.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 15 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de gemeenteraad de
vast. Het tarief van de
wordt door haar aangeplakt in het entrepot. IV. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten Art. 16.Zijn niet toegelaten in het entrepot : - levende dieren; - springstoffen en oorlogsmunitie, zoals mijnen, granaten, enz.; - goederen die zowel bij invoer als bij doorvoer zijn verboden; - goederen waarvan de aanwezigheid in het entrepot andere goederen kan schaden; - ontvlambare, radioactieve, toxische, oxyderende, verbranding teweegbrengende, bijtende of corroderende stoffen, alsmede de producten die uit dergelijke stoffen zijn vervaardigd of dergelijke stoffen bevatten. Art. 17.Zijn in het bijzonder verboden bij inslag en opslag in het entrepot : - sterke zuren : zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en fluorwaterstof; - chemische lucifers en zwavellucifers; - gewelddadige giffen : arsenicum in poeder, cyanide, strichnine; - pyrotechnische artikelen; - harshoudend hout; - vette wolgarens; - kalk; - houtskool en steenkool; - gedroogde vis; - meststoffen; - terpentijnolie; - etherische oliën; - beenderen van alle soorten; - pek; - zwavel; - alle ongezonde of gevaarlijke producten. Art. 18.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad en de gewestelijk directeur der douane en accijnzen en kan periodiek worden aangevuld of herzien. De lijst wordt aangeplakt in het entrepot. V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot Art. 19.Er zijn geen minimumhoeveelheden bepaald bij inslag in of bij uitslag uit het entrepot. VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot - Verificatie en wegneming van goederen Art. 20.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) of in de concessie verhuurd door de gemeenteraad aan de entrepositaris. Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) voorschrijft. Het maximum toegelaten gewicht per vierkante meter bedraagt 2 000 kg. Art. 21.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te veranderen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). De veranderingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris. Art. 22.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats. De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hierboven vermelde plaats. Art. 23.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgend op deze van het visum van verificatie worden weggenomen. Art. 24.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 23 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd. Art. 25.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de
. Art. 26.In geval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel tot gevolg hebben. Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd. VII. Monsterneming Art. 27.Monsters mogen slechts worden weggenomen na overlegging van een aangifte ten verbruik en betaling van de rechten. VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot Art. 28.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot opstelling van het Communautair douanewetboek en van artikel 522 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het Communautair douanewetboek. Art. 29.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 25.000 tot 50.000 frank bij toepassing van artikel 21 van de algemene wet inzake douane en accijnzen. Art. 30.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats. IX. Uitstalling en verkoop van goederen Art. 31.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De in het entrepot opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop. X. Voorbehouden lokalen en emplacementen Art. 32.In het entrepot kunnen lokalen en emplacementen ter beschikking van de entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve behoeften; deze behoeften mogen geen overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg hebben. Art. 33.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen geschiedt door de gemeenteraad. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van sommige wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name opleggen dat de emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend. Art. 34.De voorwaarden en de kosten van de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd in het contract tussen de gemeenteraad en de entrepositaris. Art. 35.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van de gemeenteraad en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). XI. Algemene bepalingen Art. 36.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 5.000 tot 25.000 frank. Art. 37.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkerwijze de intrekking van de toestemming, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel
.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 15 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de gemeenteraad de
vast. Het tarief van de
