← België

Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de

8 FEBRUARI 1999. - Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap (1) De Raad

. ». Art. 22.In artikel 35 van hetzelfde decreet, waarvan huidig lid 1 paragraaf 1 wordt en huidig lid 2 paragraaf 2, wordt paragraaf 2 met volgend lid aangevuld : « Wanneer een personeelslid met een gedeeltelijk opdrachtverlies zich kandidaat stelt voor een vacante betrekking in het ambt waarin het vast benoemd werd, maar voor andere te begeven cursussen waarvoor hij houder is van een vereist bekwaamheidsbewijs ofwel waarvoor het een beroeps- of wetenschappelijke bekendheid heeft verkregen, en wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 22 hem wordt toegekend, wordt het personeelslid onmiddellijk definitief titularis van deze te begeven cursussen. ». Art. 23.In titel II, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde decreet, wordt een onderafdeling IV ingelast waarin een artikel 40bis vervat is, luidend als volgt : « Onderafdeling IV :

Artikel 40b

is.Met inachtneming van artikel 31 van het decreet van 9 september 1996, wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 22 toegekend is bij uitbreiding van de opdracht in hetzelfde ambt en in dezelfde te begeven cursussen waarvoor het personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt, geschiedt deze opdrachtuitbreiding, naargelang het geval, onmiddellijk in vast verband of als tijdelijke voor een onbepaalde tijd. ». Art. 24.Artikel 91 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 15° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwijzing voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van een van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ». Art. 25.Artikel 95 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 14° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwijzing voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van een van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ». Art. 26.Er wordt een artikel 124bis, luidend als volgt, ingevoegd in titel III, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet : « Artikel 124bis.De inrichtende macht bepaalt de cursus waaronder, volgens de wetgeving met betrekking tot de bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen, ieder bestanddeel van het programma van de studies ingericht door haar ressorteert. ». Art. 27.Artikel 131, 1° van hetzelfde decreet wordt door de volgende bepaling vervangen : « 1° het ambt en de bij artikel 7, § 1, van het decreet van 25 juli 1996 bedoelde opdracht; ». Art. 28.In titel III, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet, wordt het opschrift van afdeling III vervangen door het volgend opschrift : « Afdeling III : De aanwerving in vast verband, de terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking, het gedeeltelijk opdrachtverlies, de overplaatsing en

. ». Art. 29.In artikel 138 van hetzelfde decreet, waarvan huidig lid 1 paragraaf 1 wordt en lid 2 paragraaf 2, wordt paragraaf 2 aangevuld met volgend lid : « Wanneer een personeelslid met een gedeeltelijk opdrachtverlies zich kandidaat stelt voor een vacante betrekking in het ambt waarin het vast benoemd werd, maar voor andere te begeven cursussen waarvoor hij houder is van een vereist bekwaamheidsbewijs ofwel waarvoor het een beroeps- of wetenschappelijke bekendheid heeft verkregen, en wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 125 hem wordt toegekend, wordt het personeelslid onmiddellijk definitief titularis van deze te begeven cursussen. ». Art. 30.In titel III, hoofdstuk III, afdeling III, van hetzelfde decreet, wordt een onderafdeling IV ingevoegd waarin een artikel 143bis vervat is, luidend als volgt : « Onderafdeling IV :

Artikel 143b

is.Met inachtneming van artikel 31 van het decreet van 9 september 1996, wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 125 toegekend is bij uitbreiding van de opdracht in hetzelfde ambt en in dezelfde te begeven cursussen waarvoor het personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt, geschiedt deze opdrachtuitbreiding, naargelang het geval, onmiddellijk in vast verband of als tijdelijke voor onbepaalde tijd. ». Art. 31.Artikel 185 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 15° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwerving voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van een van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ». Art. 32.Artikel 189 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 14° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwerving voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van één van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ». Art. 33.Er wordt een artikel 206bis, luidend als volgt, ingevoegd in titel IV, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet : « Artikel 206bis.De inrichtende macht bepaalt de cursus waaronder, volgens de wetgeving met betrekking tot de bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen, ieder bestanddeel van het programma van de studies ingericht in de betrokken hogeschool ressorteert. ». Art. 34.Artikel 213, 1° van hetzelfde decreet wordt door de volgende bepaling vervangen : « 1° het ambt en de bij artikel 7, § 1, van het decreet van 25 juli 1996 bedoelde opdracht; ». Art. 35.In titel IV, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet, wordt het opschrift van afdeling III vervangen door het volgend opschrift : « Afdeling III : De vaste benoeming, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, het gedeeltelijk opdrachtverlies, de overplaatsing en

. ». Art. 36.In artikel 220 van hetzelfde decreet, waarvan huidig lid 1 paragraaf 1 wordt en huidig lid 2 paragraaf 2, wordt paragraaf 2 met volgend lid aangevuld : « Wanneer een personeelslid met een gedeeltelijk opdrachtverlies zich kandidaat stelt voor een vacante betrekking in het ambt waarin het vast benoemd werd, maar voor andere te begeven cursussen waarvoor hij houder is van een vereist bekwaamheidsbewijs ofwel waarvoor het een beroeps- of wetenschappelijke bekendheid heeft verkregen, en wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 207 hem wordt toegekend, wordt het personeelslid onmiddellijk titularis van deze definitief te begeven cursussen. ». Art. 37.In titel IV, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde decreet, wordt een onderafdeling IV ingelast waarin een artikel 224bis vervat is, luidend als volgt : « Onderafdeling IV :

