← België

Decreet betreffende het gewoon basisonderwijs

26 APRIL 1999. - Decreet betreffende het gewoon basisonderwijs (1) De Raad van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepali

Inrichtende machten kunnen één of meer van hun scholen bestaande op de dag van de inwerkingtreding van dit decreet, binnen de grenzen van de gemeente(n) waar ze gelegen zijn, herstructureren. De oprichtingsnormen vastgelegd in de artikelen 33 en 34 zijn niet van toepassing. Art. 40.Voorwaarden Een herstructurering kan onder volgende voorwaarden gebeuren : 1° ze kan niet leiden tot een toename van het aantal scholen of vestigingsplaatsen bestaande op de dag van de inwerkingtreding van dit decreet;2° de normen vermeld in de artikelen 35, lid 1 en 36, § 1, lid 1 moeten bereikt worden. Art. 41.Inwerkingtreding De herstructurering treedt in werking op de eerste dag van een schooljaar en niet met terugwerkende kracht. HOOFDSTUK VI. - Berekening van het aantal betrekkingen Afdeling 1. - Schoolleiding en administratief personeel Onderafdeling 1. -

Art. 42.Schoolhoofd § 1.

Per school wordt een betrekking als schoolhoofd georganiseerd of gesubsidieerd. Volgens het aantal leerlingen wordt het schoolhoofd geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van het houden van een klas. Te dien einde verkrijgt de inrichtende macht, voor de betrokken school en naargelang de schoolbevolking, het volgende aantal betrekkingen : 1° van 50 tot 99 leerlingen : 1/4 betrekking;2° van 100 tot 149 leerlingen : 2/4 betrekking;3° van 150 tot 179 betrekkingen : 3/4 betrekking;4° vanaf 180 leerlingen : een voltijdse betrekking. §

  1. De wedde van een schoolhoofd wordt overeenkomstig de weddeschalen onder volgende voorwaarden bepaald : 1° tot 71 leerlingen : de weddeschaal van schoolhoofd in een school met één tot drie klassen;2° van 72 tot 140 leerlingen : de weddeschaal van schoolhoofd in een school met 4 tot 6 klassen;3° van 141 tot 209 leerlingen : de weddeschaal van schoolhoofd in een school met zeven tot negen klassen;4° vanaf 210 leerlingen : de weddeschaal van schoolhoofd in een school met tien klassen en meer. Art. 43.Rekenplichtig correspondent Voor een school georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap of voor een gesubsidieerde vrije school die zich niet in de vestiging van een secundaire of hogere school van éénzelfde inrichtende macht bevindt, verkrijgt de inrichtende macht naargelang de schoolbevolking volgende betrekkingen als rekenplichtig correspondent : 1° tot 49 leerlingen : 1/4 betrekking;2° van 50 tot 149 leerlingen : 2/4 betrekking;3° van 150 tot 249 leerlingen : 3/4 betrekking;4° vanaf 250 leerlingen : één voltijdse betrekking. Onderafdeling
  2. - Berekeningsbasis Art. 44.

De berekening van het betrekkingenpakket gebeurt per school. Als teldag geldt de derde werkdag vóór het begin van het schooljaar. Art. 45.Berekeningswijze Volgende leerlingen worden opgeteld : 1° de regelmatige leerlingen van het kleuteronderwijs, waarbij diegenen die een op grond van de artikelen 34 en 36 gesloten school bezochten, ten laatste tot de derde schooldag in aanmerking genomen worden;2° de regelmatige leerlingen van het lager onderwijs, waarbij diegenen die een op grond van de artikelen 33 en 35 gesloten lagere school bezochten ten laatste tot de derde schooldag in aanmerking genomen worden;3° de leerlingen die krachtig moeten worden gesteund, bedoeld in artikel 29 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, die een gewone lagere school bezoeken en ten minste 14 lestijden per week volgen. Onderafdeling 3. - Aanwending van het betrekkingenpakket Art. 46.Toepassingsduur Het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 42 tot 45 is beschikbaar voor het lopende schooljaar. Art. 47.Aanwending Het betrekkingenpakket bedoeld in de artikelen 42 tot 45 wordt in de school aangewend waarvan het aantal leerlingen recht geeft op deze betrekkingen. Afdeling 2. - Pedagogische coördinatie Onderafdeling 1. -

