specteur van Financiën, gegeven op 6 juni 1997; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 9 juni 1998; Gelet op het protocol nr. 298 van 15 juni 1998 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten; Gelet op het besluit van de Ministerraad van 27 november 1998, over het verzoek van de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 februari 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit is toepasselijk op de betrekkingen die behoren tot
artikel 1, § 1, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken bedoelde overheidsdiensten. Dit besluit is toepasselijk op de openbare instellingen van sociale zekerheid die bedoeld zijn bij het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997000178 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de identiteitsstukken en -bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997011154 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende bekrachtiging van Belgische normen uitgewerkt door het Belgisch Instituut voor Normalisatie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/06/1997 numac 1997016105 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de werkingskosten van de Psychologencommissie, opgericht bij artikel 3, § 1, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 04/07/1997 numac 1997000198 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van vijf koninklijke besluiten betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 06/06/1997 numac 1997012139 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997021144 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitter van de beheerraad van het Nationaal Orkest van België type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997021143 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende wijziging van de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Art. 2.Dit besluit is niet toepasselijk : 1° op de betrekkingen welke in de wetenschappelijke inrichtingen van de Staat overeenkomen met een leidende functie van trap II en met een leidende functie van trap I;2° op
de artikelen 10 tot 12 bedoelde betrekkingen die met een betrekking van rang 13 overeenkomen in de hiërarchie van de graden die de rijksambtenaren kunnen hebben;3° op de betrekkingen die, in
artikel 1 bedoelde overheidsdiensten, aan een bijzondere regeling van tijdelijke aanwijzing onderworpen zijn. Dit besluit is niet toepasselijk op de ambtenaren van de buitenlandse loopbanen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. HOOFDSTUK II. - Mandaat in de overheidsdiensten bedoeld in artikel 1 Afdeling
het eerste lid bedoelde ambtenaar die bij mandaat is aangewezen volgens een bijzondere benoemingswijze of ingevolge een eerste benoeming op grond van bepalingen die afwijken van de bepalingen die in de personeelsstatuten zijn opgenomen, is van de toepassing van het tweede lid uitgesloten zolang hij geen negen jaar dienst telt vanaf de datum van zijn aanwijzing. Art. 6.De ambtenaar die bij mandaat wordt aangewezen voor een graad die evenwaardig is aan de zijne, ontvangt op geen enkel ogenblik een wedde die lager ligt dan die welke hij zou genoten hebben in de graad waarvan hij titularis is. Art. 7.§
het tweede lid bedoelde termijn bedraagt twintig werkdagen. Hij vangt aan op de eerste werkdag welke volgt op die van de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Deze paragraaf is niet van toepassing bij het hernieuwen van een mandaat. §
gediende kandidaturen. Het tweede lid is niet van toepassing bij het hernieuwen van een mandaat. Art. 9.§ 1. Voor elke aanwijzing bij mandaat voor een betrekking van rang 16, doet de minister een oproep tot de kandidaten door middel van een bericht dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het bericht vermeldt ten minste de vacante betrekking, de overheid waarbij en de termijn waarin de kandidatuur ingediend moet worden, alsook de algemene voorwaarden vereist om een graad van rang 16 te bekleden. Het bericht bevat bovendien een functiebeschrijving die aan het te begeven ambt verbonden is en nodigt de kandidaten uit om hun bekwaamheden inzake beheer van de overheidsdiensten te laten gelden.
het eerste lid bedoelde termijn bedraagt twintig werkdagen. Hij vangt aan op de eerste werkdag welke volgt op die van de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. §
gediende kandidaturen. Deze laatste wint vooraf over de genoemde kandidaturen het advies in van de directieraad van de overheidsdienst waar de betrekking te begeven is. Het tweede lid is niet van toepassing bij het hernieuwen van een mandaat. Afdeling 3. - De aanwijzing bij mandaat voor betrekkingen waarvoor een bijzondere benoemingswijze bepaald is Art. 10.Voor elke aanwijzing bij mandaat tot een betrekking van leidende ambtenaar en adjunct-leidende ambtenaar waarvoor er een bijzondere wijze van benoeming is vastgesteld doet de minister een oproep tot de kandidaten door middel van een bericht dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Onder leidende ambtenaar dient te worden verstaan de ambtenaar die de betrokken overheidsdienst leidt. Onder adjunct-leidende ambtenaar dient te worden verstaan de ambtenaar die de leidende ambtenaar bijstaat. Het bericht vermeldt ten minste de vacante betrekking, de overheid waarbij en de termijn waarbinnen de kandidatuur moet worden ingediend, alsook de algemene voorwaarden vereist om de graad die met de vacante betrekking overeenkomt te bekleden. Het bericht bevat bovendien een functiebeschrijving die aan het te begeven ambt verbonden is en nodigt de kandidaten uit om hun bekwaamheden inzake beheer van de overheidsdiensten te laten gelden.
het derde lid bedoelde termijn bedraagt twintig werkdagen. Hij vangt aan op de eerste werkdag welke volgt op die van de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Art. 11.De aanwijzing bij mandaat voor een betrekking van leidend ambtenaar alsook de hernieuwing van een mandaat worden door Ons verricht bij in Ministerraad overlegd besluit. De aanwijzing gebeurt na advies van de Hoge Raad van ambtenarenzaken over
gediende kandidaturen en advies van het beheersorgaan voor zover de betrokken overheidsdienst van een dergelijk orgaan voorzien is en dit orgaan bevoegd is inzake personeel. Het tweede lid is niet van toepassing bij het hernieuwen van een mandaat. Art. 12.De aanwijzing bij mandaat voor een betrekking van adjunct-leidend ambtenaar alsook de hernieuwing van een mandaat worden door Ons verricht. De aanwijzing gebeurt na advies van de Hoge Raad van ambtenarenzaken over
gediende kandidaturen en advies van het beheersorgaan voor zover de betrokken overheidsdienst van een dergelijk orgaan voorzien is en dit orgaan bevoegd is inzake personeel. Het tweede lid is niet van toepassing bij het hernieuwen van een mandaat. HOOFDSTUK III. - De evaluatie van de voor een mandaat aangewezen ambtenaren Art. 13.De evaluatie van de ambtenaren die voor een mandaat worden aangewezen omvat een tussentijdse evaluatie die aan de ambtenaar betekend wordt op het einde van de eerste twee jaren van het mandaat en een eindevaluatie die hem betekend wordt op het einde van het mandaat. Art. 14.Met het oog op zijn evaluatie, stelt de ambtenaar een activiteitenverslag op dat o.m. opgemaakt is volgens de doelstellingen die opgenomen zijn in de opdrachtbrief en dat hij mededeelt aan de minister onder wie hij ressorteert; het verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van het advies van de secretaris-generaal. In de overheidsdiensten die een beheersorgaan hebben, gaat het activiteitenverslag vergezeld van het advies van dit orgaan. Art. 15.Nadat hij vooraf de ambtenaar en het beheersorgaan, in de overheidsdiensten die zulk een orgaan hebben, gehoord heeft, keurt de minister het verslag goed of verwerpt hij het; te dien einde maakt hij, binnen de maand na de mededeling van het verslag, op een met redenen omklede antwoordnota, op die rekening houdt met de bereikte doelstellingen volgens de beschikbare middelen. De ambtenaar kan zijn opmerkingen schriftelijk laten gelden. Wanneer
het eerste lid bedoelde termijn voorbij is, wordt de antwoordnota geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar. Art. 16.De evaluatie van de ambtenaren die bij mandaat aangewezen zijn wordt door de betrokken minister betekend op grond van het in artikel 14 bedoelde activiteitenverslag en op grond van de evaluatiecriteria die zijn opgenomen in bijlage I bij dit besluit. De tussentijdse evaluatie wordt uitgedrukt in een positieve of gereserveerde beoordeling in
