(1). Het is daarenboven aanbevolen deze uitrusting aan te vullen met kleding, overgooiers of allerlei toebehoren, geel of oranjekleurig en reflecterend. Op de kleding en overgooier kan bovendien de vermelding « gemachtigd opzichter » aangebracht zijn. 3.7. Het kader van optreden van de gemachtigde opzichters 3.7.1. Algemeenheden De wijziging van het algemeen verkeersreglement betreffende de begeleiding van groepen van personen met een handicap of bejaarden door gemachtigde opzichters enerzijds en een ruimere benadering van de taak van de gemachtigde opzichters bij groepen kinderen of scholieren anderzijds, maken de grote nieuwigheden van dit rondschrijven uit. De gemachtigde opzichters mogen dus de groepen helpen op hun tocht van, naar en aan school, ofwel van, naar en aan een of andere plaats waar een activiteit is, en dit zonder beperking. Onder « groep » moet hier verstaan worden, een geheel van personen met gemeenschappelijke kenmerken (kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap). Gemengde groepen zijn ook mogelijk. De vraag is vaak gesteld naar vereisten inzake het minimum aantal personen waaruit een groep moet bestaan. Het gaat in de eerste plaats om een feitelijke toestand; toch blijkt het niet erg realistisch te zijn ervan uit te gaan dat twee personen een groep vormen; een groep moet toch in zekere zin een samenhangend geheel van meerdere personen zijn die een zekere omvang heeft. Wanneer de gemachtigd opzichter te maken heeft met heel kleine « groepen », ja zelfs met één persoon (b.v. een kind dat op weg naar school is), kan hij steeds met raadgevingen bijspringen, zonder per se het verkeer stil te leggen. Onder « kinderen, scholieren », bejaarden en personen met een handicap, moet worden verstaan : * kinderen : minderjarige personen buiten schoolverband; * scholieren : jongens en meisjes die de kleuterschool, de basisschool of de middelbare school bezoeken; * bejaarden : personen vanaf ongeveer 60 jaar; * personen met een handicap : personen met een fysische of geestelijke handicap. Eenzelfde opzichter mag b.v. een groep scholieren of een groep personen met een handicap begeleiden. Toch kan uit de dagelijkse praktijk, uit de kenmerken en gedragingen van de respectieve groepen, en uit de sterk verschillende verplaatsingsomgeving een zekere « specialisering » van de gemachtigd opzichter voortvloeien; hij kan m.a.w. de ervaring die hij verworven heeft in een bepaalde context, te nutte maken. 3.7.2. Bevoegdheden De gemachtigd opzichter kan het verkeer stilleggen om de groepen kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap te laten oversteken. Hij kan deze groepen ook verbieden om over te steken zolang het verkeer niet tot stilstand is gekomen en/of zolang de verkeersomstandigheden niet optimaal veilig zijn wat betekent dat in dat geval voor die groepen de bepaling van art. 40.4.2. van het algemeen verkeersreglement met betrekking tot de intentie om over te steken, niet van toepassing is. Hij mag eveneens aanwijzingen geven. Dit moet begrepen worden in zijn gebruikelijke betekenis : een aanwijzing, een wenk geven, een suggestie doen om iets te doen of niet te doen. De aanwijzingen hebben dus nooit de waarde of de bindende kracht van een bevel; ze hebben steeds betrekking op « de bescherming van het oversteken van groepen kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden ». Aangezien de gemachtigd opzichter geen politieagent of hulpagent is, kan hij geen proces-verbaal opstellen naar aanleiding van een overtreding. Hij kan ook geen identiteitscontroles doen. Wat kan hij wel doen wanneer hij overtredingen waarneemt ? Net zoals iedere andere burger, hoeft hij niet te handelen, maar hij kan wel de overtreding aangeven bij de politie (de gegevens noteren die de identificatie van de overtreder mogelijk maken, nummerplaat, kleur en merk van de auto, gebeurlijk de kenmerken en bijzonderheden van de bestuurder). Hij kan ook formeel klacht indienen. Zijn voornaamste zorg moet zijn het veilig oversteken van de groepen die hij begeleidt. Toch doet hij er goed aan systematisch de overtredingen te noteren : op die manier kan hij nagaan of sommige overtredingen of bepaalde gevaarlijke, onopzettelijke gedragingen herhaaldelijk gebeuren. In voorkomend geval kan met de politie afgesproken worden dat ze op elk gepast moment de gemachtigd opzichter zal bijstaan. In dit geval komt het de politieagenten toe beteugelend op te treden. 3.7.3. Enkele bijzondere gevallen 3.7.3.1. De gemachtigd opzichter treedt in ruime zin op als hulp bij het oversteken van de rijbaan, om het even of er een oversteekplaats voor voetgangers is of niet, of deze oversteekplaats al dan niet beveiligd is door middel van verkeerslichten, of het buiten dan wel op een kruispunt is. 3.7.3.1.1. Wanneer een oversteekplaats voorhanden is die niet beveiligd is door verkeerslichten, bestaat zijn taak erin het oversteken te regelen van de groep(
- en)waarover hij het toezicht heeft. In dit geval kan het zijn dat hij de groep vraagt te wachten alvorens over te steken in veilige omstandigheden. 3.7.3.1.2. Bij verkeerslichten treedt hij in essentie op « in overeenstemming » met de groene fase voor de voetgangers : hij mag immers de groep niet laten oversteken wanneer het licht op rood staat voor de voetgangers; in dit geval splitst hij de groep. 3.7.3.1.3. Aan de kruispunten bestaat zijn taak er niet in het verkeer op het kruispunt te regelen, maar de overtocht van de groep(
