artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Werkgelegenheid HOOFDSTUK I. - Structurele lastenverlaging Art. 2.
artikel 35 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, vervangen bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 2°, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De Koning bepaalt bij een
de Ministerraad overlegd besluit, wat men verstaat onder voltijdse werknemers met volledige prestaties en onder de eerste, tweede en derde loongrens, waarbij deze grenzen kunnen verschillen naargelang de categorie van werknemers als bedoeld
paragraaf 1.De Koning kan, bij een
de Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van 29 706 Belgische frank vermeld
het eerste lid, ii) en iii) verhogen, zonder dat dit evenwel hoger mag zijn dan 37 706 Belgische frank. »; 2° § 1, 3°, iii), wordt aangevuld als volgt : «
afwijking van het vorige lid, eerste en derde streepje, kan de Koning, bij een
Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van 29 706 Belgische frank verhogen, zonder dat dit evenwel hoger mag zijn dan 37 706 Belgische frank »;3°
, 3°, eerste lid, iv), wordt het woord « maximaal »
gevoegd tussen de woorden « een periode van » en de woorden « zes jaar »;4° § 1, 5°, wordt vervangen als volgt : « 5° Het bedrag F* wordt jaarlijks vastgelegd bij een
Ministerraad overlegd besluit.Voor het eerste jaar,
gaand op 1 april 1999, wordt het bedrag vastgelegd op 16 025 Belgische frank per kwartaal. Elk jaar, vóór 30 september, evalueren de sociale gesprekspartners
de Centrale Raad voor het bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad de globale evolutie van de lonen, de vormingsinspanningen en de werkgelegenheid.
dien die globale evaluatie niet positief is, wordt het bedrag F* dat van toepassing is vanaf het tweede kwartaal van het daaropvolgende kalenderjaar verminderd voor die sectoren of ondernemingen waarvan de
spanningen
zake vorming en werkgelegenheid als onvoldoende worden beoordeeld. De Koning stelt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, dit verminderd bedrag F* vast, alsook de criteria en de modaliteiten voor het vaststellen van de onvoldoende
spanning
zake vorming en werkgelegenheid; »; 5° aan § 1, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt : « 6° De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit, bij het vaststellen van het bedrag F* en het verminderd bedrag F* bedoeld
5°, rekening houden met toepassingsmodaliteiten voorgesteld
het
terprofessioneel akkoord dat tweejaarlijks kan worden afgesloten tussen de sociale gesprekspartners.Te dien einde kan Hij, bij een
Ministerraad overlegd besluit, voor de geldigheidsduur van dit
terprofessioneel akkoord, afwijken van de bepalingen van § 1, 1° tot 5°. ». HOOFDSTUK II. - Sociale Maribel Art. 3.Artikel 35, § 5, derde lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt vervangen als volgt : « 1° een of verschillende sectorale fondsen die gestijfd worden met het bedrag van de vermindering bedoeld
het vorige lid. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de nadere regelen van
richting en van werking van die fondsen en de regelen met betrekking tot de bestemming. De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regelen van storting; ». Art. 4.Artikel 71, eerste lid, 1°, van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen wordt vervangen als volgt : « 1° bij het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, een fonds dat gestijfd wordt met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers, bedoeld
artikel 35, § 5, tweede lid, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor de werknemers, van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector, die aangesloten zijn bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, aanspraak kunnen maken. Ieder jaar bepaalt de Koning het bedrag van de voormelde opbrengst voor de bedoelde sector. Volgens de nadere regels bepaald door de Koning worden de beschikbare middelen van dit fonds, na aftrek van de administratieve kosten, besteed aan het creëren van tewerkstelling bij de voormelde werkgevers. Het fonds wordt beheerd door een beheersorgaan bestaande uit evenveel vertegenwoordigers van de werkgevers van de betrokken sector als vertegenwoordigers van de werknemers van de betrokken sector. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de nadere regels voor het toezicht op de bedragen die ter beschikking worden gesteld en de bestemming ervan. De Koning bepaalt de samenstelling van het beheersorgaan; ». Art. 5.Artikel 71, eerste lid, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « 2° bij het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, een fonds dat gestijfd wordt met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers, bedoeld
artikel 35, § 5, tweede lid, van voormelde wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, van de openbare sector die aangesloten zijn bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, anders dan deze bedoeld
1°, aanspraak kunnen maken. Ieder jaar bepaalt de Koning het bedrag van de voormelde opbrengst voor de bedoelde sector. Volgens de nadere regels bepaald door de Koning worden de beschikbare middelen van dit fonds, na aftrek van de administratieve kosten, besteed aan het creëren van tewerkstelling bij de voormelde werkgevers. Het fonds wordt beheerd door een beheersorgaan bestaande uit evenveel vertegenwoordigers van de werkgevers van de betrokken sector als vertegenwoordigers van de werknemers van de betrokken sector. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten voor het toezicht op de bedragen die ter beschikking worden gesteld en de bestemming ervan. De Koning bepaalt de samenstelling van het beheersorgaan; ». Art. 6.Artikel 1, § 7, 1°, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende sociale bepalingen,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt vervangen als volgt : « 1° een fonds dat gestijfd wordt met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers, bedoeld
artikel 35, § 5, tweede lid, van voormelde wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, die aangesloten zijn bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid, aanspraak kunnen maken na aftrek van de werkelijk toegestane verminderingen. Worden
verschillende rubrieken opgenomen : - de bijdrageverminderingen waarop de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aanspraak hadden kunnen maken, na aftrek van het bedrag van de gedurende ieder kwartaal werkelijk toegekende verminderingen; - de bijdragevermindering waarop de andere dan de
het vorig streepje bedoelde werkgevers aanspraak hadden kunnen maken, na aftrek van het bedrag van de gedurende ieder kwartaal werkelijk toegekende verminderingen. Volgens de nadere regels bepaald door de Koning worden de beschikbare middelen van dit fonds, na aftrek van de administratieve kosten, besteed aan het creëren van tewerkstelling bij de werkgevers bedoeld
het vorige lid. Dit fonds wordt beheerd door het beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de nadere regels voor het toezicht op de bedragen die ter beschikking worden gesteld en de bestemming ervan; ». Art. 7.§ 1. Er wordt een Fonds voor de terugvordering van werkgeversbijdragen bij de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid opgericht, dat een begrotingsfonds vormt
de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2.
