dit decreet bepaalde voorwaarden. Art. 5.Om de activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, 1°, te mogen uitoefenen, moet een bureau dat als rechtspersoon zijn maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest heeft of als natuurlijke persoon er kantoor houdt, aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° indien het bureau een rechtspersoon is, dient deze regelmatig opgericht te zijn in de vorm van een handelsvennootschap of een vereniging zonder winstgevend doel waarvan, blijkens de statuten, de activiteit bestaat uit het exploiteren van een bureau. Indien het bureau een natuurlijke persoon is, moet deze persoon de burgerrechten en politieke rechten genieten; 2° het bureau mag niet in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen verkeren, noch het voorwerp uitmaken van een procedure tot faillietverklaring, noch een gerechtelijk akkoord hebben aangevraagd of verkregen;3° het bureau mag onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de vennootschap of de vereniging te verbinden of te vertegenwoordigen, geen personen hebben :
ternationale Arbeidsorganisatie en goedgekeurd bij de wet van 6 september 1924; 7° het bureau dient alle betrokkenen op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze te behandelen en mag geen personeelsadvertenties opstellen of publiceren die aanleiding kunnen geven tot discriminatie. In afwijking van het voorgaande lid zijn positieve acties ten behoeve van risico-werknemers wel toegestaan; 8° het bureau dient de persoonlijke levenssfeer van de werknemers te eerbiedigen en de gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren, enkel op te vragen en te gebruiken met toestemming en in het belang van de werknemer in het kader van zijn professionele inschakeling en met inachtneming van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;9° het bureau mag onder geen beding enige vergoeding van de werknemer vragen of ontvangen. De Vlaamse regering kan voor bepaalde categorieën van werknemers en voor bepaalde activiteiten, na advies van de SERV, een afwijking toestaan op de bepaling van het eerste lid op voorwaarde dat dit geschiedt in het belang van de werknemer; 10° het bureau mag niet in de plaats treden van de opdrachtgevende werkgever bij de aanwervings- of ontslagbeslissing of de onderhandelingen daaromtrent;11° het bureau mag geen activiteiten in de zin van artikel 2, 1°, uitoefenen voor zover deze activiteiten verband houden met een staking, uitsluiting of een schorsing van een arbeidsovereenkomst bedoeld in de artikelen 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten;12° het bureau mag werknemers van vreemde nationaliteit bemiddelen voorzover de reglementering inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten, zoals bedoeld in het koninklijk besluit nr.34 van 20 juli 1967 betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit wordt nageleefd; 13° het bureau mag informatie over de opdrachtgevende werkgever en de werknemers enkel opvragen en gebruiken binnen het kader van
artikel 2, 1°, bedoelde activiteiten;14° het bureau dient inzage te verlenen aan de opdrachtgever en de werknemers betreffende de over hen opgeslagen gegevens en dient hen, op hun verzoek, na beëindiging van de opdracht een afschrift van hun dossier te bezorgen;15° het bureau dient de opdrachtgevende werkgever en de werknemers juiste, tijdige en volledige informatie te verstrekken over
artikel 2, 1°, bedoelde activiteiten en over de aard van de tewerkstelling;16° het bureau mag geen bemiddelingsactiviteiten uitoefenen voor vacatures waartegenover geen reëel jobaanbod staat;17° het bureau dient de gedragscode, waarvan
houd wordt vastgelegd door de Vlaamse regering na advies van de SERV, te onderschrijven en na te leven;18° het bureau moet beantwoorden aan de criteria inzake kwaliteit en/of deskundigheid die door de Vlaamse regering, na advies van de SERV, vastgesteld worden in functie van de aard van de verrichte activiteiten;19° het bureau mag in geen geval in een drankgelegenheid of in een aanhorigheid van een dergelijke aangelegenheid worden gevestigd. Zo het bureau gevestigd is in een handelshuis moet het zonder toedoen van de handelaar of diens aangestelde toegankelijk zijn langs een afzonderlijke ingang. Art. 6.§
