artikel 4, § 1, 2°. De overgangssubsidies,
het eerste lid, mogen enkel toegekend worden aan niet-erkende professionele muziekensembles die in de vierjarige periode voor de eerste vierjarige erkenningsperiode waarvoor erkenning kon worden aangevraagd, ononderbroken door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd werden voor het geheel van hun werking. De overgangssubsidies,
het eerste lid, moeten toelaten dat de niet-erkende professionele muziekensembles,
het eerste lid, artistieke, organisatorische en/of financiële aanpassingen kunnen doorvoeren en/of initiatieven tot kwaliteitsverbetering kunnen realiseren die noodzakelijk geacht worden om te kunnen voldoen aan de kwalitatieve erkenningsvoorwaarden,
artikel 4, § 1, 2°. De overgangssubsidies worden per werkingsjaar toegekend voor het geheel van de werking van de niet-erkende professionele muziekensembles in kwestie. Zij kunnen maximaal vier maal toegekend worden gedurende de vierjarige periode die start op 1 januari 1999 en eindigt op 31 december 2002. » Art. 5.In hetzelfde decreet wordt een artikel 30ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 30ter.§ 1. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring zoals
artikel 30bis, moeten de niet-erkende professionele muziekensembles,
artikel 30bis, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de formele voorwaarden,
artikel 4,§ 1, 1°, a en b;2° gedurende het werkingsjaar waarvoor de overgangssubsidie,
artikel 30bis, toegekend wordt, minimaal twintig muziekproducties, muziekuitvoeringen en/of muziekeducatieve activiteiten als
artikel 4, § 1, 1°, c, brengen;3° de voorwaarden,
artikel 5;4° gedurende het werkingsjaar waarvoor de overgangssubsidie,
artikel 30bis, toegekend wordt, minimaal twintig procent aan eigen inkomsten verwerven;5° de boekhouding voeren conform de bepalingen van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, met uitsluiting van de regels met betrekking tot het voeren van de vereenvoudigde boekhouding;6° de voorwaarden,
artikel 16, § 3, 1° en 2°;7° artistieke, organisatorische en/of financiële aanpassingen doorvoeren en/of initiatieven tot kwaliteitsverbetering realiseren met als doel te kunnen voldoen aan de kwalitatieve erkenningsvoorwaarden,
artikel 4, § 1, 2°;hierbij moet het professionele muziekensemble in kwestie rekening houden met de motivering van de beslissing van de Vlaamse regering tot weigering van de erkenning en met de motivering van de beslissing tot toekenning van een overgangssubsidie als
artikel 30bis. §
artikel 17, § 1, 2°, en met de voorgestelde artistieke, organisatorische en/of financiële aanpassingen en/of initiatieven tot kwaliteitsverbetering,
artikel 30ter, § 1, 7°. § 2. De overgangssubsidies,
De Vlaamse regering bepaalt hoe de voorschotten berekend, uitbetaald en teruggevorderd kunnen worden. » Art. 7.In hetzelfde decreet wordt een artikel 30quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 30quinquies.Niet-erkende professionele muziekensembles die een overgangssubsidie krijgen voor het geheel van hun werking, zoals bepaald in artikel 30bis, kunnen geen subsidie krijgen voor de realisatie van een muziekproject als
artikel
artikel 30bis moeten daarvoor een schriftelijke aanvraag indienen bij de door de Vlaamse regering aangewezen dienst. § 2. In de aanvraag,
, moet het niet-erkende professioneel muziekensemble de artistieke en organisatorische planning en de begroting voor het werkingsjaar waarvoor het een overgangssubsidie vraagt, in detail meedelen en toelichten. Hierbij mag het muziekensemble verwijzen naar het artistiek en financieel beleidsplan dat het had ingediend bij zijn aanvraag tot erkenning voor de eerste vierjarige erkenningsperiode waarvoor erkenning kon worden aangevraagd. Het muziekensemble in kwestie moet in zijn aanvraag onder meer vermelden welke en hoeveel muziekproducties, muziekuitvoeringen en/of muziek-educatieve activiteiten als
artikel 4, § 1, 1°, c, het zal realiseren tijdens het werkingsjaar in kwestie en waar en wanneer het die zal realiseren. Tevens moeten alle personen vermeld worden die bij die realisaties artistiek, educatief, organisatorisch, administratief en/of technisch op essentiële wijze betrokken zijn. Verder moet het muziekensemble zijn financiële situatie op het ogenblik van zijn aanvraag tot toekenning van een overgangssubsidie op correcte wijze meedelen en toelichten en moet het pogen om op realistische wijze de kosten te ramen van alle muziekproducties, muziekuitvoeringen en/of muziekeducatieve activiteiten die het beoogt te realiseren tijdens het werkingsjaar in kwestie. Ten slotte moet het uiteenzetten en toelichten met welke opbrengsten het de voormelde kosten zal financieren. § 3. Onverminderd § 2 moet uit de aanvraag,
, afgeleid kunnen worden dat het niet-erkende professioneel muziekensemble in kwestie voldoet aan de subsidiëringsvoorwaarden, bepaald in artikel 30bis en 30ter. Hierbij moet het muziekensemble onder meer de artistieke, organisatorische en/of financiële aanpassingen en/of initiatieven tot kwaliteitsverbetering,
artikel 30ter, § 1, 7°, die het muziekensemble wenst te realiseren tijdens het werkingsjaar waarvoor het een overgangssubsidie vraagt, in detail voorstellen en toelichten. §
het eerste lid, ertoe moeten leiden dat het niet-erkende professionele muziekensemble in kwestie ten laatste op 31 december 2002 voldoet aan de kwalitatieve erkenningsvoorwaarden,
artikel 4, § 1, 2°. § 6. De Vlaamse regering bepaalt nader de procedure voor het aanvragen en toekennen van de overgangssubsidies,
artikel 30bis. » Art. 9.In hetzelfde decreet wordt een artikel 30septies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 30septies.§ 1. Artikel 23 is van toepassing op de overgangssubsidies,
artikel 30bis. § 2. Als de door de Vlaamse regering aangewezen dienst vaststelt dat de voorwaarden,
artikelen 30bis en 30ter, niet geheel werden vervuld, mag de Vlaamse regering op advies van de door de Vlaamse regering aangewezen dienst een aantal sancties treffen. De Vlaamse regering zal de sancties en de te volgen procedure nader bepalen. Tegen die sancties kan een bezwaar worden aangetekend. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten van dit bezwaar. » Art. 10.Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 18 mei 1999. De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, L. MARTENS _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.