zonderheid op de artikelen 87, 88, 93, 94, derde lid, 97 en 99; Gelet op het koninklijk besluit van 3 december 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/12/1999 pub. 29/12/1999 numac 1999024101 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling voor het dienstjaar 2000 van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld
artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen voor de financiering van de werkingskosten van de ziekenhuizen sluiten houdende vaststelling van het globale budget van het Rijk, zoals bedoeld
artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen, voor de financiering van de werkingskosten van de ziekenhuizen voor 2000; Gelet op het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 28 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 21 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999 en 22 juni 1999; Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Financiering, uitgebracht op 20 september 1999 en 14 oktober 1999; Gelet op het advies van de
spectie van Financiën, uitgebracht op 16 december 1999; Gelet op het akkord van de Minister van Begroting, gegeven op 22 december 1999; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
zonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de rechtszekerheid gebiedt dat de ziekenhuisbeheerders dringend
kennis worden gesteld van de
2000 vigerende voorwaarden en regelen
zake de financiering van de ziekenhuizen zodat ze tijdig de nodige maatregelen kunnen treffen, Besluit : Artikel 1.
artikel 12ter van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 21 april 1987, 11 augustus 1987, 7 november 1988, 12 oktober 1989, 20 december 1989, 23 juni 1990, 10 juli 1990, 28 november 1990, 28 februari 1991, 20 maart 1991, 10 april 1991, 20 november 1991, 21 november 1991, 19 oktober 1992, 30 oktober 1992, 30 december 1993, 23 juni 1994, 19 juli 1994, 28 december 1994, 27 december 1995, 30 december 1996, 8 september 1997, 10 december 1997, 29 december 1997, 26 augustus 1998, 30 december 1998, 24 maart 1999, 15 juni 1999 en 22 juni 1999, wordt een punt w)
gevoegd dat luidt als volgt : « w) de middelen die worden toegekend met het oog op de bevordering van een doelmatige opname- en ontslagpolitiek
de acute ziekenhuizen. ». Art. 2.
artikel 16, § 4 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden « en
de §§ 2ter en quater »
gevoegd na de woorden « De
3.
artikel 18, § 1 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : - de woorden « § 1 » worden weggelaten; - de woorden « , 2quater » worden
gevoegd tussen de woorden « 2ter » en « 3 ». Art. 4.
artikel 20 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : -
, 3°, § 3, § 4 et § 5 worden de woorden « 25 % » en « 75 % » respectievelijk vervangen door « 50 % » en « 50 % ». Art. 5.
artikel 22bis, § 3, 1°, van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden « van het koninklijk besluit van 18 maart 1985 » tot de woorden «
gebouwd electronisch telsysteem » vervangen door de woorden « van artikel 7 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 oktober 1989 ». Art. 6.
artikel 39 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden « van artikelen 46bis en 46ter » vervangen door de woorden « van artikel 46bis ». Art. 7.
artikel 40, § 2 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt volgende alinea toegevoegd : « Bij afwijking van de eerste alinea wordt de voorziene vergelijking voor het jaar 2000 uitgesteld tot het dienstjaar 2001. ». Art. 8.
artikel 40, § 3, laatste alinea van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, worden de woorden « Vanaf het eerste jaar van de vierde periode van drie jaar » vervangen door de woorden « Vanaf het dienstjaar 2000 ». Art. 9.
artikel 42, § 2 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt de eerste zin eindigend met de woorden « vanaf het dienstjaar 1991. » aangevuld zoals volgt : « , met dien verstande dat de duur van de derde periode van drie jaar op vier jaar wordt gebracht. ». Art. 10.
artikel 42, § 3 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, worden de woorden « van de artikelen 46bis en 46ter » vervangen door de woorden « van artikel 46 bis ». Art. 11.
de tabel van artikel 42, § 9 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, worden de woorden « C+D+E van
tensieve aard », « 2 » en "per bed voor 2 % van de C, D en E-bedden" vervangen door : « Erkende functie
tensieve zorgen ten belope van een functie van maximum 6 bedden per ziekenhuis », « 2 » en « per bed voor 2 % van de C+D+E-bedden met een minimum van 6 bedden » « of » « C+D+E van
tensieve aard
dien het ziekenhuis niet beschikt over een erkende functie
tensieve zorgen », « 2 » en « per bed voor 2% van de bedden C+D+E ». Art. 12.