breuken bepaald bij artikel 19 van dit decreet;3° de erkenning is gebeurd op basis van verklaringen die vals, onvolledig of onjuist worden bevonden;4° het bureau heeft samengewerkt met Belgische of buitenlandse bureaus die niet over een geldige registratie of erkenning beschikken;5° het bureau de reglementering inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten overtreedt;6° het bureau als voorwaarde stelt dat de bemiddelde personen het bureau bij iedere nieuwe bemiddeling zal laten optreden;7° het bureau toelaat dat in het bureau activiteiten worden uitgeoefend door personen wiens erkenning werd ingetrokken of geschrapt;8° het bureau als voorwaarde voor de plaatsing, de verplichting oplegt aankopen of uitgaven te doen in een drankgelegenheid, een hotel of een logement of in enig andere handelszaak of onderneming. De minister dient zijn beslissing met redenen te omkleden. Het betrokken bureau wordt vooraf gehoord door de adviescommissie of ten minste daartoe behoorlijk opgeroepen. §
bedoelde ambtenaren en beambten stellen de adviescommissie in kennis van alle waarschuwingen, termijnen en processen-verbaal bedoeld in artikel 18, § 3. Art. 12.Ingeval van definitieve stopzetting van één van
dit decreet bedoelde activiteiten door het bureau, wordt de erkenning voor de betreffende activiteit geschrapt. Afdeling 3. - Werkingsregelen Art. 13.Het bureau is ertoe gehouden een tekst waarin de rechten van de werkzoekende en de werkgever worden uiteengezet, te overhandigen aan de gegadigden of in extenso aan te plakken in de voor het publiek toegankelijke lokalen van het bureau op de plaats waar hij het best kan worden gelezen.
houd van deze tekst wordt vastgesteld door de minister na advies van de adviescommissie. In afwijking van het vorige lid dient het bureau, indien de private arbeidsbemiddeling bestaat uit het bekendmaken van werkaanbiedingen door middel van de geschreven, auditieve of visuele media, de tekst waarin de rechten van de werkzoekende en de werkgever worden uiteengezet, kenbaar te maken volgens de modaliteiten die door de Vlaamse regering, na advies van de SERV, worden bepaald. Het bureau is er eveneens toe gehouden in advertenties en in zijn briefwisseling melding te maken van het erkenningsnummer en de erkende activiteit. Art. 14.De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, de voorwaarden en de modaliteiten van samenwerking tussen private en publieke arbeidsbemiddelingsbureaus. Art. 15.De bureaus dienen op geregelde tijdstippen gegevens met betrekking tot hun structuur en activiteiten mede te delen aan de minister, overeenkomstig de procedure en de modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering, na advies van de SERV, en rekening houdend met de vertrouwelijkheid van de gegevens. De aldus verkregen informatie zal in geglobaliseerde vorm op geregelde tijdstippen ter beschikking worden gesteld. HOOFDSTUK IV. - Adviescommissie inzake arbeidsbemiddeling Art. 16.§ 1. In de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt een adviescommissie opgericht. De adviescommissie dient de minister van advies omtrent de erkenning of
trekking van de erkenning. § 2. De adviescommissie is samengesteld uit : 1° een voorzitter;2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties;3° twee deskundigen die onafhankelijk staan tegenover enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus bedoeld in dit decreet en waarvan tenminste één houder is van het diploma van doctor of licentiaat in de psychologie;4° twee ambtenaren van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De voorzitter, die onafhankelijk dient te staan ten opzichte van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, wordt aangesteld door de Vlaamse regering. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de administrateur-generaal van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen het voorzitterschap over. De leden van de adviescommissie worden door de Vlaamse regering benoemd. Deze bepaalt tevens de nadere regelen betreffende de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Alleen
het eerste lid, 2°, genoemde leden zijn stemgerechtigd. § 3. Er is onverenigbaarheid tussen het mandaat van lid van de adviescommissie en de hoedanigheid van bestuurder, zaakvoerder, lasthebber of aangestelde van
dit decreet beoogde bureaus. HOOFDSTUK V. - Toezicht en Sancties Art. 17.De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, de klachtenprocedure. Art. 18.§ 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie houden de door de minister aangewezen ambtenaren en beambten toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. § 2.
