25 NOVEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 79, 80, 85, 96, 104, 126 en 131 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening, inzonderheid op artikel 21, 1°; Gelet op de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, inzonderheid op artikel 1, § 1, gewijzigd bij de wetten van 17 juli 1957 en 16 maart 1971; Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en op het koninklijk besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en houdende bindendverklaring ervan op de elektrische installaties in inrichtingen gerangschikt als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen beoogd bij artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei 1985, 7 april 1986 en 30 maart 1993; Gelet op het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart 1981, inzonderheid de artikelen 79, 80, 85, 96, 104, 126 en 131; Gelet op het advies van het Vast Elektrotechnisch Comité, gegeven op 27 juni 1997; Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, gegeven op 2 maart 1998; Overwegende dat kennisgeving werd gedaan aan de Europese Commissie in het kader van de Richtlijn 83/189 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatie-procedure op het gebied van normen en technische voorschriften; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de in dit besluit opgenomen voorschriften verbeteringen uitmaken van de reglementering die, om voor de veiligheid te zorgen, zonder uitstel dienen verplichtend gemaakt te worden; Op de voordracht van Onze Minister belast met Energie en van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet onder "Reglement" worden verstaan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, dat het voorwerp is van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en van het koninklijk besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en houdende bindendverklaring ervan op de elektrische installaties in inrichtingen gerangschikt als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen beoogd bij artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei 1985, 7 april 1986 en 30 maart 1993. Art. 2.In artikel 79 van het Reglement wordt in de rubriek 02.a.2, het schema vervangen door het volgende schema : Art. 3.In artikel 80 van het Reglement wordt in de rubriek 02, het 2de schema vervangen door het volgende schema : Art. 4.In de Nederlandse versie van het Reglement worden de woorden "automatische differentieelschakelaar" in de artikelen waar deze voorkomen vervangen door de woorden "automatische differentieelstroominrichting". Art. 5.In artikel 85 van het Reglement wordt de rubriek 05 vervangen door de volgende rubriek : « 05. Normale lekstromen De automatische differentieelstroominrichtingen moeten dermate worden gekozen en de belasting moet dermate over de stroombanen worden verdeeld dat de tijdens normaal bedrijf te verwachten aardlekstromen geen onnodig uitschakelen van de inrichtingen veroorzaken. » Art. 6.In artikel 85 van het Reglement wordt de rubriek 08 van de Nederlandse versie aangevuld als volgt : « De nulgeleider is stroomafwaarts van de differentieelstroominrichting niet meer geaard. » Art. 7.Artikel 96, 2de lid, van het Reglement wordt vervangen door het volgende lid : « Elk aansluitingspunt van kampeerwagens, kampeerauto's,... of plezierboten dient individueel te worden beschermd door een differentieelstroominrichting met grote gevoeligheid. De waarde van de conventionele grensspanning is 25 volt wisselspanning, 36 volt gelijkspanning met rimpel of 60 volt gelijkspanning zonder rimpel. » Art. 8.In artikel 104 van het Reglement wordt in de rubriek 04 de subrubriek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.