artikel 42, § 10 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt de zin « Voor de vierde periode van drie jaar bedraagt het percentage vanaf het eerste jaar 100 %. » vervangen door « Vanaf dienstjaar 2000 is het percentage gelijk aan 100 %. ». Art. 13.
artikel 43, § 2, 2°, a) 1° van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden « tijdens een nader te bepalen dienstjaar » vervangen door de woorden « tijdens de twee laatst gekende dienstjaren ». Art. 14.
artikel 43, § 2, 2°, b) 1° van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, worden de woorden « tijdens de twee laatst gekende dienstjaren »
gevoegd tussen de woorden « die
een E-dienst opgenomen zijn » en « met uitzondering van ». Art. 15.
artikel 43, § 2, 2° van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, wordt een punt d)
gevoegd luidend als volgt : «
meer of
min heeft gewijzigd ten opzichte van het voorgaande dienstjaar, het toegekende aantal punten per bed gelijkgesteld met deze voorzien
het vastgestelde klassement van het dienstjaar van de vaststelling van het budget, verhoogd of verlaagd, naargelang het geval, met 50 % van het verschil tussen het voormelde aantal punten per bed en het aantal punten toegekend volgens het deciel van toepassing
het voorgaande dienstjaar, waarbij de correctie aan 100% wordt toegepast
het volgende dienstjaar. ». Art. 16.
artikel 43, § 2, 2°, a) 1°, 2° en 3° van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden « 50 % », « 25 % » en « 25 % » respectievelijk vervangen door « 40 % », « 30 % » en « 30 % ». Art. 17.
artikel 43, § 2, 2°, c) van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : a)
punt c.1) 1ste berekening, worden de woorden « tijdens het laatst gekende dienstjaar » vervangen door « tijdens de twee laatst gekende dienstjaren » en het woord « 90 % » wordt vervangen door « 80 % »; b)
punt c.2) 2e berekening, worden de woorden « 10 % » vervangen door de woorden « 20 % »; c) het punt c.3) wordt het punt c.4) en de woorden «
de eerste en tweede berekening » worden vervangen door de woorden « derde berekening »; d) er wordt een punt c.3)
gevoegd luidend als volgt : « c3) 3e berekening : De punten die men verkrijgt door de eerste en tweede berekening worden opgeteld. ». Art. 18.
artikel 43, § 3, 2° van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt volgende wijziging aangebracht : -
punt a.4) Permanent beschikbare operatiezaal worden de voorwaarden aangaande het aantal bedden van
tensieve aard weggelaten. Art. 19.
artikel 43, § 3, 2° b) van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : -
punt b.1) worden de woorden « 4 punten » vervangen door de woorden « 5 punten »; -
punt b.2) worden de woorden « gedurende de twee laatst gekende diensjaren »
gevoegd tussen de woorden « gehospitaliseerde patiënten » en « , zoals bedoeld
artikel 26, § 1 » en de laatste alinea wordt vervangen door volgende alinea : « Voor de drie eerste decielen, worden de basispunten vermenigvuldigd met 1; voor het 4e, 5e en 6e deciel met 1,20; voor het 7e deciel met 1,40; voor het 8e deciel met 1,60; voor het 9e deciel met 1,80; voor het 10e deciel met 2. ». -
punt b.4), worden de twee laatste zinnen vervangen door de volgende zin : « Vanaf het ogenblik dat een ziekenhuis erkend is hetzij voor de functie « eerste opvang van spoedgevallen », hetzij voor de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » wordt het minimum van 15 punten slechts één keer verzekerd voor één van de twee functies. ». Art. 20.