artikel 15 bedoelde antwoordnota. De eindevaluatie wordt uitgedrukt in een positieve of negatieve vermelding. Art. 17.Als de bij mandaat aangewezen ambtenaar zich niet akkoord kan verklaren met de hem betekende eindevaluatie kan hij, binnen tien dagen na de betekening, met een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de hoge raad van ambtenarenzaken. De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen gelden; voor zijn verdediging kan hij door een persoon naar eigen keuze bijgestaan worden. Het beroep is opschortend. De hoge raad voor ambtenarenzaken deelt aan de minister zijn met redenen omkleed advies mede uiterlijk binnen de maand volgend op
diening van het beroep. Dit advies vermeldt de uitslag van de stemming. De stemming is geheim. In geval van staking van stemmen wordt het advies geacht gunstig voor de verzoeker te zijn. De met redenen omklede beslissing van de minister wordt aan de ambtenaar en aan de hoge raad van ambtenarenzaken medegedeeld binnen de vijftien dagen vanaf de betekening aan de minister van het door laatstgenoemde uitgebrachte advies. Van zodra deze termijn voorbij is geldt het advies als beslissing. Art. 18.Wanneer de ambtenaar na zijn eindevaluatie de positieve vermelding krijgt wordt het mandaat waarvoor hij is aangewezen hernieuwd. Art. 19.§ 1. Wanneer de ambtenaar na zijn eindevaluatie de negatieve vermelding krijgt komt er voor de betrekking waarvoor hij is aangewezen een nieuwe oproep tot de kandidaten. Nochtans kan deze oproep, in geval van beroep ingediend bij de hoge raad van ambtenarenzaken, er niet komen voor de beslissing die genomen wordt als besluit van de beroepsprocedure. § 2.
bedoelde ambtenaar wordt ter beschikking van de Dienst Mobiliteit van het Ministerie van Ambtenarenzaken gesteld en wedertewerkgesteld in een betrekking van rang 15. Deze wedertewerkstelling gebeurt in overleg met de minister onder wie de overheidsdienst ressorteert waar de betrekking vacant is. De ambtenaar is onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut dat verbonden is aan de graad van rang 15.
bedoelde ambtenaar die bij mandaat is aangewezen volgens een bijzondere benoemingswijze of ingevolge een eerste benoeming op grond van bepalingen die afwijken van de bepalingen die in de personeelsstatuten zijn opgenomen, is van de toepassing van deze paragraaf uitgesloten zolang hij geen negen jaar dienst telt vanaf de datum van zijn aanwijzing. HOOFDSTUK IV. - Directiebrevet Art. 20.Het directiebrevet wordt toegekend aan de ambtenaren die met vrucht aan de vereiste opleiding hebben deelgenomen. Deze opleiding wordt georganiseerd door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid van het Ministerie van Ambtenarenzaken.
het eerste lid vermelde opleiding mag niet meer dan 120 uren bedragen. Art. 21.
artikel 20 bedoelde opleiding bestaat uit drie modules waarvan het programma door Ons vastgesteld wordt, op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de ambtenarenzaken behoren. Elke module geeft aanleiding tot een test waarvoor het slagen een voorwaarde is voor het voorzetten van
artikel 20 bedoelde opleiding. Art. 22.Aan
artikel 20 bedoelde opleidingsperiode kunnen deelnemen : 1° de rijksambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 13 of rang 15;2° de vastbenoemde ambtenaren van
stellingen van openbaar nut die onder de toepassing vallen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut en die titularis zijn van een graad van rang 13 of van rang 15;3° de ambtenaren bedoeld in artikel 8, § 2, en artikel 9, § 2. Art. 23.Voor de deelname aan
artikel 20 bedoelde opleiding genieten de ambtenaren een dienstvrijstelling. HOOFDSTUK V. - Wijzigende bepalingen Art. 24.Artikel 40 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 1969, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 40.Het Vast Wervingssecretariaat wordt bestuurd door een vaste secretaris die wordt bijgestaan door één of twee adjunct-secretarissen ». Art. 25.Worden opgeheven in hetzelfde besluit : 1° artikel 41, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 september 1969 en 1 augustus 1975;2° artikel 42bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart
het eerste lid bedoelde criteria worden, voor de ambtenaren die titularis zijn van rang 15 of die een betrekking bekleden die met rang 15 overeenkomt, en die belast zijn met een beheersambt, aangevuld met twee specifieke evaluatiecriteria, opgenomen in bijlage V ». Art. 35.In hoofdstuk II van Titel I van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de artikelen 14 tot 17 zullen een afdeling 1 uitmaken met het volgende opschrift : « Afdeling 1.- Evaluatie van de ambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 10 of
Tijdens dit onderhoud kan de te evalueren ambtenaar zijn opmerkingen laten horen.
