← België

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van d

7 APRIL 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging De Vlaamse reger

stellingen gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 en de bijzondere wetten van 12 januari 1989, 16 januari 1989, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 28 december 1994, 5 april 1995, 25 maart 1996, en het bijzonder decreet van 24 juli 1996 en de bijzondere wet van 4 december 1996; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 18 november 1997; Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 17 december 1997 betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 3 februari 1998 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 6.§ 1. Samenwerkingsinitiatieven

zake thuisverzorging kunnen erkend en gesubsidieerd worden binnen een regio die ten minste 25 000

woners telt. Per regio kan één samenwerkingsinitiatief

zake thuisverzorging worden erkend. § 2. Het samenwerkingsinitiatief

zake thuisverzorging heeft de vorm van een rechtspersoon zonder winstoogmerk. » Art. 2.

artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden "erkende centra voor maatschappelijk welzijn" vervangen door de woorden "erkende centra voor algemeen welzijnswerk

het kader van de ziekenfondsen";2° § 1, vijfde lid, wordt vervangen door : « Het samenwerkingsinitiatief nodigt alle

de regio actief bij de thuisverzorging betrokken diensten of organisaties uit tot samenwerking.Het moet elke dienst of organisatie, die dit wenst en die zich ertoe verbindt de reglementering na te leven, opnemen, tenzij het gegronde redenen heeft om een dienst of organisatie te weigeren. Een weigeringsbeslissing wordt met vermelding van de redenen meegedeeld aan de betrokken dienst of organisatie aan de administratie Gezondheidszorg van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Een geweigerde dienst of organisatie kan die administratie verzoeken om te bemiddelen met het oog op zijn of haar opname. Aldus moet het samenwerkingsinitiatief minstens 50 % van de

de regio georganiseerde professionele zorg vertegenwoordigen op basis van een

ventaris die bij de erkenningsaanvraag wordt gevoegd. De minister bepaalt de wijze waarop deze

ventaris wordt opgemaakt en waarop de representativiteit wordt geëvalueerd. »; 3°

§ 1

wordt het zesde lid opgeheven;4° § 2 wordt opgeheven; 5°

§ 3

wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de statuten en de samenstelling van het bestuursorgaan;"; 6°

§ 3

wordt 3° vervangen door wat volgt : « 3° secretariaat";7°

§ 3

wordt 6° vervangen door wat volgt : « 6° de taakverdeling tussen de coördinator zoals bedoeld

artikel 8, 3°, van het besluit en de zorgbemiddelaar zoals bedoeld

artikel 10 van het besluit.» ; 8°

§ 3wordt 7° vervangen door wat volgt : « 7° de financiële afspraken m.b.t.

de besteding van de

artikel 15 bedoelde toelagen en de eventuele andere door de partners

gebrachte middelen voor de organisatie van gemeenschappelijke activiteiten, waaronder de eventuele toekenning van middelen aan de zorgbemiddelaar"; 8°

§ 3

wordt 8° vervangen door wat volgt : « 8° de verzekeringen voor burgerlijke aansprakelijkheid van het samenwerkingsinitiatief, de burgerlijke aansprakelijkheid van elk personeelslid of elke vrijwilliger voor schade aangebracht aan het samenwerkingsinitiatief, aan de hulpvrager of aan derden tijdens de uitvoering van de activiteiten";10°

§ 3worden 9° en 10° opgeheven.

Art. 3.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een tweede lid, dat luidt als volgt : « Voor het vervullen van de

het eerste lid bedoelde opdrachten moet het samenwerkingsinitiatief beschikken over een coördinator. Die coördinator kan deeltijds tewerkgesteld zijn. Verschillende samenwerkingsinitiatieven, elk actief

een regio van minder dan 60 000

woners, kunnen samen een coördinator aanwerven, die zijn functie

elk van de betrokken samenwerkingsinitiatieven vervult. » Art. 4.

artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° actief globale

formatie verspreiden i.v.m. alle voor de thuisverzorgden en thuisverzorgers nuttige

formatie

zake thuisverzorging. » ; 2° het 6° wordt vervangen door wat volgt : « 6° afspraken maken over en op elkaar afstemmen van vormingsinitiatieven ondermeer

zake

terdisciplinaire samenwerking. » ; 3° een 7° wordt toegevoegd die luidt als volgt : « 7° doorverwijzen

geval van specifieke

dividuele hulpvragen.» . Art. 5.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art.10. § 1. De opdracht

zake het ondersteunen en coördineren van de zorg- en hulpverlening rond de patiënt zal worden georganiseerd op de wijze zoals bepaald

de paragrafen 2 tot en met

  1. §
  2. Op jaarbasis worden per 1000

woners minstens drie zorgenplannen opgesteld, voor personen die een score behalen van minimum 5 op basis van de scoreschaal zoals beschreven

bijlage 1 van het besluit.

