(1). Indien de afdeling wetgeving van de Raad van State tot de vaststelling komt dat de ingeroepen hoogdringendheid kennelijk niet regelmatig gemotiveerd wordt of niet wettelijk verantwoord is, stelt zij een gebrek vast, dat enerzijds vrijwel zeker tot de vernietiging van de ontworpen verordening aanleiding zal geven indien deze voor de afdeling administratie wordt bestreden, en dat anderzijds de adviesaanvragende overheid onmogelijk nog kan verhelpen, gelet op de verplichting om de opgegeven motivering zonder meer in de aanhef van de ontworpen verordening op te nemen. Een dergelijke vaststelling maakt een verder onderzoek van het ontwerp dan ook volstrekt overbodig.
- Te dezen wordt de dringende noodzakelijkheid enkel verantwoord door te wijzen op de noodzaak om bepaalde inlichtingen zo spoedig mogelijk mede te delen om de nieuwe werkgevers uit de bouwsector toe te laten hun financiële organisatie aan te passen om hun verplichtingen te kunnen naleven. Die motivering is niets meer dan de herhaling van een algemeen beginsel van behoorlijke regelgeving luidens hetwelk de belanghebbenden de gelegenheid moeten hebben om tijdig kennis te nemen van nieuwe regelingen die op hen van toepassing zullen zijn. In haar algemeenheid - m.a.w. bij ontstentenis van concrete, op het voorliggende ontwerp betrokken gegevens - maakt die motivering niet duidelijk waarom het ontworpen besluit binnen een zo korte tijd bekendgemaakt moet worden dat een beroep op de spoedprocedure van artikel 84, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gewettigd zou zijn. Aldus komt de motivering in werkelijkheid neer op een loutere affirmatie dat het geval spoedeisend is. Een dergelijke motivering is een tautologie en is gelijk te stellen met een afwezigheid van motivering. Deze vaststelling klemt des te meer omdat artikel 3 van het ontwerp bovendien voorziet in een inwerkingtreding van het ontwerp op 1 januari
- De adviesaanvraag is derhalve onontvankelijk. De kamer was samengesteld uit : de heren : D. Verbiest, voorzitter; D. Albrecht, L. Hellin, staatsraden; Mevr. A. Beckers, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer L. Hellin. Het verslag werd uitgebracht door de heer W. Van Vaerenbergh, auditeur. De nota van het coördinatiebureau werd opgesteld door de heer W. Weymeersch, adjunct-referendaris. De griffier, A. Beckers. De voorzitter, D. Verbiest. _______ Nota
(1)Memorie van toelichting bij het ontwerp dat geleid heeft tot de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten, Parl.St., Senaat, 1995-96, nr. 321-1, pp. 14-15; verslag namens de Senaatscommissie, Parl. St., Senaat, 1995-96, nr. 321-6, p.
- 16 OKTOBER
- - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen inzake de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, inzonderheid op artikel 38; Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1998 pub. 18/03/1998 numac 1998022123 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 mei 1998; Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van 2 juni 1998; Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de regels betreffende de onmiddellijk aangifte bij de aanwerving op een duidelijke en duurzame manier moeten vastgelegd worden om de betrokken administraties de mogelijkheid te geven, enerzijds, de technische middelen uit te werken voor het registeren en beheren van de gegevens betreffende de aanwerving en, anderzijds, informatie over deze aangifte op te stellen en ze ter kennis te brengen van de werkgevers. De dringende noodzakelijkheid wordt tevens gemotiveerd door het feit dat deze informatie zo snel mogelijk moet worden medegedeeld aangezien de werkgevers en de sociale secretariaten hun werkmethode aan de nieuwe aangiftesystemen moeten aanpassen. Ten slotte is de dringende noodzakelijkheid ook verantwoord door de nodige coördinatie van de werkprocedures van de verschillende betrokken administraties en inzonderheid van de inspectiediensten; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 31 juli 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van Onze Minister van Sociale Zaken, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1998 pub. 18/03/1998 numac 1998022123 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, a) word vervangen door het volgende lid : « a) het nummer waaronder de werkgever is ingeschreven hij de instelling.Zo dit nummer niet voorhanden is, zal de werkgever, indien het een natuurlijk persoon betreft, zijn identificatienummer van de sociale zekerheid, bedoeld in artikel 1, 4° van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels vermelden of, bij ontbreken daarvan, zijn naam, voornaam en hoofdvoorblijfplaats. Indien het een rechtspersoon betreft, zal hij de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel vermelden ofwel andere mogelijke identitificatiewijzen die worden bepaald door de instelling; 2° in § 1, eerste lid, d) worden de woorden "en het uur" geschrapt; 3° § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : « f) het nummer van het Paritair Comité waaronder de werknemer ressorteert.; 4° in § 2 worden de woorden "en het tijdstip" geschrapt. Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Art. 3.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 16 oktober
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN