30 MAART 2000. - Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de inschakeling van werkzoekenden naar de startbanen Gelet op de artikelen 1, 39, 127 tot 130 en 134, van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op de artikelen 4, 6 en 92bis, § 1, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 42; Gelet op de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1983 pub. 11/12/2007 numac 2007000934 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, inzonderheid op artikel 55bis; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 5 juni 1991 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de herinschakeling van langdurig werklozen; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 13 februari 1996 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het Begeleidingsplan der werklozen; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 03/05/1999 pub. 07/09/1999 numac 1999021375 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid, vlaamse gemeenschap, duistalige gemeenschap, waalse gewest, brussels hoofdstedelijk gewest Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het begeleidingsplan voor de werklozen sluiten tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het begeleidingsplan voor de werklozen; Overwegende dat het noodzakelijk is dat tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten een samenwerkingsakkoord tot stand komt inzake het verlengen van het begeleidingsplan en zijn aanpassing aan de Europese richtlijnen voor de werkgelegenheid, meer bepaald om aan de betrokken jongeren het recht op het verwerven van een beroepsvaardigheid en de mogelijkheid zich in de arbeidsmarkt in te schakelen, te garanderen; Overwegende dat een bijkomende ondersteuning van de Staat zich opdringt naast de inspanningen geleverd door de Gemeenschappen en de Gewesten; Overwegende het wetsontwerp waarbij een overeenkomst van een startbaan voor jongeren wordt aangeboden; Overwegende dat wat vooraf gaat het verder zetten veronderstelt van een systeem van uitwisseling van gegevens inzake de werklozen tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten; De Federale Staat vertegenwoordigd door de Minister van Werkgelegenheid; De Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President, van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme; De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport en van de Minister van Onderwijs, Vorming, Cultuur en Toerisme; Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President, van de Waalse Minister van Werkgelegenheid, Vorming en Huisvesting; Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President en van de Brusselse Minister van Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting; De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door zijn College, in de persoon van de Minister, Voorzitter van het College; Komen overeen wat volgt : TITEL I. - Algemene doelstellingen Artikel 1.Het inschakelingsparcours heeft als algemene doelstelling langdurige werkloosheid te voorkomen en aan de laaggeschoolde werkzoekende jongeren de kans te bieden hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren, door middel van de overeenkomst van een startbaan. Daartoe richt het plan zich op : 1. het verhogen van de kansen van de werkzoekenden op de arbeidsmarkt : - via een specifieke begeleiding, georganiseerd door de bevoegde diensten inzake arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding; - via specifieke acties van inschakeling door de bevoegde diensten voor deze materie; 2. het ondersteunen van de inspanningen van de werkzoekenden voor hun inschakeling, in het kader van de overeenkomst van een startbaan. Art. 2.De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe om vanaf 1 januari 2000 een inschakelingsparcours voor te stellen aan de werkzoekenden, volgens de nadere bepalingen voorzien in de volgende titels en hoofdstukken. Art. 3.Het inschakelingsparcours richt zich tot jongeren beneden 25 jaar die sedert minder dan drie maanden de school hebben verlaten, die maximum hun derde maand van inschrijving als werkzoekende ingaan en die niet beschikken over een diploma secundair onderwijs. HOOFDSTUK I. - De inschakelingsovereenkomst Art. 4.De inschakelingsovereenkomst betreft noodzakelijkerwijs het geheel van de doelgroep bedoeld in artikel 3. Art. 5.De inschakeling bestaat uit twee fasen : 1° Vóór het einde van de derde maand van inschrijving als werkzoekende, verstuurt de bevoegde gewestelijke dienst aan de betrokken jongere een oproepingsbrief voor een eerste onderhoud.2° Vóór het einde van de vierde maand vinden de eerste onderhouden plaats teneinde een socio-professionele diagnose van de jongere en een inschakelingsparcours