← België

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1991 inzake gezondheidspromotie

wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 en de bijzondere wetten van 12 januari 1989, 16 januari 1989, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 28 december 19

§ 3t

er.

  1. c)Deze overgangsmaatregel kan door de Vlaamse minister worden verlengd totdat de preventie en profylaxe van tuberculose op een voldoende adequate manier kan georganiseerd worden door de administratie en de Logo's.» 4° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.Om erkend te worden in categorie D moet een voorziening, onverminderd de bepalingen van artikel 8, voldoen aan volgende voorwaarden : 1° zijn documentatie toegankelijk stellen voor het Instituut;2° zorgen voor de realisatie en uitvoering van specifieke Vlaamse beleidsopties met betrekking tot een onderdeel van de preventieve gezondheidszorg dat wegens maatschappelijke of medische urgentie een prioriteit vormt;3° het specifieke preventiebeleid uitvoeren via de Logo's en de teams en die ondersteunen inzake methodiek en kwaliteitsbewaking;4° wetenschappelijk relevant onderzoek volgen ten behoeve van de werking via de Logo's;5° meewerken aan het door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde informatie- en registratiesysteem inzake gezondheid;6° organiseren van deskundigheidsbevordering van actoren en tussenpersonen met betrekking tot hun specifieke domein van de preventieve gezondheidszorg;7° na overleg met de administratie functionele banden onderhouden met gewestelijke, federale, buitenlandse en internationale instellingen die dezelfde doelstellingen behartigen;8° op verzoek van zowel de overheid als de bevolking alle nuttige en wetenschappelijk verantwoorde informatie verschaffen aangaande hun specifieke terrein van de preventieve gezondheidszorg.» Art. 11.§ 1. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 24 juni 1992 en 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3 De VRGT ontvangt voor 1998 een maximale subsidie voor personeels- en werkingskosten die als volgt wordt vastgesteld :
  2. a)15 500 000 frank voor een centrale staf die instaat voor de planning, de coördinatie, de evaluatie en de registratie in verband met de preventie en de profylaxe van tuberculose en die tevens over een mobiele eenheid beschikt die onmiddellijk in het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel - Hoofdstad moet kunnen ingezet worden in geval van een epidemische situatie;
  3. b)7 450 000 frank voor één subregionale equipe voor elk geografisch gebied dat samenvalt met de grenzen van een provincie van het Vlaams Gewest of met de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, als voor het gebied in kwestie de uitvoering van het beleid inzake preventie en profylaxe van tuberculose nog niet formeel via Logo's wordt georganiseerd en met inachtneming van de in §

§ 3t

er van dit artikel gestelde voorwaarden.» 2° er worden een §

§ 3t

er ingevoegd, die luiden als volgt : « § 3bis.Elke subregionale equipe kan maar voor subsidiëring in aanmerking komen op voorwaarde dat de VRGT vooraf een gedetailleerde begroting inzake de personeelslasten van deze equipe indient. Indien tijdens het jaar 1998 het personeelsbestand wordt verminderd om welke reden ook, wordt het maximum-subsidiebedrag verminderd evenredig met de daardoor ontstane vermindering van de personeelslasten per periode. Eventuele nieuwe, ter vervanging aangeworven personeelsleden komen niet meer in aanmerking voor subsidiëring, tenzij de Vlaamse minister uitdrukkelijk toestemming geeft. § 3ter. De subsidie voor de subregionale equipes wordt aan de voorziening als geheel toegekend en dient ook alsdusdanig verantwoord te worden; overdrachten tussen de verschillende equipes behoren tot de mogelijkheden. » 3° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.

