.De werkgever geeft de in artikel 2, §§ 1 en 2, bedoelde gegevens aan langs elektronische weg in de vorm en volgens de nadere regelen bepaald door de instelling. De instelling bepaalt tevens de gevallen, waarin de werkgevers, die volgens deze in de onmogelijkheid verkeren om de mededeling te doen langs elektronische weg bij gebreke van adequate technische middelen, in afwijking van het eerste lid, deze aangifte kunnen verrichten door het overmaken van een door de instelling vastgelegd document, op de door haar bepaalde wijze. Art. 4.De werkgever bewaart de berichten,

artikel 2, § 3, gedurende een periode van zes maanden, na ontvangst ervan, volgens de modaliteiten, bepaald bij de artikelen 22 tot 24 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten. Art. 5.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de sociaal inspecteurs toezicht op de naleving van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten betreffende de arbeidsinspectie. Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1998. Art. 7.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 22 februari 1998. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.