Art. 48

.Pedagogische coördinatie Voor de pedagogische coördinatie, de animatie en de begeleiding verkrijgt de inrichtende macht, voor de betrokken school en naargelang de schoolbevolking, het volgende betrekkingenpakket : 1° van 280 tot 379 leerlingen : 1/4 betrekking;2° van 380 tot 479 leerlingen : 2/4 betrekking;3° van 480 tot 579 leerlingen : 3/4 betrekking;4° vanaf 580 leerlingen : één voltijdse betrekking. In afwijking van het eerste lid, 1° verkrijgt de inrichtende macht 1/4 betrekking wanneer de betrokken school ten minste 220 leerlingen en ten minste 4 vestigingen telt. Onderafdeling 2. - Berekeningsbasis Art. 49.

De berekening van het betrekkingenpakket gebeurt per school. Als teldag geldt de derde werkdag vóór het begin van het schooljaar. Art. 50.Berekeningswijze De volgende leerlingen worden opgeteld : 1° de regelmatige leerlingen van het kleuteronderwijs, waarbij diegenen die een op grond van de artikelen 34 en 36 gesloten school bezochten, ten laatste tot de derde schooldag in aanmerking genomen worden;2° de regelmatige leerlingen van het lager onderwijs, waarbij diegenen die een op grond van de artikelen 33 en 35 gesloten lagere school bezochten ten laatste tot de derde schooldag in aanmerking genomen worden;3° de leerlingen die krachtig moeten worden gesteund, bedoeld in artikel 29 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, die een gewone lagere school bezoeken en ten minste 14 lestijden per week volgen. Onderafdeling