Artikel 224b

is.Met inachtneming van artikel 31 van het decreet van 9 september 1996, wanneer de betrekking bedoeld bij artikel 207 toegekend is bij uitbreiding van de opdracht in hetzelfde ambt en in dezelfde te begeven cursussen waarvoor het personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt, geschiedt deze opdrachtuitbreiding, naargelang het geval, onmiddellijk in vast verband of als tijdelijke voor onbepaalde tijd. ». Art. 38.Artikel 264 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 15° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwijzing voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van een van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. » Art. 39.Artikel 268 van hetzelfde decreet wordt met de volgende bepaling aangevuld : « 14° wanneer op het einde van het zesde academiejaar dat volgt op de datum van zijn eerste aanwijzing voor het ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat niet titularis is van een van de pedagogische bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij artikel 9, § 2, van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. ». Art. 40.Artikel 7 van het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1998 pub. 27/08/1998 numac 1998029306 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen sluiten tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Art. 7.§

  1. In afwijking van artikel 10 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, worden de meesters-assistenten en de meesters inzake opleiding die titularis zijn van een diploma bedoeld bij artikel 10, §§ 2 en 3, van deze wet en die aangeworven werden vóór 1 oktober 1998 in het onderwijs dat in het paramedisch hoger onderwijs met volledig leerplan tot het diploma van gegradueerde in de kinesitherapie leidt, voor zich persoonlijk en voor de toepassing van artikel 10 van de voornoemde wet van 7 juli 1970 enkel, geacht over de bekwaamheidsbewijzen te beschikken om in het hoger onderwijs van het lange type les te geven. De geldelijke en rechtspositie van de personeelsleden bedoeld bij lid 1 wordt niet gewijzigd. Deze paragraaf is van toepassing gedurende het academiejaar 1998-
  2. §
  3. Tot 14 september 2001, kan de inrichtende macht, overeenkomstig de geldende bepalingen, personeelsleden tijdelijk aanstellen of aanwerven, die houder zijn van de bekwaamheidsbewijs van gegradueerde in de kinesitherapie uitgereikt door een hogeschool ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap of door een examencommissie ingesteld door de Regering van de Franse Gemeenschap, overeenkomstig artikel 43 van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, voor het ambt van meester praktische opleiding voor de te begeven cursussen in kinesitherapie. ». Afdeling II. - Opheffingsbepalingen Art. 41.Worden niet van toepassing op de personeelsleden die onderworpen zijn aan dit decreet : 1° artikel 10, §§ 1 tot 8, van de wet van 7 juli 1970;2° artikel 17, § 4, van de wet van 7 juli 1970;3° de artikelen 10, 11 en 12 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969;4° het ministerieel besluit van 30 april 1969 tot vaststelling van de algemene vakken, bijzondere vakken, technische vakken en beroepspraktijk in de normaalscholen voor kleuteronderwijzeressen waarvan de onderwijstaal de Franse taal of de Duitse taal is;5° het ministerieel besluit van 30 april 1969 tot vaststelling van de algemene vakken, bijzondere vakken, technische vakken en beroepspraktijk in de lagere normaalscholen waarvan de onderwijstaal de Franse taal of de Duitse taal is;6° het ministerieel besluit van 30 april 1969 tot vaststelling van de algemene vakken, bijzondere vakken, technische vakken en beroepspraktijk in de middelbare normaalscholen waarvan de onderwijstaal de Franse taal of de Duitse taal is. Art. 42.Opgeheven worden : 1° het ministerieel besluit van 30 april 1969 waarbij de bekwaamheidsbewijzen gespecificeerd worden die vereist zijn om het ambt uit te oefenen van meester-assistent (algemene vakken) in de normaalscholen voor kleuteronderwijzeressen waar het Frans de onderwijstaal is;2° het ministerieel besluit van 30 april 1969 waarbij de bekwaamheidsbewijzen gespecificeerd worden die vereist zijn om het ambt uit te oefenen van meester-assistent in de normaalscholen voor kleuteronderwijzeressen waar het Frans de onderwijstaal is;3° de artikelen 3, leden 2 en 3, 4, 34, 38, lid 1, 39, 40 en 48 van het decreet van 25 juli 1996;4° de artikelen 298, 315 en 320, 1° en 2° van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten. Art. 43.In de bijlage 1 bij dit decreet, wordt de melding « kinesitherapie : het diploma van gegradueerde in de kinesitherapie » opgeheven. Afdeling III. - Overgangsbepalingen Art. 44.Voor de toepassing van dit decreet, worden de universitaire bekwaamheidsbewijzen toegekend overeenkomstig de bepalingen die geldig waren voor de toepassing van het decreet van 5 september 1994, gelijkgesteld met de academische graden bepaald bij artikel 6, §§ 1, 2 en 6 van dit decreet. Voor de toepassing van dit decreet, worden de bekwaamheidsbewijzen toegekend overeenkomstig de bepalingen die geldig waren voor de toepassing van het decreet van 5 augustus 1995, gelijkgesteld met de bekwaamheidsbewijzen toegekend in het niet-universitair hoger onderwijs overeenkomstig hoofdstuk III van dit decreet. Art. 45.§
