formatie, Communicatie en Vorming
de Welzijnssector Artikel 1.§ 1. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bedoeld
artikel 140 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit onder de benaming « Centrum voor
formatie, communicatie en vorming
de Welzijnssector » (afgekort Cicov). § 2. De dienst wordt belast met de uitvoering van activiteiten die verband houden met vorming, communicatie en
formatie
het kader van het welzijnsbeleid. Binnen deze opdracht zal de dienst vormings- en
formatieactiviteiten van de Vlaamse regering logistiek en
houdelijk ondersteunen, zorgen voor de redactie van publicaties en zorgen voor de aanmaak van deze publicaties via drukwerk of andere technieken. De dienst organiseert binnen het kader van zijn opdracht vormings-, overleg, en
formatieactiviteiten
het vormingscentrum gelegen Terlindenlaan 14 te Overijse en zorgt voor het onthaal en de ontvangst van de participanten. § 3. De dienst beschikt voor de uitvoering van haar activiteiten over een jaarlijkse dotatie ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en over de
komsten uit de activiteiten en publicaties bedoeld onder § 2. Ten laste van deze dienst met afzonderlijk beheer vallen alle uitgaven die verband houden met de
opgesomde activiteiten alsmede de werkingsuitgaven en uitgaven voor klein materieel voor het onderhoud en de uitrusting van het centrum te Overijse. HOOFDSTUK II. - Jeugdwerkbeleid Art. 2.§ 1.
artikel 6 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid worden de woorden « de eerste twee jaren volgend op de
werkingtreding » vervangen door het woord « 1998 ». § 2.
artikel 9 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 2°bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « 2°bis de provinciebesturen subsidiëren de jeugdwerkinitiatieven die
hoge mate gericht zijn op het werken met gehandicapte kinderen of jongeren en waarvoor de gemeentebesturen
1998 worden gesubsidieerd op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie die een jeugdwerkbeleid voeren voor maatschappelijk achtergestelde kinderen en jongeren. Deze subsidie bedraagt ten minste 100 procent van het subsidiebedrag dat werd toegekend op basis van boven genoemd besluit, op voorwaarde dat de werking van deze jeugdwerkinitiatieven minstens op hetzelfde peil behouden blijft als
1998.
dien dit niet het geval is, dan wordt de subsidie
evenredige mate verminderd. ». § 3.
artikel 9 van het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 17/02/1998 numac 1998035186 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende subsidiëring van provinciebesturen
zake het voeren van een jeugdwerkbeleid wordt een 3°bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « 3°bis het totaal van de subsidiebedragen die de provinciebesturen moeten garanderen
uitvoering van artikel 9, 2°bis wordt voorafgenomen van het beschikbare krediet, waarna het saldo wordt verdeeld zoals bepaald
artikel 6, derde lid, en artikel 9,3°. Vervolgens wordt het subsidiebedrag per provinciebestuur verhoogd met de subsidies die het provinciebestuur moet garanderen
uitvoering van artikel 9, 2°bis. ». HOOFDSTUK III. - Leefmilieu Afdeling 1. - Oppervlaktewateren Art. 3.
artikel 32duodecies, § 3, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging,
gevoegd bij decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten, worden de woorden « mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten » vervangen door de woorden « mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale kosten, tenzij het hemelwater en het afvalwater gescheiden worden.
dit laatste geval kan het percentage van 50 % opgetrokken worden tot 75 % ». Art. 4.
artikel 35quater, § 1, van dezelfde wet,
gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 20 december 1996 en 8 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1° worden onder « Qw = » de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en
voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die
hetzelfde jaar gratis werd geleverd » vervangen door de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die
hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 »;2°
3° worden onder « Qw = » de woorden » dat Qw gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare wa- tervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 en
voorkomend geval verhoogd met de hoeveelheid water die
hetzelfde jaar gratis werd geleverd » vervangen door de woorden « dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die
hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 »;3°
4° de vijfde streep, die luidt als volgt : « waarbij het effluentwater van bedoelde particuliere zuiveringsinstallatie gedurende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar
een oppervlaktewater werd geloosd;» schrappen; 4°
4° de zesde streep, eerste lid vervangen door wat volgt : « - wordt een 100 % vrijstelling verleend.»; 5°
4°, zesde streep, tweede lid, het woord « vermindering » telkens vervangen door het woord « vrijstelling ». Art. 5.
artikel 35quinquies, § 1, van dezelfde wet,
gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992,18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden « De hoeveelheid geloosd koelwater wordt geacht overeen te stemmen met de
de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid, tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is » vervangen door de woorden : « Met
gang van het heffings-jaar 1992 wordt de hoeveelheid geloosd koelwater geacht overeen te stemmen met : - hetzij, de
de lozings- of milieuvergunning toegelaten hoeveelheid; - hetzij, de hoeveelheid aangegeven
de voor 1 september 1991
gediende lozingsvergunningsaanvraag zolang over deze laatste nog geen uitspraak is gedaan; - tenzij de heffingsplichtige het bewijs levert dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is. ». Art. 6.
artikel 35septies van dezelfde wet,
gevoegd bij decreet van 21 december 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 6 juli 1994, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden de woorden «
geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, gedeeld door 40 » vervangen door de woorden «
geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij
het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die
hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 ». Afdeling 2. - Afvalheffingen Art. 7.Aan artikel 47, § 2, 10°, van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, wordt een c) toegevoegd die luidt als volgt : « c)
afwijking van
gang van 1 januari 1998 het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 535 frank per ton, wanneer het gaat om het storten van huishoudelijke afvalstoffen die niet konden worden verbrand
een oven vergund voor huishoudelijke afvalstoffen, om reden dat deze oven op vrijwillige basis door de exploitant tijdelijk om milieuredenen buiten dienst werd gesteld. Deze afwijking geldt evenwel voor elke oven slechts gedurende een periode van 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de oven op vrijwillige basis werd gesloten. » : Art. 8.Aan artikel 47 van hetzelfde decreet wordt een § 2ter
gevoegd, die luidt als volgt : « § 2ter.
afwijking van de bepalingen van § 2 wordt het bedrag van de milieuheffing vastgesteld op 0 frank per ton, voor de verwerking van afvalstoffen die afkomstig zijn van de door de overstromingsramp van september 1998 getroffen delen van de
Vlaanderen gelegen gemeenten vermeld
het koninklijk besluit van 18 september 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/09/1998 pub. 19/09/1998 numac 1998000595 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend sluiten waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan : - de afvalstoffen moeten voor verwerking aangeboden zijn
de periode van 16 september 1998 tot en met 15 november 1998; - de afvalstoffen zijn veroorzaakt door de overstromingsramp van september 1998; - het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten moet voor de afvalstoffen een attest afleveren dat bevestigt dat de afvalstoffen aan de
dit artikel gestelde voorwaarden voldoen. ». HOOFDSTUK IV. - Onderwijs Art. 9.Wordt toegevoegd aan artikel 53, § 4, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 : « 4° de opbrengsten uit de verkoop of verhuur van gebouwen of terreinen aangekocht lastens het voormalige Gebouwenfonds voor de Rijksscholen die voor 1 januari 1989 voor vervreemding werden overgedragen aan het Ministerie van Financiën. ». Art. 10.
artikel 209, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap wordt het bedrag « 4000 » vervangen door « 4500 »,het jaartal « 1999 » door « 2000 », het jaartal « 1998 » door « 1999 » en « 198 » door « 199 ». Art. 11.
artikel 178, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinssnede « 1996 gelijk aan 18 111,0 miljoen frank » vervangen door de zinssnede « 1999 gelijk aan 19 396,1 miljoen frank ». De zinssnede «
1996 met 160 miljoen frank,
1997 met 140 miljoen,
1998 met 120 miljoen, » wordt geschrapt. Art. 12.
artikel 184 van hetzelfde decreet wordt « L96 » telkens vervangen door « L99 », wordt « C96 » telkens vervangen door « C99 » en wordt « 1996 » telkens vervangen door « 1999 ». Art. 13.
artikel 136 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten
de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : « De bedragen noodzakelijk voor de uitgaven voortvloeiend uit de wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen en lasten, met
begrip van het door de
stelling gefinancierd aanvullend pensioen, teneinde een gelijkwaardig geldelijk statuut te verzekeren als voor de universiteiten andere dan die vermeld
artikel 3,4 ° a) en 5°, zijn vanaf 1999 gelijk aan, uitgedrukt
miljoenen franken : 1° de Katholieke Universiteit Leuven 326,7 2° het Limburgs Universitair Centrum 5,4 3° de Katholieke Universiteit Brussel 8,1 4° de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen 32,9 5° de Universitaire
stelling Antwerpen 9,5 6° de Vrije Universiteit Brussel 119,7 De vermelde bedragen worden vanaf 2000 geïndexeerd volgens de
dexeringsformule L1/L0 zoals bepaald
het tweede lid van artikel 130.». Art. 14.Artikel 44, § 2, van het decreet betreffende de lerarenopleiding en de nascholing van 16 april 1996 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Vanaf 1997 worden de bedragen vermeld
deze titel geïndexeerd als volgt : Nx= Tx (Cx/Cx-1) Waarbij Nx : gelijk is aan het geïndexeerde bedrag
begrotingsjaar x; Tx : gelijk is aan het bedrag dat
de tabel voor het betreffende begrotingsjaar vermeld staat; vanaf begrotingsjaar 2004 is dit bedrag gelijk aan het bedrag voor het begrotingsjaar 2003; Cx : gelijk is aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x; Cx-1 : gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het begrotingsjaar x-1; vanaf begrotingsjaar 2004 is deze gelijk aan de gezondheidsindex bij het begin van het jaar 2003. ». Art. 15.§ 1. Aan artikel 130, § 2, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten
de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd door artikel 96 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten betreffende het Onderwijs IX, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt dit bedrag voor de gezamelijke universiteiten vastgelegd op 438,4 miljoen frank (prijsniveau 1995). ». § 2. Aan artikel 130, § 6, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 1999 bedraagt het basisbedrag WAO 1995, uitgedrukt
miljoenen franken, voor de universiteit Gent 4.833,7. ». Art. 16.