  1. - Aanwending van het betrekkingenpakket Art. 51.Toepassingsduur Het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 48 tot 50 is beschikbaar voor het lopende schooljaar. Art. 52.Aanwending Het betrekkingenpakket bedoeld in de artikelen 48 tot 50 wordt in de school aangewend waarvan het aantal leerlingen recht geeft op deze betrekkingen. Het wordt aan het betrekkingenpakket bedoeld in de derde afdeling van dit hoofdstuk toegevoegd. Afdeling
  2. - Onderwijzend personeel Onderafdeling
  3. - Kleuteronderwijs Art. 53.Aantal betrekkingen Naargelang het aantal leerlingen verkrijgt de inrichtende macht het volgende aantal betrekkingen voor het kleuteronderwijs : Leerlingen Voltijdse betrekkingen tot 19 1 20-25 1,5 26-32 2 33-39 2,25 40-44 2,5 45-50 2,75 51-55 3 56-61 3,25 62-67 3,5 68-72 3,75 73-78 4 79-83 4,25 84-89 4,5 90-95 4,75 96-100 5 101-106 5,25 107-111 5,5 112-117 5,75 118-123 6 124-128 6,25 129-134 6,5 135-139 6,75 140-145 7 en bijkomend 1/4 betrekking voor elke begonnen groep van 5 leerlingen. Art. 54.Berekeningswijze Voor de berekening gelden volgende regels : 1° de leerlingen worden per taalsectie afzonderlijk opgeteld;2° wanneer een school meerdere vestigingsplaatsen telt, worden de leerlingen van die verschillende vestigingsplaatsen per taalsectie afzonderlijk opgeteld. In afwijking van lid 1, 2° worden de leerlingen van meerdere vestigingsplaatsen samengeteld, wanneer die vestigingsplaatsen minder dan 2 km ver van elkaar liggen. Als basis dient de kortst mogelijke afstand gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 31/03/2000 numac 1999000004 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder dat rekening wordt gehouden met wegomleggingen en eenrichtingsverkeer. Art. 55.Teldag en in aanmerking genomen leerlingen Als teldag voor de berekening van het betrekkingenpakket geldt de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar. Worden in aanmerking genomen de regelmatige leerlingen die tot de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar gedurende ten minste 10 schooldagen, ten belope van halve dagen, aanwezig waren. Art. 56.Nieuwe berekening van het betrekkingenpakket in de loop van het schooljaar In de vestigingsplaatsen die overeenkomstig de artikelen 53 tot 55 ten minste 26 leerlingen tellen, wordt het betrekkingenpakket op verzoek van de inrichtende macht op 15 maart van het lopende schooljaar opnieuw berekend. Voor de nieuwe berekening worden de regelmatige leerlingen van het kleuteronderwijs in aanmerking genomen die gedurende de laatste vijftien klassedagen tot en met 15 maart gedurende ten minste 10 schooldagen, ten belope van halve dagen, aanwezig waren. Art. 57.Aanwendingsduur §
  4. Het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 53 tot 55 is beschikbaar vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar tot 30 september van het volgende schooljaar. Vanaf de eerste dag van het schooljaar mag de inrichtende macht bijkomende 1/4 betrekkingen organiseren; zij moet echter de betrekkingen op zich nemen die op grond van de nieuwe berekening op 1 oktober niet meer beschikbaar zijn. §
  5. Het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 56 is beschikbaar voor zover het ten minste 1/2 voltijdse betrekking meer telt dan het betrekkingenpakket waarop de inrichtende macht op 1 oktober recht had. In dit geval is het beschikbaar vanaf de eerste schooldag na 15 maart tot de laatste schooldag van het lopende schooljaar. Onderafdeling
  6. - Lager onderwijs Art. 58.Aantal betrekkingen Naargelang het aantal leerlingen verkrijgt de inrichtende macht het volgende aantal betrekkingen voor het lager onderwijs : Leerlingen Voltijdse betrekkingen 12-15 1,25 16-20 1,5 21-25 2 26-30 2,25 en bijkomend 1/4 voltijdse betrekking voor elke begonnen groep van 5 leerlingen. Art. 59.Berekeningswijze Voor de berekening gelden volgende regels : 1° de leerlingen worden per taalsectie afzonderlijk opgeteld;2° wanneer een school meerdere vestigingsplaatsen telt, worden de leerlingen van die verschillende vestigingsplaatsen per taalsectie afzonderlijk opgeteld. In afwijking van lid 1, 2° worden de leerlingen van meerdere vestigingsplaatsen samengeteld, wanneer die vestigingsplaatsen minder dan 2 km ver van elkaar liggen. Als basis dient de kortst mogelijke afstand gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 31/03/2000 numac 1999000004 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder dat rekening wordt gehouden met wegomleggingen en eenrichtingsverkeer. Art. 60.Teldag en in aanmerking genomen leerlingen Als teldag voor de berekening van het betrekkingenpakket in het lager onderwijs geldt de derde werkdag vóór het begin van het schooljaar. Worden in aanmerking genomen de regelmatige leerlingen van het lager onderwijs alsmede de leerlingen die krachtig moeten worden gesteund, bedoeld in artikel 29 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, die een gewone lagere school bezoeken en tenminste 14 lestijden per week volgen. Worden eveneens in aanmerking genomen de regelmatige leerlingen van het lager onderwijs die een op grond van de artikelen 33 en 35 gesloten school bezochten en ten laatste op de derde schooldag bij de school ingeschreven worden. Art. 61.Aanwendingsduur Het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 58 tot 60 is beschikbaar voor het lopende schooljaar. Onderafdeling
  7. - Gemeenschappelijke bepalingen voor kleuter- en lager onderwijs Art. 62.Solidariteit en overdracht van het betrekkingenpakket §
  8. Met uitzondering van het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 56 kan het betrekkingenpakket vastgelegd overeenkomstig afdeling 3 van dit hoofdstuk van een onderwijsniveau naar een ander, van een vestigingsplaats naar een andere, van een taalsectie naar een andere en van een school naar een andere overgedragen worden. De overdracht van een onderwijsniveau naar een ander mag slechts per 1/4 betrekkingen gebeuren. De overdracht waarvan sprake is in de leden 1 en 2 vindt slechts plaats in het officieel onderwijs georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap, in het door haar gesubsidieerd officieel onderwijs en in het door haar gesubsidieerd vrij onderwijs. §
  9. De overdracht van het betrekkingenpakket mag niet tot gevolg hebben dat personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld worden. Een definitieve benoeming of aanstelling is niet toegelaten voor een betrekking of gedeelte van betrekking opgericht met toepassing van §
  10. Art. 63.Overleg en verhoor De inrichtende macht of haar vertegenwoordiger beslist over de aanwending van het betrekkingenpakket na overleg met het bestuurs- of onderwijzend personeel en na de oudersafvaardigingen te hebben gehoord. Art. 64.Beperkende bepalingen De personeelsleden die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd onderwijs tot de stage toegelaten zijn en degenen die in vast verband benoemd zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt in dezelfde school uitoefenen. De personeelsleden die in het gesubsidieerd officieel onderwijs in vast verband benoemd zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt bij dezelfde inrichtende macht uitoefenen. De personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs die definitief aangesteld zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt uitoefenen in scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs die in dezelfde gemeente gelegen zijn. Een bijzonder leermeester wiens prestaties tot het betrekkingenpakket behoren, mag niet ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking worden gesteld om een onderwijzer aan te werven. Een onderwijzer mag niet ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking worden gesteld om een bijzonder leermeester aan te werven wiens prestaties tot het lestijdenpakket behoren dat op grond van de artikelen 58 tot 60 en 68, § 4 berekend wordt. Afdeling
  11. - Godsdienst en niet-confessionele zedenleer Onderafdeling
  12. -

Art. 65

.Aantal wekelijkse lestijden Elke leerling van het lager onderwijs ontvangt 2 uren godsdienst of niet-confessionele zedenleer per week. Te dien einde verkrijgt de inrichtende macht 2 lestijden per week voor elke cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer georganiseerd in haar school. Onderafdeling

  1. - Organisatie van de cursussen en berekening van het aantal leerlingen Art. 66.Berekeningsregels De berekeningsregels vermeld in artikel 59 zijn van toepassing op deze onderafdeling. Art. 67.Teldag Onverminderd artikel 70, § 1, leden 2 en 3 geldt als teldag voor de berekening van het aantal leerlingen de derde werkdag vóór het begin van het schooljaar. De regelmatige leerlingen van het lager onderwijs worden in aanmerking genomen. Art. 68.Recht §
  2. In elke vestigingsplaats die één of twee klassen organiseert, worden de cursussen godsdienst resp. niet-confessionele zedenleer per klas georganiseerd. §
  3. In elke vestigingsplaats die drie klassen of meer organiseert, wordt het aantal cursussen als volgt vastgelegd : tot 23 leerlingen 1 cursus van 24 tot 44 leerlingen 2 cursussen van 45 tot 71 leerlingen 3 cursussen van 72 tot 94 leerlingen 4 cursussen van 95 tot 117 leerlingen 5 cursussen van 118 tot 140 leerlingen 6 cursussen van 141 tot 163 leerlingen 7 cursussen van 164 tot 186 leerlingen 8 cursussen van 187 tot 209 leerlingen 9 cursussen van 210 tot 231 leerlingen 10 cursussen van 232 tot 256 leerlingen 11 cursussen en 1 bijkomend cursus voor elke begonnen groep van 25 leerlingen. §
  4. Voor elke cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer worden de leerlingen per groep van twee opeenvolgende studiejaren opgeteld. Het gaat resp. om het eerste en het tweede, het derde en het vierde, het vijfde en het zesde studiejaar, telkens met het woord « graad » aangeduid in de artikelen 69 en
  5. §
  6. Indien de cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer met toepassing van artikel 71 door een onderwijzer worden verstrekt, wordt het overeenkomstig de §§ 1 en 2 berekend aantal cursussen met het aantal cursussen verminderd die door de onderwijzer worden verstrekt. Dit kan niet tot gevolg hebben dat personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld worden. Het overeenkomstige aantal uren wordt aan het met toepassing van de artikelen 58 tot 60 berekend betrekkingenpakket toegevoegd. Een definitieve benoeming of aanstelling is voor deze uren niet toegelaten. Art. 69.Afwijking voor minder bezochte cursussen In afwijking van artikel 68 kunnen 2 cursussen georganiseerd resp. gesubsidieerd worden voor elke cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer waarvoor minder dan 24 leerlingen per graad ingeschreven zijn, indien volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° voor de betrokken cursus zijn ten minste 6 leerlingen van de betrokken graad ingeschreven;2° deze leerlingen worden verdeeld onder de twee studiejaren van de graad;3° de meest bezochte cursus van eenzelfde graad, wordt voor ten minste 24 leerlingen georganiseerd. Onderafdeling
  7. - Aanwending van de lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer Art. 70.Toepassingsduur en beperkende bepalingen §
  8. Het betrekkingenpakket berekend overeenkomstig de artikelen 68 en 69 is beschikbaar voor het lopende schooljaar. Zodra een leerling zich in een school of vestiging met afzonderlijke telling inschrijft waar geen door hem gekozen cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer georganiseerd resp. gesubsidieerd wordt voor de graad waarin hij ingeschreven is, worden 2 lestijden godsdienst of niet-confessionele zedenleer voor hem georganiseerd resp. gesubsidieerd. Indien er in de loop van een schooljaar geen leerling van een bepaalde graad meer is die de cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer volgt, dan wordt de cursus in deze graad slechts tot de laatste dag van de maand georganiseerd resp. gesubsidieerd waarin de laatste leerling met het bezoek van de cursus ophoudt. §
