zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk,
zonderheid op de artikelen 4 en 80; Gelet op Richtlijn 94/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk; Gelet op het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947,
zonderheid op artikel 124, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 november 1978 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1990 en 27 augustus 1993, en op hoofdstuk IV van titel II,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 april 1972 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 december 1978, 13 maart 1991, 24 juni 1991 en 11 april 1995; Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, gegeven op 16 oktober 1998; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
zonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de
de aanhef vermelde richtlijn diende omgezet te zijn
Belgisch recht uiterlijk op 22 juni 1996; dat het dringend noodzakelijk is zonder uitstel de nodige maatregelen te nemen om te vermijden dat de aansprakelijkheid van de Belgische Staat
het gedrang komt; Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers, de werknemers en de daarmee gelijkgestelde personen bedoeld
artikel 2 van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, voor zover het de jongeren op het werk betreft. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° jongere op het werk : alle personen bedoeld
de punten 2° tot 5°, alsook alle minderjarige werknemers die 15 jaar zijn of ouder en die niet meer onder de voltijdse leerplicht vallen;2° persoon verbonden door een leerovereenkomst : alle personen die een opleiding genieten
een onderneming krachtens een leerovereenkomst;3° stagiair : alle leerlingen of studenten die
een onderneming zijn tewerkgesteld
het kader van een afgerond leerprogramma voor het opdoen van beroepservaring;4° student-werknemer : alle studenten die overeenkomstig titel VI van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, met de werkgever een arbeidsovereenkomst hebben gesloten voor een tewerkstelling als student, met uitzondering van de categorieën studenten die zijn uitgesloten krachtens artikel 122 van diezelfde wet, doch met
begrip van de studenten die ten minste zes maanden werken, voor zover zij dit niet gedurende een ononderbroken periode van zes maanden bij dezelfde werkgever doen;5° leerling en student : alle leerlingen en studenten die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet
een vorm van arbeid die
de onderwijsinstelling wordt verricht.6° comité : comité voor preventie en bescherming op het werk, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers zelf overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Afdeling II. - Risicoanalyse en preventiemaatregelen Art. 3.§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de
terne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk sluiten betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk moet de werkgever een analyse uitvoeren van de risico's waaraan jongeren bij hun arbeid blootgesteld zijn, met het oog op het beoordelen van alle risico's voor de veiligheid, de lichamelijke en geestelijke gezondheid of de ontwikkeling, ten gevolge van een gebrek aan ervaring, doordat zij zich van risico's niet bewust zijn of doordat hun ontwikkeling nog niet is voltooid. De analyse vindt plaats voordat de jongeren met hun arbeid beginnen; zij moet ten minste eens per jaar worden hernieuwd of gewijzigd, alsook bij elke belangrijke wijziging van de werkpost. § 2. Die analyse moet het mogelijk maken
elk geval de agentia te herkennen waaraan de jongeren op het werk kunnen worden blootgesteld, de procédés en werkzaamheden waarbij ze kunnen worden betrokken en de plaatsen waar ze aanwezig kunnen zijn, bedoeld
de bijlage bij dit besluit. Om elke activiteit te identificeren die een specifiek risico kan
houden, moet de werkgever daartoe de volgende punten vaststellen, nader bepalen en evalueren : a) uitrusting en
richting van de arbeidsplaats en de werkpost;b) aard,
tensiteit en duur van de blootstelling aan chemische, fysische en biologische agentia;
artikel 3 bedoelde risicoanalyse een risico is gebleken, past de werkgever de voor de situatie van de betrokken jongere passende maatregelen toe, waarbij hij rekening houdt met de samenvoeging of het gecombineerde effect ervan. § 3. De
bedoelde maatregelen bestaan
