de bijlage bij de Verordening EEG/2078/92 van de Raad van 30 juni 1992 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer;3° "halfnatuurlijke tot potentieel belangrijke graslanden" : de graslandcomplexen of de graslanden zoals omschreven in de bijlage I bij dit besluit;4° "halfnatuurlijke graslanden" : de graslanden zoals omschreven in bijlage II bij dit besluit;5° "graslanden met verspreide biologische waarde" : de graslanden zoals omschreven in bijlage III bij dit besluit;6° "databank van de Mestbank" : de databank
artikel 11, § 1, 2° van het decreet;7° "Geelgroenlaag" : de digitale ruimtelijke inventarisatie in de databank van de Mestbank van alle cultuurgronden, gelegen in de gebieden
artikel 15, § 4, 1°, 2° en 3° van het decreet zoals aangeduid per 31 december 1998 in de definitief vastgestelde plannen.8° "Groenlaag" : de digitale ruimtelijke inventarisatie in de databank van de Mestbank van alle cultuurgronden gelegen in de bestemmingsgebieden
artikel 15, § 5, eerste lid, van het decreet;9° « intensief grasland in de Groenlaag » : de in de Groenlaag voorkomende graslanden die niet behoren tot de half-natuurlijke tot potentieel belangrijke graslanden conform dit besluit;10° « huiskavel » : kadastraal perceel of kadastrale percelen gelegen in de gebieden,
artikel 15, § 5, inzoverre tot het bedrijf behorend conform de aangifte 1998 (situatie 1997) of artikel 15, § 4, 1°, 2° en 3°, die ofwel behoren bij de vergunde woning ofwel behoren bij de stal of stallen van de landbouw- en/of veeteeltinrichting en met de vergunde woning, stal of stallen een ononderbroken ruimtelijk geheel vormen;de begrenzing van de huiskavel vindt plaats op basis van een duidelijk herkenbaar specifiek gebruik of op basis van een in het landschap duidelijk herkenbaar element. HOOFDSTUK II. - Digitale ruimtelijke inventarisaties Art. 2.§ 1. De Mestbank slaat in de databank van de Mestbank de volgende digitale ruimtelijke inventarisatie op : 1° jaarlijks, de Geelgroenlaag;2° jaarlijks, de Groenlaag;3° eenmalig en uiterlijk voor 31 december 1998, de cultuurgronden in de Geelgroenlaag behorend bij de bedrijven, op basis van de aan de Mestbank gedane aangifte 1995 en zoals op cartografisch materiaal aangeduid en die in 1994 :
Dit evenwel met uitsluiting van de gegevens die betrekking hebben op de producent, de eigenaar en/of gebruiker van de gronden. De Mestbank is bovendien verplicht aan elke persoon die erom verzoekt, zonder dat die persoon een belang hoeft aan te tonen, tegen kostendekkende vergoeding een of meer uittreksels uit de databank op kaart te verstrekken. Art. 3.§ 1. De digitale ruimtelijke inventarisaties door de Mestbank van : 1° de Groenlaag;2° de Geelgroenlaag;3° de cultuurgronden,
artikel 2, § 1, 3°;4° de cultuurgronden,
artikel 2, § 1, 4°; worden vastgesteld zoals deze op 31 december 1998 door de Mestbank zijn opgemaakt. § 2. De Mestbank slaat de inventarisatiegegevens,
, op op een voldoende beveiligde informatiedrager en houdt deze ter inzage overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, §
artikel 3, in het licht van de definities van artikel 1 bij de Mestbank aanvragen : 1° de belanghebbende, producent of gebruiker;2° elke rechtspersoon die door deze afbakening kan worden getroffen, die zich de bescherming van de natuur tot doel heeft gesteld en die erkend is als regionale vereniging of optreden namens een streekvereniging conform het decreet van 29 april 1991 tot instelling van een milieu- en natuurraad van Vlaanderen en tot vaststelling van de algemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen;3° de belanghebbende eigenaar. § 2. De aanvraag tot correctie,
, moet gemotiveerd zijn en moet per aangetekende brief ingediend worden bij de Mestbank uiterlijk : 1° door de belanghebbende,
, 1°: binnen 4 weken nadat de Mestbank de belanghebbende
, 1° per aangetekende brief heeft meegedeeld dat door hem gebruikte percelen werden opgenomen in de gebieden,
artikel 3;2° door de belanghebbende,
, 2° en 3° : binnen 4 weken nadat dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Art. 5.§ 1. De aanvragen tot correctie,
artikel 4, § 1, worden door de Mestbank onderzocht. § 2. Wanneer de aanvraag tot correctie betrekking heeft op een of meer van de volgende aspecten : 1° het al of niet gelegen zijn van het perceel in de Groenlaag;2° het al of niet gelegen zijn van het perceel in de Geelgroenlaag;3° de teelt op een bepaald perceel in 1994;4° het gebruik door eenzelfde bedrijf conform de regeling vermeld in artikel 15, § 5 van het decreet; en uit het onderzoek blijkt dat de aanvraag gegrond is, gaat de Mestbank over tot een amtshalve correctie van de betreffende digitale ruimtelijke inventarisatie. Voor controle van de gegevens,