bedoelde ambtenaren mogen bij uitoefening van hun opdracht : 1° tussen 5 en 21 uur zonder voorafgaande verwittiging vrij binnentreden in alle lokalen, woonruimtes uitgezonderd, waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat ze aan hun toezicht onderworpen zijn;2° tussen 21 en 5 uur met voorafgaande toestemming van de rechter in de politierechtbank, binnentreden in
1° bedoelde lokalen, woonruimtes uitgezonderd, voorzover er redenen zijn om te veronderstellen dat er inbreuken gepleegd zijn op de reglementering waarop zij toezicht uitoefenen;3° een onderzoek, een controle of een enquête instellen alsmede alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan werkelijk worden nageleefd, inzonderheid :
bedoelde ambtenaren en beambten hebben het recht waarschuwingen te geven, de overtreder een termijn toe te kennen om zich in orde te stellen en processen-verbaal te maken die bewijslast hebben tot het tegendeel is bewezen. Op straffe van nietigheid moet een afschrift van het proces-verbaal ter kennis van de overtreder worden gebracht binnen een termijn van zeven dagen na de vaststelling van de overtreding. § 4.
bedoelde ambtenaren en beambten kunnen, in de uitoefening van hun ambt, de bijstand van de gemeentepolitie en de rijkswacht vorderen. Art. 19.Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 100 tot 5.000 frank of met één van deze straffen alleen : 1° hij die een bureau exploiteert zonder regelmatige erkenning, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers;2° ieder persoon, al dan niet houder van een erkenning, die een bureau exploiteert, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die commissieloon, bijdrage, toelatings- of inschrijvingsgelden of vorderen of innen, buiten de door dit decreet bepaalde perken;3° ieder persoon die wetens en willens een beroep doet op een bureau waarvan de exploitant niet in het bezit is van een regelmatige erkenning;4° ieder persoon, al dan niet houder van een erkenning, die een bureau exploiteert, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die het krachtens dit decreet geregelde toezicht verhinderen. Art. 20.In geval van herhaling kan de straf bedoeld in artikel 19 op het dubbel van het maximum worden gebracht. Art. 21.De zaakvoerder van het bureau, al dan niet houder van een erkenning, is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld. Art. 22.Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de bij dit decreet vastgestelde overtredingen. In geval van herhaling zal artikel 85 van het Strafwetboek evenwel niet van toepassing zijn. Art. 23.De publieke rechtsvordering wegens overtreding van de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbesluiten ervan verjaart door verloop van drie jaren na het feit waaruit de vordering is ontstaan. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 24.De wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1971 pub. 12/05/2009 numac 2009000304 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk ingeval van inbreuk op sommige sociale wetten, is van toepassing op al wie in het Vlaamse Gewest activiteiten uitoefent zoals bedoeld in artikel 2, 1°, zonder te beschikken over een regelmatige erkenning en de werkgever die wetens en willens een beroep doet op een bureau dat geen regelmatige erkenning heeft bekomen. Het bedrag van de administratieve geldboete is gelijk aan het bedrag vermeld in artikel 1 van de wet en wordt vermenigvuldigd overeenkomstig artikel 11 van de wet. Art. 25.Worden opgeheven op de datum of data bepaald door de Vlaamse regering : 1° het decreet van 6 maart 1991 houdende regeling tot erkenning van de uitzendbureaus in het Vlaamse Gewest;2° het decreet van 3 maart 1993 houdende regeling tot erkenning van de outplacement-, wervings- en selectiebureaus in het Vlaamse Gewest;3° het decreet van 19 april 1995 tot regeling van de arbeidsbemiddeling tegen betaling in het Vlaamse Gewest. Art. 26.De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van een overgangsregeling voor wat betreft de bureaus die een erkenning hebben bekomen in het kader van
artikel 25 opgesomde bepalingen. Art. 27.De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 13 april 1999. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, Th. KELCHTERMANS _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.