  9. De leermeesters godsdienst of niet-confessionele zedenleer die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd onderwijs tot de stage toegelaten zijn en degenen die in vast verband benoemd zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt in dezelfde school uitoefenen. De leermeesters godsdienst of niet-confessionele zedenleer die in het gesubsidieerd officieel onderwijs in vast verband benoemd zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt bij dezelfde inrichtende macht uitoefenen. De leermeesters godsdienst of niet-confessionele zedenleer die in het gesubsidieerd vrij onderwijs vastbenoemd en erkend zijn, mogen niet ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking zolang tijdelijke personeelsleden hetzelfde ambt uitoefenen in scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs die in dezelfde gemeente gelegen zijn. §
  10. Een bijzonder leermeester godsdienst mag niet ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking worden gesteld als een onderwijzer cursussen godsdienst verstrekt. Art. 71.Aanwending Onverminderd artikel 65bis van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, is het mogelijk dat : 1° de cursus godsdienst door een onderwijzer verstrekt wordt, voor zover de bevoegde instantie van de betrokken eredienst, indien zo'n instantie bestaat, de inrichtende macht en de betrokken onderwijzer ermee akkoord gaan;2° de cursus niet-confessionele zedenleer door een onderwijzer verstrekt wordt, voor zover hij en de inrichtende macht ermee akkoord gaan. De lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer worden aangewend in de vestiging waarvan het aantal leerlingen recht geeft op deze cursussen. HOOFDSTUK VII. - Wekelijkse werktijd Art. 72.Schoolhoofd Het schoolhoofd oefent zijn ambt uit tijdens de openingsuren van de school en de tijd bestemd tot de verwezenlijking van het schoolproject. Art. 73.Rekenplichtig correspondent De werktijd van de rekenplichtig correspondent beloopt 36 uren van 60 minuten. Art. 74.Onderwijzend personeel De prestaties verleend door het onderwijzend personeel omvatten de opdrachten bepaald in artikel 97 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs. De prestaties verleend door het onderwijzend personeel in een school belopen ten hoogste 26 uren van 60 minuten en omvatten : 1° de onderwijsprestatie die binnen het kader van de betrokken lestijd moet worden geleverd;2° het toezicht opgelegd aan het personeelslid door de inrichtende macht tijdens het tijdperk bepaald in artikel 22, § 2, lid 2;3° het toezicht dat vrijwillig en na overleg met de personeelsafvaardigingen door het personeelslid waargenomen wordt buiten het tijdperk bepaald in artikel 22, § 2, lid 2;4° het toezicht tijdens het middaguur dat vrijwillig door het personeelslid waargenomen wordt buiten het tijdperk bepaald in artikel 22, § 2, lid 2, als geen financiële tegemoetkoming toegekend overeenkomstig artikel 30, § 1, leden 3 en 4, voor dit toezicht uitbetaald wordt;5° andere prestaties die door het personeelslid overeenkomstig artikel 97 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs geleverd worden. Art. 75.Kleuterafdeling De kleuterleider verstrekt 24 tot 28 lestijden. Art. 76.Lagere school De onderwijzer verstrekt 24 tot 26 lestijden. De bijzonder leermeester lichamelijke opvoeding en de leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer verstrekken 24 tot 28 lestijden. Art. 77.Toezicht tijdens het middaguur §
  11. In het kader van het schoolproject kan de inrichtende macht haar scholen tijdens het middaguur openen. In dit geval verplicht er de inrichtende macht zich toe het toezicht op de leerlingen te waarborgen. Te dien einde verkrijgt ze middelen zijdens de Regering. De Regering bepaalt er de modaliteiten van. §
  12. In afwijking van § 1, lid 2 verkrijgt de inrichtende macht geen financieel middel voor het toezicht gehouden tijdens het middaguur door een lid van het onderwijzend personeel in het kader van zijn werktijd bepaald in artikel
  13. HOOFDSTUK VIII. - Terugvorderingen en strafmaatregelen Afdeling
  14. - Terugvorderingen Art. 78.