het eerste lid,1°, 2°, 3° en 4°, gaat de Mestbank uit van de aanduiding op cartografisch materiaal conform artikel 3, § 1, 5° en 6° van het decreet. De Mestbank schrijft deze ambtshalve correcties in in een eerste register ad hoc en corrigeert de betreffende digitale ruimtelijke inventarisatie. § 3. Wanneer de aanvraag tot correctie betrekking heeft op de biologische waardering van het perceel en uit het onderzoek blijkt dat het perceel op basis van de aan de Mestbank gedane aangifte 1995, en zoals op cartografisch materiaal aangeduid, grasland betrof, legt de Mestbank de aanvraag tot correctie voor aan de Verificatiecommissie,
artikel
en § 3 worden door de Mestbank ter inzage gehouden van de belanghebbenden
artikel 4, §
artikel 5, § 3, is samengesteld als volgt : 1° twee vertegenwoordigers van de Mestbank die respectievelijk het voorzitterschap en het secretariaat verzekeren;de secretaris heeft geen stemrecht; 2° een vertegenwoordiger van de ALT;3° een vertegenwoordiger van de afdeling Natuur van de AMINAL;4° een door de Mestbank aangeduide MER-deskundige die overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1989 houdende organisatie van de milieu-effectbeoordeling van bepaalde categorieën van hinderlijke inrichtingen is erkend in de discipline fauna en flora. § 2. Voor het onderzoek,
artikel 5, § 3, hoort de Verificatiecommissie voorafgaand : de belanghebbende, producent of gebruiker, de aanvrager en het Instituut voor Natuurbehoud. De belanghebbende, producent of gebruiker, de aanvrager en het Instituut voor Natuurbehoud worden tevens gevraagd aanwezig te zijn bij elke verificatie door de commissie op het terrein. HOOFDSTUK III. - Bemestingsregels voor sommige cultuurgronden opgenomen in de Groenlaag en de Geelgroenlaag Afdeling I. - Groenlaag Art. 7.§
het eerste lid, geldt evenwel binnen de habitats en de bufferzones aangewezen door het besluit van de Vlaamse regering van 20 september 1996 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 oktober 1988 tot aanwijzing van speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, enkel voor de cultuurgronden gelegen in de Geelgroenlaag die : - halfnatuurlijke graslanden betreffen;- - graslanden met kenmerk Hpr*+Da betreffen; - graslanden met kenmerk Hpr* met elementen van Mr, Mc, Hu en Hc betreffen; - graslanden met kenmerk Hp* betreffen; - graslanden met kenmerk Hr betreffen. § 2. In de gebieden,
, met uitzondering van de halfnatuurlijke graslanden, is de toegelaten hoeveelheid meststoffen beperkt tot de bemesting door de rechstreekse uitscheiding bij begrazing van 2 grootvee-eenheden per ha op jaarbasis indien begraasd of tot maximum 170 kg stikstof uit dierlijke mest per ha op jaarbasis indien niet begraasd en in beide gevallen aangevuld met maximum 100 kg stikstof uit chemische meststoffen per ha op jaarbasis. Ingeval van begrazing geldt het maximum van 2 grootvee-eenheden op elk ogenblik behoudens in de periode van 1 juli tot en met 15 september. Op een perceel kleiner dan 1 ha wordt er evenwel een maximum van de 2 grootvee-eenheden op elk ogenblik toegelaten ongeacht de oppervlakte van het perceel. § 3. In de halfnatuurlijke graslanden van de gebieden,
, is de toegelaten hoeveelheid meststoffen beperkt tot de bemesting door de rechtstreekse uitscheiding bij begrazing van 2 grootvee-eenheden per ha op jaarbasis. Daarbij geldt het maximum van 2 grootvee-eenheden op elk ogenblik behoudens in de periode van 1 juli tot en met 15 september. Op een perceel kleiner dan 1 ha wordt er evenwel een maximum van 2 grootvee-eenheden op elk ogenblik toegelaten ongeacht de oppervlakte van het perceel. § 4. De verstrenging zoals
Afdeling III. - Algemeenheden Art. 9.Indien de in artikel 7 of 8 bedoelde cultuurgronden tevens gelegen zijn in een gebied of gelegen zijn in een beschermingszone voor grondwater of gelegen zijn in een habitat of de bijhorende bufferzone waarvoor met toepassing van het decreet of met toepassing van de uitvoeringsbesluiten ervan strengere bepalingen gelden inzake toegelaten hoeveelheden meststoffen, uitrijbepalingen of eventuele andere beperkingen, dan gelden voor die cultuurgronden altijd de strengste bepalingen. Art. 10.Voor de gebieden die als bosgebied, natuurgebied, natuurontwikkelingsgebied of natuurreservaat worden opgenomen in de door de Vlaamse regering voorlopig en definitief vastgestelde gewestplannen zal de kartering en opname in de groenlaag gebeuren ten laatste 1 jaar na de definitieve vaststelling van het desbetreffende gewestplan. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998 behoudens de bepalingen die betrekking hebben op de Geelgroenlaag, die in werking treden op de dag dat de desbetreffende vergoedingenregeling in werking treedt. Art. 12.De Vlaamse minister, bevoegd voor leefmilieu, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 9 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.