- en)in alle veiligheid te laten verlopen. Hij begeeft zich dus in principe naar de plaats van doortocht van zijn groep. 3.7.3.2. Wanneer de gemachtigd opzichter met verscheidene groepen te maken heeft die elkaar opvolgen, moet hij het oversteken van de groepen afwisselend met de doortocht van het verkeer laten gebeuren. 3.7.3.3. Als er toevallig personen mee zijn die eigenlijk vreemd zijn aan de groep (b.v. één of meerdere volwassen(
- en)met een groep scholieren), kan de gemachtigd opzichter daar bezwaarlijk rekening mee houden. Deze personen stappen dan maar mee op. 3.7.3.4. Ter herinnering : prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren, dit wil zeggen, die gebruik maken van hun blauw zwaailicht en van het speciaal geluidssignaal, hebben voorrang : de gemachtigd opzichter moet ze krachtens art. 59.14 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer laten voorgaan. 3.7.3.5. De gemachtigd opzichter moet bijzonder op zijn hoede zijn voor de aanwezigheid van fietsers, bestuurders van gemotoriseerde tweewielers en van zware voertuigen. Wat deze laatste betreft, hebben ze, buiten hun bijzondere aard, het nadeel dat ze een voertuig dat volgt, kunnen verbergen. 3.7.3.6. De aanwezigheid van een gemachtigd opzichter in de schoolbus of aan de belangrijke stopplaatsen, is een grote troef ter verhoging van de veiligheid bij het in- en uitstappen van kinderen. 3.7.3.7. Zowel bij de opleiding van de gemachtigd opzichter als bij de toewijzing van zijn plaats, moet goed gelet worden op alle plaatselijke kenmerken van zijn werkterrein, namelijk : * rekening houden met de oversteeklengte; * rekening houden met de bijzondere plaatselijke omstandigheden (tramsporen - trams blijven prioritair ! -) waarin het verkeer verloopt, enz.....; * rekening houden met het feit of men zich bevindt op hoofdwegenis of niet. Zonder bij voorbaat uit te sluiten dat de gemachtigd opzichter zou ingezet worden op hoofdwegenis met druk verkeer, moet de lokalisering van een dergelijk optreden toch met de grootste omzichtigheid gebeuren. In sommige gevallen is het beter dat de politie zelf optreedt; * er moet overigens een gepaste, evenwichtige verhouding zijn tussen het aantal gemachtigde opzichters en de uit te voeren taken. Soms kan het nodig zijn dat twee gemachtigde opzichters aanwezig zijn; * in dezelfde gedachtengang is het aangewezen een echte ploeg gemachtigde opzichters te vormen zodat de afwezigheid van een lid gemakkelijk verholpen kan worden. Het is inderdaad van belang dat er continuïteit in de aanwezigheid is; * voor groepen scholieren, kinderen, bejaarden of personen met een handicap kan de gemachtigd opzichter, tenzij hij op een kritieke plaats is ingezet (b.v. een grote verzorgingsinstelling, in de nabijheid van een rusthuis, enz...), de groep begeleiden over het geheel van het af te leggen traject. Hier heeft hij dan een tweevoudige taak : enerzijds optreden als opzichter in de echte zin - door het verkeer stil te leggen op welbepaalde punten - en anderzijds als raadgever hetzij op kritieke plaatsen zoals bij het oversteken van hoofdwegen hetzij bij het begeleiden van de groep zoals inzake de juiste plaats op de openbare weg; * in algemene zin moet de gemachtigd opzichter de veiligste plaatsen kiezen om over te steken (aanwezigheid van oversteekplaatsen voor voetgangers, al dan niet beveiligd door lichten, lengte van de oversteek, enz.....). Ten opzichte van een kind, een persoon met een handicap of een bejaarde, is de gemachtigd opzichter in de allereerste plaats een raadgever; * de bevoegdheden van de gemachtigd opzichter belangen slechts bepaalde groepen van voetgangers aan. Groepen van fietsers die van zijn optreden gebruik wensen te maken, moeten afstappen. 4. SLOTBEMERKINGEN Het feit dat een gemeente beschikt over gemachtigde opzichters is een bijkomende schakel van een actief verkeersveiligheidsbeleid en van een werkelijke aanwezigheid op het terrein. Door op te treden in samenwerking met de politiediensten kan de gemachtigd opzichter samen met de politie en met de andere betrokkenen (scholen, ouderverenigingen, jeugdbewegingen, bejaarden- of gehandicaptenverenigingen), actief deelnemen aan de oppuntstelling van veilige routes en ook de gemeenschappelijke of eigen problemen die hij bij elke groep vaststelt, in de belangstelling brengen (gevaarlijke oversteek, moeilijke bereikbaarheid of toegang, enz....). Het is van belang de scholen, de jeugdbewegingen, de ouderverenigingen en, de senioren- of gehandicaptenverenigingen te informeren over het bestaan in hun gemeente van een cel gemachtigde opzichters, alsook over hun precieze opdracht. Ook de gemeentelijke raadgevende commissies (de verkeerscommissie, de jeugdraad, de seniorenraad, de raad voor personen met een handicap, enz.) dienen op de hoogte gebracht te worden van de inhoud van het rondschrijven en het verdient eveneens aanbeveling dat groepen van bejaarden en personen met een handicap via de lokale media ingelicht worden over de nieuwe bevoegdheden van de gemachtigd opzichter. 5. OPHEFFING Het rondschrijven van 25 maart 1987 is opgeheven. De Minister van Veiligheid, J. PEETERS _______ Nota