  1. a)De voorzieningen, erkend in categorie D, ontvangen een jaarlijkse maximale subsidie voor vaste kosten die vanaf 1998 op 20 000 000 frank wordt vastgesteld.
  2. b)Door middel van het afsluiten van convenanten kan een voorziening D bijkomende subsidies ontvangen voor variabele kosten.» 4° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.Het maximumbedrag van de in § 4, a), van dit artikel vermelde subsidie voor vaste kosten kan jaarlijks worden verhoogd wegens indexaanpassing volgens de in artikel 7, § 2 van het besluit bepaalde formule. » Art. 12.Artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 13.De subsidies, vermeld in artikel 12 worden per kalenderjaar toegekend, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, § 3 en § 3bis van het besluit. » Art. 13.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 14.Afdeling 4 van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 15.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 24 juni 1992 en 21 december 1994, wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, bestaande uit de artikelen 21bis tot en met 21sexies, die luiden als volgt : « HOOFDSTUK IIbis. - Instellingen voor Preventie. Art. 21bis.Het op centraal Vlaams niveau geplande preventiebeleid wordt op bovenlokaal vlak door vrijwillig opgerichte netwerken van relevante al dan niet bestaande lokale initiatieven of structuren uitgevoerd, die 250 000 tot 300 000 inwoners omvatten en waarbinnen het lokale gezondheidsoverleg wordt gecoördineerd en ondersteund. Deze netwerken worden « Logo's » genoemd en dienen rechtsgeldig vertegenwoordigd te worden door een rechtspersoon zonder winstoogmerk, die zowel een privaat statuut kan hebben als een openbaar bestuur of vereniging van openbare besturen kan zijn. Het LOGO nodigt alle in de regio actief bij de preventieve en curatieve gezondheidszorg betrokken diensten en organisaties uit tot samenwerking. Minstens volgende instanties worden in dit kader uitgenodigd : - arbeidsgeneeskundige diensten; - beroepsverenigingen van medische en paramedische professionelen; - consultatiebureaus van Kind en Gezin; - erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp; - gezondheidscentra; - huisartsenkringen of wachtdiensten; - landsbonden; - MST en PMS. Het LOGO sluit samenwerkingsverbanden af met de OCMW's en gemeenten uit de regio en met de provincie waarbinnen het LOGO functioneert. Het LOGO moet elke organisatie die dit wenst en die zich ertoe verbindt de reglementering na te leven, opnemen. Als een organisatie ondanks haar verzoek niet opgenomen wordt, kan deze organisatie dit melden aan de administratie. Het LOGO zal de weigering in een gemotiveerde nota aan de administratie meedelen die eventueel kan bemiddelen bij de samenstelling van het LOGO. Art. 21ter.Een Logo zal minimaal volgende opdrachten moeten vervullen : 1° de implementatie van de preventieprojecten van de Vlaamse Gemeenschap en van de eigen lokale werking, met inachtneming van de door de Vlaamse Gemeenschap, het Instituut of de voorzieningen opgelegde methodieken en kwaliteitsvereisten;2° de lokale informatieverzameling, mits centrale sturing en kwaliteitsbewaking; 3° de organisatie van het intersectoraal overleg tussen de lokale en regionale partners in kwestie zoals huisartsen, gezondheidswerkers, vertegenwoordigers uit de mutualiteiten, gezondheids- en welzijnsinstellingen, sleutelfiguren uit doelgroepen, de gemeentebesturen, de OCMW's, de provinciebesturen, enz..., met het oog op het bepalen van lokale en regionale prioriteiten en werkvoorstellen; 4° het opstellen en uitvoeren via de eigen lokale functies van een regionaal of lokaal beleidsplan inzake preventie. Art. 21quater.Logo's worden ondersteund door een team dat per Logo minstens bestaat uit twee en een half voltijds equivalenten waarvan er een over een voldoende agogische kennis dient te beschikken om enerzijds het team te leiden en de communicatie te verzorgen tussen de verschillende beleidsniveaus en de Logo en anderzijds de gemeenschaps- of groepsgerichte preventie te organiseren via de lokale actoren; één equivalent moet een voldoende medische kennis hebben om de individu-gerichte preventie te organiseren vanuit de Logo en de communicatie te verzorgen tussen de lokale projectverantwoordelijken en de individuele actoren en tenslotte een die over voldoende