6 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden met betrekking tot het Ministerie van Economische Zaken ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de artikelen 37, 96 en 104 van de Grondwet; Gelet op de wet van 8 juli 1992 betreffende de uitoefening van de bij wet toegekende bevoegdheden aan Ministeriële Comités en aan Ministers; Gelet op het koninklijk besluit van 24 maart 1972 betreffende de Staatssecretarissen; Gelet op het koninklijk besluit van 12 juli 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/1999 pub. 28/08/1999 numac 1999016287 bron ministerie van economische zaken en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie voor de distributie in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad sluiten houdende benoeming van de leden van de Regering; Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/1999 pub. 27/07/1999 numac 1999021387 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden type koninklijk besluit prom. 20/07/1999 pub. 27/07/1999 numac 1999021389 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden sluiten houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden (I), zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 september 1999; Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/1999 pub. 27/07/1999 numac 1999021387 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden type koninklijk besluit prom. 20/07/1999 pub. 27/07/1999 numac 1999021389 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden sluiten houdende vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden (II), zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 1999; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de onmiddellijke vaststelling van de respectieve bevoegdheden van de Ministers en de Staatssecretaris die belast zijn met het Ministerie van Economische Zaken onontbeerlijk is voor de continuïteit van de openbare dienst omwille van de juridische zekerheid; Op de voordracht van Onze Eerste Minister, van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, van Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, van Onze Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek en van Onze Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.De algemene bevoegdheid van de Minister van Economie ten aanzien van het Ministerie van Economische Zaken omvat alle materies niet toegewezen door de artikelen 2 tot 8 van onderhavig besluit. Art. 2.Tot de bevoegdheid van de Minister van Consumentenzaken, met inbegrip van de wetgeving, de reglementering en de uitvoering, behoren : 1° wat de veiligheid van de consumenten betreft, de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1964 pub. 21/06/2011 numac 2011000361 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de geneesmiddelen type wet prom. 25/03/1964 pub. 11/12/2017 numac 2017031760 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet op de geneesmiddelen - Bekendmaking overeenkomstig artikel 13bis, § 2quinquies, laatste lid, van de geïndexeerde bedragen van de heffingen en retributies sluiten op de geneesmiddelen;2° de wet van 29 juni 1990 betreffende de veiligheid van speelgoed;3° de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van de consumenten;4° wat de veiligheid van de consumenten betreft, de wet van 25 maart 1996 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de voor de bouw bestemde producten;5° wat de veiligheid van de consumenten en de etikettering betreft, de koninklijke besluiten gegrond op basis van de wet van 11 juli 1961 betreffende de waarborgen welke de machines, de onderdelen van machines, het materieel, de werktuigen, de toestellen, de recipiënten en de beschermingsmiddelen inzake veiligheid en gezondheid moeten bieden;6° de relaties met de Commissie voor de Veiligheid van de consumenten. Art. 3.§ 1. Tot de gezamenlijke bevoegdheid van de Minister van Consumentenzaken en van de Minister van Economie, met inbegrip van de wetgeving en de reglementering, behoren : 1° de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument;2° de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011214 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de artikelen 628 en 1395 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998011211 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de artikelen 1481, 1482 en 1488 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het beslag inzake namaak sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen;3° de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011214 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de artikelen 628 en 1395 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998011211 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de artikelen 1481, 1482 en 1488 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het beslag inzake namaak sluiten tot wijziging van de artikelen 628 en 1395 van het Gerechtelijk Wetboek. § 2. Wat de uitvoering van de materies bedoeld in § 1 betreft, zal een protocol gesloten tussen beide Ministers, de modaliteiten vastleggen. Art. 4.Tot de bevoegdheid van de Minister van Mobiliteit en Vervoer behoren, met inbegrip van de wetgeving, de reglementering en de uitvoering : 1° de materies en de activiteiten van het Bestuur Energie, met name :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.