(1),kan een trapsgewijze uitvoering van de wet als wettig beschouwd worden. Dat de uitvoering van de wet tijdens een overgangs- of aanloopperiode enigszins haaks staat op de tekst van de wet, is daarbij geen bezwaar, indien van meet af aan duidelijk is dat het slechts om een overgangsregeling gaat, en dat de definitieve regeling volledig strookt met de tekst van de wet. De ontworpen regeling vindt dehalve, ook wat de overgangsregeling betreft, een voldoende rechtsgrond in artikel 7,§ 3, van de wet. ONDERZOEK VAN DE TEKST Artikelen 1, 2 en 4 Het ontworpen artikel 4, § 1, derde lid (artikel 1 van het ontwerp) is bedoeld om uitwerking te hebben van 1 oktober 1998 tot 31 december 1999 (artikel 4 van het ontwerp). Met ingang van 1 januari 2000, d.i. onmiddellijk nadat het ontworpen artikel 4, § 1, derde lid, opgehouden zal hebben van kracht te zijn, zal datzelfde artikel 4, § 1, derde lid, vervangen worden door een nieuwe bepaling (artikelen 2 en 4 van het ontwerp). Die werkwijze is ongewoon, in zoverre ze impliceert dat één bepaling (artikel 4, § 1) tweemaal gewijzigd wordt : eerst met uitwerking op 1 oktober 1998, nadien met ingang van 1 januari
- De Raad van State geeft ter overweging om de beide wijzigingen in één keer in het koninklijk besluit van 5 maart 1990 aan te brengen, uiteraard met duidelijke vermelding van de respectieve data van inwerkingtreding. Indien deze suggestie wordt gevolgd, formulere men het in te voegen derde lid bijvoorbeeld als volgt : « In afwijking van het eerste en het tweede lid, is de grens voor de samenwonende gerechtigde die inwoont of gaat inwonen bij bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad of wiens voornoemde bloed- of aanverwanten bij hem inwonen of gaan inwonen, gelijk aan : - het gemiddelde van de grens voor een alleenstaande gerechtigde en de grens voor een samenwonende gerechtigde, voor de periode van 1 oktober 1998 tot 31 december 1999; - de grens van een alleenstaande gerechtigde, vanaf 1 januari
- ». Artikel 3 Er zou best vermeden worden artikel 3 van het ontwerpbesluit als een autonome bepaling te redigeren. Dat artikel kan integendeel beter geredigeerd worden als een wijzigende bepaling. De ontworpen bepaling zou bijvoorbeeld het voorwerp kunnen uitmaken van een nieuwe paragraaf 4 van artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 maart
- Men vervangt dan de woorden « van dit besluit » door « van § 1, derde lid », en de woorden « op de datum van in werking treden van deze bepalingen » door « respectievelijk op 1 oktober 1998 en 1 januari 2000 ». Tevens voege men tussen de woorden « recht op deze tegemoetkoming » en « nog niet » de woorden « op deze data » in. De kamer was samengesteld uit : de heren : W. Deroover, kamervoorzitter; D. Albrecht, P. Lemmens, staatsraden; H. Cousy, A. Spruyt, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. F. Lievens, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de de H. W. Deroover. Het verslag werd uitgebracht door de H. J. Van Nieuwenhove, adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de H. J. Drijkoningen, referendaris. De griffier, F. Lievens De voorzitter, W. Deroover _______ Nota
(1)Zie de bespreking van de amendementen nrs.58 en 81 in de Commissie voor de sociale zaken, Parl. St., Kamer, 1996-1997, nr. 1184-14 pp. 53-
- 4 FEBRUARI
- - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, inzonderheid op artikel 7, § 3, ingevoegd door de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, inzonderheid op de artikelen 4, § 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 november 1990, 30 maart 1993 en 19 mei 1995, en 5; Gelet op het advies van de Nationale Hoge Raad voor Gehandicapten, gegeven op 15 juni 1998; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 juni 1998; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 16 juni 1998; Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 19 juni 1998 over de aanvraag om een door de Raad van State binnen de termijn van een maand te geven advies; Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 1 december 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 november 1990, 30 maart 1993 en 19 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt volgend lid ingevoegd : « In afwijking van het eerste en het tweede lid, is de grens voor de samenwonende gerechtigde die inwoont of gaat inwonen bij bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad of wiens voornoemde bloed- of aanverwanten bij hem inwonen of gaan inwonen gelijk aan : - het gemiddelde van de grens voor een alleenstaande gerechtigde en de grens voor een samenwonende gerechtigde, voor de periode van 1 oktober 1998 tot 31 december 1999; - de grens van een alleenstaande gerechtigde, vanaf 1 januari
- »; 2° in het vierde lid van § 1, worden de woorden « tweede lid » vervangen door de woorden « vierde lid »;3° in het vijfde lid worden de woorden « derde lid, 1° » telkens vervangen door de woorden « vierde lid, 1° ». Art. 2.In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « vierde lid ». Art. 3.De bepalingen van dit besluit worden ambtshalve toegepast op de personen die op de datum van in werking treden van deze bepalingen een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genieten, evenals op de personen wier recht op deze tegemoetkoming nog niet bij een administratieve of gerechtelijke beslissing is vastgesteld voor zover zij de vereiste voorwaarden vervullen. Art. 4.Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 4 februari
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, J. PEETERS