stelling of haar rechtsvoorgangers publiekelijk werd gevoerd. §
Bij verleningen aan privé-personen worden ook de lijst van personen die het recht hebben om het wapen te voeren en de wijze van vererving, eventueel in de vrouwelijke lijn, bepaald. § 4.
en § 2 bedoelde nieuwe wapens moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze moeten heraldisch verantwoord zijn;2° het mogen geen wapens zijn die al toebehoren aan andere privé-personen of instellingen;3° de buitenversierselen van het wapen mogen geen gouden helmkroon, rangkroon, banieren, wapenmantel of wapenkreet bevatten. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 5.Om voor de erkenning of verlening in aanmerking te komen moeten de wapens in overeenstemming zijn met de reglementering vastgelegd door de Raad. Art. 6.§ 1. De erkenning van een oud wapen zoals vermeld in artikel 3 en de verlening van een nieuw wapen zoals vermeld in artikel 4 moeten worden ingeschreven in de lijst van erkende en verleende wapens. § 2. De Vlaamse regering bepaalt, nadat ze de Raad heeft geraadpleegd, de wijze waarop
schrijving wordt vastgesteld en bijgehouden. § 3.
vermelde erkenningen en verleningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. §
schrijving ervan in de lijst. § 3. De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop afschriften en uittreksels uit de lijst worden afgegeven en de vergoeding die ervoor wordt aangerekend. Art. 8.Aan de erkenning of verlening van een wapen zijn geen andere voordelen of voorrechten verbonden dan het recht om het wapen te voeren. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 9.Onverminderd de toepassing van de straffen die in het Strafwetboek of in andere wetten of decreten zijn opgenomen, wordt de persoon die onrechtmatig een erkend of verleend wapen voert, gestraft met een geldboete van ten minste honderd en ten hoogste vijftigduizend frank. Art. 10.De Vlaamse regering kan, nadat ze de Raad heeft geraadpleegd, burgerlijke wapens die geregistreerd werden door het Heraldisch College van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, op individuele aanvraag van de belanghebbende privé-personen en als ze overeenstemmen met de bepalingen van dit decreet, erkennen binnen twee jaar na
werkingtreding van dit decreet. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 3 februari 1998. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, L. MARTENS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.