artikel 43, § 3, 2°, c) van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt de zin beginnend met « Om de waarde per bezet bed te bepalen » vervangen door de zin « Om de waarde per bezet bed te bepalen wordt geen rekening gehouden met de medische prestaties en de verpleegdagen
de bedden erkend onder de kenletters A, T en K. Voor de ziekenhuizen waarvan het aantal bedden erkend onder kenletter G hoger is dan het nationaal gemiddelde, worden de medische prestaties en de verpleegdagen aangepast
toepassing van volgend percentage : Aant.Gzi-bedden Aant. G-beddenn Nat. Gemid. x 100 Aantal Gzi bedden Of Aantal bedden Gzi = Aantal G-bedden van het beschouwde ziekenhuis Gemiddeld nationaal aantal bedden G = het totaal aantal bedden van het beschouwde ziekenhuis vermenigvuldigd met het gemiddeld percentage G-bedden vastgesteld op nationaal vlak met betrekking tot het totaal aantal bedden. ». Art. 21.
artikel 46bis van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : -
worden de woorden « 2000 : 85 percent » vervangen door de woorden « 2000 : 75 percent »; -
worden de woorden « 65 miljoen » vervangen door de woorden « 110 miljoen »; -
worden de woorden « voor de PAL-dagen berekend op basis van de percentages van het volgende jaar en voor de NAL-dagen op die van het voorafgaande jaar » vervangen door de woorden « berekend op basis van 100 % voor de PAL-dagen en 35 % berekend voor de NAL-dagen ». Art. 22.Artikel 48, § 8, b) van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt weggelaten en vervangen door volgende bepalingen « Teneinde de
itiatieven « toezicht op de nosocomiale
fecties » te bevorderen en te stimuleren
de acute ziekenhuizen, wordt Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag van 150 000 F vanaf 1 januari 2000, voor de ziekenhuizen die deelnemen aan het opvragen van gegevens
het kader van één van volgende protocols : 1) toezicht van de pneumonieën en bacteremieën
de eenheden van
tensieve zorgen volgens het protocol van het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezondheid - Louis Pasteur en de Belgische Maatschappij voor
tensieve en Spoedgevallengeneeskunde;2) toezicht van de septicemieën over het hele ziekenhuis volgens het protocol van het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezondheid - Louis Pasteur of 3) toezicht van de
fecties van de operatiewonden volgens het protocol van het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezondheid - Louis Pasteur. Om te kunnen genieten van dit bedrag, dienen de ziekenhuizen zich te verbinden tot : - het verzamelen van gegevens volgens één van voornoemde protocollen gedurende minstens één trimester
het jaar; - het overdragen van de voormelde gegevens over het betreffende trimester voor het einde van de tweede maand die volgt op het beschouwde trimester aan het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezondheid - Louis Pasteur; - het storten aan het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezonheid, Louis Pasteur van een bedrag van 90 000 F op rekeningnummer 001-1660480-13 aan het IWP Patrimonium met de vermelding "toezicht op nosomiale
fecties" en de naam van het ziekenhuis. Vanaf ontvangst van betaling zal het voormelde
stituut de gevraagde registratiemiddelen doorsturen. De storting dient voor einde maart vereffend te zijn. Het Wetenschappelijk
stituut van Volksgezondheid - Louis Pasteur zal aan ieder ziekenhuis een feed-back mededelen met de analyse van de
dividuele gegevens en de nationale gegevens. Het zal eveneens iedere zes maanden aan de Minister die de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft een rapport overmaken met onder andere de nationale gegevens alsook de adviezen of aanbevelingen terzake. ». Art. 23.
