← België

Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999

Obsah (6)§ 2§ 1§ 3§ 4§ 5§ 6

19 DECEMBER 1998. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Centrum vo

formatie, Communicatie en Vorming

de Welzijnssector Artikel 1.§ 1. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bedoeld

artikel 140 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit onder de benaming « Centrum voor

formatie, communicatie en vorming

de Welzijnssector » (afgekort Cicov). § 2. De dienst wordt belast met de uitvoering van activiteiten die verband houden met vorming, communicatie en

formatie

het kader van het welzijnsbeleid. Binnen deze opdracht zal de dienst vormings- en

formatieactiviteiten van de Vlaamse regering logistiek en

houdelijk ondersteunen, zorgen voor de redactie van publicaties en zorgen voor de aanmaak van deze publicaties via drukwerk of andere technieken. De dienst organiseert binnen het kader van zijn opdracht vormings-, overleg, en

formatieactiviteiten

het vormingscentrum gelegen Terlindenlaan 14 te Overijse en zorgt voor het onthaal en de ontvangst van de participanten. § 3. De dienst beschikt voor de uitvoering van haar activiteiten over een jaarlijkse dotatie ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en over de

komsten uit de activiteiten en publicaties bedoeld onder § 2. Ten laste van deze dienst met afzonderlijk beheer vallen alle uitgaven die verband houden met de

§ 2

opgesomde activiteiten alsmede de werkingsuitgaven en uitgaven voor klein materieel voor het onderhoud en de uitrusting van het centrum te Overijse. HOOFDSTUK II. - Jeugdwerkbeleid Art. 2.§ 1.

artikel 6 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid worden de woorden « de eerste twee jaren volgend op de

werkingtreding » vervangen door het woord « 1998 ». § 2.

artikel 9 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 2°bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « 2°bis de provinciebesturen subsidiëren de jeugdwerkinitiatieven die

hoge mate gericht zijn op het werken met gehandicapte kinderen of jongeren en waarvoor de gemeentebesturen

1998 worden gesubsidieerd op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie die een jeugdwerkbeleid voeren voor maatschappelijk achtergestelde kinderen en jongeren. Deze subsidie bedraagt ten minste 100 procent van het subsidiebedrag dat werd toegekend op basis van boven genoemd besluit, op voorwaarde dat de werking van deze jeugdwerkinitiatieven minstens op hetzelfde peil behouden blijft als

1998.

dien dit niet het geval is, dan wordt de subsidie

evenredige mate verminderd. ». § 3.

artikel 9 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 3°bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « 3°bis het totaal van de subsidiebedragen die de provinciebesturen moeten garanderen

uitvoering van artikel 9, 2°bis wordt voorafgenomen van het beschikbare krediet, waarna het saldo wordt verdeeld zoals bepaald

artikel 6, derde lid, en artikel 9,3°. Vervolgens wordt het subsidiebedrag per provinciebestuur verhoogd met de subsidies die het provinciebestuur moet garanderen

uitvoering van artikel 9, 2°bis. ». HOOFDSTUK III. - Leefmilieu Afdeling 1. - Oppervlaktewateren Art. 3.

artikel 32duodecies, § 3, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging,

gevoegd bij decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten, worden de woorden « mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten » vervangen door de woorden « mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten, tenzij het hemelwater en het afvalwater gescheiden worden.

dit laatste geval kan het percentage van 50 % opgetrokken worden tot 75 % ». Art. 4.

artikel 35quater, § 1, van dezelfde wet,

gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 20 december 1996 en 8 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1° worden onder « Qw = » de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en

voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die

hetzelfde jaar gratis werd geleverd » vervangen door de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die

hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 »;2°

3° worden onder « Qw = » de woorden » dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare wa- tervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en

voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die

hetzelfde jaar gratis werd geleverd » vervangen door de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die

hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 »;3°

4° de vijfde streep, die luidt als volgt : « waarbij het effluentwater van bedoelde particuliere zuiveringsinstallatie gedurende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar

een oppervlaktewater werd geloosd;» schrappen; 4°

4° de zesde streep, eerste lid vervangen door wat volgt : « - wordt een 100 % vrijstelling verleend.»; 5°

4°, zesde streep, tweede lid, het woord « vermindering » telkens vervangen door het woord « vrijstelling ». Art. 5.

artikel 35quinquies, § 1, van dezelfde wet,

gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992,18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden « De hoeveelheid geloosd koelwater wordt geacht overeen te stemmen met de

de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid, tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is » vervangen door de woorden : « Met

gang van het heffings-jaar 1992 wordt de hoeveelheid geloosd koelwater geacht overeen te stemmen met : - hetzij, de

de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid; - hetzij, de hoeveelheid aangegeven

de voor 1 september 1991

gediende lozingsvergunningsaanvraag zolang over deze laatste nog geen uitspraak is gedaan; - tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is. ». Art. 6.