administratieve kennis dient te beschikken voor de logistieke ondersteuning van het team en de secretariaatsfunctie. Op grond van efficiëntie-overwegingen kunnen meerdere Logo's ondersteund en gecoördineerd worden door eenzelfde team, dat dan qua personeelsbestand minstens dient samengesteld te zijn door een veelvoud van elk van de onder alinea 1 van artikel 21quater vermelde functies naar rato van het aantal Logo's dat door dit gemeenschappelijke team wordt ondersteund en gecoördineerd. De Vlaamse minister zal één jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de regering een evaluatie voorleggen van de implementatie van dit besluit en van de oprichting en de spreiding van de LOGO's samen met de aanbevelingen. Art. 21quinquies.§ 1. De Vlaamse regering zal een Logo en het team financieel ondersteunen via het afsluiten van een convenant voor een periode van telkens drie jaar, waarin de Vlaamse Gemeenschap en de Logo zich verbinden samen te werken binnen het kader van de centrale strategische visie inzake preventie met het oog op een betere dienstverlening aan de bevolking. In het door de Logo opgestelde en door de minister goed te keuren beleidsplan met de begroting voor de volgende drie jaren, dat als basis voor het afsluiten van deze convenanten zal dienen, staat minstens : 1° welke centraal vastgelegde programma's prioritair uitgevoerd worden en welke eigen, lokale aandachtspunten daarnaast opgenomen worden;2° hoe de contractant via netwerkvorming functioneert en de opdrachten uitvoert, met inbegrip van de koppeling aan het centrale Vlaamse ondersteuningssysteem;3° vermeld welke prestatie-indicatoren door de VGR opgesteld, gebruikt zullen worden;4° welke effectindicatoren wanneer opgenomen zullen worden;5° hoe de samenwerking tussen het provinciebestuur, de lokale besturen, de huisartsenkringen en de andere gezondheidswerkers in het beheersorgaan van de Logo verzekerd is;6° welke de taken, de verantwoordelijkheden en de inbreng van middelen zullen zijn van de verschillende partners;7° wat het principiele en financiële engagement van de lokale besturen is;8° hoe en wanneer het team aangesteld wordt; § 2. De Vlaamse regering zal via de convenanten, bedoeld in § 1, de personeels- en werkingskosten van de teams financieren ten bedrage van maximum 7 000 000 frank per Logo dat door het betreffende team ondersteund wordt per kalenderjaar. Het al dan niet behalen van vooropgestelde doeleinden binnen een bepaalde periode kan zich na een periode van drie jaar laten vertalen in een vermeerdering of een vermindering van de werkingskosten. § 3. De Vlaamse regering kan met de provincies van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschapscommissie afzonderlijke convenanten afsluiten, waarbij de huidige middelen die reeds op thematische basis aan deze bestuursorganen worden toegewezen, in een globaal akkoord ingebracht worden op voorwaarde van voldoende betrokkenheid bij en coördinatie en ondersteuning van de Logo's en teams die binnen hun territoriale bevoegdheden werkzaam zijn. § 4. Om voor een convenant met de Vlaamse regering in aanmerking te komen dient de logo hiertoe een schriftelijke aanvraag in tweevoud in te dienen bij de Vlaamse minister, samen met het beleidsplan met begroting zoals vermeld in § 1. § 5. De administratie houdt toezicht op het naleven van de bepalingen van de convenanten en verzorgt de administratieve afhandeling van de financieringsdossiers. In de convenanten worden de jaarlijkse vereffeningscriteria afzonderlijk vastgelegd. » Art. 21sexies :
  3. a)Naast het erkennen en subsidiëren van voorzieningen inzake gezondheidspromotie kan de Vlaamse minister convenanten afsluiten met organisaties die tot doel hebben het Vlaamse beleid inzake ziektepreventie te organiseren, te coördineren en te evalueren.
  4. b)Deze organisaties voeren het specifieke preventiebeleid betreffende één of meerdere welbepaalde ziekten uit, met inachtneming van de rol van de Logo's, die zij ondersteunen inzake methodiek, kwaliteitsbewaking en registratie in functie van het door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde informatie-en registratiesysteem inzake gezondheid.» Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998. Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 19 december 1997. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.