artikel 48, § 16 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : - de woorden « 150 miljoen » worden vervangen door de woorden « 250 miljoen »; -
punt a) : - worden de woorden « 65 miljoen » vervangen door de woorden « 110 miljoen »; -
het tweede criterium worden de woorden « eerste dertig ziekenhuizen » vervangen door de woorden « vijftig eerste ziekenhuizen »; - de woorden « 31 maart 1999 » worden vervangen door de woorden « 31 maart van het jaar van vaststelling van het budget » en de laatste alinea wordt vervangen door « het bedrag 110 miljoen wordt verdeeld tussen de begunstigde ziekenhuizen ten belope van 1/3 op basis van het aantal geselecteerde ziekenhuizen, 1/3 op basis van het aantal opnames van ieder ziekenhuis en 1/3 naargelang het aantal verpleegdagen van ieder ziekenhuis »; -
punt b), worden de woorden « 65 miljoen » vervangen door de woorden « 110 miljoen »; - punt
tercultureel bemiddelaar aan te stellen. Deze ziekenhuizen worden na advies van de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddeling" van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu geselecteerd door de Minister die de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft en door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, volgens een rangschikking opgesteld overeenkomstig de volgende criteria : - de ratio "aantal opnamen van onderdanen van een andere Staat dan een Lidstaat van de Europese Unie" t.o.v. "het totaal aantal opnamen"; - de ratio "aantal opnamen van onderdanen van een andere Staat dan een Lidstaat van de Europese Unie" t.o.v. "het aantal opnamen van onderdanen van een Lidstaat van de Europese Unie met uitzondering van het Koninkrijk België"; - voor de ziekenhuizen waar reeds
terculturele bemiddelaars met het systeem van de verpleegdagprijs gefinancierd worden : de evaluatie van de activiteiten van de
terculturele bemiddelaars door de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddeling". De functie van
terculturele bemiddelaar kan worden vervuld door een persoon die aan de volgende voorwaarden beantwoordt a) houder zijn van een universitair diploma of van een diploma van het hoger onderwijs van het lange type
de volgende vakgebieden : medische, paramedische en gezondheidszorgrichtingen, antropologie, etnologie, filologie, filosofie, sociologie en psychologie, en een beroepservaring kunnen bewijzen
het domein van de
terculturele gezonheidszorg;b) houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs van het korte type
de culturele, sociale of gezondheidszorgrichtingen, met een theoretische opleiding en relevante beroepservaring
het domein van de
terculturele gezondheidszorg;c) houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs aangevuld met een attest van een bijzondere en erkende opleiding
het domein van de
terculturele bemiddeling
de gezondheidszorg gelijkwaardig aan het hoger secundair technisch onderwijs, en met een begeleide praktijkervaring. Afwijkingen van deze profielen kunnen na advies van de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddeling" toegestaan worden door de leidinggevende ambtenaar. De dossiers m.b.t. de kandidatuur van de ziekenhuizen moeten voor 31 maart van het dienstjaar van vaststelling van het budget worden toegestuurd aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu Bestuur van de Gezondheidzorgen. Ziekenhuizen waar reeds een
terculturele bemiddelaar actief is die gefinancierd wordt via het mechanisme van de verpleegdagprijs, bezorgen samen met hun dossier een verslag van de activiteit van de
terculturele bemiddelaars
hun ziekenhuis. Richtlijnen voor het opstellen van dat verslag zullen door de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddelaar" aan de betrokken ziekenhuizen meegedeeld worden. Op basis van : - het kandidatuurdossier; - enkel voor de ziekenhuizen waar reeds
terculturele bemiddelaars actief zijn; - een verslag van de bemiddelingsactiviteiten
het ziekenhuis tijdes het afgelopen dienstjaar; - de resultaten van een evaluatie uitgevoerd door de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddeling"; - het advies van de Coördinatiecel "
terculturele Bemiddeling" van het hiervoor genoemde Ministerie. Verhoogt de Minister, die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft, onderdeel B4 van de geselecteerde ziekenhuizen, voor een full-time equivalent, met een forfaitair bedrag van maximaal : 1 500 0000 BF voor de personen bedoeld onder punt a); 1 300 0000 BF voor de personen bedoeld onder punt b); 1 150 000 BF voor de personen bedoeld onder punt c). ». Art. 24.
artikel 48, § 22 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986, worden de woorden « 2 500 000 frank » vervangen door de woorden « 8 500 000 frank ». Art. 25.