de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds 23-6 - Fonds voor de terugvordering van werkgeversbijdragen bij de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid ». Aard van de toegewezen ontvangsten Ontvangsten voortvloeiend uit de terugvordering van ten onrechte toegekende verminderingen van werkgeversbijdragen. Aard van de toegestane uitgaven Administratieve kosten, kosten voor de aanwerving van personeel en uitgaven voor de bevordering van de werkgelegenheid
de non-profitsector, zulks respectievelijk ten gunste van de werkgevers uit de sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen en ten gunste van de werkgevers uit de andere sectoren. Art. 8.§ 1. Er wordt een Fonds voor de terugvordering van werkgeversbijdragen
de private non-profitsector opgericht, dat een begrotingsfonds vormt
de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2.
de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds 23-7 - Fonds voor de terugvordering van werkgeversbijdragen
de private non-profitsector ». Aard van de toegewezen ontvangsten Ontvangsten voortvloeiend uit de terugvordering van ten onrechte toegekende verminderingen van werkgeversbijdragen. Aard van de toegestane uitgaven Administratieve kosten, kosten voor de aanwerving van personeel en uitgaven voor de bevordering van de werkgelegenheid
de non-profitsector, zulks respectievelijk ten gunste van de werkgevers uit de sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen en ten gunste van de werkgevers uit de andere sectoren. Art. 9.Artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers wordt aangevuld met de volgende leden : « De bepalingen van het algemeen stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, de bevoegde rechter
geval van betwisting, de verjaring
zake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de Rijksdienst voor sociale zekerheid betreft, zijn van toepassing. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze paragraaf en de uitvoeringsbesluiten ervan. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten betreffende de arbeidsinspectie. ». HOOFDSTUK III. - Arbeidsduurvermindering Art. 10.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 11/12/1997 numac 1997012781 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 09/12/1997 numac 1997012782 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 24/12/1997 numac 1997003672 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het Ministerie van Financiën type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022902 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende het wegnemen en toewijzen van organen van menselijke oorsprong sluiten houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, bekrachtigd door de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling en gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt gewijzigd als volgt : 1° § 1 wordt gewijzigd als volgt : a)
het eerste lid worden de woorden « 30 juni 1997 » vervangen door de woorden « 30 juni 1999 »;b)
het vierde lid worden de woorden « 30 juni 1999 » vervangen door de woorden « 31 december 2000 »;2°
, derde streepje, worden de woorden « 30 juni 1997 » vervangen door de woorden « 30 juni 1999 »;3° § 3 wordt gewijzigd als volgt : a)
het eerste lid, a), wordt het cijfer« 1996 » vervangen door de woorden « het voorafgaande kalenderjaar »;b)
het eerste lid, b), wordt het cijfer « 1996 » vervangen door de woorden « het voorafgaande kalenderjaar »;c)
het tweede lid wordt het cijfer « 1996 » vervangen door de woorden « het voorafgaande kalenderjaar ». Art. 11.
artikel 2, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 1996 » vervangen door de woorden « het voorafgaande kalenderjaar ». Art. 12.
artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 1996 » vervangen door de woorden « het voorafgaande kalenderjaar ». Art. 13.De collectieve arbeidsovereenkomsten die werden gesloten
uitvoering van het koninklijk besluit van 24 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 11/12/1997 numac 1997012781 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 09/12/1997 numac 1997012782 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 24/12/1997 numac 1997003672 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het Ministerie van Financiën type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022902 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende het wegnemen en toewijzen van organen van menselijke oorsprong sluiten en die werden neergelegd op de griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid tot 30 juni 1999, blijven onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 11/12/1997 numac 1997012781 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 09/12/1997 numac 1997012782 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 24/12/1997 numac 1997003672 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het Ministerie van Financiën type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022902 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende het wegnemen en toewijzen van organen van menselijke oorsprong sluiten zoals die van toepassing zijn vóór de
werkingtreding van deze wet. HOOFDSTUK IV. - Plus-één-, plus-twee-, plus-drie-plan Art. 14.Artikel 118, § 1, 8°, van de programmawet van 30 december 1988,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : « De periode van terbeschikkingstelling van drie maanden moet gelegen zijn tijdens de twaalf maanden voor de aanwerving. ». Art. 15.Artikel 6, § 1, 13°, van het koninklijk besluit van 14 maart 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten2 houdende specifieke tewerkstellingsbevorderende maatregelen voor de kleine en middelgrote ondernemingen met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : « De periode van terbeschikkingstelling van drie maanden moet gelegen zijn tijdens de twaalf maanden voor de aanwerving. ». Art. 16.De artikelen 14 en 15 treden
werking de dag waarop deze wet
het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK V. - Koninklijk besluit nr. 230 - Stage voor jongeren Art. 17.Artikel 13, § 2, van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces wordt opgeheven. Art. 18.Artikel 17 treedt
werking met
gang van 1 april 1999. HOOFDSTUK VI. - Steunmaatregel voor de sleepvaart- en de baggersector Art. 19.
