wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansm
Art. 3.§ 1.
Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen met ingang van 1 januari 1998 worden aangeworven in een doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/1997 pub. 21/06/1997 numac 1997012449 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° werkgever valt niet onder de toepassing van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector;2° het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als werkzoekende en gerechtigd op het bestaansminimum sedert ten minste twaalf maanden zonder onderbreking;3° betrokkene wordt aangeworven met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van zes maanden, eenmaal verlengbaar met zes maanden, of met een arbeidsovereenkomst van twaalf maanden. §
- Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen met ingang van 1 juni 1998 worden aangeworven in een doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/1997 pub. 21/06/1997 numac 1997012449 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° werkgever valt niet onder de toepassing van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector;2° het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als werkzoekende en gerechtigd op het bestaansminimum sedert ten minste twaalf maanden zonder onderbreking;3° betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. §
- Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen met ingang van 1 juli 1998 worden aangeworven in een doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/1997 pub. 21/06/1997 numac 1997012449 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als werkzoekende en gerechtigd op het bestaansminimum sedert ten minste twaalf maanden zonder onderbreking;2° betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. §
- Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen met ingang van 1 oktober 1998 worden aangeworven in een doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/1997 pub. 21/06/1997 numac 1997012449 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als werkzoekende en gerechtigd op het bestaansminimum zonder onderbreking sedert tenminste twaalf maanden ofwel sedert ten minste negen maanden indien hij jonger is dan vijfentwintig jaar en niet beschikt over een diploma, getuigschrift of brevet van het hoger middelbaar onderwijs;2° betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. Afdeling
- - Gelijkgestelde periodes Art. 4.Voor de toepassing van artikel 3 worden de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op het bestaansminimum : 1° de periodes van gevangenzetting gedurende dewelke het recht op het bestaansminimum werd opgeschort;2° de periodes gedurende dewelke financiële maatschappelijke hulp werd verleend omdat het bestaansminimum niet kon worden toegekend;3° de periodes van tewerkstelling in een doorstromingsprogramma;4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;5° de andere periodes gedurende dewelke de betrokkene geen recht had op het bestaansminimum of op financiële maatschappelijke hulp zoals bedoeld in 2°, inzonderheid de periodes tijdens dewelke de betrokkene verbonden was door een arbeidsovereenkomst, met een samengevoegde duur van ten hoogste vier maanden. Afdeling
- - Maandelijkse bedragen van het geactiveerd bestaansminimum Art. 5.§
- Voor de indienstnemingen vanaf 1 januari 1998 bedraagt het geactiveerd bestaansminimum : 1° 10 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door een arbeids-overeenkomst in het kader van een doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens halftijds is;2° 12 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door een arbeidsovereenkomst in het kader van een doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens drie vierden bedraagt van een voltijds uurrooster. De bedragen van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in het vorig lid, worden verhoogd met 2 000 BEF indien de betrokkene vóór zijn aanwerving in een doorstromingsprogramma werkzaamheden in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen regelmatig heeft verricht. De bedragen van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in de voorgaande leden, worden evenwel begrensd tot het nettoloon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. §
- Voor de indienstnemingen vanaf 1 juni 1998 bedraagt het geactiveerd bestaansminimum : 1° 10 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door een arbeidsovereenkomst in het kader van een doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens halftijds is;2° 13 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door een arbeids-overeenkomst in het kader van een doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. De bedragen van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in het vorig lid, worden verhoogd met 2 000 BEF indien de betrokkene, vóór zijn aanwerving in een doorstromingsprogramma, werkzaamheden in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen regelmatig heeft verricht. Voor de werknemers die, op het ogenblik van hun indienstneming, doorgaans woonachtig zijn in gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op 30 juni tenminste 20 % hoger is dan de gemiddelde werkloosheidsgraad van hun Gewest, bedraagt het geactiveerd bestaansminimum 17 500 BEF per kalendermaand indien de betrokkene tenminste halftijds tewerkgesteld is en 22 000 BEF per kalendermaand indien de betrokkene tewerkgesteld is in een uurregeling die minstens vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. Deze bedragen van het geactiveerd bestaansminimum worden vastgesteld de dag waarop de arbeidsovereenkomst begint te lopen en blijven geldig gedurende de hele tewerkstellingsperiode, onverminderd de in artikel 7, § 2, bedoelde maximale duur waarvoor de betrekking in aanmerking wordt genomen in het kader van de doorstromingsprogramma's. De lijst van de gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op 30 juni tenminste 20 % hoger is dan de gemiddelde werkloosheidsgraad van hun Gewest, wordt jaarlijks door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening vastgesteld. Zij geldt van 1 september tot 31 augustus van het volgende jaar en wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt voor 31 augustus. De lijst van de betrokken gemeenten wordt voor het eerst opgemaakt op grond van de werkloosheidscijfers op 30 juni
- De verhoogde bedragen van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in het tweede en derde lid, mogen niet gecumuleerd worden. De bedragen van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in de voorgaande leden, worden evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. Art. 6.§
- De werknemer die op 1 juni 1998 gerechtigd was op een geactiveerd bestaansminimum ten bedrage van 12 000 BEF, gebeurlijk verhoogd met 2 000 BEF op basis van voorheen verrichte werkzaamheden in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, blijft tot op het einde van zijn contract gerechtigd op dit bedrag aan geactiveerd bestaansminimum. §