wordt door haar aangeplakt in het entrepot. IV. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten Art. 16.Zijn niet toegelaten in het entrepot : - levende dieren; - springstoffen en oorlogsmunitie, zoals mijnen, granaten, enz.; - goederen die zowel bij invoer als bij doorvoer zijn verboden; - goederen waarvan de aanwezigheid in het entrepot andere goederen kan schaden; - ontvlambare, radioactieve, toxische, oxyderende, verbranding teweegbrengende, bijtende of corroderende stoffen, alsmede de producten die uit dergelijke stoffen zijn vervaardigd of dergelijke stoffen bevatten. Art. 17.Zijn in het bijzonder verboden bij inslag en opslag in het entrepot : - sterke zuren : zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en fluorwaterstof; - chemische lucifers en zwavellucifers; - gewelddadige giffen : arsenicum in poeder, cyanide, strichnine; - pyrotechnische artikelen; - harshoudend hout; - vette wolgarens; - kalk; - houtskool en steenkool; - gedroogde vis; - meststoffen; - terpentijnolie; - etherische oliën; - beenderen van alle soorten; - pek; - zwavel; - alle ongezonde of gevaarlijke producten. Art. 18.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad en de gewestelijk directeur der douane en accijnzen en kan periodiek worden aangevuld of herzien. De lijst wordt aangeplakt in het entrepot. V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot Art. 19.Er zijn geen minimumhoeveelheden bepaald bij inslag in of bij uitslag uit het entrepot. VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot - Verificatie en wegneming van goederen Art. 20.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) of in de concessie verhuurd door de gemeenteraad aan de entrepositaris. Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) voorschrijft. Het maximum toegelaten gewicht per vierkante meter bedraagt 2.000 kg. Art. 21.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te veranderen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). De veranderingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris. Art. 22.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats. De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hierboven vermelde plaats. Art. 23.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgend op deze van het visum van verificatie worden weggenomen. Art. 24.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 23 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd. Art. 25.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de
. Art. 26.In geval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel tot gevolg hebben. Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd. VII. Monsterneming Art. 27.Monsters mogen slechts worden weggenomen na overlegging van een aangifte ten verbruik en betaling van de rechten. VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot Art. 28.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot opstelling van het Communautair douanewetboek en van artikel 522 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het Communautair douanewetboek. Art. 29.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 25.000 tot 50.000 frank bij toepassing van artikel 21 van de algemene wet inzake douane en accijnzen. Art. 30.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats. IX. Uitstalling en verkoop van goederen Art. 31.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De in het entrepot opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop. X. Voorbehouden lokalen en emplacementen Art. 32.In het entrepot kunnen lokalen en emplacementen ter beschikking van de entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve behoeften; deze behoeften mogen geen overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg hebben. Art. 33.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen geschiedt door de gemeenteraad. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van sommige wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name opleggen dat de emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend. Art. 34.De voorwaarden en de kosten van de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd in het contract tussen de gemeenteraad en de entrepositaris. Art. 35.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van de gemeenteraad en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). XI. Algemene bepalingen Art. 36.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 5 000 tot 25 000 frank. Art. 37.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkherwijze de intrekking van de toestemming, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel
.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 15 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de gemeenteraad de
vast. Het tarief van de