De wedden, weddetoelagen en werkingstoelagen die ten onrechte werden uitbetaald, worden door de Regering teruggevorderd. Gaat het om werkingstoelagen die ten onrechte werden uitbetaald, dan kan de terugvordering gebeuren d.m.v. een inhouding op de nog uit te betalen werkingstoelagen. Art. 79.Verjaring De mogelijkheid om tot de terugvordering over te gaan die in artikel 78, lid 1 bedoeld is, verjaart binnen de twee jaar vanaf 1 januari volgend op de uitbetaling. In afwijking van het eerste lid beloopt de verjaringstermijn 30 jaar, indien de uitbetaalde wedden of toelagen berekend zijn op basis van bedrieglijke daden of valse gegevens. Afdeling

  1. - Strafmaatregelen Art. 80.Inhouding van de werkingstoelagen § 1 Onverminderd de toepassing van artikel 78 worden volgende overtredingen gestraft : 1° het niet-bestaan van een opvoedingsproject dat met toepassing van artikel 16 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs dient te worden uitgewerkt;2° het niet-bestaan van een schoolproject dat met toepassing van artikel 20 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs dient te worden uitgewerkt;3° het niet-bestaan van een schoolreglement dat met toepassing van artikel 40 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs dient te worden vastgelegd;4° de niet-oprichting van een pedagogische raad die met toepassing van artikel 48 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs dient te worden ingesteld. §
  2. Na waarschuwing tijdens de overtreding neemt de strafmaatregel opgelegd aan de inrichtende macht waarbij één der overtredingen vermeld in § 1 werd vastgesteld de vorm van een voorlopige inhouding op de nog niet uitbetaalde werkingstoelagen aan. Het bedrag van de inhouding mag 20% van de werkingstoelagen niet overschrijden die de school waarin de overtreding werd vastgesteld voor het lopende schooljaar zou moeten verkrijgen. Art. 81.Terugvordering van werkingstoelagen §
  3. Onverminderd de toepassing van artikel 78 worden volgende overtredingen gestraft : 1° de niet-naleving van de bepalingen inzake oneerlijke praktijken vermeld in artikel 19, § 2 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs;2° de niet-naleving van het

van de kosteloze toegang tot het lager onderwijs met toepassing van artikel 32 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs;3° de niet-naleving van de

s qua tuchtprocedure, vermeld in de artikelen 42 tot 45 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs;4° de niet-naleving van de bepalingen betreffende de duur van een schooljaar alsmede de verlof- en vakantieregeling opgenomen in de artikelen 57 tot 60 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs;5° de niet-naleving van de toelatingsvoorwaarden opgenomen in de artikelen 5 tot 13 en 15;6° de misbruiken bij de aanwending van de werkingstoelagen bedoeld in de artikelen 27 tot 30;7° de misbruiken bij de berekening van het aantal regelmatige leerlingen van het lager en kleuteronderwijs in het kader van de oprichting, de handhaving en de sluiting van scholen;8° de misbruiken bij de berekening en de aanwending van het betrekkingenpakket; §