bedoelde ambtenaren kunnen elke tot het bestuur behorende persoon horen, wanneer dat verband houdt met het proces ter evaluatie van de betrokken ambtenaar. Deze wordt van deze hoorzitting op de hoogte gesteld. § 3.
bedoelde ambtenaren betekenen de evaluatie tegen uiterlijk 15 december van het evaluatiejaar. Het definitief vastgelegde evaluatierooster wordt in het individueel evaluatiedossier opgenomen en bij het evaluatiebulletin gevoegd. Art. 17quater.Als op het ogenblik dat de evaluatie wordt verricht een van
artikel 17ter, § 1, bedoelde leden afwezig is of een negatieve vermelding heeft verkregen, wordt hij vervangen door een andere ambtenaar van een hogere rang dan die van de ambtenaar die moet geëvalueerd worden, aangewezen door de minister. » Art. 36.Hoofdstuk I van Titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 20bis tot 20septies bevat en dat werd ingevoegd door het koninklijk besluit van 19 september 1990 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 oktober 1992 en van 2 juni 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling : « HOOFDSTUK I. - Benoeming tot een graad van rang 15 Art. 20bis.Tot een graad van rang 15 kunnen worden benoemd : 1° de rijksambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 15;2° de ambtenaren van het ministerie waar de betrekking te begeven is die titularis van een graad van rang 13 zijn en die ten minste een jaar graadanciënniteit hebben en twaalf jaar anciënniteit in niveau 1. Art. 20ter.§ 1. In afwijking van artikel 72, §§ 2 en 3, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel doet de minister een oproep tot de kandidaten door middel van een bericht dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het bericht vermeldt ten minste de vacante betrekking, de overheid bij wie en de termijn waarbinnen de kandidatuur moet ingediend worden, alsook de algemene voorwaarden die vereist zijn om benoemd te worden tot een graad van rang 15, alsook een beschrijving van taken die betrekking hebben op het te begeven ambt.
het eerste lid bedoelde termijn bedraagt tien werkdagen. Hij vangt aan op de eerste werkdag welke volgt op die van de bekendmaking van het bericht in het Belgisch Staatsblad. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. § 2. De kandidaten die hun kandidatuur regelmatig ingediend hebben worden gehoord door de directieraad van het ministerie waar de betrekking te begeven is. De directieraad stelt een voorstel op dat ten minste één kandidaat en ten hoogste vijf kandidaten per vacante betrekking omvat. Het voorstel wordt aan de belanghebbenden betekend. De ambtenaar die zich benadeeld acht kan, binnen tien dagen na de betekening, een bezwaar bij de directieraad indienen en vragen gehoord te worden. Art. 20quater.Voor de benoeming tot een graad van rang 15 wordt de voorrang gegeven aan degene van de kandidaten die eenparig door de directieraad is voorgesteld. Indien de minister meent niet te kunnen instemmen met het eenparig voorstel van de directieraad en indien hij een andere van de vijf kandidaten voordraagt, wordt zijn voorstel met bijzondere redenen omkleed. De benoeming tot een graad van rang 15 wordt door Ons toegekend. Art. 20quinquies.De rijksambtenaren die tot een graad van rang 15 benoemd werden volgens een bijzondere benoemingswijze of ingevolge een eerste benoeming op grond van de bepalingen die afwijken van
de personeelsstatuten voorgeschreven bepalingen worden, gedurende de eerste negen jaren die volgen op hun benoeming, uitgesloten van de toepassing van artikel 20bis, § 1, 1°, en van de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot organisatie van de benoeming, de loopbaan en de evaluatie van de ambtenaren die belast worden met het beheer van sommige overheidsdiensten. » Art. 37.Artikel 20bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door dit besluit, wordt, met ingang van 1 januari 2002, door de volgende bepaling vervangen : « Art. 20bis.Tot een graad van rang 15 kunnen worden benoemd : 1° de rijksambtenaren die titularis zijn van een graad van rang 15 en die