wordt door haar aangeplakt in het entrepot. IV. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten Art. 16.Zijn niet toegelaten in het entrepot : - levende dieren; - springstoffen en oorlogsmunitie, zoals mijnen, granaten, enz.; - goederen die zowel bij invoer als bij doorvoer zijn verboden; - goederen waarvan de aanwezigheid in het entrepot andere goederen kan schaden; - ontvlambare, radioactieve, toxische, oxyderende, verbranding teweegbrengende, bijtende of corroderende stoffen, alsmede de producten die uit dergelijke stoffen zijn vervaardigd of dergelijke stoffen bevatten. Art. 17.Zijn in het bijzonder verboden bij inslag en opslag in het entrepot : - sterke zuren : zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en fluorwaterstof; - chemische lucifers en zwavellucifers; - gewelddadige giffen : arsenicum in poeder, cyanide, strichnine; - pyrotechnische artikelen; - harshoudend hout; - vette wolgarens; - kalk; - houtskool en steenkool; - gedroogde vis; - meststoffen; - terpentijnolie; - etherische oliën; - beenderen van alle soorten; - pek; - zwavel; - alle ongezonde of gevaarlijke producten. Art. 18.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad en de gewestelijk directeur der douane en accijnzen en kan periodiek worden aangevuld of herzien. De lijst wordt aangeplakt in het entrepot. V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot Art. 19.Er zijn geen minimumhoeveelheden bepaald bij inslag in of bij uitslag uit het entrepot. VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot - Verificatie en wegneming van goederen Art. 20.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) of in de concessie verhuurd aan de entrepositaris. Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) voorschrijft. Art. 21.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te veranderen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). De veranderingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris. Art. 22.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats. De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hierboven vermelde plaats. Art. 23.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgend op deze van het visum van verificatie worden weggenomen. Art. 24.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 23 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd. Art. 25.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de
. Art. 26.In geval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel tot gevolg hebben. Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd. VII. Monsterneming Art. 27.Monsters mogen slechts worden weggenomen na overlegging van een aangifte ten verbruik en betaling van de rechten. VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot Art. 28.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot opstelling van het Communautair douanewetboek en van artikel 522 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het Communautair douanewetboek. Art. 29.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 25.000 tot 50.000 frank bij toepassing van artikel 21 van de algemene wet inzake douane en accijnzen. Art. 30.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats. IX. Uitstalling en verkoop van goederen Art. 31.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De in het entrepot opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop. X. Voorbehouden lokalen en emplacementen Art. 32.In het entrepot kunnen lokalen en emplacementen ter beschikking van de entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve behoeften; deze behoeften mogen geen overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg hebben. Art. 33.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen geschiedt door het gemeentebestuur. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van sommige wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name opleggen dat de emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend. Art. 34.De voorwaarden en de kosten van de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd in het contract tussen het gemeentebestuur en de entrepositaris. Art. 35.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van het gemeentebestuur en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). XI. Algemene bepalingen Art. 36.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 5.000 tot 25.000 frank. Art. 37.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkerwijze de intrekking van de toestemming, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel 36. Mij bekend om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 24 juni 1999. J.-J. VISEUR Bijlage 4 bij het ministerieel besluit van 24 juni 1999 Het bijzonder reglement van het publiek entrepot van het type F te Brussel wordt vastgelegd als volgt : BIJZONDER REGLEMENT VAN HET PUBLIEK ENTREPOT VAN HET TYPE F TE BRUSSEL I. Algemeen Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : 1° algemene wet : algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977;2° wet : de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots;3° koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 30 december 1993 betreffende de douane-entrepots;4° ministerieel besluit : het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots;5° vennootschap : Maatschappij van Publiek Recht voor de Haven van Brussel;6° gewestelijk directeur : de leidend ambtenaar van de gewestelijke directie der douane en accijnzen te Brussel; 7° e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur (controle) : de ambtenaar onder wie, overeenkomstig de interne organisatie van de douanediensten van Brussel, het publiek entrepot ressorteert; 8° douanekantoor : het douanekantoor Brussel DE, Picardstraat 1-3 te 1000 Brussel; 9° e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) : de inspecteur-beheerder van het kantoor Brussel DE; 10° magazijnier : de ambtenaar die aangewezen is voor het toezicht op de lossing, het plaatsen, de manipulatie van de goederen, enz.... ; 11° publiek entrepot : behoudens andersluidende specifieke bepalingen van dit reglement, alle lokalen en emplacementen van de onder artikel 2, § 2 vermelde gebouwen en aanhorigheden, ongeacht de douaneregeling waaronder de goederen er mogen worden opgeslagen. Art. 2.