de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers wordt een artikel 37ter
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 37ter.- De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit, en onder de door Hem bepaalde voorwaarden en nadere regels, de werkgevers van de sleepvaartsector vrijstellen van de verplichting om voor de werknemers tewerkgesteld aan boord van de schepen de werkgeversbijdragen te betalen, bedoeld
artikel 38, §§ 3, 1° tot 7° en 9°, en 3bis van deze wet. Hij kan ook bij een
Ministerraad overlegd besluit en onder de door Hem bepaalde voorwaarden, de werkgever toelaten de werknemersbijdragen, berekend op het loon, begrensd tot het bedrag bedoeld
artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, te betalen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid en het bedrag overeenstemmend met de persoonlijke bijdragen berekend op het verschil van het bovenvermeld begrensd loon en het brutoloon te behouden. ». Art. 20.Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten0 houdende vrijstelling van bepaalde werkgeversbijdragen ten behoeve van de ondernemingen die behoren tot de baggersector met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt aangevuld als volgt : « Wat de bijdragen van de werknemers betreft, kan de Koning bij een
Ministerraad overlegd besluit en onder de door Hem bepaalde voorwaarden en nadere regels, de werkgever toelaten de bijdragen, berekend op het loon dat begrensd is tot het bedrag bedoeld bij artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, te betalen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, en het bedrag dat overeenstemt met de persoonlijke bijdragen berekend op het verschil tussen het bovenvermeld begrensd loon en het brutoloon te behouden. ». HOOFDSTUK VII Tewerkstelling
de wetenschappelijke onderzoeksinstellingen Art. 21.
artikel 185 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het cijfer « 185 » vervangen door het cijfer « 184 »;2° § 7 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 7.De overeenkomst bedoeld
Deze overeenkomst kan evenwel uitdrukkelijk worden verlengd. De duur van elke verlenging is maximaal dezelfde als die van de oorspronkelijke overeenkomst, zonder dat de overeenkomst of haar verlengingen uitwerking kunnen hebben na 31 december 2001. De Koning kan, bij een
de Ministerraad overlegd besluit, de
het vorig lid bedoelde datum wijzigen. ». Art. 22.Artikel 189 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 189 - De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking met
gang van 1 januari 1996 en houden op van kracht te zijn op 31 december 1997, einddatum voor de ondertekening van de
artikel 185 bedoelde oorspronkelijke overeenkomst. De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit en volgens de door Hem bepaalde voorwaarden en nadere regels, de mogelijkheid bieden om tijdens de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001 bijkomende overeenkomsten, met een maximumduur van twee jaar, af te sluiten. ». HOOFDSTUK VIII. - Startbaanovereenkomst Afdeling
het voltijds of deeltijds onderwijs, hetzij niet meer deelneemt aan een
schakelingsparcours;2° bij een tekort aan jongeren bepaald
1°, elkeen die, net vóór zijn aanwerving :
1° en 2°, elkeen die, net vóór zijn aanwerving :
, kan de Koning bepalen welke jongeren kunnen worden aangeworven
het kader van een startbaanovereenkomst. § 3. De Koning bepaalt wat men onder tekort verstaat, wie de eventuele toestand van tekort vaststelt en legt de procedure vast. Art. 24.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder laaggeschoolde jongere, de jongere bedoeld
artikel 23 die geen getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezit. Art. 25.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder nieuwe werknemer, de jongere bedoeld
artikel 23 die tewerkgesteld is
het kader van een startbaanovereenkomst. Art. 26.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder : 1° openbare werkgever, alle publiekrechtelijke rechtspersonen met uitzondering van : a)
tercommunales met commerciële of
dustriële activiteiten;
tercommunales met
dustriële of commerciële activiteiten, de openbare kredietinstellingen en de autonome overheidsbedrijven.
afwijking van het eerste lid wordt de werkgever uit de private sector die behoort tot de non-profitsector beschouwd als openbare werkgever voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 43. Art. 27.Voor de toepassing van dit hoofdstuk, verstaat men onder startbaanovereenkomst : 1° een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst die wordt gesloten tussen een jongere en een werkgever uit de openbare of private sector gedurende de eerste twaalf maanden met
gang van de dag waarop de jongere begint met de uitvoering van zijn overeenkomst;2° een deeltijdse arbeidsovereenkomst, minstens halftijds, die wordt gesloten tussen een jongere en een werkgever uit de openbare of private sector gedurende een periode van twaalf tot vierentwintig maanden met
gang van de dag waarop de jongere begint met de uitvoering van zijn overeenkomst, voorzover de jongere gedurende deze periode eveneens een opleiding volgt die erkend is door het koninklijk besluit van 20 oktober 1992 houdende erkenning van de opleidingen als bedoeld
artikel 1, a, van het koninklijk besluit nr.495 van 31 december 1986 tot
voering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever, verschuldigd
hoofde van deze jongeren, een opleiding die wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door het bevoegde gewestelijke en/of gemeenschapsdiensten
zake opleiding of een opleiding georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde gemeenschap of het bevoegde gewest
het kader van de permanente vorming van de middenstand; 3° een leerovereenkomst voor beroepen uitgeoefend door werknemers
loondienst, een leerovereenkomst voor de middenstand, een stage-overeenkomst georganiseerd voor de middenstandsopleiding, een overeenkomst voor de
schakeling
het arbeidsproces of elke andere vorm van leerlingwezen of
schakeling die de Koning bepaalt, gedurende een periode van twaalf tot vierentwintig maanden met