artikel 157, § 2, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs worden de woorden « niet meer dan 15 bedragen » vervangen door « niet meer dan 16 bedragen ». Art. 17.
artikel 32, § 2, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Naast de
het vorig lid toegekende bijkomende werkingsmiddelen ontvangen de gesubsidieerde
ternaten 80 miljoen frank bijkomende werkingsmiddelen. Dit bedrag wordt jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2, zoals bedoeld
artikel 2 van het decreet betreffende het Onderwijs II. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal
terne leerlingen per
ternaat
het secundair onderwijs die
het voorafgaande schooljaar een studietoelage, zoals bedoeld
de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, bekwamen. ». Art. 18.Artikel 17 treedt
werking op 1 januari
vesteringsfonds Art. 19.
artikel 2 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het
vesteringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende
vesteringen die
de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op
itiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992,6 juli 1994 en 21 december 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « De referentiedotatie wordt vastgesteld op 5.055,1 miljoen frank »; 2°
het vierde lid worden de woorden « S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1993 » vervangen door de woorden « S : het gemiddelde van de uurlonen op 1 januari 1998 ».3°
het vierde lid worden de woorden « door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1993 « vervangen door de woorden « door het Ministerie van Economische Zaken voor de maand januari 1998 ». Art. 20.
artikel 3 van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het
vesteringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende
vesteringen die
de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest door of op
itiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 6 juli 1994 en 21 december 1994 wordt een § 2bis
gevoegd, die luidt als volgt : « § 2bis.
1999 wordt 73 miljoen frank voorbehouden voor gemeenten die de stemverrichtingen naar aanleiding van de verkiezingen van het Vlaams Parlement automatiseren door het gebruik van
formatica-apparatuur. ». Afdeling 2. - Sociaal Impulsfonds Art. 21.
artikel 3 van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen
zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, gewijzigd bij de decreten van 10 december 1996 en 19 december 1997 wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. Vanaf 1999 wordt de netto-opbrengst van de aan het begrotingsjaar voorgaande jaren aan de
hoofdstuk VIII, afdeling 2 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, bedoelde heffingen,
tresten en administratieve geldboeten ten voordele van het Vlaamse Gewest, verminderd met de vergoeding voor de administratiekosten, bedoeld
artikel 44 van hetzelfde decreet, en andere
ningskosten aangewend voor de hiernavolgende uitgaven : 1° het bedrag ter dekking van de uitgaven verbonden aan de uitvoering van de samenwerkingovereenkomst « bestendiging armoedebeleid en steunpunt armoede »;2° de kosten voor de bekendmaking van de werking van het Sociaal Impulsfonds en van de acties, die zijn gefinancierd met trekkingsrechten op het Sociaal Impulsfonds;3° de subsidiëring van projecten
zake
terlokale samenwerking;4° de organisatie van colloquia met betrekking tot lokale besturen,
gericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden;5° aanvulling van de werkingsuitgaven van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden
het kader van haar werking;6°
itiatieven
zake vorming van lokale mandatarissen en ambtenaren,
gericht met medewerking van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden. Het saldo wordt verdeeld onder de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de
ventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand, bedoeld
artikel 28 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, en daartoe toegevoegd aan de dotatie bedoeld
de decreten van 31 juli 1990 tot
stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaams Gewest en 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen
zake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds. ». Art. 22.§ 1.
artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden « een bedrag van 80 miljoen frank » vervangen door de woorden « een bedrag van 100 miljoen frank ». § 2. Artikel 5, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Jaarlijks wordt
programma 53.2 van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet
geschreven ten bedrage van 40 000 000 frank voor onderzoekingen en experimenten met een supracommunale waarde of draagwijdte evenals voor ondersteuning van verenigingen die actief zijn
en voor de vierde wereld, en een vastleggingskrediet van 20 000 000 frank voor vorming, begeleiding,
formatie en sensibilisering
het kader van dit decreet. ». Art. 23.
artikel 6, § 5, eerste lid, en artikel 6, § 6, derde lid, van het decreet van 14 mei 1996, tot vaststelling van de regelen
zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds wordt het jaartal '2000' vervangen door het jaartal '1999'.
artikel 6, § 5, derde lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden «
het jaar van de actualisatie » vervangen door de woorden «
het jaar na de actualisatie ». Art. 24.Aan artikel 3 van het decreet van 31 juli 1990 tot
stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij decreet van 14 mei 1996, wordt een lid toegevoegd : « Vanaf de verdeling voor het jaar 1999 wordt de berekende dotatie verhoogd met het saldo bedoeld
artikel 3, § 3, laatste lid van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen
zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds. ». Art. 25.
artikel 6 van het decreet van 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen
zake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, gewijzigd bij decreet van 6 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden «
drie delen » worden vervangen door de woorden «
vier delen »;2° er wordt een 4° toegevoegd dat luidt als volgt : « het saldo bedoeld
artikel 3, laatste lid van het decreet van 31 juli 1990 tot
stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest is bestemd voor de gemeenten die op hun verzoek belast zijn met het beheer van de
ventaris met betrekking tot de heffing op de leegstand en dit
verhouding tot de gekende opbrengst voor die gemeente.». Afdeling
de wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de
richting der gronden op de Linkeroever, niet aan het Vlaamse Gewest zou hebben overgemaakt, op datum van de betaling van het laatste kwartaalvoorschot van het Provinciefonds. De afstand van de meeropbrengst wordt beperkt tot 32 206 000 frank voor de provincie Antwerpen en tot 1 305 000 frank voor de provincie Oost-Vlaanderen. § 2. Het bedrag van 32 206 000 frank en 1 305 000 frank wordt met
gang van het begrotingsjaar 2000 jaarlijks aangepast, conform de jaarlijkse aanpassing van het Provinciefonds. HOOFDSTUK VI. - DAB Linker Scheldeoever (LSO) Art. 27.De uitvoering van de opdrachten van de
tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever zoals omschreven
de wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de
richting der gronden op de Linkeroever aldaar en de rechten, verplichtingen en goederen worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest. Art. 28.De personeelsleden van de
tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever worden overgedragen aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en geïntegreerd
het departement Leefmilieu en
frastructuur. Art. 29.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen
zake de overdracht van deze personeelsleden. § 2. Zij behouden ten minste hun hoedanigheid, graad, administratieve en geldelijke anciënniteit, evenals de toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen die zij hadden krachtens de reglementering van toepassing op de
tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever. Zij behouden deze toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen slechts
zoverre de voorwaarden voor de toekenning blijven bestaan
het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 30.§ 1. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer LSO = Linkerscheldeoever opgericht, als bedoeld
artikel 140 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende de coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit. § 2. LSO heeft tot doel het financieel en budgettair beheer van de
komsten en uitgaven met betrekking tot onderhoud en de uitbating van de Waasland- en de Sint-Annatunnel alsmede het productief en te gelde maken van de gronden van de vroegere
tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de uitvoering van al de werken die dit productief en te gelde maken zou kunnen omvatten. § 3. De Vlaamse regering beheert LSO. Zij stelt de nodige diensten, uitrusting,
stallaties en personeelsleden ter beschikking van LSO. Art. 31.De middelen van LSO zijn : - de ontvangsten, met
begrip van betalingen
gevolge schadevergoedingen en
gevolge schadevergoedingen en
gevolge vervreemding voortvloeiend uit het beheer van haar patrimonium; - de renten, de aflossingen, de terugbetalingen, de bijdragen en de opbrengsten van verkopen en van andere verrichtingen voortkomend of gerealiseerd met middelen van LSO; - de opbrengsten van de verkoop, verhuur en concessies van het patrimonium van LSO overeenkomstig haar doel; - de opbrengsten van verkoop, van de vergoeding van dossierkosten en van de vergunningen en verloven
toepassing van de wetten en reglementen
zake openbare werken; - de gebeurlijke dotaties, voorzien
het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap en de bijhorende administratieve begroting; - het aan het Vlaamse Gewest toegekende gedeelte van het kapitaal van de
tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever. Art. 32.De Vlaamse regering bepaalt de organieke regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de dienst met afzonderlijk beheer LSO. Art. 33.Onverminderd de regelen
zake delegatie en
zake administratieve en begrotingscontrole staat de dienst met afzonderlijk beheer LSO zelfstandig
voor alle verrichtingen, zowel
zake voorbereiding als
zake de uitvoering, met betrekking tot het financieel en budgettair beheer van de
komsten en uitgaven toegewezen aan LSO, zonder enige afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de overige diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en
frastructuur,
houdelijk verantwoordelijk voor het betrokken project. Art. 34.De wet van 8 mei 1929 met betrekking tot het aanleggen van een tunnel onder de Schelde te Antwerpen en de
richting der gronden op den Linkeroever aldaar wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Terugvordering van overheidssteun Art. 35.§ 1.
het geval van het niet naleven van de
formatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag, kan de steun die is toegekend op basis van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 oktober 1991 tot regeling van de bevordering van het
dustrieel wetenschappelijk- technologisch onderzoek
Vlaanderen, teruggevorderd worden
dien deze tekortkoming zich heeft voorgedaan binnen een periode van 5 jaar die
gaat op de datum van beslissing tot toekenning van steun. De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten van deze terugvordering. § 2. Onder
formatie- en raadplegingsprocedures wordt verstaan : de procedures bedoeld
de artikelen 3, 7 en 11 van CAO nummer 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de
de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 september 1972, artikel 6 van CAO nummer 24 van 2 oktober 1975 betreffende de procedure van
lichting en raadpleging van werknemersvertegenwoordiging met betrekking tot het collectief ontslag, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 januari 1976, de artikelen 6 tot 8 van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag, de artikelen 4 en 37 van CAO nummer 62 van 6 februari 1996 betrefffende de
stelling van een Europese Ondernemingsraad of van een procedure
ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter
formatie en raadpleging van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 maart 1996 en artikel 66 van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling. HOOFDSTUK VIII. - VLAMIVORM Art. 36.Het opschrift van het decreet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1997 pub. 31/01/1998 numac 1998035067 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende een vermindering van de onroerende voorheffing ter stimulering van tewerkstellingsbevorderende
vesteringen sluiten houdende een vermindering van de onroerende voorheffing van tewerkstellingsbevorderende
vesteringen wordt aangevuld met de woorden : «
vorming ». Art. 37.
artikel 1 van hetzelfde decreet wordt het woord « gewestaangelegenheid » vervangen door de woorden : « gewest- en gemeenschapsaangelegenheid ». Art. 38.§ 1.
artikel 2, § 1, van hetzelfde decreet wordt het jaar « 1998 » vervangen door het jaar « 1999 »; § 2.
artikel 2, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « en het wegtransport » worden vervangen door « , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de
formatica en aanverwante sectoren »;2° de datum « 30 juni 1998 » wordt vervangen door de datum « 31 mei 1999 »;3° tussen de woorden «
vesteringstegemoetkoming » en « verleend » worden de woorden «
vorming »
gevoegd. Art. 39.
artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « het kalenderjaar 1996 » worden vervangen door de woorden « het kalenderjaar 1997 » en de woorden « het kalenderjaar 1997 » wordt telkens vervangen door de woorden « het kalenderjaar 1998 »;2° § 1,1°, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « 1°
de mate dat de belastingplichtige vormingsintenties aangeeft ten gunste van werkenden
de onderneming;2° op voorwaarde dat de onder 1° vermelde vormingsintenties een bijkomende vormingsinspanning
houden bovenop het vormingsniveau van de onderneming
1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige
1998 een door de Vlaamse regering vast te stellen percentage van de loonmassa overschrijdt;»; 3°
wordt « 2° » vervangen door « 3° »;4°
wordt het getal « 20 000 » vervangen door « 25 000 »;5°
wordt het woord « arbeidsplaats » telkens vervangen door « personeelseenheid »;6°
wordt het bedrag « 100 000 ECU » vervangen door het bedrag « 2 500 000 euro »;7°
worden de woorden vanaf « dat zij geen » tot en met « van toepassing zou zijn » vervangen door de woorden : « dat zij conform de EU-kaderregeling
zake opleidingssteun over een periode van drie jaar geen opleidingssteun zal aanvragen of genieten, die meer bedraagt dan 2 500 000 euro »;8°
worden de woorden : « en het wegtransport » vervangen door de woorden : « , het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de
formatica en aanverwante sectoren »;9°
worden de woorden «
zake toename of behoud van de tewerkstelling en
vesteringen, zoals omschreven
artikel 3, § 1, voldoet » vervangen door de woorden « zoals bepaald
Art. 40.
hetzelfde decreet wordt een artikel 3bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 3bis.De
vesteringstegemoetkoming moet binnen een termijn van maximaal één jaar vanaf de datum van de definitieve toekenning ervan aan de onderneming besteed worden aan vorming voor werkenden
de onderneming zoals werd aangegeven
de vormingsintenties. Het vormingsniveau moet gedurende die termijn met minimaal de
vesteringstegemoetkoming verhoogd worden ten opzichte van het vormingsniveau van 1998, tenzij het vormingsniveau van de belastingplichtige, zowel
1998 als tijdens de
dit artikel vermelde termijn, voldoet aan het percentage, bedoeld
artikel 3, § 1. ». Art. 41.
artikel 4 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « wegtransport » wordt vervangen door de woorden : « het transport op de weg en te water, de arbeidsbemiddeling, de reiniging van gebouwen, de
formatica, aanverwante sectoren »;2° na het woord « personeelseenheid » worden de volgende woorden
gevoegd : « ,vorming, vormingsniveau, bijkomende vormingsinspanning en vormingsintenties »;3° na de woorden « aanvraag en controle » worden de volgende woorden toegevoegd : « en
zake de terugvor dering
het geval niet aan de vormingsvoorwaarde zoals bepaald
artikel 3bis of niet aan de
formatie- of raadplegingsprocedure bij collectief ontslag werd voldaan.». HOOFDSTUK IX. - Ruimtelijke ordening Art. 42.Aan artikel 35, tweede lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, worden de volgende zinnen toegevoegd : « Als waarde van het goed op het ogenblik van verwerving wordt
aanmerking genomen, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, bij ontstentenis van zulke heffing, de verkoopwaarde van het goed
volle eigendom op de dag van de verwerving. Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding wordt
aanmerking genomen : 1°
geval van overdracht van het goed, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of,
dien zulke heffing ontbreekt, de verkoopwaarde van het goed
volle eigendom op de dag van de overdracht met als minimum de overeengekomen waarde;2°
geval van weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning of
geval van een negatief stedenbouwkundig attest, de verkoopwaarde op dat ogenblik.». Art. 43.