: 1° de preventiemaatregelen bedoeld
artikel 9 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de
terne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk sluiten betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;2° de
artikel 8 tot 12 voorgeschreven maatregelen. Art. 5.De werkgever verricht de
artikel 3 bedoelde risicoanalyse en bepaalt de
artikel 4 bedoelde te nemen maatregelen
samenwerking met de preventieadviseur(s) van de diensten voor preventie en bescherming op het werk, die beschikt(ken) over de toepasselijke vaardigheden bedoeld
artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de
terne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk sluiten betreffende de
terne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art. 6.De resultaten van de analyse en de te nemen maatregelen worden opgenomen
het globaal preventieplan bedoeld
artikel 10 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de
terne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk sluiten betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Art. 7.De werkgever licht de jongeren op het werk
over mogelijke risico's en over alle maatregelen ter bescherming van hun gezondheid en veiligheid. Afdeling III. - Verbodsbepalingen Art. 8.Het is verboden jongeren op het werk arbeid te laten verrichten die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals die : 1° welke de jongeren, objectief gezien, lichamelijk of psychisch niet aankunnen;2° waardoor de jongeren blootgesteld worden aan giftige of carcinogene stoffen, stoffen die erfelijke genetische veranderingen veroorzaken, stoffen die tijdens de zwangerschap schadelijke gevolgen hebben voor de foetus of die voor de mens anderszins schadelijke chronische werking hebben;3° welke blootstelling aan ioniserende straling meebrengen;4° welke risicofactoren voor ongevallen
houden waarvan vermoed kan worden dat jongeren, doordat ze nog niet veel
zicht hebben
veiligheid of onervaren of onvoldoende opgeleid zijn, deze meestal niet beseffen of kunnen voorkomen;5° welke de jongeren blootstellen aan extreme koude of hitte, of aan lawaai of trillingen. Het verbod bedoeld
het eerste lid is
elk geval van toepassing op : 1° arbeid die blootstelling meebrengt aan de chemische, fysische en biologische agentia bedoeld
de punten A.1, A.2 en A.3, a), b), c) en d), van de bijlage bij dit besluit; 2° arbeid waarbij het niet mogelijk is door analyse vast te stellen of de grenswaarden voor de chemische agentia bedoeld
punt A.3, e) van de bijlage bij dit besluit, voortdurend worden nageleefd; 3° de procédés en werkzaamheden bedoeld
punt B van de bijlage bij dit besluit;4° de aanwezigheid van jongeren op het werk op de plaatsen opgesomd
punt C van de bijlage bij dit besluit. Art. 9.De
artikel 8, tweede lid, 2° bedoelde vaststelling van de voortdurende naleving van de grenswaarde kan maar worden gedaan als het arbeidsproces zodanig is ontworpen dat de grenswaarde gedurende een lange periode niet wordt overschreden. Dit is het geval zodra een van de volgende voorwaarden is vervuld : 1° wanneer het arbeidsproces als dusdanig is erkend door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid;2° wanneer, door voortdurende automatische meting gekoppeld aan een alarmsysteem en bijbehorende maatregelen, is gewaarborgd dat de grenswaarden niet worden overschreden;3° wanneer uit de meting blijkt dat de concentraties niet hoger liggen dan een vierde van de 8-uur-grenswaarde, terwijl terzelfder tijd de kortetijdswaarden worden nageleefd. Afdeling IV. - Afwijkingen Art. 10.Met uitsluiting van de studenten-werknemers is het verbod bedoeld
artikel 8 niet van toepassing op de jongeren op het werk wanneer zij de arbeid verrichten, betrokken zijn bij de procédés of werkzaamheden, of aanwezig zijn op de plaatsen, bedoeld
artikel 8, tweede lid, wanneer de volgende voorwaarden worden vervuld : 1° het gaat om arbeid, betrokkenheid of aanwezigheid die onontbeerlijk is voor hun beroepsopleiding;2° de werkgever vergewist zich ervan dat de
artikel 4, § 3, 1° bedoelde preventiemaatregelen effectief zijn en door een lid van de hiërarchische lijn, aangewezen door de werkgever, worden gecontroleerd;3° de werkgever ziet erop toe dat de voormelde arbeid wordt uitgevoerd
het bijzijn van een ervaren werknemer en dat de aanwezigheid op de voormelde plaatsen gebeurt
het bijzijn van een ervaren werknemer. Art. 11.§ 1.