artikel 35septies van dezelfde wet,

gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 6 juli 1994, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden «

geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 » vervangen door de woorden «

geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die

hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 ». Afdeling 2. - Afvalheffingen Art. 7.Aan artikel 47, § 2, 10°, van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, wordt een c) toegevoegd die luidt als volgt : « c)

afwijking van

  1. a)en
  2. b)wordt met

gang van 1 januari 1998 het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 535 frank per ton, wanneer het gaat om het storten van huishoudelijke afvalstoffen die niet konden worden verbrand

een oven vergund voor huishoudelijke afvalstoffen, om reden dat deze oven op vrijwillige basis door de exploitant tijdelijk om milieuredenen buiten dienst werd gesteld. Deze afwijking geldt evenwel voor elke oven slechts gedurende een periode van 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de oven op vrijwillige basis werd gesloten. » : Art. 8.Aan artikel 47 van hetzelfde decreet wordt een § 2ter

gevoegd, die luidt als volgt : « § 2ter.

afwijking van de bepalingen van § 2 wordt het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 0 frank per ton, voor de verwerking van afvalstoffen die afkomstig zijn van de door de overstromingsramp van september 1998 getroffen delen van de

Vlaanderen gelegen gemeenten vermeld

het koninklijk besluit van 18 september 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/09/1998 pub. 19/09/1998 numac 1998000595 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend sluiten waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan : - de afvalstoffen moeten voor verwerking aangeboden zijn

de periode van 16 september 1998 tot en met 15 november 1998; - de afvalstoffen zijn veroorzaakt door de overstromingsramp van september 1998; - het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten moet voor de afvalstoffen een attest afleveren dat bevestigt dat de afvalstoffen aan de

dit artikel gestelde voorwaarden voldoen. ». HOOFDSTUK IV. - Onderwijs Art. 9.Wordt toegevoegd aan artikel 53, § 4, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 : « 4° de opbrengsten uit de verkoop of verhuur van gebouwen of terreinen aangekocht lastens het voormalige Gebouwenfonds voor de Rijksscholen die voor 1 januari 1989 voor vervreemding werden overgedragen aan het Ministerie van Financiën. ». Art. 10.

artikel 209, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen

de Vlaamse Gemeenschap wordt het bedrag « 4000 » vervangen door « 4500 »,het jaartal « 1999 » door « 2000 », het jaartal « 1998 » door « 1999 » en « 198 » door « 199 ». Art. 11.

artikel 178, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinssnede « 1996 gelijk aan 18 111,0 miljoen frank » vervangen door de zinssnede « 1999 gelijk aan 19 396,1 miljoen frank ». De zinssnede «

1996 met 160 miljoen frank,

1997 met 140 miljoen,

1998 met 120 miljoen, » wordt geschrapt. Art. 12.

artikel 184 van hetzelfde decreet wordt « L96 » telkens vervangen door « L99 », wordt « C96 » telkens vervangen door « C99 » en wordt « 1996 » telkens vervangen door « 1999 ». Art. 13.

artikel 136 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten

de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : « De bedragen noodzakelijk voor de uitgaven voortvloeiend uit de wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen en lasten, met

begrip van het door de

stelling gefinancierd aanvullend pensioen, teneinde een gelijkwaardig geldelijk statuut te verzekeren als voor de universiteiten andere dan die vermeld

artikel 3,4 ° a) en 5°, zijn vanaf 1999 gelijk aan, uitgedrukt

miljoenen franken : 1° de Katholieke Universiteit Leuven 326,7 2° het Limburgs Universitair Centrum 5,4 3° de Katholieke Universiteit Brussel 8,1 4° de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen 32,9 5° de Universitaire

stelling Antwerpen 9,5 6° de Vrije Universiteit Brussel 119,7 De vermelde bedragen worden vanaf 2000 geïndexeerd volgens de

dexeringsformule L1/L0 zoals bepaald

het tweede lid van artikel 130.». Art. 14.Artikel 44, § 2, van het decreet betreffende de lerarenopleiding en de nascholing van 16 april 1996 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Vanaf 1997 worden de bedragen vermeld

deze titel geïndexeerd als volgt : Nx= Tx (Cx/Cx-1) Waarbij Nx : gelijk is aan het geïndexeerde bedrag

begrotingsjaar x; Tx : gelijk is aan het bedrag dat

de tabel voor het betreffende begrotingsjaar vermeld staat; vanaf begrotingsjaar 2004 is dit bedrag gelijk aan het bedrag voor het begrotingsjaar 2003; Cx : gelijk is aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x; Cx-1 : gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x-1; vanaf begrotingsjaar 2004 is deze gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het jaar 2003. ». Art. 15.§ 1. Aan artikel 130, § 2, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten

de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd door artikel 96 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten betreffende het Onderwijs IX, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt dit bedrag voor de gezamelijke universiteiten vastgelegd op 438,4 miljoen frank (prijsniveau 1995). ». § 2. Aan artikel 130, § 6, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 1999 bedraagt het basisbedrag WAO 1995, uitgedrukt

miljoenen franken, voor de universiteit Gent 4.833,7. ». Art. 16.

artikel 157, § 2, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs worden de woorden « niet meer dan 15 bedragen » vervangen door « niet meer dan 16 bedragen ». Art. 17.

artikel 32, § 2, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Naast de

het vorig lid toegekende bijkomende werkingsmiddelen ontvangen de gesubsidieerde

ternaten 80 miljoen frank bijkomende werkingsmiddelen. Dit bedrag wordt jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2, zoals bedoeld

artikel 2 van het decreet betreffende het Onderwijs II. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal

terne leerlingen per

ternaat

het secundair onderwijs die

het voorafgaande schooljaar een studietoelage, zoals bedoeld

de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, bekwamen. ». Art. 18.Artikel 17 treedt

werking op 1 januari

  1. HOOFDSTUK V. - Binnenlandse Aangelegenheden en Stedelijk Beleid Afdeling
  2. -

vesteringsfonds Art. 19.

artikel 2 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het

vesteringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende

vesteringen die

de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op

itiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992,6 juli 1994 en 21 december 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « De referentiedotatie wordt vastgesteld op 5.055,1 miljoen frank »; 2°

het vierde lid worden de woorden « S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1993 » vervangen door de woorden « S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1998 ».3°

het vierde lid worden de woorden « door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1993 « vervangen door de woorden « door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1998 ». Art. 20.

artikel 3 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het

vesteringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende

vesteringen die

de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op

itiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 6 juli 1994 en 21 december 1994 wordt een § 2bis

gevoegd, die luidt als volgt : « § 2bis.

1999 wordt 73 miljoen frank voorbehouden voor gemeenten die de stemverrichtingen naar aanleiding van de verkiezingen van het Vlaams Parlement automatiseren door het gebruik van

formatica-apparatuur. ». Afdeling 2. - Sociaal Impulsfonds Art. 21.

artikel 3 van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen

zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, gewijzigd bij de decreten van 10 december 1996 en 19 december 1997 wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. Vanaf 1999 wordt de netto-opbrengst van de aan het begrotingsjaar voorgaande jaren aan de

hoofdstuk VIII, afdeling 2 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, bedoelde heffingen,

tresten en administratieve geldboeten ten voordele van het Vlaamse Gewest, verminderd met de vergoeding voor de administratiekosten, bedoeld

artikel 44 van hetzelfde decreet, en andere

ningskosten aangewend voor de hiernavolgende uitgaven : 1° het bedrag ter dekking van de uitgaven verbonden aan de uitvoering van de samenwerkingovereenkomst « bestendiging armoedebeleid en steunpunt armoede »;2° de kosten voor de bekendmaking van de werking van het Sociaal Impulsfonds en van de acties, die zijn gefinancierd met trekkingsrechten op het Sociaal Impulsfonds;3° de subsidiëring van projecten

zake

terlokale samenwerking;4° de organisatie van colloquia met betrekking tot lokale besturen,

gericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden;5° aanvulling van de werkingsuitgaven van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden

het kader van haar werking;6°

itiatieven

zake vorming van lokale mandatarissen en ambtenaren,

gericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden. Het saldo wordt verdeeld onder de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de

ventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand, bedoeld

artikel 28 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, en daartoe toegevoegd aan de dotatie bedoeld

de decreten van 31 juli 1990 tot

stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaams Gewest en 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen

zake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds. ». Art. 22.§ 1.

artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden « een bedrag van 80 miljoen frank » vervangen door de woorden « een bedrag van 100 miljoen frank ». § 2. Artikel 5, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Jaarlijks wordt

programma 53.2 van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet

geschreven ten bedrage van 40 000 000 frank voor onderzoekingen en experimenten met een supracommunale waarde of draagwijdte evenals voor ondersteuning van verenigingen die actief zijn

en voor de vierde wereld, en een vastleggingskrediet van 20 000 000 frank voor vorming, begeleiding,

formatie en sensibilisering

het kader van dit decreet. ». Art. 23.

artikel 6, § 5, eerste lid, en artikel 6, § 6, derde lid, van het decreet van 14 mei 1996, tot vaststelling van de regelen

zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds wordt het jaartal '2000' vervangen door het jaartal '1999'.

artikel 6, § 5, derde lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden «

het jaar van de actualisatie » vervangen door de woorden «

het jaar na de actualisatie ». Art. 24.Aan artikel 3 van het decreet van 31 juli 1990 tot

stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij decreet van 14 mei 1996, wordt een lid toegevoegd : « Vanaf de verdeling voor het jaar 1999 wordt de berekende dotatie verhoogd met het saldo bedoeld

artikel 3, § 3, laatste lid van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen

zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds. ». Art. 25.

artikel 6 van het decreet van 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen

zake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, gewijzigd bij decreet van 6 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden «

drie delen » worden vervangen door de woorden «

vier delen »;2° er wordt een 4° toegevoegd dat luidt als volgt : « het saldo bedoeld

artikel 3, laatste lid van het decreet van 31 juli 1990 tot

stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest is bestemd voor de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de

ventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand en dit

verhouding tot de gekende opbrengst voor die gemeente.». Afdeling

  1. - Provinciefonds Art. 26.§
  2. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om jaarlijks het aandeel van de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen bij de betaling van het laatste kwartaalvoorschot van het Provinciefonds te verminderen met respectievelijk 32 206 000 frank voor de provincie Antwerpen en 1 305 000 frank voor de provincie Oost-Vlaanderen. Deze vermindering kan slechts gebeuren voorzover respectievelijk de provincie Antwerpen en/of de provincie Oost-Vlaanderen de meeropbrengst van de opcentiemen van het voorbije jaar op de onroerende goederen, omschreven

de wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de

richting der gronden op de Linkeroever, niet aan het Vlaamse Gewest zou hebben overgemaakt, op datum van de betaling van het laatste kwartaalvoorschot van het Provinciefonds. De afstand van de meeropbrengst wordt beperkt tot 32 206 000 frank voor de provincie Antwerpen en tot 1 305 000 frank voor de provincie Oost-Vlaanderen. § 2. Het bedrag van 32 206 000 frank en 1 305 000 frank wordt met

gang van het begrotingsjaar 2000 jaarlijks aangepast, conform de jaarlijkse aanpassing van het Provinciefonds. HOOFDSTUK VI. - DAB Linker Scheldeoever (LSO) Art. 27.De uitvoering van de opdrachten van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever zoals omschreven

de wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de

richting der gronden op de Linkeroever aldaar en de rechten, verplichtingen en goederen worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest. Art. 28.De personeelsleden van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever worden overgedragen aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en geïntegreerd

het departement Leefmilieu en

frastructuur. Art. 29.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen

zake de overdracht van deze personeelsleden. § 2. Zij behouden ten minste hun hoedanigheid, graad, administratieve en geldelijke anciënniteit, evenals de toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen die zij hadden krachtens de reglementering van toepassing op de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever. Zij behouden deze toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen slechts

zoverre de voorwaarden voor de toekenning blijven bestaan

het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 30.§ 1. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer LSO = Linkerscheldeoever opgericht, als bedoeld

artikel 140 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende de coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit. § 2. LSO heeft tot doel het financieel en budgettair beheer van de

komsten en uitgaven met betrekking tot onderhoud en de uitbating van de Waasland- en de Sint-Annatunnel alsmede het productief en te gelde maken van de gronden van de vroegere

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de uitvoering van al de werken die dit productief en te gelde maken zou kunnen omvatten. § 3. De Vlaamse regering beheert LSO. Zij stelt de nodige diensten, uitrusting,

stallaties en personeelsleden ter beschikking van LSO. Art. 31.De middelen van LSO zijn : - de ontvangsten, met

begrip van betalingen

gevolge schadevergoedingen en

gevolge schadevergoedingen en

gevolge vervreemding voortvloeiend uit het beheer van haar patrimonium; - de renten, de aflossingen, de terugbetalingen, de bijdragen en de opbrengsten van verkopen en van andere verrichtingen voortkomend of gerealiseerd met middelen van LSO; - de opbrengsten van de verkoop, verhuur en concessies van het patrimonium van LSO overeenkomstig haar doel; - de opbrengsten van verkoop, van de vergoeding van dossierkosten en van de vergunningen en verloven

toepassing van de wetten en reglementen

zake openbare werken; - de gebeurlijke dotaties, voorzien

het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en de bijhorende administratieve begroting; - het aan het Vlaamse Gewest toegekende gedeelte van het kapitaal van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever. Art. 32.De Vlaamse regering bepaalt de organieke regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de dienst met afzonderlijk beheer LSO. Art. 33.Onverminderd de regelen

zake delegatie en

zake administratieve en begrotingscontrole staat de dienst met afzonderlijk beheer LSO zelfstandig

voor alle verrichtingen, zowel

zake voorbereiding als

zake de uitvoering, met betrekking tot het financieel en budgettair beheer van de

komsten en uitgaven toegewezen aan LSO, zonder enige afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de overige diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en

frastructuur,

houdelijk verantwoordelijk voor het betrokken project. Art. 34.De wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de

richting der gronden op den Linkeroever aldaar wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Terugvordering van overheidssteun Art. 35.§ 1.

het geval van het niet naleven van de

formatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag, kan de steun die is toegekend op basis van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 oktober 1991 tot regeling van de bevordering van het

dustrieel wetenschappelijk- technologisch onderzoek

Vlaanderen, teruggevorderd worden

dien deze tekortkoming zich heeft voorgedaan binnen een periode van 5 jaar die

gaat op de datum van beslissing tot toekenning van steun. De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten van deze terugvordering. § 2. Onder

formatie- en raadplegingsprocedures wordt verstaan : de procedures bedoeld

de artikelen 3, 7 en 11 van CAO nummer 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de

de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 september 1972, artikel 6 van CAO nummer 24 van 2 oktober 1975 betreffende de procedure van

lichting en raadpleging van werknemersvertegenwoordiging met betrekking tot het collectief ontslag, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 januari 1976, de artikelen 6 tot 8 van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag, de artikelen 4 en 37 van CAO nummer 62 van 6 februari 1996 betrefffende de

stelling van een Europese Ondernemingsraad of van een procedure

ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter

formatie en raadpleging van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 maart 1996 en artikel 66 van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling. HOOFDSTUK VIII. - VLAMIVORM Art. 36.Het opschrift van het decreet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1997 pub. 31/01/1998 numac 1998035067 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende een vermindering van de onroerende voorheffing ter stimulering van tewerkstellingsbevorderende

vesteringen sluiten houdende een vermindering van de onroerende voorheffing van tewerkstellingsbevorderende

vesteringen wordt aangevuld met de woorden : «

vorming ». Art. 37.

artikel 1 van hetzelfde decreet wordt het woord « gewestaangelegenheid » vervangen door de woorden : « gewest- en gemeenschapsaangelegenheid ». Art. 38.§ 1.

artikel 2, § 1, van hetzelfde decreet wordt het jaar « 1998 » vervangen door het jaar « 1999 »; § 2.

artikel 2, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « en het wegtransport » worden vervangen door « , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de

formatica en aanverwante sectoren »;2° de datum « 30 juni 1998 » wordt vervangen door de datum « 31 mei 1999 »;3° tussen de woorden «

vesteringstegemoetkoming » en « verleend » worden de woorden «

vorming »

gevoegd. Art. 39.

artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « het kalenderjaar 1996 » worden vervangen door de woorden « het kalenderjaar 1997 » en de woorden « het kalenderjaar 1997 » wordt telkens vervangen door de woorden « het kalenderjaar 1998 »;2° § 1,1°, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « 1°

de mate dat de belastingplichtige vormingsintenties aangeeft ten gunste van werkenden

de onderneming;2° op voorwaarde dat de onder 1° vermelde vormingsintenties een bijkomende vormingsinspanning

houden bovenop het vormingsniveau van de onderneming

1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige

1998 een door de Vlaamse regering vast te stellen percentage van de loonmassa overschrijdt;»; 3°

§ 1

wordt « 2° » vervangen door « 3° »;4°

§ 2

wordt het getal « 20 000 » vervangen door « 25 000 »;5°

§ 3

wordt het woord « arbeidsplaats » telkens vervangen door « personeelseenheid »;6°

§ 4

wordt het bedrag « 100 000 ECU » vervangen door het bedrag « 2 500 000 euro »;7°

§ 5

worden de woorden vanaf « dat zij geen » tot en met « van toepassing zou zijn » vervangen door de woorden : « dat zij conform de EU-kaderregeling

zake opleidingssteun over een periode van drie jaar geen opleidingssteun zal aanvragen of genieten, die meer bedraagt dan 2 500 000 euro »;8°

§ 6

worden de woorden : « en het wegtransport » vervangen door de woorden : « , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de

formatica en aanverwante sectoren »;9°

§ 6

worden de woorden «

zake toename of behoud van de tewerkstelling en

vesteringen, zoals omschreven

artikel 3, § 1, voldoet » vervangen door de woorden « zoals bepaald

§§ 1, 4 en 5, voldoet ».

Art. 40.

hetzelfde decreet wordt een artikel 3bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 3bis.De

vesteringstegemoetkoming moet binnen een termijn van maximaal één jaar vanaf de datum van de definitieve toekenning ervan aan de onderneming besteed worden aan vorming voor werkenden

de onderneming zoals werd aangegeven

de vormingsintenties. Het vormingsniveau moet gedurende die termijn met minimaal de

vesteringstegemoetkoming verhoogd worden ten opzichte van het vormingsniveau van 1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige, zowel

1998 als tijdens de

dit artikel vermelde termijn, voldoet aan het percentage, bedoeld

artikel 3, § 1. ». Art. 41.

artikel 4 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « wegtransport » wordt vervangen door de woorden : « het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de

formatica, aanverwante sectoren »;2° na het woord « personeelseenheid » worden de volgende woorden

gevoegd : « ,vorming, vormingsniveau, bijkomende vormingsinspanning en vormingsintenties »;3° na de woorden « aanvraag en controle » worden de volgende woorden toegevoegd : « en

zake de terugvor dering

het geval niet aan de vormingsvoorwaarde zoals bepaald

artikel 3bis of niet aan de

formatie- of raadplegingsprocedure bij collectief ontslag werd voldaan.». HOOFDSTUK IX. - Ruimtelijke ordening Art. 42.Aan artikel 35, tweede lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, worden de volgende zinnen toegevoegd : « Als waarde van het goed op het ogenblik van verwerving wordt

aanmerking genomen, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, bij ontstentenis van zulke heffing, de verkoopwaarde van het goed

volle eigendom op de dag van de verwerving. Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding wordt

aanmerking genomen : 1°

geval van overdracht van het goed, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of,

dien zulke heffing ontbreekt, de verkoopwaarde van het goed

volle eigendom op de dag van de overdracht met als minimum de overeengekomen waarde;2°

geval van weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning of

geval van een negatief stedenbouwkundig attest, de verkoopwaarde op dat ogenblik.». Art. 43.

artikel 35 van hetzelfde decreet wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid

gevoegd : « De waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving wordt geactualiseerd door ze te vermenigvuldigen met het

dexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan die waarin de schadevergoeding is vastgesteld en het zo bekomen getal te delen door het gemiddelde

dexcijfer van de consumtieprijzen van het jaar van verwerving door de vergoedingsgerechtigde,

voorkomend geval, omgerekend op dezelfde basis als eerstgenoemd

dexcijfer. De aldus bekomen waarde wordt verhoogd met de kosten van verwerving en met de uitgaven die door de vergoedingsgerechtigde zijn gedragen met het oog op de realisatie van de bestemming van het goed op de dag voorafgaand aan de

werkingtreding van het plan als bedoeld

het eerste lid van dit artikel. ». Art. 44.