gang van de dag waarop de jongere begint met de uitvoering van zijn contract of overeenkomst. De startbaanovereenkomst kan echter niet bestaan uit een arbeidsovereenkomst gesloten tussen een jongere en een werkgever uit de openbare of de private sector wanneer deze arbeidsovereenkomst is gesloten binnen een wedertewerkstellingsprogramma als bedoeld
artikel 6, § 1, IX, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der
stellingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot hervorming der
stellingen of binnen het doorstromingscontract. De periode bedoeld
het eerste lid, 2° en 3°, kan worden verlengd tot 36 maanden voorzover het een opleiding betreft die het voorwerp uitmaakt van een startbaanovereenkomst die
een dergelijke duur voorziet. Art. 28.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder
schakelingsparcours, elke actie die wordt ondernomen door de
stelling of de dienst, afhangend van de gemeenschappen of de gewesten, die bevoegd is
zake arbeidsbemiddeling en/of opleiding die het voorwerp heeft uitgemaakt van een
dividuele
schakelingsovereenkomst ten gunste van een jongere van minder dan vijfentwintig jaar oud die sedert minder dan zes maanden geen lessen
het voltijds of deeltijds onderwijs meer volgt en die niet
het bezit is van een getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs. Art. 29.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder onderwijssector, de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen. Art. 30.De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit, bijzondere voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit hoofdstuk vaststellen voor de werkgeverscategorieën die Hij bepaalt. Onderafdeling 2. - De startbaanovereenkomst Art. 31.§ 1. Elke jongere kan worden aangeworven
het kader van een startbaanovereenkomst door een openbare werkgever of een werkgever uit de private sector overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. § 2. Om
dienst te treden met een startbaanovereenkomst overhandigt de
artikel 23, § 1, 1°, bedoelde jongere de werkgever hetzij een schoolattest dat bevestigt dat hij sedert minder dan zes maanden geen lessen meer volgt
het voltijds of deeltijds onderwijs en waarop vermeld staat welk getuigschrift of diploma het laatst werd behaald, hetzij een attest van de
stelling of de dienst, afhangend van de gemeenschappen of de gewesten, die bevoegd is
zake arbeidsbemiddeling en/of -opleiding, dat bevestigt dat hij sedert minder dan zes maanden geen deel meer uitmaakt van een
schakelingsparcours. Om
dienst te treden met een startbaanovereenkomst overhandigt de jongere, bedoeld
artikel 23, § 1, 2° of 3°, aan de werkgever een attest van de
stelling of de dienst, afhangend van de gemeenschappen of de gewesten, die bevoegd is
zake arbeidsbemiddeling, dat bevestigt dat hij is
geschreven als werkzoekende. Om
dienst te treden met een startbaanovereenkomst overhandigt de jongere, aangewezen door de Koning overeenkomstig artikel 23, § 2, aan de werkgever een attest van de
stelling of de dienst, afhangend van de gemeenschappen of de gewesten, die bevoegd is
zake arbeidsbemiddeling, dat bevestigt dat hij is
geschreven als werkzoekende. De werkgever moet
zijn driemaandelijkse verklaring aan de organen belast met de
ning en de
vordering van de sociale zekerheidsbijdragen, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door deze organen, de exacte identiteit vermelden van de nieuwe werknemer tewerkgesteld met een startbaanovereenkomst. Art. 32.De startbaanovereenkomst moet schriftelijk worden opgemaakt voor elke nieuwe werknemer afzonderlijk, ten laatste op het moment waarop hij met de uitvoering van de overeenkomst start. Een kopie van de startbaanovereenkomst wordt door de werkgever uit de openbare of private sector binnen zeven dagen volgend op het begin van de uitvoering van de overeenkomst, bezorgd aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. De Koning kan het model van de startbaanovereenkomst bepalen. Bij ontstentenis van een schriftelijke vastlegging bedoeld
het eerste lid, worden de
artikel 27 bedoelde overeenkomsten niet als startbaanovereenkomsten beschouwd. Art. 33.§ 1. De nieuwe werknemer, tewerkgesteld
de private sector, met
begrip van de private non-profitsector,
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1° en 2°, heeft recht op een loon dat gelijk is aan een loon waarop een werknemer met dezelfde functie aanspraak kan maken krachtens de loonregeling die voor de onderneming geldt. De nieuwe werknemer, tewerkgesteld
de openbare sector
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1° en 2°, heeft recht op een loon dat gelijk is aan het aanvangsloon toegekend aan een personeelslid met dezelfde beroepskwalificatie, zoals die blijkt uit het diploma of studiegetuigschrift. De deeltijds
dienst zijnde nieuwe werknemer heeft recht op het loon bedoeld
het eerste lid
verhouding met de duur van de gepresteerde arbeid
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1° en 2°. § 2. De startbaanovereenkomst, als bedoeld
artikel 27, 1°, kan evenwel bepalen dat de werkgever een bedrag, gelijk aan 10 % van het loon bedoeld
, besteedt aan de opleiding van de nieuwe werknemer.
dat geval heeft de nieuwe werknemer recht op een loon dat gelijk is aan 90 % van het loon bedoeld
, zonder dat het echter lager mag zijn dan het gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen. De Koning bepaalt de regels om het
aanmerking te nemen loon vast te stellen voor de berekening van de vergoedingen, uitkeringen, bijdragen en premies die van toepassing zijn
het kader van de sociale zekerheid en van de sociale verzekeringen. De ondernemingsraad of bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging of bij ontstentenis, het subregionaal tewerkstellingscomité dienen jaarlijks alle
formatie te ontvangen met betrekking tot de daadwerkelijke besteding van de 10 % loonsvermindering bestemd voor de hierboven bedoelde opleiding. Art. 34.Onder de voorwaarden die door de Koning worden vastgelegd, kan de nieuwe werknemer met behoud van zijn loon, zijn vergoeding of zijn uitkering, afwezig zijn om
te gaan op werkaanbiedingen. Art. 35.§ 1.
afwijking van de artikelen 40, 59 en 82 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, kan de nieuwe werknemer de
artikel 27, 1° en 2°, bedoelde arbeidsovereenkomst beëindigen mits een opzeggingstermijn van zeven dagen die aanvangt op de dag volgend op de betekening,
dien hij een andere baan heeft gevonden. § 2.