afwijking van artikel 10 is het verbod bedoeld
artikel 8 niet van toepassing op de studenten-werknemers die ouder zijn dan 18 jaar, onder de volgende voorwaarden : 1° zij worden niet betrokken bij het besturen van gemotoriseerde transportwerktuigen;2° hun studierichting stemt overeen met de werkzaamheden waarvoor de verbodsbepaling geldt;3° de werkgever vraagt, alvorens de studenten-werknemers tewerk te stellen, het advies van het comité en de preventieadviseur(s) van de diensten voor preventie en bescherming op het werk, die beschikt(ken) over de passende vaardigheden bedoeld
artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de
terne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid
zake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk sluiten betreffende de
terne dienst voor preventie en bescherming op het werk. § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt onder gemotoriseerd transportwerktuig verstaan, alle voertuigen op wielen, uitgezonderd voertuigen op rails, die zijn bestemd voor het vervoeren, trekken, duwen, heffen of stapelen en het wegzetten
stellingen van lasten van ongeacht welke aard en die worden bediend door een bestuurder die hetzij naast het transportwerktuig meeloopt, hetzij meerijdt op een speciaal
gerichte op het chassis bevestigde meestijgende bestuurdersplaats. Nochtans mogen de studenten-werknemers die ouder zijn dan 18 jaar niet-stapelende gemotoriseerde transportwerktuigen met geringe hefhoogte bedienen, onder de volgende voorwaarden : 1° het betreft een platformtruck, d.w.z. een transportwerktuig waarbij de last op een vast platform of op een andere niet-hefbare
richting wordt vervoerd, of een palettruck, d.w.z. een niet-stapelende heftruck met geringe hefhoogte met een gesteunde vork voor het vervoer van pallets, of een platformheftruck, d.w.z. een heftruck met een hefplatform met geringe hefhoogte of andere
richting voor het vervoeren van lasten; 2° overeenkomstig de eisen gesteld
artikel 49bis van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming neemt de werkgever de nodige maatregelen om zich ervan te verzekeren dat de studenten-werknemers die belast worden met de bediening van deze toestellen, voldoende betrouwbaar en bevoegd zijn;3° de bedieningsorganen van de toestellen moeten van een type zijn dat een permanente actie van de bestuurder vereist en moeten wanneer ze aan zichzelf overgelaten worden, automatisch
de neutrale stand terugkeren;4° de snelheid van het rijden
onbelaste toestand en op vlak terrein is beperkt tot 6 km/uur voor de toestellen met meelopende bestuurder en tot 16 km/uur voor de toestellen met meerijdende bestuurder. Afdeling V. - Gezondheidstoezicht Art. 12.§ 1. De werkgever zorgt voor passend gezondheidstoezicht op de jongeren op het werk, die jonger zijn dan 21 jaar en op de werknemers bedoeld
artikel 2, 1° die ouder zijn dan 15 jaar en jonger dan 21 jaar, overeenkomstig de bepalingen
onderafdeling II van afdeling I van hoofdstuk III van titel II van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, doch met uitzondering van de leerlingen en de studenten bedoeld
artikel 28, tweede lid, van hetzelfde reglement. § 2. Daartoe onderwerpt de werkgever de
bedoelde jongeren op het werk aan een medisch onderzoek zoals bedoeld
artikel 125, § 1, 1°, van hetzelfde Reglement : 1° vóór de allereerste tewerkstelling, met het oog op de bevordering van hun aanpassing en
tegratie
het beroepsleven;2° voordat zij,
voorkomend geval, met nachtarbeid worden belast. § 3. De werkgever onderwerpt de
bedoelde jongeren op het werk aan een jaarlijks, gericht medisch onderzoek : 1° wanneer zij arbeid verrichten waarbij uit de
artikel 3, § 1, tweede lid, bedoelde analyse een specifiek risico is gebleken;2° wanneer zij,
voorkomend geval, nachtarbeid verrichten. Afdeling VI. - Slotbepalingen Art. 13.
artikel 124 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 november 1978 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1990 en 27 augustus 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling : "5° de jongeren op het werk zoals bedoeld bij artikel 12 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk;"; 2°
, tweede lid, worden de woorden "werknemers beneden 21 jaar en voor de
, 4° bedoelde minder-validen" vervangen door de woorden « de
, 4° en 5°, bedoelde personen »;3°
, eerste lid, b) en
, tweede lid, worden de woorden « werknemers beneden 21 jaar en van de minder-valide werknemers bedoeld
, 4° » vervangen door de woorden «
Art. 14.Hoofdstuk IV van titel II van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 april 1972 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 december 1978, 13 maart 1991, 24 juni 1991 en 11 april 1995, wordt opgeheven. Art. 15.Het ministerieel besluit van 24 juni 1991 tot afwijking van de voorschriften van artikel 183sexies, § 3, van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming
zake studenten-werknemers wordt opgeheven. Art. 16.Zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit : 1° de geneesheren-arbeidsinspecteurs en de sociaal controleurs van de Medische arbeidsinspectie van de Administratie van de arbeidshygiëne en -geneeskunde;2° de