artikel 36 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 worden

het tweede lid de woorden « artikel 35, derde lid » vervangen door de woorden « artikel 35, vierde lid ». Art. 45.Artikel 35, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 46.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de reeds aanhangig gemaakte vorderingen tot schadevergoeding, waarover nog geen

kracht van gewijsde gegane uitspraak bestaat. HOOFDSTUK X. - Lease

-Lease out Art. 47.

artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 wordt § 2 opgeheven. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om het Boudewijngebouw aan te kopen onder de voorwaarden bepaald

artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998. HOOFDSTUK XI. - Successierechten Art. 48.Voor wat het Vlaamse Gewest betreft worden

artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, zoals

gevoegd bij artikel 21 van het decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en gewijzigd bij de artikelen 26 en 27 van het decreet van 8 juli 1997, de volgende wijzigingen aangebracht. 1°

§ 1

worden de woorden «

de vijf jaar voorafgaand aan het overlijden » vervangen door de woorden «

de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ».2° de tweede alinea van § 1 wordt vervangen als volgt : « Voor de berekening van de 50 procent wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen : - die

het bezit zijn of waren van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van de zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad; - die

het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene. Fusie, splitsing,

breng van aandelen, of andere verrichtingen

de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet niet dat het 3 %-tarief wordt toegepast, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet. Voor aandelen

vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50 % eigendoms-voorwaarde niet. ». 3°

§ 5

wordt de vijfde alinea toegevoegd aan de vierde alinea.4° aan § 5 wordt een alinea toegevoegd, luidend als volgt : «

afwijking van het vorig lid blijft de tariefvermindering voorlopig volledig behouden, tijdens genoemde periode van vijf jaar,

dien het voortschrijdende gemiddelde aantal

het Vlaamse Gewest tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, berekend op het einde van elk van de eerste vijf jaar na het overlijden, tenminste gelijk is aan 50 procent van het aantal personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden.

dien en

de mate dat de tewerkstelling uitgedrukt

voltijdse eenheden na verloop van de termijn van vijf jaar lager is dan het aantal personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden, is de belasting tegen het normale tarief verschuldigd. ». 5° § 11, tweede en derde alinea, wordt als volgt gewijzigd : «

dien bijkomende rechten verschuldigd worden, tengevolge van het niet langer vervullen van de voorwaarden vermeld

dit artikel, dienen de erfgenamen, legatarissen of begiftigden dit te melden bij wijze van aanvullende aangifte, binnen de vijf maanden nadat de verschuldigdheid definitief is komen vast te staan. Zij die de vermindering als bedoeld

dit artikel genoten hebben moeten, na verloop van een termijn van vijf jaar na het overlijden, aantonen dat de voorwaarden gesteld voor het behoud van het voordeel, vervuld zijn. ». HOOFDSTUK XII. - Cultuur

vesteringsfonds Art. 49.Bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt een fonds culturele

frastructuur opgericht, hierna het Fonds te noemen. Dit Fonds heeft rechtspersoonlijkheid en wordt gerangschikt onder de

stellingen van categorie A vermeld

artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle van sommige

stellingen van openbaar nut, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996 en bij decreet van 16 december 1997. De bepalingen van deze wet zijn op dit Fonds van toepassing voorzover er

dit decreet niet wordt van afgeweken. Art. 50.De middelen van het Fonds zijn :

  1. a)een jaarlijkse dotatie lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  2. b)het gebeurlijke saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar;
  3. c)de eventuele

breng van derden als cultuursponsoring voor de realisatie van culturele

frastructuur;d) de terugvorderingen van de ten onrechte gedane betalingen. Art. 51.Het Fonds heeft tot taak : 1°

vesteringssubsidies te verstrekken voor het bouwen, uitbreiden, verbouwen of aankopen van culturele

frastructuur met supra-lokaal belang;2° het eigenaarsonderhoud, de bouw-, verbouwingswerkzaamheden, de kosten voor het verwerven van terreinen en de kosten voor uitrusting en apparatuur van de eigen culturele

frastructuur van de Vlaamse Gemeenschap ten laste te nemen. Art. 52.Het Fonds neemt op datum van zijn

werkingtreding de op 31 december 1998 uitstaande verbintenissen over aangegaan lastens programma 45.5 basisallocaties 45.01, 52.51, 52.53, 52.54 en 71.01. van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 53.De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Fonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld. Art. 54.De Vlaamse regering stelt het personeel en materieel ter beschikking van het Fonds. HOOFDSTUK XIII. - Emancipatiezaken Art. 55.De dienst van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor emancipatiezaken wordt ertoe gemachtigd, binnen de perken van de aan deze toegewezen kredieten, de uitgaven ten laste te nemen met het oog op de uitvoering van het emancipatiebeleid van de Vlaamse regering en dit zowel wat betreft de diensten van de Vlaamse Gemeenschap als wat betreft het opzetten en doorvoeren van pilootprojecten

de

stellingen van openbaar nut afhangend of het onder toezicht staand van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en dit ongeacht de aard van de ten laste te nemen uitgaven. HOOFDSTUK XIV. - Schade aan het wegdek door gewichtsoverschrijding Afdeling 1. - Algemene bepaling Art. 56.Het is verboden het wegdek te beschadigen door een overschrijding van de maximale toegelaten massa's en massa's onder de assen zoals bepaald

de artikelen 32 en 32bis van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Afdeling 2. - Strafrechtelijke boete en solidariteitsbijdrage Art. 57.

breuken op artikel 56 worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot één jaar en met een progressieve geldboete of met één van die straffen alleen. De geldboete bedraagt : - 100 frank tot 10 000 frank bij overbelasting met minder dan 5 %; - 300 frank tot 30 000 frank bij overbelasting met 5 tot en met 10 %; - 500 frank tot 50 000 frank bij overbelasting met 11 tot en met 20 %; - 750 frank tot 75 000 frank bij overbelasting met meer dan 20 %. Art. 58.§ 1. Bij een veroordeling voor een op gewestwegen gepleegde

breuk op artikel 56 spreekt de rechter bovendien de verplichting uit om een forfaitair bedrag te betalen bij wijze van bijdrage tot financiering van het Vlaams

frastructuurfonds,

gesteld bij de artikelen 57 en 58 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992. Dit bedrag wordt vastgesteld op : - 50 frank bij overbelasting met minder dan 5 %; - 150 frank bij overbelasting met 5 tot en met 10 %; - 250 frank bij overbelasting met 11 tot en met 20 %; - 375 frank bij overbelasting met meer dan 20 %. Deze bedragen zijn onderworpen aan de verhoging bedoeld

de bepalingen betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetes. De

vordering van de bijdrage bedoeld

het eerste lid geschiedt door toedoen van de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, volgens de regels van toepassing op de

vordering van de strafrechtelijke geldboetes. De

gevorderde sommen worden driemaandelijks door deze administratie overgemaakt aan het Vlaams

frastructuurfonds. §

  1. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de bijdrage waartoe zijn aangestelden of lasthebbers worden veroordeeld. Afdeling
  2. - Administratieve geldboete Art. 59.§
  3. Voor het misdrijf bedoeld

artikel 56 kunnen de, door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels. § 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimum geldboete zoals bepaald

artikel 57, verhoogd met de opdeciemen. § 3. De ambtenaar aangeduid

uitvoering van artikel 61 brengt de ambtenaar die aangewezen is om administratieve geldboetes op te leggen, op de hoogte van de door hem vastgestelde misdrijven en de

voorkomend geval onmiddellijke

ningen bedoeld

§ 6

. De aangewezen ambtenaar deelt de beslissing tot onmiddellijke

ning of, bij gebreke hiervan, zijn voornemen om een administratieve geldboete op te leggen binnen dertig dagen na ontvangst van het proces-verbaal mee aan de procureur des Konings. De procureur des Konings deelt zijn voornemen om strafvervolging

te stellen binnen negentig dagen na ontvangst van deze kennisgeving mee aan de aangewezen ambtenaar.

dien nodig kan deze termijn éénmaal met dertig dagen verlengd worden. Wanneer de procureur des Konings meedeelt te vervolgen, vervalt de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete. § 4. De andere bevoegde personen dan deze bepaald

§ 3

van dit artikel brengen de procureur des Konings op de hoogte van de door hen vastgestelde misdrijven en

voorkomend geval van de onmiddellijke

ningen bedoeld

§ 6

. De procureur deelt zijn standpunt binnen negentig dagen na ontvangst van de kennisgeving van het misdrijf mee aan de aangewezen ambtenaar.

dien nodig kan deze termijn éénmaal met dertig dagen worden verlengd.

dien de procureur beslist om geen strafvervolging

te stellen en er geen onmiddellijke

ning is geweest, kan de aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen. Deze beslissing wordt binnen dertig dagen aan de procureur des Konings meegedeeld. Wanneer de ambtenaar beslist geen administratieve geldboete op te leggen, of zijn voornemen niet tijdig meedeelt, vervalt,de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. § 5. Wanneer het misdrijf bedoeld

artikel 56 begaan is door een aangestelde of een lasthebber is de administratieve geldboete alleen door de werkgever verschuldigd. § 6. De

§§ 1

en 4 bedoelde bevoegde personen kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk

nen. Deze sommen worden

consignatie gegeven.

dien na een strafrechtelijke uitspraak ten gronde, of na het

stellen van een beroep overeenkomstig artikel 60, § 3, waarbij de administratieve geldboete komt te vervallen, wordt de

consignatie gegeven som terugbetaald aan de overtreder. De nadere regels

zake onmiddellijke

ning en de consignatie van de geldsom worden vastgesteld door de Vlaamse regering. Art. 60.§ 1.

dien de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd en het opleggen van deze geldboete, overeenkomstig het bepaalde

het vorige artikel mogelijk is, geeft de aangewezen ambtenaar de overtreder of de werkgever hiervan kennis bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. § 2. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete. Zij vermeldt tevens dag, plaats en uur waarop een hoorzitting wordt gehouden waar de overtreder of de werkgever zal worden gehoord. De hoorzitting mag ten vroegste vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief plaatshebben. De kennisgeving vermeldt tenslotte de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden

gezien. Het dossier ligt ter

zage ten minste tien dagen voor de hoorzitting. De overtreder of de werkgever kan op de hoorzitting een nota

dienen. Hij mag zich laten bijstaan door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt. Na de hoorzitting neemt de aangewezen ambtenaar de zaak onmiddellijk

beraad. De beslissing wordt met redenen omkleed. De aangewezen ambtenaar deelt zijn beslissing mee aan de overtreder of de werkgever binnen dertig dagen na de hoorzitting, bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.