afwijking van de artikelen 35 tot 38 en 40 van de wet van 19 juli 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/1983 pub. 07/09/2011 numac 2011000526 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers
loondienst. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers
loondienst, kan de nieuwe werknemer de leerovereenkomst voor beroepen uitgeoefend door werknemers
loondienst, bedoeld
artikel 27, 3°, beëindigen mits een opzeggingstermijn van zeven dagen die aanvangt op de dag volgend op de betekening,
dien hij een andere baan heeft gevonden. § 3. De startbaanovereenkomst wordt automatisch beëindigd wanneer de
artikel 27, 1° en 2°, bedoelde arbeidsovereenkomst, alsook de contracten en overeenkomsten bedoeld
artikel 27, 3°, eindigen. Art. 36.Wanneer de startbaanovereenkomst een einde neemt vóór de
artikel 27 bedoelde periodes verstrijken, is de nieuwe werknemer ertoe gehouden de door de Koning aangewezen ambtenaar daarvan
kennis te stellen, op de wijze die Hij bepaalt. Art. 37.§ 1. Wanneer op het einde van een startbaanovereenkomst, een werkgever een nieuwe werknemer
dienst houdt
het kader van een geschreven arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, zijn de volgende bepalingen van toepassing : 1° de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, naargelang het geval bepaald door artikel 38, § 3, 1° tot 5°, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, door artikel 2, § 3, 2° tot 5°, van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de sociale zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden of door artikel 3, § 3, 1° tot 5°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de sociale zekerheid van de zeelieden ter koopvaardij, worden verminderd,
de loop van het jaar dat volgt op de startbaanovereenkomst, ten belope van 10 % van het brutoloon van deze werknemer, op voorwaarde dat het
zetten van deze werknemer
het personeelsbestand bedoeld
artikel 39 een nettotoename van dit bestand met zich brengt en dat de werkgever voldoet aan de andere voorwaarden die dit hoofdstuk hem oplegt. De Koning bepaalt de nadere regels van deze vermindering; 2° wanneer een nieuwe werknemer wordt ontslagen gedurende de periode tijdens dewelke de
1° voorziene vermindering wordt toegepast
zijnen hoofde en dat de ontbinding van de overeenkomst recht geeft op een opzeggingsvergoeding, dan wordt de vermindering niet toegepast op de bijdragen verschuldigd op deze vergoeding. § 2. De krachtens § 1, 1°, toegestane vermindering kan niet worden gecumuleerd
hoofde van één en dezelfde werknemer met deze van artikel 35 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid der werknemers. Art. 38.De tewerkstelling van de nieuwe werknemers
het kader van een startbaanovereenkomst wordt beschouwd als een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of een periode van
schrijving als werkzoekende voor de toepassing van de maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid die een duur van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of een duur van
schrijving als werkzoekende vereisen. Onderafdeling 3. - De verplichting om jongeren
dienst te nemen
het kader van een startbaanovereenkomst Art. 39.§ 1. De werkgevers uit de openbare sector moeten bijkomend een aantal nieuwe werknemers
dienst nemen ten opzichte van het personeelsbestand van 30 juni van het voorafgaande jaar, wanneer dit bestand ten minste vijftig werknemers omvat. De Koning bepaalt dit aantal bij een
Ministerraad overlegd koninklijk besluit. § 2. De werkgever uit de private sector die ten minste vijftig werknemers
dienst heeft, moet nieuwe werknemers
dienst nemen a rato van 3 % van zijn personeelsbestand op 30 juni van het voorafgaande jaar. § 3. Naast deze
dividuele verplichtingen, dienen de werkgevers uit de privatesector allen samen en ongeacht het aantal werknemers dat elk afzonderlijk tewerkstelt, nieuwe werknemers
dienst te nemen a rato van een procent van het globale personeelsbestand van diegenen onder hen die op 30 juni van het voorafgaande jaar ten minste vijftig werknemers tewerk stelden. § 4. De nieuwe werknemers worden niet
aanmerking genomen
het personeelsbestand bedoeld
de §§ 1, 2 en 3. De Koning bepaalt de berekeningswijze van de nieuwe werknemers bedoeld
de §§ 1, 2 en 3. Enkel de startbaanovereenkomsten die het voorwerp hebben uitgemaakt van de
artikel 32 bedoelde mededeling worden
aanmerking genomen voor de naleving van de verplichting bedoeld
de §§ 1 en 2 en voor wat bepaald is
De tewerkstelling van de nieuwe werknemers bedoeld
, 2 en 3, betekent een bijkomende tewerkstelling en mag niet worden gecompenseerd door het ontslaan van personeel. Voor de toepassing van deze wet bepaalt de Koning wat moet worden verstaan onder compensatie van de aanwerving van nieuwe werknemers door ontslag van personeel en de berekeningswijze van deze compensatie. Art. 40.De openbare werkgever of werkgever uit de private sector kan volledig of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de bepalingen van dit hoofdstuk,
dien hij moeilijkheden kent. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de gevallen waarin de vrijstelling kan worden toegekend, alsmede de voorwaarden en nadere regels voor toekenning van die vrijstelling. De onderwijssector is vrijgesteld van de verplichting bedoeld
artikel 39, § 1. Art. 41.De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd koninklijk besluit, de voorwaarden waaronder de minister van Werkgelegenheid de werkgever, die zich door een overeenkomst gesloten met de minister van Werkgelegenheid verbindt voltijdse bijkomende banen te creëren, geheel of gedeeltelijk kan ontslaan van de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk. Deze banen moeten aan jongeren worden toegekend, onder de vorm van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Art. 42.§ 1. De minister van Werkgelegenheid kan, op voorstel van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de werkgevers uit de private sector die tot eenzelfde sector behoren en die een redelijke
spanning hebben geleverd ten gunste van de werkgelegenheid, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de toepassing van dit hoofdstuk, voorzover : 1° deze werkgevers uit de private sector gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld
artikel 106 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, die een
spanning voorziet van ten minste 0,15 % voor de periode tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000;2° en zij het bewijs leveren : a) hetzij dat zij zich door collectieve arbeidsovereenkomsten verbonden hebben, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, jongeren tewerkstellen waarop een
schakelingsparcours van toepassing is;b) hetzij zij een overeenkomst hebben aangegaan met één van de gewestelijke en/of gemeenschapsdiensten voor arbeidsbemiddeling en/of beroepsopleiding met het oog op de opleiding of de tewerkstelling van jongeren die een
schakelingsparcours genieten;3° deze uitzondering geen negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid met zich brengt. § 2. De Koning kan de voorwaarden en de nadere regels van deze vrijstelling wijzigen na het advies van de Nationale Arbeidsraad. Hij bepaalt eveneens wat dient te worden verstaan onder negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid.