artikel 48 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de §§ 24 en 25
gevoegd luidend als volgt : « § 24 Teneinde een doelmatige politiek van opnames en ontslagen
de acute ziekenhuizen te bevorderen wordt Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag van 200 000 F voor de ziekenhuizen die een protocol met de huisartsen binnen de aantrekkingszone van het ziekenhuis afgesloten hebben over voorvermelde aangelegenheid. Dit protocol, opgesteld volgens het model vastgesteld door de minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft en door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, moet aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu - Bestuur van de Gezondheidszorg- ten laatste voor 1 juli 2000 opgestuurd worden ». « § 25 Binnen de limieten van het beschikbare budget dat op 29,3 miljoen is vastgesteld (
dex 1 januari 1999) wordt Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag voor de ziekenhuizen die deelnemen aan de verwezenlijking van proefprojecten die verband houden met een betere opvang van kinderen
de ziekenhuizen. Deze proefstudies hebben betrekking op : 1° het valoriseren van de ervaring opgedaan met specifieke psychiatrische programma's voor adolescenten
de K-diensten. De ziekenhuizen die aan dit project deelnemen, zullen op basis van volgende criteria geselecteerd worden : - de diensten moeten zowel voorzien
een residentiële eenheid, partiële hospitalisatie als
ambulante begeleiding; - er moet een functionele band zijn met de sociale diensten, de jeugdbescherming, . ; - het aantal opnamen van adolescenten
de betrokken K-dienst; - het ziekenhuis moet ervaring hebben
zake onderzoeken m.b.t. psychische problemen bij adolescenten. De betrokken ziekenhuizen, de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft, zullen geschreven overeenkomsten sluiten die met name het volgende zullen bepalen : het voorwerp en de duur van het project, de wijze van rechtvaardiging van de uitgaven, de verplichtingen
zake rapportering aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft. Het bedrag, waarmee het Onderdeel B4 van de betrokken ziekenhuizen zal worden verhoogd, is vastgesteld op 1 700 000 BF (
dex 1 januari 1999). 2° De ondersteuning en de ontwikkeling van de opvang van kinderen
de spoedgevallendiensten. De ziekenhuizen die aan dit project deelnemen, zullen op basis van volgende criteria geselecteerd worden : - een hoog aantal spoedopnamen van kinderen van minder dan 14 jaar (uitgezonderd de opnamen voor neonatologie); - minstens beschikken over een E-dienst met minimum 30 bedden, een pediater die permanent aanwezig is
het ziekenhuis en een pediatrische verpleegkundige die permanent aanwezig is voor de begeleiding van de kinderen tijdens de eerste opvang; - beschikken over aparte boxen en aangepaste ruimten voor de opvang van kinderen. De betrokken ziekenhuizen, de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft, zullen geschreven overeenkomsten sluiten die met name het volgende zullen bepalen : het voorwerp en de duur van het project, de regeling voor de rechtvaardiging van de uitgaven, de verplichtingen
zake rapportering aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft. Het bedrag, waarmee het Onderdeel B4 van de betrokken ziekenhuizen zal worden verhoogd, is vastgesteld op 2 600 000 BF (
dex 1 januari 1999). » Art. 26.
de
artikel 54 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 vermelde tabel worden, onder de rubriek "bezettingsgraad", voor de K, K-dag en K-nachtdiensten, worden de woorden « 80 %, 40 % en 48 % » vervangen door « 70 %, 35 % en 42 % ». Art. 27.
artikel 49 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden volgende wijzigingen aangebracht : -
worden de woorden « 1 januari 2000 » vervangen door de woorden « 1 januari 2001 ». -
worden de woorden « van de werking van het medisch-farmaceutisch comité en van het rationeel gebruik van de geneesmiddelen » tussen de woorden « ziekenhuisapotheek » en « georganiseerd door »
gevoegd. Art. 28.
artikel 57 van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt de volgende alinea toegevoegd : « Voor de toepassing van de voorgaande alinea wordt verstaan onder de budgetvermindering volgens afschaffing van bedden : het verschil tussen het budget waarop het ziekenhuis recht heeft vóór sluiting, rekening houdend met de verpleegdagen gerealiseerd gedurende het laatst gekende dienstjaar en het quotum van verpleegdagen en het budget waarop het ziekenhuis recht heeft na sluiting rekening houdend met hetzelfde aantal gerealiseerde verpleegdagen en het nieuwe quotum vastgesteld
functie van artikel 53. De berekening van de budgetten waarop het ziekenhuis recht heeft voor en na sluiting gebeurt volgens de bepalingen van artikel 60, 2°. ». Art. 29.
artikel 57bis, § 1, 3°, b) tweede streepje van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt
de Nederlandstalige tekst het woord « Vermindering » vervangen door het woord « Vermeerdering ». Art. 30.