  1. De strafmaatregel opgelegd aan de inrichtende macht waarbij één der overtredingen vermeld in § 1 is vastgesteld, neemt de vorm van een terugvordering van de al uitbetaalde werkingstoelagen aan. De terugvordering mag 20% van de werkingstoelagen niet overschrijden die de school waarin de overtreding is vastgesteld voor het vorige schooljaar heeft verkregen. Art. 82.Procedure De Regering bepaalt de nadere modaliteiten volgens welke de overtredingen vastgesteld en de strafmaatregelen opgelegd worden. Deze procedure voorziet in voldoende mogelijkheden om beroep in te stellen. HOOFDSTUK IX. - Opheffings-, wijzigings- en overgangsbepalingen Art. 83.Worden opgeheven 1° de artikelen 13, 14 en 15 van de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957;2° artikel 2, lid 2 van de wet van 11 juli 1969 betreffende het pensioen van sommige leden van het personeel van het onderwijs van de Staat en van het gesubsidieerd onderwijs;3° artikel 4 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht;4° het decreet van 30 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997033078 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende oprichting, handhaving, sluiting en organisatie van het gewoon basisonderwijs op basis van een betrekkingenpakket sluiten houdende oprichting, handhaving, sluiting en organisatie van het gewoon basisonderwijs op basis van een betrekkingenpakket, gewijzigd bij het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten;5° het koninklijk besluit van 2 december 1969 tot vaststelling van de normen voor de schepping van betrekkingen van rekenplichtig correspondent en geselecteerd rekenplichtig correspondent in de inrichtingen van het Rijksonderwijs;6° het koninklijk besluit van 31 augustus 1971 genomen ter uitvoering van artikel 2 der wet van 11 juli 1969 betreffende het pensioen van sommige leden van het personeel van het onderwijs van de Staat en van het gesubsidieerd onderwijs;7° het koninklijk besluit van 28 januari 1971 genomen ter uitvoering van artikel 2 der wet van 11 juli 1969 betreffende het pensioen van sommige leden van het personeel van het onderwijs van de Staat en van het gesubsidieerd onderwijs;8° het besluit van de Executieve van 12 juni 1990 tot vaststelling van de normen voor de schepping van betrekkingen van rekenplichtig correspondent en geselecteerd rekenplichtig correspondent in de vrije gesubsidieerde autonome inrichtingen voor basisonderwijs, wanneer het schoolhoofd niet volledig van het houden van een klas vrijgesteld is. §
  2. Worden opgeheven wat het gewoon basisonderwijs betreft : 1° de artikelen 24, 25, 28, 35, 36, § 1 en 37 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;2° artikel 1, § 4, 1° en 2° van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht;3° het decreet van 18 april 1994 tot vaststelling van het bedrag van de werkingstoelagen voor het gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 4 maart
  3. §
  4. Artikel 6 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht zal, wat het gewoon basisonderwijs betreft, op een door de Regering vastgelegde datum worden opgeheven. Art. 84.Overgangsbepaling met het oog op de uitreiking van het bewijs van basisonderwijs door erkende scholen Tot de inwerkingtreding van artikel 26 kunnen de krachtens artikelen 23 tot 25 erkende scholen het bewijs van basisonderwijs uitreiken dat in artikel 6 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht bedoeld is. HOOFDSTUK X. - Inwerkingtreding Art. 85.Inwerkingtreding De bepalingen van dit decreet treden in werking op 20 augustus 1999, met uitzondering van de artikelen 6 en 70 die op 1 september 1998 uitwerking hebben en van de artikelen 16, 17, 18, 19, 23, 9°, 26, 80, 81 en 82 die op een door de Regering vastgelegde datum in werking zullen treden. Kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Eupen, 26 april
  5. J. MARAITE, Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Financiën, Internationale Betrekkingen, Gezondheid, Gezin en Bejaarden, Sport en Toerisme K.-H. LAMBERTZ, Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Aangelegenheden W. SCHRÖDER, Minister van Onderwijs, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Monumenten en Landschappen _______ Nota

(1)Zitting 1998-1999 : Bescheiden van de Raad : 132 (1998-1999), nr.
  1. Ontwerp van decreet. 132 (1998-1999), nrs. 2-
  2. Amendementsvoorstel. 132 (1998-1999), nr.
  3. Verslag; Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 26 april 1999.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.