  4. De personeelsleden die, vóór de inwerkingtreding van dit decreet, voor onbepaalde tijd tijdelijk aangesteld of aangeworven werden alsook de personeelsleden die benoemd of aangeworven werden in vast verband voor dezelfde datum, worden geacht, naargelang het geval, tijdelijk aangesteld of aangeworven voor onbepaalde tijd, of benoemd of aangeworven in vast verband te zijn geweest voor de cursussen bedoeld in de bijlagen bij dit decreet die overeenstemmen met de door hen verrichte prestaties. De personeelsleden bedoeld bij lid 1 blijven de baremaschaal genieten die op hen toepasselijk was voor de inwerkingtreding van dit besluit. §
  5. De personeelsleden die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, voor bepaalde tijd tijdelijk aangesteld of aangeworven werden, worden geacht tijdelijk aangeworven te zijn voor bepaalde tijd voor de cursussen bedoeld in de bijlagen bij dit decreet die overeenstemmen met de door hen verrichte prestaties. Zij blijven de baremaschaal genieten die op hen toepasselijk was voor de inwerkingtreding van dit decreet. Art. 46.De personeelsleden die tijdelijk aangesteld of aangeworven werden voor de inwerkingtreding van dit decreet terwijl er geen specificiteit nader bepaald werd met toepassing van de wet van 7 juli 1970, kunnen in vast verband benoemd of aangeworven worden in afwijking van de bepalingen van hoofdstuk IV van dit decreet, waarbij onder ambt waarvoor het personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt, verstaan wordt, de specificiteit die hij gedoceerd heeft in het niet-universitair hoger onderwijs gedurende minstens 240 dagen verdeeld over minimum twee academiejaren. In afwijking van artikel 9, § 2, lid 1, de personeelsleden die voor onbepaalde tijd tijdelijk aangesteld of aangeworven werden voor de inwerkingtreding van dit decreet, worden vrijgesteld van de voorwaarde van pedagogisch bekwaamheidsbewijs om in vast verband benoemd of aangeworven te zijn in een ambt van meester praktische opleiding, meester-assistent of docent. Art. 47.De personeelsleden die vastbenoemd werden na een tijdelijke aanstelling met toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoeden hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, de personeelsleden die in vast verband benoemd of aangeworven werden in toepassing van artikel 17bis van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, alsook de personeelsleden die vast benoemd of aangeworven werden bij toepassing van artikel 315 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden geacht aan de voorwaarden inzake bekwaamheidsbewijzen te voldoen zoals ze vastgesteld worden door dit decreet voor het verkrijgen van een opdrachtuitbreiding. Art. 48.In afwijking van de bepalingen van dit decreet en inzonderheid van zijn bijlagen 1 en 2, behouden de personeelsleden bedoeld bij artikel 7 van het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1998 pub. 27/08/1998 numac 1998029306 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen sluiten tot instelling van het hoger onderwijs van het lange type in de kinesitherapie binnen de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, die meesters praktische opleiding zijn, voor zich persoonlijk, dit ambt. Afdeling IV. - Slotbepalingen Art. 49.De Regering kan de wets-, decreet- en verordeningsbepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs ingericht binnen de hogescholen alsook de bepalingen die deze expliciet of impliciet gewijzigd zouden hebben wanneer deze coördinatie plaatsvindt, coördineren. Daartoe kan zij : 1° de orde, de nummering en, in het algemeen, de voorstelling van de te coördineren bepalingen wijzigen, in andere afdelingen;2° de refertes vervat in de te coördineren bepalingen wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de nieuwe nummering;3° de verwoording van de te coördineren bepalingen te wijzigen om ze in overeenstemming te brengen en een uniforme terminologie te verkrijgen, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de principes ingeschreven in deze bepalingen. De coördinatie zal als opschrift hebben : « Decreet betreffende het hoger onderwijs ingericht binnen de hogescholen gecoördineerd op... ». Art. 50.Dit decreet treedt in werking op 1 februari 1999, met uitzondering van artikel 3, § 2, 1°, waarvoor de datum van inwerkingtreding door de Regering wordt bepaald en met uitzondering van artikel 43 dat op 15 september 2001 in werking treedt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 8 februari
  6. De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE _______ Nota

(1)Zitting 1998-1999 Stukken van de Raad.- Ontwerp van decreet : nr. 276-
  1. - Errata : nr. 276-
  2. - Commission en decreten : nrs. 276-3 tot 276-
  3. - Verslag : nr. 276-
  4. Integraal verslag. - Bespreking rn aanneming. Vergadering van 26 januari
  5. BIJLAGE 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE BIJLAGE 2 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesusidieerd door de Franse Gemeenschap. De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, Mme L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE BIJLAGE 3 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en de bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.