dien het gaat om een vrijstelling ten gunste van het geheel van de werkgevers uit de private sector die behoren tot eenzelfde sector, bepaalt de Koning eveneens de berekeningswijze van het aantal jongeren dat deze bedrijven moet aanwerven. Onderafdeling 4. - De aanstelling van bepaalde nieuwe werknemers voor specifieke taken Art. 43.De openbare werkgevers stellen de nieuwe werknemers
de eerste plaats aan voor globale projecten die beantwoorden aan maatschappelijke behoeften. De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de aard van de projecten die ten uitvoer worden gelegd door de federale Staat en de daaronder ressorterende openbare
stellingen. Samenwerkingsakkoorden tussen de federale Staat en de federale entiteiten bepalen de aard van de projecten die zij samen ten uitvoer leggen. De overige openbare werkgevers en de werkgevers uit de private sector kunnen bij die projecten worden betrokken. Onderafdeling 5. - Voordelen verbonden aan de
dienstneming van laaggeschoolde jongeren Art. 44.§ 1. De openbare werkgever of de werkgever uit de private sector die, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers,
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1°, bijkomend laaggeschoolde jongeren aanwerft, geniet per voltijds tewerkgestelde laaggeschoolde jongere, een vermindering van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid van 20 000 Belgische frank per trimester, op het totaalbedrag van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid dat door de werkgever is verschuldigd aan de
stellingen belast met de
ning en de
vordering van die bijdragen, op voorwaarde dat hij nieuwe werknemers tewerkstelt ten belope van 3 % van het personeelsbestand op 30 juni van het voorafgaande jaar. § 2. De openbare werkgever of de werkgever uit de private sector die, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers,
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1°, bijkomend laaggeschoolde jongeren aanwerft, geniet een vermindering van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid van 45 000 Belgische frank per trimester, op het totaalbedrag van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid dat door de werkgever is verschuldigd aan de
stellingen belast met de
ning en de
vordering van die bijdragen, per voltijds tewerkgestelde laaggeschoolde jongere die hij bovenop die 3 % van het personeelsbestand op 30 juni van het voorafgaande jaar tewerkstelt. § 3. De openbare werkgever of de werkgever uit de private sector die, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers,
het kader van de startbaanovereenkomst zoals bepaald
artikel 27, 1°, bijkomend laaggeschoolde jongeren aanwerft, geniet per voltijds tewerkgestelde laaggeschoolde jongere, een vermindering van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid van 45 000 Belgische frank per trimester, op het totaalbedrag van de werkgeversbijdrage dat door de werkgever is verschuldigd aan de
stellingen belast met de
ning en de
vordering van deze bijdragen, op voorwaarde dat hij nieuwe werknemers tewerkstelt ten belope van 5 % van het personeelsbestand op 30 juni van het voorafgaande jaar. § 4. De bedragen bedoeld
, 2 en 3, worden verminderd
verhouding tot de gepresteerde arbeidsduur
het kader van de startbaanovereenkomst bepaald
artikel 27, 1° en 2°. De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de verminderingen bedoeld
De Koning bepaalt de nadere regels voor de toekenning van die vermindering. § 5. De werkgever die de verminderingen geniet zoals bedoeld
, 2, 3 en 4, komt voor de laaggeschoolde jongeren enkel
aanmerking voor volgende verminderingen van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid : 1° de verminderingen bedoeld
artikel 35, §§ 1 tot 4, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;2° de verminderingen bedoeld
het koninklijk besluit van 24 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten3 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstellingsakkoorden
toepassing van de artikelen 7, § 2, 30, § 2, en 33 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen;3° de verminderingen bedoeld
het koninklijk besluit van 24 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 11/12/1997 numac 1997012781 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 09/12/1997 numac 1997012782 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 24/12/1997 numac 1997003672 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het Ministerie van Financiën type koninklijk besluit prom. 24/11/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022902 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende het wegnemen en toewijzen van organen van menselijke oorsprong sluiten houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de
voering van arbeidsherverdelende bijdragevermindering
toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen;4° de verminderingen bedoeld
onderafdeling II.- De vierdagenweek om arbeidsorganisatorische redenen van afdeling VI. - Nieuwe arbeidsorganisatie van hoofdstuk II. - Omzetting van het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. Het voordeel van de verminderingen van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid bedoeld
, 2, 3 en 4, mag niet meer bedragen dan het totaalbedrag van de bijdragen dat nog is verschuldigd aan de
stellingen belast met de
ning en de
vordering van die bijdragen voor alle werknemers samen die door de betrokken werkgever zijn tewerkgesteld. Onderafdeling
artikel 27, 1°,
aanmerking komen,
zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 1°, voorheen heeft gesloten, een termijn van zes maanden niet overschrijdt. De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van twaalf maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten. § 2. De nieuwe werknemer kan voor een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld
artikel 27, 2°,
aanmerking komen,
zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 2°, voorheen heeft gesloten, een termijn van twaalf maanden niet overschrijdt. De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van vierentwintig maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten. § 3. De nieuwe werknemer kan voor een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld
artikel 27, 3°,
aanmerking komen,
zoverre de duur van de startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten die hij krachtens artikel 27, 3°, voorheen heeft gesloten, een termijn van twaalf maanden niet overschrijdt. De duur van de nieuwe startbaanovereenkomst is gelijk aan de periode van vierentwintig maanden verminderd met de periode van uitvoering van de voorheen gesloten startbaanovereenkomst of startbaanovereenkomsten. Onderafdeling
dien een jaar na de
werkingtreding van dit hoofdstuk wordt vastgesteld dat de verplichting zoals bedoeld
artikel 39, § 1, niet werd nageleefd, is de openbare werkgever verplicht een compenserende vergoeding van 3 000 Belgische frank te betalen.
dien een jaar na de
werkingtreding van dit hoofdstuk, de Koning, overeenkomstig artikel 48, eerste lid, het percentage bedoeld
artikel 39, §§ 2 en 3, heeft gewijzigd, is de private werkgever die zich niet houdt aan zijn verplichting gehouden de compenserende vergoeding van 3 000 Belgische frank te betalen. Deze vergoeding wordt vermenigvuldigd met : 1° het aantal kalenderdagen dat het verplichte aantal jongeren niet werd tewerkgesteld en/of het aantal kalenderdagen dat de aanwerving van jongeren door het ontslag van personeel werd gecompenseerd;2° het aantal jongeren dat niet werd tewerkgesteld en/of het aantal werknemers dat werd ontslagen om de aanwerving van jongeren te compenseren. De Koning bepaalt het aandeel van de compenserende vergoeding dat elke openbare werkgever
dividueel is verschuldigd. § 2. De Koning kan, bij een
Ministerraad overlegd besluit, het bedrag bepaald
§ 3. Bij gebrek aan of bij ontoereikende storting is een verwijlinterest verschuldigd ten belope van 1 % per maand, met
begrip van de maand waarbinnen de betaling plaatsvindt. § 4. De vaststelling van de niet-naleving bedoeld
, geschiedt middels een proces-verbaal dat door een ambtenaar, zoals bedoeld
artikel 46, wordt opgesteld en dat bewijswaarde heeft tot het bewijs van het tegendeel op voorwaarde dat een afschrift ervan naar de werkgever wordt gestuurd binnen een termijn van veertien werkdagen die
gaat op de dag volgend op de vaststelling van de
breuk. Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de
breuk wordt vastgesteld, wordt naar de door de Koning aangewezen ambtenaar gestuurd. De door de Koning aangewezen ambtenaar beslist, nadat de werkgever de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of wegens de niet-aanwerving van jonge werknemers of het ontslag van personeel
compensatie van de aanwerving van jonge werknemers, een compenserende vergoeding moet worden opgelegd. Die compenserende vergoeding wordt opgelegd volgens dezelfde voorwaarden en
zoverre dezelfde regels zoals die bedoeld
de artikelen 1ter, 2, 3, 8, 9 en 13 van de wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1971 pub. 12/05/2009 numac 2009000304 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk
geval van
breuk op sommige sociale wetten. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk
geval van
breuk op sommige sociale wetten, worden nageleefd. De Koning bepaalt de termijn en de nadere regels voor de betaling van de compenserende vergoeding die door de ambtenaar bedoeld
het eerste lid wordt opgelegd. § 5. De compenserende vergoeding wordt gestort op een speciale rekening van het Tewerkstellingsfonds dat binnen het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid werd opgericht
uitvoering van artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 181 van 30 december 1982 tot oprichting van een fonds ter aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling. De opbrengst van die compenserende vergoeding is bestemd voor de creatie van banen voor jongeren, volgens de nadere regels bepaald door de Koning bij een
Ministerraad overlegd besluit. Onderafdeling 8. - Evaluatie Art. 48.Een jaar na de
werkingtreding van dit hoofdstuk, evalueren de Centrale Raad voor het bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad gezamenlijk of artikel 39, § 3, nageleefd werd en of de werkgevers het bedrag bedoeld
artikel 33, § 2, eerste lid, hebben besteed aan de opleiding van de nieuwe werknemers.
dien de evaluatie niet positief is, en onverminderd artikel 47, kan de Koning, bij een
Ministerraad overlegd koninklijk besluit en na advies van of op voorstel van de Nationale Arbeidsraad, de percentages bedoeld
artikel 39, §§ 2 en 3, alsook de bijdrageverminderingen voor de sociale zekerheid bedoeld
artikel 44, §§ 1, 2, 3 en 4, wijzigen. Elk jaar, en voor de eerste maal
september 2001, zullen de Centrale Raad voor het bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad gezamenlijk een globale evaluatie opmaken van de toepassing van dit hoofdstuk. Deze evaluatie slaat meer bepaald op de naleving van artikel 39 en op de verdeling van de nieuwe tewerkstelling tussen mannen en vrouwen.
het kader van deze evaluatie kan de Nationale Arbeidsraad voorstellen tot wijziging van dit hoofdstuk en van haar uitvoeringsbesluiten uitbrengen. De evaluatie wordt meegedeeld aan de minister van Werkgelegenheid die daarover de Ministerraad
licht. De evaluatie wordt overgezonden aan het Parlement. Afdeling 2. - Stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd
hoofde van deze jongeren Art. 49.