houder zijn van het directiebrevet bedoeld in hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot organisatie van de benoeming, de loopbaan en de evaluatie van de ambtenaren die belast worden met het beheer van sommige overheidsdiensten;2° de ambtenaren van het ministerie waar de betrekking te begeven is, die titularis van een graad van rang 13 zijn, die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben en twaalf jaar anciënniteit in niveau 1 en die houder zijn van het directiebrevet, bedoeld in hoofdstuk IV van het voormelde koninklijk besluit van 20 april 1999.» Art. 38.Artikel 26, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 november 1990 en 2 juni 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling : « §
stellingen die titularis zijn van een graad van rang 15;2° de vastbenoemde ambtenaren van
stelling waar de betrekking te begeven is, die titularis zijn van een graad van rang 13 en die ten minste een jaar graadanciënniteit en twaalf jaar anciënniteit in niveau 1 tellen".» Art. 50.Een artikel 28septies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : « Art. 28septies.Artikel 20quater, tweede lid, is niet van toepassing op de ambtenaren van
stellingen. » Art. 51.Een artikel 28octies, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : « Art. 28octies.De artikelen 20bis tot 20quinquies zijn niet van toepassing op de benoeming van de leidende ambtenaren en de adjunct-leidende ambtenaren. » Art. 52.Vanaf 1 januari 2002 wordt artikel 28sexies van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd bij dit besluit, vervangen door de volgende bepaling : « Art. 28sexies.Artikel 20bis moet als volgt gelezen worden : « Art. 20bis.Tot een graad van rang 15 kunnen worden benoemd : 1° de vastbenoemde ambtenaren van
stellingen die titularis zijn van een graad van rang 15 en die houder zijn van het directiebrevet, bedoeld in hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot organisatie van de benoeming, de loopbaan en de evaluatie van de ambtenaren die belast worden met het beheer van sommige overheidsdiensten;2° de vastbenoemde ambtenaren van
stelling waar de betrekking te begeven is, die titularis zijn van een graad van rang 13, die ten minste drie jaar graadanciënniteit en twaalf jaar anciënniteit in niveau 1 tellen, en die houder zijn van het directiebrevet, bedoeld in hoofdstuk IV van het bovenvermelde koninklijk besluit van 20 april 1999.» Art. 53.Artikel 3 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 februari 1985, 20 februari 1989 en 4 augustus 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.Alleen een ambtenaar die de statutaire voorwaarden vervult om bij mandaat aangewezen te worden of tot de met het hoger ambt overeenstemmende graad benoemd te worden, kan voor het uitoefenen van dat ambt worden aangesteld. » ; 2° § 2, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Bij gebrek aan een ambtenaar die de statutaire voorwaarden vervult om bij mandaat aangewezen te worden of tot de het hoger ambt overeenstemmende graad benoemd te worden, kan een ander ambtenaar bij een met redenen omklede aanstellingsakte voor het uitoefenen van dat ambt aangesteld worden.»; 3° § 2, vierde lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Om evenwel te kunnen aangewezen worden voor de uitoefening van hoger ambt in een betrekking die met een graad van rang 16 of 17 overeenstemt moet de ambtenaar houder zijn van het directiebrevet of er van vrijgesteld zijn met toepassing van artikel 59, § 2, van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot organisatie van de benoeming, de loopbaan en de evaluatie van de ambtenaren die belast zijn met het beheer van sommige overheidsdiensten". Art. 54.Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 februari 1989 en 4 augustus 1996, wordt aangevuld met het volgende lid : « In een betrekking die wordt toegekend volgens de mandaatregeling kan slechts bij aanwijzing voor de uitoefening van een hoger ambt worden voorzien wanneer de titularis van het mandaat tijdelijk afwezig is. » Art. 55.Artikel 109 van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan de rijksambtenaren wordt aangevuld met de volgende bepaling : « § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt de betrekking van de ambtenaar die is aangewezen om een mandaat in een Belgische overheidsdienst uit te oefenen als vacant van bij het begin van het mandaat beschouwd". Art. 56.Artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998002083 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten sluiten betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten wordt aangevuld als volgt : « de betrekkingen van de rangen 17 en 16, uitgezonderd. » Art. 57.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 13.In afwijking van de artikelen 3 tot 12, kan een betrekking van rang 15 die definitief vacant is in een in artikel 1 bedoelde overheidsdienst en waarvoor er geen bijzondere benoemingswijze is vastgesteld, begeven worden door de benoeming van een in artikel 2, § 1, bedoeld personeelslid, onder de voorwaarden en volgens de procedure die zijn vastgesteld bij de artikelen 20bis tot 20quinquies van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel ». HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 58.De op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de gang zijnde bevorderings- of benoemingsprocedures worden voortgezet krachtens de bepalingen die van toepassing waren op het ogenblik waarop deze procedures werden aangevat. Art. 59.§ 1.
dit besluit bedoelde ambtenaren die, op de datum waarop het van kracht wordt, benoemd zijn in een graad van rang 17 of 16 of leidende ambtenaar of adjunct-leidende ambtenaar zijn, worden geacht op die datum hun eerste mandaat van vijf jaar aan te vangen.
artikel 58 bedoelde ambtenaren worden eveneens geacht hun mandaat van vijf jaar aan te vangen op de datum van hun benoeming, voor zover die niet voor de datum van
werkingtreding van dit besluit valt. § 2. De ambtenaren van
dit besluit bedoelde overheidsdiensten die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een betrekking van rang 15, 16 of 17 bekleden of die vóór 1 januari 2002 voor een mandaat aangewezen zullen worden, worden vrijgesteld van de voorwaarde van directiebrevet ingeval van hernieuwing van mandaat of aanwijzing voor een nieuw mandaat. Art. 60.Hoofdstuk III is van toepassing op
dit besluit bedoelde ambtenaren die, op de datum waarop het van kracht wordt, benoemd zijn in een graad van rang 17 of rang 16 of leidende ambtenaar of adjunct-leidende ambtenaar zijn. Het is eveneens op
artikel 58 bedoelde ambtenaren toepasselijk op de datum waarop hun benoeming van kracht wordt voor zover die niet voor de datum van
werkingtreding van dit besluit valt. Art. 61.Onverminderd artikel 19 van dit besluit worden
artikel 60 bedoelde ambtenaren die na hun eindevaluatie de negatieve vermelding krijgen wedertewerkgesteld in een betrekking van rang 15, met behoud van hun graad en hun weddeschaal. Deze wedertewerkstelling gebeurt in overleg met de minister onder wie de overheidsdienst ressorteert waar de betrekking vacant is. De ambtenaar is onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut dat verbonden is aan de graad van rang 15.
artikel 60 bedoelde ambtenaren die na hun eindevaluatie de negatieve vermelding verkrijgen en die benoemd worden volgens een bijzondere benoemingswijze op ingevolge een benoeming die berust op bepalingen die afwijken van
de personeelsstatuten vastgelegde bepalingen, worden van de toepassing van dit artikel uitgesloten zolang ze geen negen jaar dienst tellen sedert de datum van hun benoeming. Art. 62.§
vloed van elk element van een situatie en begrijpt de onderlinge samenhang. Ziet de raakpunten en verschillen en is in staat hieruit een aanpak of algemene regel te synthetiseren, of de situatie als een bijzonder geval te behandelen.
formatiestroom en de uitwisseling van meningen in beide richtingen. Verklaart of motiveert zijn richtlijnen en geeft een constructieve feedback na een genomen of gewijzigde beslissing.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.