§ 1. Onderhavig bijzonder reglement van het publiek entrepot, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit, inzonderheid van zijn artikel 10, is van toepassing op het hierna onder § 2 nader omschreven entrepot. § 2. Het publiek entrepot bestaat uit de kelders, de magazijnen en de andere aanhorigheden die, overeenkomstig artikel 7 van de wet, door de vennootschap zijn verstrekt en door de gewestelijk directeur zijn aangenomen in de volgende gebouwen :
.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 15 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de vennootschap de
vast. Het tarief van de
wordt door haar aangeplakt in het entrepot. V. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten Art. 17.§
onderworpen. IX. Uitstalling en verkoop van goederen door particulieren Art. 30.Zonder afbreuk te doen aan de afwijkingen voorzien in de bijlage 69bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van 2 juli 1993, is de verkoop in het klein in het publiek entrepot verboden; bijgevolg mogen de goederen er niet uitgestald worden met het oog op hun verkoop. X. Voorbehouden lokalen Art. 31.In het publiek entrepot kunnen lokalen ter beschikking van entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve noden. Deze lokalen die "voorbehouden lokalen" worden genoemd, worden toegewezen door de vennootschap, na raadpleging van de e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Iedere akte van toewijzing, gesloten tussen de vennootschap en een entrepositaris, bepaalt voor welke duur en onder welke voorwaarden het lokaal ter beschikking van laatstgenoemde is gesteld. Art. 32.De e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) mag voorschrijven dat de voorbehouden lokalen worden gesloten met twee sleutels, waarvan de ene door de entrepositaris wordt bewaard en de andere door de douane. Art. 33.Een entrepositaris die het geheel van de op zijn naam geëntreposeerde goederen afstaat aan een derde, mag hem evenwel niet tegelijkertijd zijn voorbehouden lokaal afstaan, tenzij hij vooraf daartoe is gemachtigd door de vennootschap die overleg pleegt met de e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Art. 34.De bepalingen van dit reglement zijn toepasselijk op de voorbehouden lokalen rekening houdend met de faciliteiten die de douane gemachtigd is te verlenen krachtens de algemene reglementering. XI. Strafbepalingen Art. 35.Elke overtreding van dit bijzonder reglement wordt, overeenkomstig artikel 22 van de wet, bestraft met een geldboete van 5.000 tot 25.000 frank. Mij bekend om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 24 juni
.Overeenkomstig de artikelen 13 tot 15 van het ministerieel besluit van 24 december 1993 betreffende de douane-entrepots stelt de publiekrechtelijke persoon (n.v. NOVOVIL) de
vast. Het tarief van de
wordt door haar aangeplakt in het entrepot. IV. Goederen welke niet in het publiek entrepot zijn toegelaten Art. 16.Zijn niet toegelaten in het entrepot : - levende dieren; - springstoffen en oorlogsmunitie, zoals mijnen, granaten, enz.; - goederen die zowel bij invoer als bij doorvoer zijn verboden; - goederen waarvan de aanwezigheid in het entrepot andere goederen kan schaden; - ontvlambare, radioactieve, toxische, oxyderende, verbranding teweegbrengende, bijtende of corroderende stoffen, alsmede de producten die uit dergelijke stoffen zijn vervaardigd of dergelijke stoffen bevatten. Art. 17.Zijn met name verboden bij inslag en opslag in het entrepot : - sterke zuren : zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en fluorwaterstof; - chemische lucifers en zwavellucifers; - gewelddadige giffen : arsenicum in poeder, cyanide, strichnine; - pyrotechnische artikelen; - harshoudend hout; - vette wolgarens; - kalk; - houtskool en steenkool; - gedroogde vis; - meststoffen; - terpentijnolie; - etherische oliën; - beenderen van alle soorten; - pek; - zwavel; - alle ongezonde of gevaarlijke producten; - de goederen opgenomen op de lijst bedoeld in artikel 18. Art. 18.De lijst van de goederen die zijn verboden bij inslag en opslag in het entrepot moet worden goedgekeurd door de n.v. NOVOVIL en de gewestelijke directeur der douane en accijnzen en kan periodiek worden aangevuld of herzien. De lijst wordt aangeplakt in het entrepot. V. Minimum toegelaten hoeveelheden bij inslag in en bij uitslag uit het publiek entrepot Art. 19.Er zijn geen minimumhoeveelheden bepaald bij inslag in of bij uitslag uit het entrepot. VI. Plaatsing en stuwing van de goederen in het publiek entrepot - Verificatie en wegneming van goederen Art. 20.De goederen worden opgeslagen op de plaats aangeduid door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) of in de concessie verhuurd door de n.v. NOVOVIL aan de entrepositaris. Zij moeten per soort en afzonderlijk worden gestuwd op de wijze die de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) voorschrijft. Het maximum toegelaten gewicht per vierkante meter bedraagt 2.000 kg. Art. 21.Het is verboden de stuwing of de plaatsing van de goederen in het entrepot te veranderen, tenzij met toelating van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). De veranderingen van plaatsing of stuwing, nodig in het belang van de dienst of om andere redenen, geschieden in aanwezigheid van de entrepositaris; de daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de entrepositaris. Art. 22.Bij uitslag uit het entrepot moet de gehele partij goederen die op eenzelfde document is vermeld, voor de verificatie worden bijeengebracht op de daartoe door de douane aangeduide plaats. De goederen moeten op een zodanige wijze worden bijeengebracht dat de verificatie gemakkelijk kan gebeuren. Zodra de verificatie is beëindigd, worden de goederen ter beschikking gelaten van de aangevers op de hierboven vermelde plaats. Art. 23.De goederen die zijn geverifieerd moeten ten laatste de tweede werkdag volgend op deze van het visum van verificatie worden weggenomen. Art. 24.Ingeval de entrepositaris zich niet houdt aan de voorschriften van de artikelen 3 en 23 zullen deze van ambtswege op zijn kosten worden uitgevoerd. Art. 25.De colli waarvan de verificatie werd onderbroken of uitgesteld, moeten opnieuw worden gesloten en in een door de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) aangeduid lokaal worden geplaatst. De colli blijven onderworpen aan de
. Art. 26.Ingeval van overdracht van goederen in het entrepot dient de nieuwe entrepositaris al de hoger vermelde verplichtingen na te komen; noch de reden van de overdracht, noch de hoedanigheid van de nieuwe entrepositaris kunnen afwijkingen op onderhavig artikel tot gevolg hebben. Het overgedragen gedeelte moet afzonderlijk worden gestuwd. VII. Monsterneming Art. 27.Van de opgeslagen goederen mogen slechts monsters worden genomen na overlegging van een aangifte ten verbruik met betaling van de belastingen voor de goederen die aldus worden weggenomen. VIII. Behandeling van goederen in het publiek entrepot Art. 28.De behandelingen van goederen die zijn opgeslagen onder de regeling entrepot zijn toegestaan onder de voorwaarden van artikel 109 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot opstelling van het Communautair douanewetboek en van artikel 522 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het Communautair douanewetboek. Art. 29.De behandelingen zijn onderworpen aan een voorafgaande machtiging van de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). Elke behandeling die wordt verricht zonder voorafgaande machtiging wordt bestraft met een boete van 25.000 tot 50.000 frank bij toepassing van artikel 21 van de wet betreffende de douane-entrepots. Art. 30.In bepaalde gevallen kan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) eisen dat de behandelingen worden verricht op een speciaal aangewezen plaats. IX. Uitstalling en verkoop van goederen Art. 31.Geen enkele openbare verkoop mag worden georganiseerd in het entrepot. De in het entrepot opgeslagen goederen mogen bijgevolg niet worden uitgestald met het oog op een dergelijke verkoop. X. Voorbehouden lokalen en emplacementen Art. 32.In het entrepot kunnen voorbehouden lokalen en emplacementen ter beschikking van de entrepositarissen worden gesteld voor hun exclusieve behoeften zonder evenwel overtredingen van onderhavig reglement tot gevolg te hebben. Art. 33.De toewijzing van deze voorbehouden lokalen en emplacementen geschiedt door de n.v. NOVOVIL. De eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) kan in dit verband het naleven van de bepalingen van onderhavig reglement en van de wettelijke of administratieve voorschriften opleggen. Hij kan met name voorschrijven dat de voorbehouden emplacementen op een bepaalde wijze worden afgebakend. Art. 34.De voorwaarden van de terbeschikkingstelling van voorbehouden lokalen en emplacementen worden vastgelegd door de n.v. NOVOVIL en aan de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor) medegedeeld. Art. 35.De entrepositaris die al zijn opgeslagen goederen overdraagt aan een derde kan hem tegelijkertijd het gebruik van het voorbehouden lokaal of emplacement slechts overdragen na goedkeuring van de n.v. NOVOVIL en de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (kantoor). XI. Algemene bepalingen Art. 36.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 wordt elke inbreuk op het bijzonder reglement, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 29 december 1992 betreffende de douane-entrepots, bestraft met een boete van 5.000 tot 25.000 frank. Art. 37.De weigering zich te onderwerpen aan de fouillering, voorzien in artikel 9, zal noodzakelijkerwijze de intrekking van de toestemming, voorzien in artikel 5, tot gevolg hebben, bovenop de boete waarvan sprake in artikel 36. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 24 juni 1999. J.-J. VISEUR
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.