artikel 35 van hetzelfde decreet wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid
gevoegd : « De waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving wordt geactualiseerd door ze te vermenigvuldigen met het
dexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan die waarin de schadevergoeding is vastgesteld en het zo bekomen getal te delen door het gemiddelde
dexcijfer van de consumtieprijzen van het jaar van verwerving door de vergoedingsgerechtigde,
voorkomend geval, omgerekend op dezelfde basis als eerstgenoemd
dexcijfer. De aldus bekomen waarde wordt verhoogd met de kosten van verwerving en met de uitgaven die door de vergoedingsgerechtigde zijn gedragen met het oog op de realisatie van de bestemming van het goed op de dag voorafgaand aan de
werkingtreding van het plan als bedoeld
het eerste lid van dit artikel. ». Art. 44.
artikel 36 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 worden
het tweede lid de woorden « artikel 35, derde lid » vervangen door de woorden « artikel 35, vierde lid ». Art. 45.Artikel 35, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 46.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de reeds aanhangig gemaakte vorderingen tot schadevergoeding, waarover nog geen
kracht van gewijsde gegane uitspraak bestaat. HOOFDSTUK X. - Lease
-Lease out Art. 47.
artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 wordt § 2 opgeheven. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om het Boudewijngebouw aan te kopen onder de voorwaarden bepaald
artikel 12 van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998. HOOFDSTUK XI. - Successierechten Art. 48.Voor wat het Vlaamse Gewest betreft worden
artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, zoals
gevoegd bij artikel 21 van het decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en gewijzigd bij de artikelen 26 en 27 van het decreet van 8 juli 1997, de volgende wijzigingen aangebracht. 1°
worden de woorden «
de vijf jaar voorafgaand aan het overlijden » vervangen door de woorden «
de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ».2° de tweede alinea van § 1 wordt vervangen als volgt : « Voor de berekening van de 50 procent wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen : - die
het bezit zijn of waren van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van de zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad; - die
het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene. Fusie, splitsing,
breng van aandelen, of andere verrichtingen
de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet niet dat het 3 %-tarief wordt toegepast, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet. Voor aandelen
vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50 % eigendoms-voorwaarde niet. ». 3°
wordt de vijfde alinea toegevoegd aan de vierde alinea.4° aan § 5 wordt een alinea toegevoegd, luidend als volgt : «
afwijking van het vorig lid blijft de tariefvermindering voorlopig volledig behouden, tijdens genoemde periode van vijf jaar,
dien het voortschrijdende gemiddelde aantal
het Vlaamse Gewest tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt
voltijdse eenheden, berekend op het einde van elk van de eerste vijf jaar na het overlijden, tenminste gelijk is aan 50 procent van het aantal personeelsleden, uitgedrukt
voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden.
dien en
de mate dat de tewerkstelling uitgedrukt
voltijdse eenheden na verloop van de termijn van vijf jaar lager is dan het aantal personeelsleden, uitgedrukt
voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden, is de belasting tegen het normale tarief verschuldigd. ». 5° § 11, tweede en derde alinea, wordt als volgt gewijzigd : «
dien bijkomende rechten verschuldigd worden, tengevolge van het niet langer vervullen van de voorwaarden vermeld
dit artikel, dienen de erfgenamen, legatarissen of begiftigden dit te melden bij wijze van aanvullende aangifte, binnen de vijf maanden nadat de verschuldigdheid definitief is komen vast te staan. Zij die de vermindering als bedoeld
dit artikel genoten hebben moeten, na verloop van een termijn van vijf jaar na het overlijden, aantonen dat de voorwaarden gesteld voor het behoud van het voordeel, vervuld zijn. ». HOOFDSTUK XII. - Cultuur
vesteringsfonds Art. 49.Bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt een fonds culturele
frastructuur opgericht, hierna het Fonds te noemen. Dit Fonds heeft rechtspersoonlijkheid en wordt gerangschikt onder de
stellingen van categorie A vermeld
artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle van sommige
stellingen van openbaar nut, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996 en bij decreet van 16 december 1997. De bepalingen van deze wet zijn op dit Fonds van toepassing voorzover er
dit decreet niet wordt van afgeweken. Art. 50.De middelen van het Fonds zijn :
breng van derden als cultuursponsoring voor de realisatie van culturele
frastructuur;d) de terugvorderingen van de ten onrechte gedane betalingen. Art. 51.Het Fonds heeft tot taak : 1°
vesteringssubsidies te verstrekken voor het bouwen, uitbreiden, verbouwen of aankopen van culturele
frastructuur met supra-lokaal belang;2° het eigenaarsonderhoud, de bouw-, verbouwingswerkzaamheden, de kosten voor het verwerven van terreinen en de kosten voor uitrusting en apparatuur van de eigen culturele
frastructuur van de Vlaamse Gemeenschap ten laste te nemen. Art. 52.Het Fonds neemt op datum van zijn
werkingtreding de op 31 december 1998 uitstaande verbintenissen over aangegaan lastens programma 45.5 basisallocaties 45.01, 52.51, 52.53, 52.54 en 71.01. van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 53.De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Fonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld. Art. 54.De Vlaamse regering stelt het personeel en materieel ter beschikking van het Fonds. HOOFDSTUK XIII. - Emancipatiezaken Art. 55.De dienst van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor emancipatiezaken wordt ertoe gemachtigd, binnen de perken van de aan deze toegewezen kredieten, de uitgaven ten laste te nemen met het oog op de uitvoering van het emancipatiebeleid van de Vlaamse regering en dit zowel wat betreft de diensten van de Vlaamse Gemeenschap als wat betreft het opzetten en doorvoeren van pilootprojecten
de
stellingen van openbaar nut afhangend of het onder toezicht staand van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en dit ongeacht de aard van de ten laste te nemen uitgaven. HOOFDSTUK XIV. - Schade aan het wegdek door gewichtsoverschrijding Afdeling 1. - Algemene bepaling Art. 56.Het is verboden het wegdek te beschadigen door een overschrijding van de maximale toegelaten massa's en massa's onder de assen zoals bepaald
de artikelen 32 en 32bis van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Afdeling 2. - Strafrechtelijke boete en solidariteitsbijdrage Art. 57.
breuken op artikel 56 worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot één jaar en met een progressieve geldboete of met één van die straffen alleen. De geldboete bedraagt : - 100 frank tot 10 000 frank bij overbelasting met minder dan 5 %; - 300 frank tot 30 000 frank bij overbelasting met 5 tot en met 10 %; - 500 frank tot 50 000 frank bij overbelasting met 11 tot en met 20 %; - 750 frank tot 75 000 frank bij overbelasting met meer dan 20 %. Art. 58.§ 1. Bij een veroordeling voor een op gewestwegen gepleegde
breuk op artikel 56 spreekt de rechter bovendien de verplichting uit om een forfaitair bedrag te betalen bij wijze van bijdrage tot financiering van het Vlaams
frastructuurfonds,
gesteld bij de artikelen 57 en 58 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992. Dit bedrag wordt vastgesteld op : - 50 frank bij overbelasting met minder dan 5 %; - 150 frank bij overbelasting met 5 tot en met 10 %; - 250 frank bij overbelasting met 11 tot en met 20 %; - 375 frank bij overbelasting met meer dan 20 %. Deze bedragen zijn onderworpen aan de verhoging bedoeld
de bepalingen betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetes. De
vordering van de bijdrage bedoeld
het eerste lid geschiedt door toedoen van de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, volgens de regels van toepassing op de
vordering van de strafrechtelijke geldboetes. De
gevorderde sommen worden driemaandelijks door deze administratie overgemaakt aan het Vlaams
frastructuurfonds. §
artikel 56 kunnen de, door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels. § 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimum geldboete zoals bepaald
artikel 57, verhoogd met de opdeciemen. § 3. De ambtenaar aangeduid
uitvoering van artikel 61 brengt de ambtenaar die aangewezen is om administratieve geldboetes op te leggen, op de hoogte van de door hem vastgestelde misdrijven en de
voorkomend geval onmiddellijke
ningen bedoeld
. De aangewezen ambtenaar deelt de beslissing tot onmiddellijke
ning of, bij gebreke hiervan, zijn voornemen om een administratieve geldboete op te leggen binnen dertig dagen na ontvangst van het proces-verbaal mee aan de procureur des Konings. De procureur des Konings deelt zijn voornemen om strafvervolging
te stellen binnen negentig dagen na ontvangst van deze kennisgeving mee aan de aangewezen ambtenaar.
dien nodig kan deze termijn éénmaal met dertig dagen verlengd worden. Wanneer de procureur des Konings meedeelt te vervolgen, vervalt de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete. § 4. De andere bevoegde personen dan deze bepaald
van dit artikel brengen de procureur des Konings op de hoogte van de door hen vastgestelde misdrijven en
voorkomend geval van de onmiddellijke
ningen bedoeld
. De procureur deelt zijn standpunt binnen negentig dagen na ontvangst van de kennisgeving van het misdrijf mee aan de aangewezen ambtenaar.
dien nodig kan deze termijn éénmaal met dertig dagen worden verlengd.
dien de procureur beslist om geen strafvervolging
te stellen en er geen onmiddellijke
ning is geweest, kan de aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen. Deze beslissing wordt binnen dertig dagen aan de procureur des Konings meegedeeld. Wanneer de ambtenaar beslist geen administratieve geldboete op te leggen, of zijn voornemen niet tijdig meedeelt, vervalt,de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. § 5. Wanneer het misdrijf bedoeld
artikel 56 begaan is door een aangestelde of een lasthebber is de administratieve geldboete alleen door de werkgever verschuldigd. § 6. De
en 4 bedoelde bevoegde personen kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk
nen. Deze sommen worden
consignatie gegeven.
dien na een strafrechtelijke uitspraak ten gronde, of na het
stellen van een beroep overeenkomstig artikel 60, § 3, waarbij de administratieve geldboete komt te vervallen, wordt de
consignatie gegeven som terugbetaald aan de overtreder. De nadere regels
zake onmiddellijke
ning en de consignatie van de geldsom worden vastgesteld door de Vlaamse regering. Art. 60.§ 1.