dien de overtreder of de werkgever op de hoorzitting niet aanwezig is of zich niet heeft laten vertegenwoordigen door een raadsman, kan de aangewezen ambtenaar de administratieve geldboete opleggen. § 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van de beslissing van de aangewezen ambtenaar, kan de overtreder of de werkgever bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs

beroep gaan bij de Vlaamse regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing. Binnen dertig dagen na het

stellen van het beroep, deelt de Vlaamse regering aan de overtreder of de werkgever plaats, dag en uur mee waarop een hoorzitting zal plaatsvinden waarop de overtreder of de werkgever zal worden gehoord. Heeft de Vlaamse regering geen beslissing genomen binnen drie maanden nadat het beroep werd

gesteld, dan vervalt de administratieve geldboete. De procedure zoals voorzien

§ 2

, is van overeenkomstige toepassing op de hoorzitting

het kader van het beroep. De Vlaamse regering kan een vergoeding voor dossierkosten

stellen voor de beroepsprocedure. Deze vergoeding zal steeds aan de overtreder worden terugbetaald

dien de administratieve boete komt te vervallen na het

stellen van het beroep. § 4. Na betekening van de administratieve beslissing, moet de administratieve geldboete binnen dertig dagen betaald worden. Deze betekening doet de strafvervolging vervallen. De aangewezen ambtenaar die de geldboete heeft opgelegd, kan uitstel van betaling verlenen voor een door hem bepaalde termijn.

dien de overtreder of de werkgever

gebreke blijft de administratieve geldboete te betalen wordt deze geldboete bij dwangbevel

gevorderd. De Vlaamse regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Deze dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. Afdeling

  1. - Toezicht Art. 61.Onverminderd de bevoegdheid van andere personen houden de ambtenaren die de Vlaamse regering aanwijst toezicht op de naleving van artikel
  2. De Vlaamse regering bepaalt de kentekens van hun functie. Art. 62.§ 1.

het kader van de uitoefening van hun opdracht kunnen de ambtenaren bedoeld

artikel 61 : 1° bevelen geven aan de bestuurders;2°

lichtingen

winnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het

zage nemen van documenten en andere

formatiedragers;3° het vastgestelde overtollige gewicht doen afladen of herverdelen;4° de bijstand van de rijkswacht en van de gemeentepolitie vorderen. § 2. De ambtenaren bedoeld

artikel 61 zijn bovendien bevoegd om

breuken op artikel 56 vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Binnen veertien dagen na de vaststelling van de

breuk wordt een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder toegestuurd. HOOFDSTUK XV. - Toerisme Art. 63.§ 1.

het kader van het bijzonder programma ter promotie van het toerisme aan de Vlaamse kust (Actieplan Kust 2002), wordt de Vlaamse regering ertoe gemachtigd om ten laste van de begrotingen 1997, 1998 en 1999 volgende subsidies toe te kennen en

dezelfde of volgende begrotingsjaren uit te betalen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2.

dien één van de bovengemelde projecten niet wordt uitgevoerd kan de Vlaamse regering de aan dit project

§ 1

toegewezen subsudie herverdelen over de andere rechthebbenden zonder dat echter per rechthebbende het maximaal totaal bedrag van de subsidie meer dan 50 % van de geraamde kostprijs mag bedragen. § 3. De Vlaamse regering stelt de verdere voorwaarden

zake toekenning en uitbetaling van de subsidie vast

afwijking van het koninklijk besluit van 17 februari 1967 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de subsidies door de staat verleend voor de ontwikkeling van de toeristische

frastructuur en de decreten van 29 mei 1984 houdende de oprichting van een Vlaams Commissariaat-Generaal voor Toerisme en van 7 juli 1998 betreffende de openbare

stelling Toerisme Vlaanderen en de Vlaamse Raad voor het Toerisme. § 4. Dit artikel heeft uitwerking met

gang vanaf 1 januari 1997. HOOFDSTUK XVI. -

werkingtreding Art. 64.Dit decreet treedt

werking op 1 januari 1999, behoudens andersluidende bepalingen

dit decreet. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het

het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 19 december 1998. De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, S. STEVAERT De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, Th. KELCHTERMANS De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, L. PEETERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, E. BALDEWIJNS De Vlaamse van Cultuur, Gezin en Welzijn, L. MARTENS De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, E. VAN ROMPUY De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid, Mevr. B. GROUWELS _______ Nota

(1)Zitting 1998-
  1. Stukken. - Ontwerp van decreet : nr. 1214, nr.
  2. Verslag van het Rekenhof : 1214, nr.
  3. Amendementen : 1214, nrs. 3 tot
  4. Verslagen : 1214, nrs. 11 tot
  5. Tekst aangenomen door de commissies : 1214, nr.
  6. Amendementen na

diening van het verslag : 1214, nrs. 21 tot 23. Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 15, 16 en 17 december 1998.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.