punt 3.1 van bijlage IV van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 worden de woorden : « g = 1 voor (NSGj - SGj) 0,2
absolute waarde kleiner dan 0,2; = 1,25 voor (NSGj - SGj)
absolute waarde groter dan of gelijk aan 0,2 en kleiner dan 0,3; = 1,5 voor (NSGj - SGj) groter is dan of gelijk aan 0,3; »; vervangen door de woorden : « g = 1
dien (NSGj - SGj) lager is dan 0,2
absolute waarde; = 1,5
dien (NSGj - SGj) hoger of gelijk is aan 0,2 en lager dan 0,3
absolute waarde; = 1,75
dien (NSGj - SGj) hoger of gelijk is aan 0,3
absolute waarde ». Art. 31.Bijlage VII van het voornoemd ministerieel besluit van 2 augustus 1986 wordt vervangen door bijlage 1 van het huidig besluit. Art. 32.Dit besluit treedt
werking op 1 januari 2000, behalve artikel 27 dat
werking treedt op 1 januri
de berekening opgenomen : de DRG's binnen MDC 14 (= zwangerschap, bevalling en kraambed), 15 (= pasgeborenen), 19 (= psychische stoornissen) en 20 (= alcohol en druggebruik); de restgroep-DRG's (= 468, 469, 470, 476 en 477); de DRG's en leeftijdscategorieën waarvoor
de MKI-berekening geen 30 verblijven voorhanden waren. 2. Berekening van de nationale gemiddelde reële verblijfskost per DRG en leeftijdscategorie (= GRVK). De gemiddelde reële verblijfskost per DRG en leeftijdscatgorie (= GRVK) is gelijk aan het totaal van de verblijfskosten
zake verpleegkundig personeel die worden vastgesteld voor de weerhouden patiënten behorend tot een bepaalde DRG en leeftijdscatgorie (3. Berekening van de nationale gemiddelde normverblijfskost per DRG en leeftijdscategorie (= GNVK). Voor de erkende C- en D-bedden wordt voor elke DRG en leeftijdscategorie een gemiddelde normkost GNVK berekend en dit op de volgende wijze : Norm-CD * GemLoon-CD * AantBed-CD ----------------------------------------------------------------------------* Gemligdxa Totaal aantal weerhouden ligdagen op C/D-diensten waarbij : Norm-CD = de personeelsnormen voor de erkende C- en D-bedden zoals bedoeld
artikel 42 §9 van dit besluit; GemLoon-CD = het nationaal gemiddeld loon van een fulltime verpleegkundige op een C- en D-dienst; AantBed-CD = het totaal aantal erkende C- en D-bedden; AantLigd-CD = het totaal aantal ligdagen van de C- en D-patiënten; GemLigdxa = de gemiddelde verblijfsduur voor DRGx en leeftijdscategorie; Voor de berekening van de normkost wordt er per DRG en leeftijdscategorie desgevallend rekenening gehouden met de verhouding universitaire en niet-universitaire ligdagen, evenals als met de passages op IZ. 4. Berekening van de nationale gemiddelde meerkost per DRG en leeftijdscategorie (= GMK). Per DRG en leeftijdscategorie wordt de nationaal gemiddelde normverblijfskost (= GNVK) afgetrokken van de nationaal gemiddelde reële verblijfskost (= GRVK).
dien het resultaat positief is wil dit zeggen dat de betrokken DRG en leeftijdscategorie meer verpleegkundige middelen behoeft dan wat
de personeelsnormen werd voorzien. Een negatieve meerkost wijst op de omgekeerde situatie. 5. Berekening van de nationale meerkostindex per DRG en leeftijdscategorie. Op basis van de gemiddelde meerkost per DRG en leeftijdscategorie (= GMK) en de algemeen gemiddelde meerkost (= AGMK) wordt een meerkostindex per DRGx en leeftijdscategorie als volgt berekend MKIx =
t (GMKxa/ AGMK * 100 + 0,5) waarbij :
t =
tegerfunctie, zijnde afronding tot op de eenheid; GMKxa = de nationaal gemiddelde meerkost voor DRGx en leeftijdscatgorie; AGMK = de nationaal algemeen gemiddelde meerkost.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.