dien de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd en het opleggen van deze geldboete, overeenkomstig het bepaalde
het vorige artikel mogelijk is, geeft de aangewezen ambtenaar de overtreder of de werkgever hiervan kennis bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. § 2. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete. Zij vermeldt tevens dag, plaats en uur waarop een hoorzitting wordt gehouden waar de overtreder of de werkgever zal worden gehoord. De hoorzitting mag ten vroegste vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief plaatshebben. De kennisgeving vermeldt tenslotte de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden
gezien. Het dossier ligt ter
zage ten minste tien dagen voor de hoorzitting. De overtreder of de werkgever kan op de hoorzitting een nota
dienen. Hij mag zich laten bijstaan door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt. Na de hoorzitting neemt de aangewezen ambtenaar de zaak onmiddellijk
beraad. De beslissing wordt met redenen omkleed. De aangewezen ambtenaar deelt zijn beslissing mee aan de overtreder of de werkgever binnen dertig dagen na de hoorzitting, bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.
dien de overtreder of de werkgever op de hoorzitting niet aanwezig is of zich niet heeft laten vertegenwoordigen door een raadsman, kan de aangewezen ambtenaar de administratieve geldboete opleggen. § 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van de beslissing van de aangewezen ambtenaar, kan de overtreder of de werkgever bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs
beroep gaan bij de Vlaamse regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing. Binnen dertig dagen na het
stellen van het beroep, deelt de Vlaamse regering aan de overtreder of de werkgever plaats, dag en uur mee waarop een hoorzitting zal plaatsvinden waarop de overtreder of de werkgever zal worden gehoord. Heeft de Vlaamse regering geen beslissing genomen binnen drie maanden nadat het beroep werd
gesteld, dan vervalt de administratieve geldboete. De procedure zoals voorzien
, is van overeenkomstige toepassing op de hoorzitting
het kader van het beroep. De Vlaamse regering kan een vergoeding voor dossierkosten
stellen voor de beroepsprocedure. Deze vergoeding zal steeds aan de overtreder worden terugbetaald
dien de administratieve boete komt te vervallen na het
stellen van het beroep. § 4. Na betekening van de administratieve beslissing, moet de administratieve geldboete binnen dertig dagen betaald worden. Deze betekening doet de strafvervolging vervallen. De aangewezen ambtenaar die de geldboete heeft opgelegd, kan uitstel van betaling verlenen voor een door hem bepaalde termijn.
dien de overtreder of de werkgever
gebreke blijft de administratieve geldboete te betalen wordt deze geldboete bij dwangbevel
gevorderd. De Vlaamse regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Deze dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. Afdeling
het kader van de uitoefening van hun opdracht kunnen de ambtenaren bedoeld
artikel 61 : 1° bevelen geven aan de bestuurders;2°
lichtingen
winnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het
zage nemen van documenten en andere
formatiedragers;3° het vastgestelde overtollige gewicht doen afladen of herverdelen;4° de bijstand van de rijkswacht en van de gemeentepolitie vorderen. § 2. De ambtenaren bedoeld
artikel 61 zijn bovendien bevoegd om
breuken op artikel 56 vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Binnen veertien dagen na de vaststelling van de
breuk wordt een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder toegestuurd. HOOFDSTUK XV. - Toerisme Art. 63.§ 1.
het kader van het bijzonder programma ter promotie van het toerisme aan de Vlaamse kust (Actieplan Kust 2002), wordt de Vlaamse regering ertoe gemachtigd om ten laste van de begrotingen 1997, 1998 en 1999 volgende subsidies toe te kennen en
dezelfde of volgende begrotingsjaren uit te betalen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2.
dien één van de bovengemelde projecten niet wordt uitgevoerd kan de Vlaamse regering de aan dit project
toegewezen subsudie herverdelen over de andere rechthebbenden zonder dat echter per rechthebbende het maximaal totaal bedrag van de subsidie meer dan 50 % van de geraamde kostprijs mag bedragen. § 3. De Vlaamse regering stelt de verdere voorwaarden
zake toekenning en uitbetaling van de subsidie vast
afwijking van het koninklijk besluit van 17 februari 1967 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de subsidies door de staat verleend voor de ontwikkeling van de toeristische
frastructuur en de decreten van 29 mei 1984 houdende de oprichting van een Vlaams Commissariaat-Generaal voor Toerisme en van 7 juli 1998 betreffende de openbare
stelling Toerisme Vlaanderen en de Vlaamse Raad voor het Toerisme. § 4. Dit artikel heeft uitwerking met
gang vanaf 1 januari 1997. HOOFDSTUK XVI. -
werkingtreding Art. 64.Dit decreet treedt
werking op 1 januari 1999, behoudens andersluidende bepalingen
dit decreet. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 19 december 1998. De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, S. STEVAERT De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, Th. KELCHTERMANS De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, L. PEETERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, E. BALDEWIJNS De Vlaamse van Cultuur, Gezin en Welzijn, L. MARTENS De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, E. VAN ROMPUY De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid, Mevr. B. GROUWELS _______ Nota
diening van het verslag : 1214, nrs. 21 tot 23. Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 15, 16 en 17 december 1998.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.