genieurs,
dustrieel
genieurs, technisch
genieurs en technisch controleurs van de Technische
spectie van de Administratie van de arbeidsveiligheid. Art. 17.De bepalingen van artikel 1 tot 12 van dit besluit, en zijn bijlagen vormen hoofdstuk II van titel VIII van de Codex over het Welzijn op het Werk met de volgende opschriften : 1° "Titel VIII : Bijzondere werknemerscategorieën en werksituaties";2° "Hoofdstuk II : Jongeren op het werk". Art. 18.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 3 mei 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET Bijlage Niet limitatieve lijst van agentia, procédés en werkzaamheden en plaatsen bedoeld
artikel 3, § 2 en
artikel 8 A. Agentia 1. Fysische agentia
een omgeving met overdruk, zoals bijvoorbeeld
hogedrukruimten of bij diepzeeduiken.2. Biologische agentia Biologische agentia van de groepen 3 en 4
de zin van artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's bij blootstelling aan biologische agentia op het werk.3. Chemische agentia a) Stoffen en bereidingen die, met verwijzing naar het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de
deling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan en naar het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het
de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu, zijn
gedeeld als vergiftig (T), zeer vergiftig (Tx), bijtend (C) of ontplofbaar (E);b) Stoffen en bereidingen die, met verwijzing naar de voornoemde koninklijke besluiten van 11 januari 1993 en 24 mei 1982, zijn
gedeeld als schadelijk (Xn) en die zijn aangeduid met een of meer van de volgende R-standaardzinnen : - R 39 : gevaar voor zeer ernstige onherstelbare effecten; - R 40 : mogelijke gevaren voor onherstelbare effecten; - R 42 : kan overgevoeligheidsreacties bij
ademing veroorzaken; - R 43 : kan overgevoeligheidsreacties bij aanraking met de huid veroorzaken; - R 45 : kan kanker veroorzaken; - R 46 : kan erfelijke, genetische schade veroorzaken; - R 48 : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling; - R 60 : kan de vruchtbaarheid schaden; - R 61 : kan schade veroorzaken aan het ongeboren kind; c) Stoffen en bereidingen die, met verwijzing naar de voornoemde koninklijke besluiten van 11 januari 1993 en 24 mei 1982, zijn
gedeeld als irriterend (Xi) en die zijn aangeduid met een of meer van de volgende R-standaardzinnen : - R 12 : zeer licht ontvlambaar; - R 42 : kan overgevoeligheidsreacties bij
ademing veroorzaken; - R 43 : kan overgevoeligheidsreacties bij aanraking met de huid veroorzaken. d) Stoffen en bereidingen bedoeld
het koninklijk besluit van 2 december 1993 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk.e) - gesmolten lood en loodlegeringen, met uitzondering van soldeersel; - stof van lood en van loodverbindingen aangewend
fabrieken en reparatiewerkplaatsen voor loodaccumulatoren; - loodhoudende verfstoffen aangebracht met het pistool of door middel van elektrostatische procédés; - kwik of kwikverbindingen; - koolstofdisulfide; - arseenverbindingen; - fluor en zijn verbindingen; - benzeen; - tetrachloorkoolstof, 1,1,2,2-tetrachloorethaan en pentachloorethaan. B. Procédés en werkzaamheden 1. Vervaardiging, gebruik, distributie met het oog op het gebruik, opslag en vervoer van springstoffen of van projectielen, ontstekingsmiddelen of diverse voorwerpen die springstoffen bevatten.2. Arbeid
persluchtcaissons en onder overdruk.
stortingen kan veroorzaken.
tanks.
transformatorhuisjes;arbeid met gevaren op het gebied van hoogspanningselektriciteit.
metaalbedrijven, van fabricage- en transportinrichtingen die grote risico's kunnen vormen voor de veiligheid van het personeel, zoals hoogovens, smeltovens, convertoren en gietijzermengers, smeltpannen, warmwalsen;bedienen van coalcars, coke-cars en uithaalmachines
cokesfabrieken.
bijlage II van het koninklijk besluit van 2 december 1993 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk.
dien het loodgehalte groter is dan 2 gewichtsprocent berekend
metallische toestand. 20. Werk aan of met kuipen, bassins, reservoirs, korfflessen of buikflessen die chemische agentia bevatten, bedoeld
punt A.
de vilbeluiken waar kadavers en krengen behandeld en bewerkt worden; - de lokalen waar dieren worden geslacht; - de lokalen waar werkzaamheden worden verricht die een risico
houden van contact met cyaanwaterstofzuur of met elke stof die dit zuur kan vrijmaken; - de lokalen of bouwplaatsen waar door werkzaamheden of werken asbestvezels kunnen worden vrijgemaakt. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten, Belgisch Staatsblad van 18 september
het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 20 december
komstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie
het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie
het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie
het Duits - Deel III sluiten, Belgisch Staatsblad van 7 september 1993. Koninklijk besluit van 11 april 1995, Belgisch Staatsblad van 14 juni 1995.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.