uit te werken;de bevoegde gewestelijke dienst sluit met de jongere een inschakelingsovereenkomst, bedoeld in artikel 8. Een kopie van deze inschakelingsovereenkomst wordt overgemaakt aan de RVA binnen de maand van de ondertekening ervan. De inschakelingsovereenkomst wordt opgesteld op een document waarvan het model wordt goedgekeurd door het evaluatiecomité bedoeld in artikel 16. Elke maand, tot het einde van het inschakelingsparcours, heeft de bevoegde gewestelijke dienst met de jongere een opvolgingsgesprek, om eventueel het inschakelingsparcours aan te passen of bij te sturen. Het resultaat van deze opvolging wordt in het persoonlijk dossier van de betrokkene gestoken. Art. 6.De Federale overheid verbindt zich ertoe om de termijn van de toepassing van de artikelen 80 tot 88 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 06/11/2020 numac 2020015855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel V type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 14/12/2020 numac 2020043849 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VI type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 04/11/2021 numac 2021033562 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VIII type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012364 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel II type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 25/01/2022 numac 2021022765 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel IX sluiten houdende de werkloosheidsreglementering te verlengen voor de jongeren bedoeld in artikelen 3 en 17 die de inschakelingsovereenkomst aanvaarden en uitvoeren. De gegevens omtrent de werkzoekenden die weigeren in te gaan op de aangeboden inschakelingsovereenkomst, die gedurende de uitvoering geen interesse vertonen of die door eigen toedoen falen, worden meegedeeld overeenkomstig de modaliteiten van titel IV. De oproepingen die aan de werkzoekende jongeren worden gestuurd in het kader van de inschakelingsovereenkomst dienen te vermelden aan de belanghebbenden dat de oproeping geschiedt in het kader van de verplichte deelname aan het inschakelingsparcours. De bevoegde gewestelijke diensten geven aan de RVA, voor elke jongere in een inschakelingsovereenkomst, een evaluatie door op het einde van de inschakelingsovereenkomst of wanneer ze vóór de voorziene termijn onderbroken wordt. Art. 7.De Federale Staat verbindt zich ertoe 10 000 BEF te storten per jongere die een inschakelingsparcours volgt dat aanleiding geeft tot een evaluatie of tot een stopzetting van het programma door de jongere en na overdracht van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst. De tussenkomst van de federale overheid is evenwel begrensd tot de bedragen per Gemeenschap en per Gewest, weergegeven in bijlage 1, tabel 1. HOOFDSTUK II. - Verloop van de inschakeling Art. 8.Teneinde de inschakelingsovereenkomst af te sluiten, stelt de bevoegde gewestelijke dienst voor aan de jongere om verschillende etappen van het verloop van de inschakeling te volgen, rekeninghoudend met zijn specifieke noden. Om dit te bereiken zijn een reeks middelen denkbaar : - actieve zoektocht naar tewerkstelling; - het aanpassen van de determinatie; - socio-professionele begeleiding; - opleiding tot herstel van niveau; - bekwaamheidsopleidingen; - geïndividualiseerde opleiding in het bedrijf. Andere middelen kunnen aanvaard worden door de evaluatiecommissie op voorstel van het Gewest of van de Gemeenschap. Art. 9.De federale overheid verbindt zich ertoe om 150 BEF per uur te storten voor elke actie opgesomd in artikel 8 met een maximum van 90 000 BEF per jongere die deel uitmaakt van de doelgroep. De tussenkomst van de federale overheid is evenwel begrensd tot de bedragen per Gemeenschap en per Gewest, weergegeven in bijlage 1, tabel 1. Art. 10.De RVA stort aan elke jongere die niet meer leerplichtig is en die een opleiding volgt ter voorbereiding van de overeenkomst van een startbaan, een vergoeding van 200 BEF per dag van vorming tot het einde van de negende maand van inschrijving als werkzoekende. Vervolgens wordt, zo de jongere daar recht op heeft, de wachtuitkering behouden gedurende de periode van de opleiding en kan er een bijkomende vergoeding ten laste van het Gewest, van de Gemeenschap, van de Gemeenschapscommissie of van de onderneming uitgekeerd worden aan de jongere, volgens de van kracht zijnde regels. Zo de jongere geen recht heeft op de wachtuitkering, blijft hij de bijkomende vergoeding van 200 BEF per dag opleiding ontvangen. TITEL II. - De overeenkomst van een alternerende startbaan Art. 11.Onder overeenkomst van een alternerende startbaan wordt verstaan :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.