artikel 1 van het koninklijk besluit nr 495 van 31 december 1986 tot
voering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd
hoofde van deze jongeren, gewijzigd bij de wet van 28 mei 1991, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
d) worden de woorden « voor een onbepaalde duur » geschrapt. Art. 50.Artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 28 mei 1991 en 22 februari 1998, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.- § 1. Elke werkgever die
het kader van een overeenkomst werk-opleiding een jongere aanwerft, wordt voor de duur van de overeenkomst vrijgesteld van de werkgeversbijdragen zoals bedoeld
artikel 38, § 3, 1° tot 7°, en 9°, en § 3bis, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers of
artikel 2, §§ 3, 1° tot 5° en 7°, en 3bis van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden,
artikel 56, 1° en 2°, van de wetten tot vergoeding van de schade die het resultaat is van beroepsziekte, gecoördineerd op 3 juni 1970, en
artikel 59, 1°, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.». Art. 51.Artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij wet van 28 mei 1991, wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 3.- § 1. Komen niet
aanmerking voor de toepassing van dit besluit, de jongeren die houder zijn : 1° van een diploma van het universitair onderwijs;2° van een diploma van het hoger onderwijs van het lange of van het korte type.». Art. 52.Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 22 februari 1998 en 25 januari 1999, wordt vervangen als volgt : « Art. 4.- Zijn uitgesloten van het voordeel van dit besluit, de werkgevers die niet voldoen aan de voorwaarden
zake de startbaanovereenkomst. ». Afdeling 3. - Slot- en overgangsbepalingen Art. 53.Onverminderd artikel 54, worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces, bekrachtigd bij wet van 6 december 1984 en gewijzigd bij wet van 22 januari 1985, de wetten van 1 augustus 1985, de programmawetten van 30 december 1988, van 6 juli 1989 en van 22 december 1989, de wetten van 16 juli 1990, van 20 juli 1991, van 10 juni 1993, van 21 december 1994, van 3 april 1995, van 22 december 1995, de koninklijke besluiten van 27 januari 1997, het koninklijk besluit van 3 april 1997, de wetten van 20 mei 1997, van 13 februari 1998 en van 26 maart 1999;2° het koninklijk besluit van 16 januari 1984 tot vaststelling
de ondernemingen van de uitvoeringsmaatregelen van het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 mei 1985, 28 januari 1992, 7 maart 1994, 28 februari 1996, 20 januari 1998 en 8 oktober 1998; 3° het koninklijk besluit van 16 januari 1984 tot vaststelling
de administratie van de uitvoeringsmaatregelen van het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 mei 1985, 22 december 1986, 26 september 1990, 25 maart 1996, 30 juni 1996 en 8 oktober 1998; 4° het koninklijk besluit van 14 december 1984 tot vastelling
het onderwijs en
de psycho-medisch-sociale centra van de uitvoeringsmaatregelen van het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 september 1985, 4 augustus 1986, 11 augustus 1987, 20 augustus 1990, 21 december 1990 en 8 oktober 1998; 5° het koninklijk besluit van 15 februari 1985 houdende een gedeeltelijke vrijstelling voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de verplichting tot tewerkstelling van stagiairs;6° het koninklijk besluit van 29 maart 1985 tot uitvoering van artikel 13, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces; 7° het koninklijk besluit van 1 augustus 1985 houdende een gedeeltelijke vrijstelling voor openbare ziekenhuizen van de verplichting tot tewerkstelling van stagiairs;8° het koninklijk besluit van 23 augustus 1985 betreffende de tewerkstelling van stagiairs
de ondernemingen waar slechts gedurende een gedeelte van het jaar wordt gewerkt of waar gedurende bepaalde seizoenen de arbeidsintensiteit groter is;9° het koninklijk besluit van 4 september 1985 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden voor gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot aanwerving van stagiairs aan universitaire
stellingen, opgericht of gesubsidieerd door de Staat;10° het koninklijk besluit van 29 maart 1990 tot vaststelling voor sommige plaatselijke besturen van de toekenningsvoorwaarden voor gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot aanwerving van stagiairs, alsmede de voorwaarden voor de vermindering van het percentage stagiairs;11° het koninklijk besluit van 21 december 1990 tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen voor de ziekenhuizen van artikel 14quater van het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces; 12° het koninklijk besluit van 30 mei 1990 houdende toekenning van vrijstelling van de administraties van de verplichting om stagiairs aan te werven;13° het koninklijk besluit van 30 juni 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten1 waarbij sommige administraties worden vrijgesteld van de verplichting stagiairs
dienst te nemen;14° het koninklijk besluit van 2 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten4 tot uitvoering van artikel 10bis van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces. Art. 54.§ 1. De op de datum van
werkingtreding van dit hoofdstuk reeds aangevatte stages vallen, tot hun beëindiging, onder de bepalingen van koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de
schakeling van jongeren
het arbeidsproces en zijn uitvoeringsbesluiten. De stagiairs, de jongeren en de daarmee gelijkgestelde personen die overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 zijn tewerkgesteld op de datum van
werkingtreding van dit hoofdstuk, komen
aanmerking voor de naleving van de verplichtingen bedoeld
artikel 39, §§ 1, 2 en 3. De stagiairs, de jongeren en de daarmee gelijkgestelde personen die op 30 juni 1999 overeenkomstig voornoemd koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 zijn tewerkgesteld, komen niet
aanmerking voor het personeelsbestand bedoeld
artikel 39, §§ 1, 2 en
werkingtreding van deze wet, vallen tot hun beëindiging onder de bepalingen van dat koninklijk besluit en zijn uitvoeringsbesluiten. § 3. De arbeidsovereenkomsten, de overeenkomsten werk-opleiding en de leerovereenkomsten voor een werknemersberoep
loondienst gesloten overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 alsook de arbeidsovereenkomsten en opleidingen uitgevoerd overeenkomstig artikel 10bis van hetzelfde koninklijk besluit die gelden op de datum van
werkingtreding van dit hoofdstuk, vallen tot hun beëindiging onder de bepalingen van dat koninklijk besluit en zijn uitvoeringsbesluiten. De personen die op die datum van
werkingtreding van dit hoofdstuk de maatregelen bedoeld
artikel 10 en 10bis van voornoemd koninklijk besluit van 21 december 1983 genieten, komen
aanmerking voor de naleving van de verplichtingen bedoeld
artikel 39, §§ 1, 2 en 3. De personen die, op 30 juni 1999, de maatregelen bedoeld
artikelen 10 en 10bis van voornoemd koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 genieten, komen niet
aanmerking voor het personeelsbestand bedoeld
artikel 39, §§ 1, 2 en 3. Art. 55.Tot 30 juni 2000 kunnen de startbaanovereenkomsten worden gesloten met werkzoekenden jonger dan vijfentwintig jaar, zonder dat het tekort aan jongeren bepaald
artikel 23, § 1, 1°, wordt vereist.
dat geval kunnen de startbaanovereenkomsten bedoeld
artikel 27, 1°, tot 30 juni 2001 worden uitgevoerd. Art. 56.De Koning kan de bepalingen van de bestaande wetten wijzigen om ze aan te passen aan de bepalingen van dit hoofdstuk. Art. 57.Dit hoofdstuk treedt
werking op 1 april
tegratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Ambtenarenzaken, L. VAN DEN BOSSCHE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 286/
gediend na de goedkeuring van het verslag, nr. 2-226/5. - Amendement opnieuw
gediend na de goedkeuring van het verslag, nr. 2-226/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.