zonderheid op de artikelen 43 en 80; Gelet op de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs,
zonderheid op de artikelen 90, 91 en 95; Gelet op de richtlijn 98/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 tot wijziging van richtlijn 93/6/EEG van de Raad
zake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen; Gelet op de richtlijn 98/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 tot wijziging, met betrekking tot door hypotheek gedekte waardepapieren, van richtlijn 89/647/EEG van de Raad betreffende een solvabiliteitsratio voor kredietinstellingen; Gelet op de richtlijn 98/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 tot wijziging van artikel 12 van richtlijn 77/780/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, de artikelen 2, 5, 6, 7 en 8 en de bijlagen II en III van richtlijn 89/647/EEG van de Raad betreffende een solvabiliteitsratio voor kredietinstellingen en artikel 2 en bijlage II van richtlijn 93/6/EEG van de Raad
zake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen; Gelet op het advies van de Nationale Bank van België; Gelet op de raadpleging van de Effectenbeursvennootschap van Brussel en van de kredietinstellingen en beursvennootschappen via hun representatieve beroepsverenigingen, Besluiten : Artikel 1.Het bij dit besluit gevoegde besluit van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 4 juli 2000 tot wijziging van de besluiten van 5 december 1995 over de reglementen op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beursvennootschappen wordt goedgekeurd. Art. 2.Dit besluit treedt
werking op 21 juli
zonderheid op de artikelen 43 en 80; Gelet op de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadvieurs,
zonderheid op de artikelen 90, 91 en 95; Gelet op de richtlijn 98/31/EG van 22 juni 1998 tot wijziging van richtlijn 93/6/EEG
zake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen; Gelet op de richtlijn 98/32/EG van 22 juni 1998 tot wijziging, met betrekking tot door hypotheek gedekte waardepapieren, van richtlijn 89/647/EEG betreffende een solvabiliteitsratio voor kredietinstellingen; Gelet op de richtlijn 98/33/EG van 22 juni 1998 tot wijziging van richtlijn 77/780/EEG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, van richtlijn 89/647/EEG betreffende een solvabiliteitsratio voor kredietinstellingen en van richtlijn 93/6/EEG
zake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen; Gelet op het advies van de Nationale Bank van België; Gelet op de raadpleging van de Effectenbeursvennootschap van Brussel en van de kredietinstellingen en beursvennootschappen via hun representatieve beroepsverenigingen; Overwegende dat de besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en over het reglement op het eigen vermogen van de beursvennootschappen moeten worden gewijzigd, o.m. om ze
overeenstemming te brengen met de voormelde Europese richtlijnen, Besluit : Artikel 1.
de besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en over het reglement op het eigen vermogen van de beursvennootschappen (hierna `het reglement' genoemd) worden de hierna bij artikelen 2 tot en met 7 bepaalde wijzigingen aangebracht. Art. 2.§ 1.
artikel 2 van het reglement wordt : 1°
punt 7°, de zinsnede « waar dagelijkse margevereisten gelden » weggelaten;2° de tekst van punt 12° als volgt vervangen : « `warrant', een waardepapier dat de houder het recht geeft, hetzij op het einde van de looptijd van de warrant, hetzij tijdens de looptijd van de warrant, tegen een vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen;de warrant kan worden afgewikkeld door levering van de onderliggende waarde zelf of door afwikkeling
contanten; »; 3° een punt 14° toegevoegd dat luidt als volgt : « `een erkende markt', een Belgische of buitenlandse markt - die beantwoordt aan de voorwaarden als bedoeld bij artikel 1, § 3, 2° en 3°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en - die beschikt over een clearingregeling krachtens dewelke de op die markt verhandelde afgeleide
strumenten onderworpen zijn aan dagelijkse margevereisten die naar het oordeel van de Commissie een passende bescherming bieden; de Commissie stelt voor de toepassing van dit reglement de lijst op van bedoelde markten »; 4° een punt 15° toegevoegd dat luidt als volgt : « `voorraadfinanciering', posities waarbij fysieke voorraden op termijn verkocht worden en de financieringskosten tot de datum van de termijnverkoop zijn vastgelegd;»; 5° een punt 16° toegevoegd dat luidt als volgt : « `retrocessieovereenkomst', en `omgekeerde retrocessieovereenkomst', een overeenkomst waarbij een
stelling of haar tegenpartij effecten, grondstoffen, of gegarandeerde rechten betreffende de eigendom van effecten of grondstoffen overdraagt, mits die garantie is gegeven door een erkende markt die houder is van de rechten betreffende de effecten of grondstoffen, en de overeenkomst een
stelling niet toestaat een bepaald effect of een bepaalde grondstof aan meer dan één tegenpartij tegelijkertijd over te dragen of toe te zeggen, onder de verbintenis deze effecten of grondstoffen (of vervangende effecten of grondstoffen met dezelfde kenmerken) tegen een vastgestelde prijs op een door de overdragende
stelling bepaald of te bepalen tijdstip
de toekomst terug te kopen;deze wordt aangemerkt als een `retrocessieovereenkomst' voor de
stelling die de effecten of grondstoffen verkoopt, en als een `omgekeerde retrocessieovereenkomst' voor de
stelling die de effecten of grondstoffen koopt; »; 6° een punt 17° toegevoegd dat luidt als volgt : « `verstrekte effecten- of grondstoffenlening' en `opgenomen effecten- of grondstoffenlening', een transactie waarbij een
stelling of haar tegenpartij effecten of grondstoffen overdraagt tegen een passende zekerheid, onder de verbintenis dat de leningnemer op een tijdstip
de toekomst of wanneer de overdragende
stelling daarom verzoekt, gelijkwaardige effecten of grondstoffen teruglevert;deze wordt aangemerkt als een `verstrekte effecten- of grondstoffenlening' voor de
stelling die de effecten of grondstoffen overdraagt, en als een `opgenomen effecten- of grondstoffenlening' voor de
stelling waaraan de effecten of grondstoffen worden overgedragen; »; 7° een punt 18° toegevoegd dat luidt als volgt : « 'de Commissie', de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.». § 2.
artikel 3, punt 1°, a) en b), worden na de woorden « financiële
strumenten » de woorden « grondstoffen en van grondstoffen afgeleide
strumenten »
gevoegd. § 3.
artikel 3, punt 2°, d) en e), en
de artikelen 4, 21, 22, 23 en 92 worden de woorden « effectenleningen », « effecten », « effecten of contanten » en « en VI » vervangen door respectievelijk « effecten- en grondstoffenleningen », « effecten of grondstoffen », « effecten, grondstoffen of contanten » en « , VI en VIIIbis ». § 4.
de artikelen 15 en 86 wordt « VIII » vervangen door « VIIIter ». § 5.
de artikelen 19 en 20 worden - na de woorden « met aandelen kunnen worden gelijkgesteld », enerzijds,
artikel 19, eerste lid, en
artikel 20, en anderzijds,
artikel 19, tweede lid, respectievelijk de woorden « of
grondstoffen, » en « of voor de grondstoffen, »
gevoegd; - de woorden « dan wel » vervangen door een komma. § 6.
artikel 80, § 5, 5°, b), wordt de volgende zinsnede weggelaten : « en waarbij die ondernemingen kredietinstellingen of beleggingsondernemingen zijn met zetel
de geografische zone A ». § 7.
artikel 82, § 2, worden -
het eerste lid de woorden « en hoofdstuk VIII » vervangen door « van onderhavig artikel, en uit hoofdstukken VIII, VIIIbis en
voorkomend geval VIIIter »; -
het vierde lid de woorden « V, VI en VII en artikel 84 » vervangen door « V, VI, VII en
voorkomend geval VIIIter, en artikel 84 ». Art. 3.
artikel 16 van het reglement wordt 1°
, 6°, na punt a) de volgende tekst
gevoegd : «
de drie jaar opnieuw te worden geschat; b) 50 % van de marktwaarde van het goed of, als dit lager ligt, 60 % van de hypotheekwaarde,
die landen die bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strikte criteria voor de berekening van hypotheekwaarden hebben vastgesteld. De hypotheekwaarde is de waarde van het goed dat door een schatter is vastgesteld op grond van een voorzichtige prognose van de toekomstige verhandelbaarheid van het goed, rekening houdend met duurzame langetermijnaspecten van het goed, de normale en plaatselijke marktvoorwaarden, het gebruik dat op dat ogenblik van het goed wordt gemaakt en eventuele andere doeleinden waarvoor het geschikt is. Speculatieve factoren mogen niet
de hypotheekwaarde worden verrekend. De vastgestelde hypotheekwaarde moet op doorzichtige en heldere wijze worden gedocumenteerd. De hypotheekwaarde en met name de onderliggende hypothesen
verband met de ontwikkeling van de betrokken markt moeten ten minste eens
de drie jaar of als de marktprijzen met meer dan 10 % dalen, opnieuw worden bekeken. Zowel onder
de veronderstelling dat het goed publiek te koop wordt aangeboden, de marktvoorwaarden van die aard zijn dat de verkoop
normale omstandigheden kan plaatsvinden en er, rekening houdend met de aard van het goed, een normale periode voorhanden is om de verkoop te sluiten; ii) het goed moet door de eigenaar worden gebruikt of verhuurd; de vijftig percent weging geldt tot en met 31 december 2006; nadien blijft op de vóór die datum toegekende leningen de vijftig percent weging van toepassing tot de eerstvolgende mogelijkheid van aanpassing van de overeenkomst of tot de vervaldag
dien de contractuele bepalingen niet eerder kunnen worden aangepast; a'') de vorderingen
gevolge onroerende leasing afgesloten na 31 mei 2000 en vóór 31 december 2006 en die betrekking hebben op voor beroepsdoeleinden bestemde goederen die
het land van de zetel gelegen zijn en waarop wettelijke bepalingen van toepassing zijn krachtens welke de lessor de volledige eigendom van het gehuurde goed behoudt zolang de huurder zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend; a''') door hypotheek gedekte effecten en ander waardepapier met betrekking tot dewelke de Commissie, rekening houdend met het van toepassing zijnde rechtskader, van oordeel is dat het kredietrisico verbonden aan dit waardepapier gelijkwaardig is aan dat van de
punt a) of a') bedoelde hypothecair gewaarborgde vorderingen;
het bijzonder moet ten aanzien van de Commissie worden aangetoond : i) dat bedoelde effecten en ander waardepapier volledig en op directe wijze gedekt zijn door een pool van hypothecaire kredieten als bedoeld
de effecten en waardepapier »;
, 1°, wordt de verwijzing naar 6°, a), uitgebreid tot a'), a'') en a'''); 2°
, 6°, g), -
het derde lid, na het woord «
stellingen » de volgende zinsnede
gevoegd : « die vallen onder de de minimis-regeling bepaald bij artikel 7 »; -
het laatste lid, de zinsnede « afgeleide
strumenten die worden verhandeld op erkende beurzen en waarvoor dagelijkse margevereisten gelden » vervangen door « afgeleide
strumenten die worden verhandeld op erkende markten »; - een nieuw lid toegevoegd dat luidt als volgt : « de Commissie kan tot en met 31 december 2006 gelijkstellen met de
vorig lid bedoelde afgeleide
strumenten verhandeld op erkende markten, de afgeleide buiten-beursinstrumenten die worden vereffend door een clearinginstelling die optreedt als tegenpartij en waarbij alle deelnemers het risico dat zij voor de clearinginstelling belichamen dagelijks volledig met onderpand dekken, zodat bescherming wordt geboden tegen zowel het huidige risico als het potentieel toekomstig risico, op voorwaarde dat de
stelling aantoont dat het gestelde onderpand dezelfde mate van bescherming biedt als onderpand
de zin van § 6, 4° en 5°, en dat het gevaar dat de gezamenlijke risico's van de clearinginstelling boven de marktwaarde van het geplaatste onderpand uitstijgen wordt geëlimineerd »; 3°
, 6°, een punt h) toegevoegd dat luidt als volgt : « de verplichtingen met kredietvervangend karakter bedoeld
5°, a) en b), die volledig zijn gewaarborgd door hypotheken als bedoeld
6°, a), ten gunste van de rapporterende
stelling die beschikt over een direct recht over de zekerheid »;4°
, - punt 3 aangevuld met de woorden « hetzij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A »; - een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : «
afwijking van de bepalingen van § 1, 4°, wordt het niet gestorte en niet opgevraagde gedeelte van het kapitaal van het Europees
vesteringsfonds voor twintig percent
het gewogen risicovolume opgenomen »; 5°
, tweede lid, na de eerste zinsnede de woorden « evenals de bij artikel 11, § 2, van richtlijn 89/647/EEG van 18 december 1989 bedoelde obligaties die van een tien percent weging genieten »
gevoegd;6°
, eerste lid, een zesde punt
gevoegd dat luidt als volgt : « mits voorafgaande toestemming van de Commissie, de bij § 3, 1°, a), bedoelde bestanddelen met als wederpartij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A die
hun land van oorsprong van een nul percent weging genieten, met
begrip van de bestanddelen die onherroepelijk en uitdrukkelijk gewaarborgd zijn door één van deze overheden ». Art. 4.
artikel 17 van het reglement 1° worden
- de woorden « verrichtingen op valuta en goud » vervangen door « verrichtingen op valuta of goud »; -
het eerste lid na het woord « wordt » de woorden « onverminderd het bepaalde bij dat artikel » toegevoegd; -
de voetnoot
- het woord « (netting-overeenkomsten) »
de titel toegevoegd; -
punt b), partim `schuldvergelijkingsovereenkomsten', de tekst van de tweede en derde alinea, eerste streepje, als volgt gewijzigd : « Het tweede element, het potentieel toekomstig kredietrisico van de onder de schuldvergelijking vallende verrichtingen, wordt berekend met toepassing van de formule `PKRverlaagd = (0,4*PKRbruto) + (0,6*NBR*PKRbruto)', waarbij : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de berekening van het potentieel toekomstig kredietrisico volgens bovenstaande formule mogen de onder de schuldvergelijkingsovereenkomst vallende perfect matchende contracten worden beschouwd als één enkel contract, waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten. Perfect matchende contracten zijn termijnverrichtingen op valuta (of soortgelijke verrichtingen) waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de kasstromen, waarbij de kasstromen op dezelfde datum vervallen en geheel of gedeeltelijk
dezelfde valuta luiden. Bij toepassing van de tweede methode - worden onder een schuldvergelijkingsovereenkomst vallende perfect matchende contracten beschouwd als één enkel contract waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten; de bij § 1 bepaalde percentages zijn op overeenkomstige wijze van toepassing; »; -
punt b) een nieuwe alinea toegevoegd die luidt als volgt : « Wanneer onder een nettingovereenkomst eveneens termijnverrichtingen op valuta met een oorspronkelijke looptijd van hoogstens 14 kalenderdagen vallen of andere afgeleide
strumenten die niet moeten worden opgenomen
het gewogen risicovolume, mogen de
stellingen ook deze
strumenten
rekening brengen bij de berekening van de hiervoor bedoelde nettobedragen, op voorwaarde dat zij bij de berekening van het risicovolume rekening houden met alle dergelijke
strumenten die onder een schuldvernieuwings- of schuldvergelijkingsovereenkomst vallen, zowel deze met een positieve als met een negatieve waarde ». Art. 5.§ 1.
de artikelen 31 en 55 van het reglement worden de woorden « en gedekte warrants » weggelaten. § 2.
artikel 59, § 2, wordt de tekst van het eerste gedachtenstreepje als volgt gewijzigd : « het mag niet gaan om emittenten die uitsluitend obligaties en andere schuldinstrumenten hebben uitgegeven waarvoor overeenkomstig artikel 36 een vereiste van 8 % geldt, of waarvoor, uitsluitend
gevolge een bekomen waarborg, een lagere eigen-vermogensvereiste geldt; » § 3.
hoofdstuk VIII van het reglement worden de verwijzingen naar « andere edele metalen » weggelaten. § 4.
artikel 68 worden de woorden « de netto open positie
elke munt » aangevuld met « en
goud ». § 5. Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd : « De eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities
valuta bedraagt 8 % van de totale nettopositie van de
stelling
vreemde munt.
dien de totale nettopositie
vreemde munt 2 % van het totale eigen vermogen van de
stelling niet overschrijdt is deze aan geen eigen-vermogensvereiste ter dekking van het wisselkoersrisico onderworpen. Tot en met 31 december 2004 bedraagt de eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities
valuta 8 % van het deel van de totale nettopositie
vreemde munt van de
stelling dat 2 % van het totale eigen vermogen overstijgt ». § 6.
artikel 75 worden na de woorden « de
stellingen » de woorden « tot en met 31 december 2004 »
gevoegd. § 7. Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd : « De
artikel 75 bedoelde berekeningsmethodes moeten een eigen-vermogensvereiste opleveren die : 1° uitgaande van een analyse van de wisselkoersfluctuaties gedurende alle voortschrijdende periodes van tien werkdagen
de voorgaande drie jaren
99 % of meer van de gevallen meer bedraagt dan de waarschijnlijke verliezen;2° ongeacht het bedrag van de
vorig punt bedoelde eigen-vermogensvereiste, meer bedraagt dan 2 % van de netto open positie als berekend
artikel 69. Voor de toepassing van de
vorig lid bedoelde methode bepaalt de Commissie de formule en de modaliteiten voor de berekening, evenals de correlatiecoëfficiënten. Zij past deze laatste regelmatig aan de ontwikkelingen van de valutamarkten aan. » Art. 6.Na hoofdstuk VIII. `Wisselkoersrisico' wordt
het reglement een hoofdstuk VIIIbis. `Grondstoffenrisico's'
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK VIIIbis. - Grondstoffenrisico's Artikel 76.1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de posities die voortvloeien uit het geheel van de activiteiten van de
stelling die betrekking hebben op grondstoffen, met
begrip van de van grondstoffen afgeleide
strumenten. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip grondstoffen eveneens - de edele metalen, buiten goud en de van goud afgeleide
strumenten; - de grondstoffen of gegarandeerde rechten
zake de eigendom van grondstoffen die de
stelling overdraagt bij middel van een retrocessieovereenkomst, evenals grondstoffen die de
stelling
lening geeft bij middel van een grondstoffen-leningsovereenkomst. Artikel 76.2. § 1. De
stelling berekent haar positie
elk van de grondstoffen waarin ze actief is. De
stelling mag de volgende posities eveneens beschouwen als posities
dezelfde grondstof : - posities
verschillende subcategorieën grondstoffen,
dien deze subcategorieën
elkaars plaats leverbaar zijn, en - posities
vergelijkbare grondstoffen,
dien deze verregaand substitueerbaar zijn en er gedurende minstens een jaar tussen de koersbewegingen een correlatie van 90 % kan worden vastgesteld. Posities die voorraadfinanciering betreffen, mogen buiten de toepassing van dit hoofdstuk worden gelaten. § 2. Elke positie
grondstoffen moet worden uitgedrukt
de vaste rekeneenheid. Omrekening gebeurt tegen de contante koers van de euro. § 3. Als de korte positie vóór de lange positie vervalt, moet de
stelling maatregelen nemen om zich te beschermen tegen het risico van onvoldoende of geringe liquiditeit dat zich op bepaalde markten kan voordoen. Artikel 76.
de vaste rekeneenheid. Aan deze
strumenten wordt op basis van de afloopdatum een looptijd toegekend. § 2. Grondstoffenswaps waarbij het ene onderdeel van de transactie een vaste prijs is en het andere de dagkoers, worden
de looptijdklassentabel verwerkt als een reeks posities die gelijk zijn aan het notionele bedrag van het contract, waarbij een positie overeenkomt met elke betaling op de swap en dienovereenkomstig wordt ondergebracht
de betreffende lijn van de looptijdklassentabel. De posities zijn lang als de
stelling de vaste prijs betaalt en de variabele prijs ontvangt; de posities zijn kort als de
stelling de vaste prijs ontvangt en de variabele prijs betaalt. Grondstoffenswaps waarbij de twee onderdelen van de transactie op verschillende grondstoffen betrekking hebben, worden
de methode op basis van looptijdklassen
de betreffende rij van de tabel ondergebracht. § 3. Opties op grondstoffen worden voor de toepassing van dit hoofdstuk behandeld alsof het posities zijn die
waarde gelijk zijn aan het bedrag van het onderliggende
strument waarop de optie betrekking heeft, vermenigvuldigd met zijn delta. De aldus verkregen posities mogen worden gecompenseerd met tegengestelde posities
dezelfde onderliggende grondstof (of van grondstoffen afgeleide
strumenten). De gebruikte delta is de delta die wordt berekend door de
stelling op een door de Commissie goedgekeurde wijze of, bij ontstentenis hiervan, de door de markt meegedeelde delta
het geval van een op de beurs verhandelde optie. De Commissie kan, wanneer zij dat vanuit prudentieel oogpunt passend vindt, de
stelling ertoe verplichten een welbepaalde delta te gebruiken of de delta te berekenen volgens een aangegeven methode. Wanneer de
stelling haar opties omzet
de onderliggende
strumenten aan de hand van de delta, is zij onderworpen aan een bijkomende vereiste om de overige risico's te dekken. Wanneer de
stelling haar opties niet omzet
de onderliggende grondstoffen aan de hand van de delta, is de netto-positie voor elke optie onderworpen aan een vereiste die gelijk is aan deze voor de onderliggende grondstof waarop die optie betrekking heeft. Voor een bekomen optie is deze vereiste beperkt tot de marktwaarde van die optie. De
dit artikel bedoelde behandeling is eveneens van toepassing op warrants die op grondstoffen betrekking hebben. Artikel 76.
een bepaalde grondstof en alle posities
dezelfde grondstof als bedoeld bij art.76.2, § 1, worden ondergebracht
de betreffende looptijdklassen van onderstaande tabel. Fysieke voorraden worden ondergebracht
de eerste looptijdklasse. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de toepassing van het eerste lid kunnen posities
dezelfde grondstof op nettobasis worden gecompenseerd en ondergebracht
de betreffende looptijdklassen, voor zover - het posities betreft
contracten die op dezelfde datum aflopen, of - posities
contracten die binnen tien dagen na elkaar aflopen
dien de contracten worden verhandeld op markten waar dagelijkse leveringsdata bepaald worden. (b) Vervolgens berekent de
stelling de som van de lange posities en de som van de korte posities
elke looptijdklasse.Het bedrag ten belope waarvan de eerstgenoemde (laatstgenoemde) som
een bepaalde looptijdklasse gelijk is aan de laatstgenoemde (eerstgenoemde) som, vormt de gecompenseerde positie
deze looptijdklasse, terwijl de resterende lange of korte positie de niet-gecompenseerde positie
deze zelfde looptijdklasse is. Het deel van de niet-gecompenseerde lange (korte) positie
een bepaalde looptijdklasse dat gelijk is aan de niet-gecompenseerde korte (lange) positie
een volgende looptijdklasse, is de tussen twee looptijdklassen gecompenseerde positie. Het deel van de niet-gecompenseerde lange positie of de niet-gecompenseerde korte positie dat niet op deze wijze gecompenseerd kan worden, vormt de niet-gecompenseerde positie. (c) De eigen-vermogensvereisten van de
stelling worden voor elke grondstof op basis van de betreffende looptijdklassen berekend, als de som van : (i) de gecompenseerde lange en korte posities, vermenigvuldigd met de toepasselijke « spread »-coëfficiënt die
de tweede kolom van bovenstaande tabel voor elke looptijdklasse wordt gegeven, en met de contante koers van de grondstof; (
stelling ter dekking van haar grondstoffenrisico's is de som van de overeenkomstig punt (
stelling voor elke grondstof is de som van : (
stelling tegenover haar korte (lange) posities
dezelfde grondstof en identieke futures, opties en warrants op grondstoffen, is de nettopositie van de
stelling
elke grondstof. Bij de berekening van de nettopositie worden posities
afgeleide
strumenten behandeld als posities
de onderliggende grondstof, overeenkomstig de bij art. 76.3 bepaalde wijze. (b) De totale eigen-vermogensvereiste van de
stelling ter dekking van haar grondstoffenrisico's is de som van de overeenkomstig punt (a) supra berekende solvabiliteitsvereiste voor elk van de grondstoffen waarin zij bedrijvig is.» Art. 7.Na hoofdstuk VIIIbis. `Grondstoffenrisico's' wordt
het reglement een hoofdstuk VIIIter. `
terne modellen voor marktrisico's'
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK VIIIter. -
terne modellen voor marktrisico's Artikel 76.5. § 1. De Commissie kan de
stellingen onder bepaalde voorwaarden toestaan dat zij hun eigen-vermogensvereisten ter dekking van de bij hoofdstukken V, VI, VIII en VIIIbis bedoelde risico's berekenen met toepassing van hun eigen
terne mathematische modellen die zij voor de opvolging en het beheer van hun marktrisico's gebruiken. Deze modellen kunnen worden toegepast
plaats van of
combinatie met de standaardmethoden bepaald
de betreffende hoofdstukken. § 2. De
stellingen kunnen hun eigen
tern model gebruiken voor de berekening van de reglementaire eigen-vermogensvereiste bedoeld
, op voorwaarde dat zij hiervoor voorafgaandelijk de uitdrukkelijke toestemming hebben bekomen van de Commissie en deze het model heeft erkend. Opdat de Commissie een
tern model zou erkennen, is vereist dat de betrokken
stelling een aantal normen naleeft met betrekking tot het model en zijn gebruik. Deze minimumnormen van kwalitatieve en kwantitatieve aard worden hierna nader gedefinieerd. Artikel 76.6. Kwalitatieve normen § 1. De Commissie zal een model enkel erkennen voorzover haar wordt aangetoond dat het model kadert
een proces van risicobeheer dat qua concept solide is en op deugdelijke wijze wordt toegepast. § 2. Opdat aan het bepaalde bij § 1 zou worden beantwoord, is minimaal het volgende vereist : i) het
terne model voor risicometing is
hoge mate geïntegreerd
het dagelijkse proces van risicobeheer van de
stelling en dient als basis voor een passend beleidsinformatiesysteem (met rapportering van risicoposities en resultaten aan de hoogste leiding van de
stelling); ii) de
stelling beschikt over een afdeling risicobeheer die onafhankelijk is van de afdelingen die
staan voor de marktactiviteit en die rechtstreeks rapporteert aan de hoogste leiding; de betrokken afdeling is belast met het ontwerpen en implementeren van het risicobeheerssysteem van de
stelling, de uitwerking van een limietensysteem, en de dagelijkse risicorapportering en de analyse van de uitkomsten van het model; iii) de raad van bestuur en de directie van de
stelling zijn actief bij het proces van risicobeheer betrokken,
clusief het gebruik van
terne modellen; de dagelijkse rapporten die de afdeling risicobeheer opstelt, dienen alle relevante
formatie te bevatten; ze worden gerapporteerd aan en beoordeeld door een directieniveau dat beslissingsbevoegdheden heeft om de risicoposities van de
dividuele handelaren of van de totale risicopositie van de
stelling te verminderen; iv) de
stelling,
zonderheid de afdelingen risicobeheer en
terne audit, beschikt over voldoende personeel dat onderlegd is
het gebruik, opvolging en administratieve verwerking van de gehanteerde modellen; v) de
stelling heeft passende procedures vastgesteld voor de bewaking van en het toezicht op de naleving van de schriftelijk vastgelegde
terne
structies en controles, die betrekking hebben op de werking van het risicometingssysteem als geheel; vi) de modellen van de
stelling hebben
het verleden bewezen risico's voldoende accuraat te meten; vii) de
stelling voert frequent een stringent programma van stresstests uit en beschikt over een methodologie op basis waarvan stressscenario's geïdentificeerd en uitgevoerd worden; de uitkomsten van de tests worden beoordeeld door de leiding en sturen mede het beleid en het limietensysteem
zake risico van de
stelling; viii) als onderdeel van de periodieke
terne controle moet de
stelling een onafhankelijke evaluatie van het risicometingssysteem uitvoeren; deze evaluatie moet betrekking hebben op de afdelingen belast met de marktactiviteit en het risicobeheer; ten minste eenmaal per jaar moet de
stelling een evaluatie uitvoeren van het algehele risicobeheersproces; de evaluatie heeft minstens betrekking op : - het adequaat zijn van de documentatie over het risicobeheerssysteem en -proces en van de organisatie van de afdeling risicobeheer; - de
tegratie
het dagelijkse risicobeheer van de metingen van het marktrisico en de deugdelijkheid van het
formatiesysteem voor de directie; - het goedkeuringsproces van de risicowaarderings- en beheersmodellen en systemen die
de
stelling gebruikt worden; - aard en omvang van de marktrisico's die de
stelling heeft geïdentificeerd en
het risicometingsmodel heeft verwerkt, alsook de validering van significante wijzigingen
het risicometingsproces; - het accuraat en volledig zijn van gegevens over posities, volatiliteit en correlaties, en de waarderings- en risicogevoeligheidsberekeningen; - het verificatieproces dat de
stelling hanteert ter beoordeling van de consistentie, tijdigheid en betrouwbaarheid van de gegevensbronnen die voor de
terne modellen gebruikt worden, alsmede van de onafhankelijkheid van deze gegevensbronnen; - het verificatieproces waarvan de
stelling gebruik maakt voor de evaluatie van tests die achteraf worden uitgevoerd (« back-testing ») om te beoordelen of het model accuraat is, en
zonderheid de risico's correct heeft voorspeld. § 3. De
stelling waakt over de accuraatheid en de goede werking van haar model door middel van regelmatige « back-testing »; « back-testing » op de reële waardewijzigingen behelst dat voor iedere werkdag de uit het model van de
stelling resulterende eendagswaarde van het potentiële verlies (« value-at-risk ») voor de eindedagsposities van de portefeuille wordt vergeleken met de eendagsverandering
de waarde van de portefeuille aan het einde van de daaropvolgende werkdag; « back-testing » op de hypothetische waardewijzigingen van de portefeuille berust op een vergelijking van de eindedagswaarde van de portefeuille en, uitgaande van een ongewijzigde samenstelling van de portefeuille, aan het einde van de daaropvolgende werkdag; de Commissie onderzoekt of de
stelling
staat is tot het uitvoeren van tests achteraf op zowel feitelijke als hypothetische veranderingen van de waarde van de portefeuille; de
stellingen moeten passende maatregelen treffen om hun « back-testing »-programma te verbeteren wanneer dit ontoereikend wordt geacht. § 4. Voor de berekening van de eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifieke risico van verhandelbare schuldinstrumenten en aandelen, dient het
tern model, onverminderd het bepaalde hierna,
zonderheid aan de volgende voorwaarden te voldoen : - de historische prijsschommeling
de portefeuille te verklaren; - concentratie qua omvang en veranderingen
de samenstelling van de portefeuille weer te geven; - solide te zijn
een volatiele omgeving; - gevalideerd te worden door back-testing ter beoordeling van de vraag of het specifieke risico accuraat wordt weergegeven; voor de
stellingen die modellen gebruiken die hieraan niet beantwoorden, geldt een afzonderlijke eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifieke risico, berekend overeenkomstig de standaardmethode van hoofdstukken V en VI. Artikel 76.7. Kwantitatieve normen en eigen-vermogensvereisten § 1. Elk
tern model dat door de Commissie erkend wordt moet de relevante markt-risicofactoren bestrijken,
het licht van de markten en
strumenten waarin de
stelling bedrijvig is. Minimaal moet aan de navolgende voorwaarden zijn voldaan : i) Met betrekking tot het renterisico moet het
terne model risicofactoren hanteren welke corresponderen met de rentevoeten voor elk van de valuta's waarin de
stelling renterisicogevoelige posities binnen of buiten de balanstelling
neemt.De
stelling geeft de rendementscurves weer door middel van een van de algemeen aanvaarde benaderingen. Voor renterisico's
de voornaamste valuta's en markten wordt de rendementscurve
ten minste zes looptijdsegmenten verdeeld, om de variaties van de rentevolatiliteit
de rendementscurve weer te geven. Het risicometingssysteem moet ook het risico van minder perfect gecorreleerde bewegingen binnen dezelfde munt tussen verschillende rendementscurves bestrijken. ii) Met betrekking tot het valutarisico moeten
het risicometingssysteem risicofactoren worden gebruikt voor het goud en de afzonderlijke buitenlandse valuta's waarin de posities van de
stelling luiden. iii) Met betrekking tot het aandelenrisico moet
het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor ten minste elke aandelenmarkt waarop de
stelling significante posities
neemt. iv) Met betrekking tot het grondstoffenrisico moet
het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor ten- minste elke grondstof waarin de
stelling significante posities neemt.
het risicometingssysteem moeten het risico van niet-perfect gecorreleerde bewegingen van vergelijkbare (doch niet identieke) grondstoffen, alsmede het risico van veranderingen van termijnkoersen dat uit niet op elkaar passende looptijden voortvloeit, zijn verwerkt. Voorts moet rekening worden gehouden met de kenmerken van de markten,
zonderheid de leveringsdata en de mogelijkheid die wordt geboden om posities af te dekken. De Commissie verlangt dat het model accuraat alle wezenlijke koersrisico's van opties en vergelijkbare posities bestrijkt en dat de overige niet door het model bestreken risico's afdoende met eigen vermogen afgedekt zijn. De Commissie kan de
stellingen toestaan, binnen risicocategorieën en over risicocategorieën heen, empirische correlaties te hanteren,
dien zij ervan overtuigd is dat het systeem waarmee de
stelling de correlaties meet, solide is en op deugdelijke wijze wordt toegepast. Voor de berekening van het potentiële verlies gelden de volgende minimale kwantitatieve normen :
vermelde vermenigvuldigingsfactor, welke vermenigvuldigingsfactor desgevallend verhoogd wordt met de
§ 3. De
, ii), bedoelde vermenigvuldigingsfactor bedraagt minimaal `3', tenzij de Commissie uit prudentiële overwegingen een hogere factor oplegt die zich situeert tussen `3' en `4' (`4'
begrepen). § 4. De
, ii), bedoelde plus-factor situeert zich tussen `0' en `1' (`1'
begrepen), en wordt berekend overeenkomstig de hiernavolgende tabel, afhankelijk van het aantal overschrijdingen (« overshootings ») dat de
stelling gedurende de laatste 250 werkdagen bij het uitvoeren van tests achteraf heeft vastgesteld. De
stellingen moeten de overschrijdingen consistent berekenen door middel van tests op de feitelijke dan wel op de hypothetische veranderingen
de waarde van de portefeuille. Een overschrijding is een eendagsverandering
de waarde van de portefeuille welke meer bedraagt dan de gerelateerde, uit het model van de
stelling resulterende eendagswaarde van het potentiële verlies. Het aantal overschrijdingen wordt minstens per kwartaal geëvalueerd. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De Commissie kan
dividuele gevallen en uitzonderlijke omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting de vermenigvuldigingsfactor met een plus-factor te verhogen,
dien de
stelling aantoont dat een dergelijke verhoging onterecht is en dat het model
wezen solide is. Teneinde de Commissie toe te laten de juistheid van de plus-factor op te volgen, moet de
stelling de bij de toepassing van het back-testing-programma geconstateerde overschrijdingen die overeenkomstig de voorgaande tabel een verhoging van de plus-factor met zich zouden brengen, terstond en
ieder geval uiterlijk binnen vijf werkdagen ter kennis brengen van de Commissie.
dien het groot aantal overschrijdingen erop wijst dat het model onvoldoende accuraat is, zal de Commissie de erkenning van het model
trekken of passende maatregelen opleggen om ervoor te zorgen dat het model onmiddellijk wordt verbeterd. § 5. Als het model van de
stelling erkend is voor de berekening van de eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifieke risico als bedoeld bij artikel 76.6, § 4), wordt de overeenkomstig de §§ 1 tot 3 berekende vereiste verhoogd ten belope van : i) ofwel het aandeel `specifiek risico'
het gemeten potentieel verlies (`value-at-risk'); ii) ofwel de metingen van het potentiële verlies van subportefeuilles van schuldpapier- en aandelenposities die een specifiek risico
houden. De
stellingen die gebruik maken van keuze ii) moeten vooraf de structuur van hun subportefeuilles aan de Commissie meedelen en mogen deze niet wijzigen zonder haar
stemming. De Commissie kan ontheffing verlenen van de
vorig lid bedoelde verhoging wanneer de
stelling aantoont dat haar model overeenkomstig
ternationaal overeengekomen normen ook het « event »-risico en het debiteurenrisico weergeeft voor haar posities
verhandelbare schuldinstrumenten en aandelen. De eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifiek risico verbonden aan posities
schuldinstrumenten en aandelen dat niet berekend wordt met toepassing van een erkend model, wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij de hoofdstukken V en VI. » Art. 8.Dit besluit treedt
werking op 21 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.