- Met ingang van 1 juni 1998 bedraagt het geactiveerd bestaansminimum 12 000 BEF wanneer de uurregeling minstens drie vierden en minder dan vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster, in zoverre de aanwerving van de werknemer gebeurd is vóór 1 januari
- Afdeling
- - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op het geactiveerd bestaansminimum Art. 7.§
- Voor de werknemers, aangeworven vanaf 1 januari 1998, bedraagt de duur van hun tewerkstelling in het kader van een doorstromingsprogramma maximum twaalf maanden. Voor de werknemers die, vóór hun aanwerving in een doorstromingsprogramma, regelmatig werkzaamheden hebben verricht in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, kan de tewerkstellingsperiode één maal verlengd worden met maximum twaalf maanden of twee maal telkens voor maximum zes maanden. §
- Voor de werknemers, aangeworven vanaf 1 juni 1998, bedraagt de duur van hun tewerkstelling in het kader van een doorstromingsprogramma maximum vierentwintig maanden per beroepsloopbaan. Deze tewerkstellingsduur kan verhoogd worden tot maximum zesendertig maanden per beroepsloopbaan voor de werknemers die, vóór hun aanwerving in een doorstromingsprogramma, regelmatig werkzaamheden hebben verricht in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of die doorgaans woonachtig zijn in gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op 30 juni en voor het eerst op 30 juni 1997, tenminste 20 % hoger is dan de gemiddelde werkloosheidsgraad van hun Gewest. De arbeidsovereenkomsten die lopen op het moment dat de gemeentelijke werkloosheidsgraad ophoudt de gemiddelde werkloosheidsgraad van het Gewest met ten minste 20 % te overschrijden, kunnen worden uitgevoerd tot ze vervallen. HOOFDSTUK II. - De erkende arbeidsposten in het kader van de herinschakeling van de langdurig werklozen Afdeling
- -
Art. 8
.Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen worden aangeworven in een arbeidspost erkend krachtens het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997012633 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als werkzoekende en gerechtigde op het bestaansminimum zonder onderbreking sedert tenminste zesendertig maanden of sedert ten minste vierentwintig maanden indien hij niet in het bezit is van een diploma van het hoger secundair onderwijs, noch van een diploma van het hoger onderwijs;2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. Afdeling
- - Gelijkgestelde periodes Art. 9.Voor de toepassing van artikel 8 worden de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op het bestaansminimum : 1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, met een duurtijd korter dan drie volledige kalendermaanden;2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende arbeidspost bij toepassing van voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997012633 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen sluiten;3° de periodes gedurende dewelke financiële maatschappelijke hulp werd verleend omdat het bestaansminimum niet kon worden toegekend;4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Afdeling
- - Maandelijkse bedragen van het geactiveerd bestaansminimum Art. 10.Het geactiveerd bestaansminimum bedraagt : 1° 17 500 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door een arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster in het kader van een arbeidspost erkend in de zin van artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997012633 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen sluiten;2° 22 000 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door een arbeidsovereenkomst die voorziet in een uurrooster dat minstens vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster in het kader van een arbeidspost erkend in de zin van artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997012633 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen sluiten. Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in het eerste lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. Afdeling
- - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op het geactiveerd bestaansminimum Art. 11.De gerechtigden op het bestaansminimum die de in artikel 8 bedoelde voorwaarden vervullen, hebben recht op het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in artikel 10, gedurende een periode van maximum zesendertig maanden. HOOFDSTUK III. - Het banenplan Afdeling
- -
Art. 12
.Gerechtigden op het bestaansminimum kunnen worden aangeworven in het kader van het banenplan dat de toekenning van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in artikel 14, mogelijk maakt, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : 1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als werkzoekende en gerechtigde op het bestaansminimum sedert tenminste zesendertig maanden zonder onderbreking;2° de werkgever is gerechtigd op de vrijstelling van werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 december 1994 tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen. Afdeling
- - Gelijkgestelde periodes Art. 13.Voor de toepassing van artikel 12 worden de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op het bestaansminimum : 1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, met een duur van minder dan drie volledige kalendermaanden;2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende arbeidspost bij toepassing van voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 09/09/1997 numac 1997012633 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen sluiten;3° de periodes gedurende dewelke financiële maatschappelijke hulp werd verleend omdat het bestaansminimum niet kon worden toegekend;4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Afdeling 3 Maandelijkse bedragen van het geactiveerd bestaansminimum Art. 14.Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedraagt 6 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door een arbeidsovereenkomst die minstens in een halftijds uurrooster voorziet. Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in het vorig lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. Afdeling
- - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op het geactiveerd bestaansminimum Art. 15.De bestaansminimumgerechtigden die de voorwaarden, bedoeld in artikel 12, vervullen, hebben recht op het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum, bedoeld in artikel 14, voor een periode beperkt tot het kwartaal van de indienstname en de vier volgende kwartalen. TITEL
- - Slotbepalingen Art. 16.Met ingang van 1 juni 1998 kan de werknemer voor dezelfde periode slechts gerechtigd zijn op één van de bedragen van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in de artikelen 5, § 2, 6, 10 en
- Art. 17.Onderhavig besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998 met uitzondering van artikel 3, § 2, artikel 5, § 2, artikel 6, artikel 7, § 2, en artikel 16, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 1998; artikel 3, § 3, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 1998 en artikel 3, § 4, dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober
- Art. 18.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 9 februari
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, J. PEETERS