dien dit quotum niet bereikt wordt, vermindert de subsidiëring ambtshalve op evenredige wijze. Voor personen waarvoor ondersteuning en coördinatie van de thuisverzorging nodig is, stelt de zorgbemiddelaar een zorgenplan op. De ondersteuning en coördinatie van de zorg wordt

eerste

stantie gericht op personen die als zwaar zorgbehoevend gekwalificeerd worden. De zorgbemiddelaar wordt aangewezen door de patiënt. De zorgbemiddelaar stemt de werking van de verschillende partners op elkaar af. De zorgbemiddelaar is één van de betrokken zorgverleners. De zorgbemiddelaar

formeert de patiënt en de thuisverzorgers omtrent de bestaande voorzieningen, hulpmiddelen en tegemoetkomingen en verwijst hen naar gelang de aard van de behoeften eventueel door naar bevoegde diensten of disciplines. Hij zal daarbij steeds de belangen van de patiënt en de thuisverzorgers respecteren en bewaken. De coördinator zorgt voor de administratieve ondersteuning en de begeleiding van de zorgbemiddelaars, zonder zelf

hun plaats te treden. Hij ziet toe op de opmaak en de voortgang van het zorgenplan. §

  1. Het samenwerkingsinitiatief maakt bekend op welke wijze en op welke tijdstippen de coördinator bereikbaar is. §
  2. Het zorgenplan waarvan melding

§ 2

, voorlaatste lid, bevat een goede afsprakenregeling en streeft naar een aangepaste zorg- en hulpverlening om de zelfredzaamheid van de patiënt en het ondersteunen van de thuisverzorgers maximaal te bevorderen. Het zorgenplan bevat ten minste volgende

formatie : 1° identificatie van de patiënt namelijk naam, adres, telefoonnummer, geboortedatum, geslacht en ziekenfonds;2° identificatie van de zorgbemiddelaar : naam, contactadres en telefoonnummer;3° datum waarop het zorgenplan opgesteld werd, met vermelding of het om een

take of een evaluatie gaat.

het laatste geval wordt de datum van het eerste plan vermeld; 4° identificatie van de bij het zorgenplan betrokken zorg- en hulpverleners namelijk naam, discipline of dienst, contactadres en telefoonnummer.Aan deze lijst worden de bij de thuisverzorging betrokken gezins- en familieleden en eventuele vrijwilligers toegevoegd; 5° schematische omschrijving van de opdrachten doe door de verschillende zorg- en hulpverleners, gezins- of familieleden en eventuele vrijwilligers vervullen.Die taken hebben onder meer betrekking op hygiënische zorg, mobiliteit, toepassing van geneeskundige voorschriften, sociale taken, toezicht, ondersteunende huishoudelijke taken waarbij wordt vermeld wie, welke opdracht op welk tijdstip uitvoert; 6° mededelingen aan zorg- en hulpverleners, gezins- of familieleden en eventuele vrijwilligers. § 5. Het zorgenplan vereist de samenwerking tussen ten minste drie zorgverleners waaronder de huisarts, een of meer(dere) andere professionele zorgverleners en/of niet-professionele zorgverleners. Het engagement van elk van de betrokkenen wordt opgenomen

het zorgenplan, dat bewaard wordt bij de patiënt. Het zorgenplan wordt door de patiënt,

samenspraak met de zorgbemiddelaar en andere betrokkenen geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd of beëindigd, telkens als daartoe aanleiding bestaat. § 6. De zorgbemiddelaar legt door middel van een bepaalde score vast

welke mate dat de patiënt hulpbehoevend is. Hij doet dat

overleg met de bij het zorgenplan betrokken personen en eventueel

overleg met de verantwoordelijke

de

stelling waar de patiënt recent ontslagen werd of binnenkort ontslagen zal worden. De score wordt ten minste om de drie maanden geëvalueerd. De zorgbemiddelaar bewaart de fiche waarop de score voor zorg- en hulpbehoevendheid vermeld staat. » Art. 6.

artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "alsook met betrekking tot het aantal subsidieerbare zorgenplannen" geschrapt. Art. 7.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 15.§ 1. Een bedrag van 13,5 frank per jaar per

woner van de regio die bediend wordt door het samenwerkingsinitiatief

zake thuisverzorging, wordt aan het samenwerkingsinitiatief toegekend. Voor de regio Brussel wordt geacht dat 20% van de

woners van Brussel beroep doen op de Vlaamse Brusselse

stellingen.De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, kan naar gelang van de beschikbare middelen van de begroting, dat bedrag verhogen. § 2. Een voorschot van maximaal 80 % van de jaarlijkse subsidie kan op verzoek van het samenwerkingsinitiatief uitbetaald worden. » Art. 8.De samenwerkingsinitiatieven

zake thuisverzorging die op datum van de

werkingtreding van dit besluit erkend zijn

het kader van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging worden van rechtswege geacht te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden van dit besluit. Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met

gang van 1 januari

  1. Art. 10.De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 7 april
  2. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.