(1). In de aanhef ervan geeft het thans voorliggende koninklijk besluit echter voor onder meer te steunen op artikel 4 van de wet van 23 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/04/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999003299 bron ministerie van financien Wet betreffende de mogelijke overdracht door de Federale Participatiemaatschappij van haar aandelen van het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet sluiten. Het bovengenoemde artikel 3bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorziet meer bepaald in een mededeling aan de voorzitters van de twee wetgevende vergaderingen voordat het besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Door dat vormvoorschrift vandaag te vervullen, terwijl de ontbinding van de Wetgevende Kamers nakend is, kan de Regering niet voldoen aan de voorwaarde die de wet heeft gesteld aan de uitoefening van de bijzondere machten waarover zij beschikt. Bij deze stand van zaken kan de tekst dus niet worden bekendgemaakt.
- Indien artikel 3 van het besluit, voor zover het een nieuw lid toevoegt aan artikel 83 van de gecoördineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen, het enige lid dat dit artikel thans telt, overlapt, is het overbodig en moet het vervallen.Indien het een nieuwe vrijstelling vormt, is daarvoor geen rechtsgrond voorhanden.
- De in het koninklijk besluit vastgestelde regeling betreffende de voorafgaande goedkeuring door drie ministers, die als artikel 65, § 3, in de gecoördineerde wet zou worden opgenomen, kan niet in de plaats komen van de uitoefening door de Koning van de volle bevoegdheid die Hem bij wet is toevertrouwd met het oog op de privatisering van het CBHK. De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. Kreins, staatsraad, voorzitter; P. Lienardy, P. Quertainmont, staatsraden; P. Gothot, J. van Compernolle, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. B. Vigneron, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de H. J. Regnier, eerste auditeur-afdelingshoofd. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de H. P. Brouwers, referendaris. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. P. Lienardy. De voorzitter, Y. Kreins. De griffier, B. Vigneron. _______ Nota
(1)Gedr.St., Kamer van volksvertegenwoordigers, 1748/1-97/98, blz.
- 3 JUNI
- - Koninklijk besluit tot wijziging van de gecoördineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie van de openbare kredietsector en van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen met betrekking tot het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de gecoördineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie van de openbare kredietsector en van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen; Gelet op de wet van 2 april 1999 en inzonderheid op artikelen 2 en 4, betreffende de mogelijke overdracht door de Federale Participatiemaatschappij van haar aandelen van het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 19 april 1999; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 21 april 1999 : Gelet op de dringende noodzakelijkheid die haar oorsprong vindt in het feit dat de bepalingen van dit besluit onmiddellijk moeten genomen worden teneinde het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet toe te laten om het geheel of een gedeelte van zijn actief en passief in te brengen in een privaatrechtelijke vennootschap met het oog op de latere overdracht van de aandelen van deze vennootschap aan een derde; Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 3 mei 1999 in toepassing van artikel 84, lid 1, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Gelet op de gecoördineerde wetten op de Raad van State, inzonderheid op artikel 3bis, § 1; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister, Minister van Economie en Telecommunicatie, belast met de Buitenlandse Handel en Onze Minister van Financiën en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In artikel 62 van de gecoördineerde wet tot organisatie van de openbare kredietsector en van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen wordt, na het eerste lid, een nieuw lid, dat luidt als volgt, ingevoegd : « Niettegenstaande het eerste lid, is het de vennootschap toegelaten om, met de goedkeuring voorzien in artikel 64, lid 6, het geheel of een gedeelte van haar actief en passief, met inbegrip van haar hypothecaire activiteit, de lopende overeenkomsten en de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen, in één of meerdere keren in te brengen in een naamloze vennootschap naar privaat recht, met het oog op de latere overdracht aan een derde van de aandelen van deze vennootschap. » Art. 2.In Artikel 65 van dezelfde wet, worden de volgende paragrafen ingevoegd, na de tweede paragraaf : « §
- De inbreng en de overdracht bedoeld in artikel 62, alinea 2 van de huidige wet worden georganiseerd door de Federale Participatiemaatschappij, die in dit opzicht, indien nodig, gemachtigd wordt in te schrijven op een kapitaalsverhoging in geld van het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet. De akten en overeenkomsten met betrekking tot deze verrichtingen worden, al naar gelang, verleden door het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet of door de Federale Participatiemaatschappij en worden voorafgaandelijk goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken, de Minister van Financiën en de Minister van Budget. » §
- De regeringscommissaris benoemd overeenkomstig artikel 64 zal zijn controle over de bedrijvigheden van de naamloze vennootschap naar privaat recht bedoeld in artikel 62, lid 2, slechts kunnen uitoefenen zolang het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet de meerderheid van de stemrechten in deze vennootschap uitoefent. » Art. 3.In artikel 83 van dezelfde wet wordt een nieuw lid, dat luidt als volgt, ingevoegd na het eerste lid : « Deze vrijstelling geldt meer bepaald voor de akten, overeenkomsten, inbrengen en overdrachten van hypotheken met betrekking tot de verrichtingen bedoeld in artikel 62, lid 2 van de huidige wet. » Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 5.Onze Minister van Economie en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 3 juni
- ALBERT Van Koningswege : Vice-Eerste Minister, Minister van Economie zaken en Telecommunicatie, belast met de Buitenlandse Handel, E. DI RUPO De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR