(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op de artikelen 38 en 49, eerste lid; Gelet op de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, inzonderheid op het artikel 3; Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Antwerpse havengebied, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 september 1980; Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 1977 tot vaststelling van de intrekkingsprocedure van de erkenning als havenarbeider alsmede de modaliteiten van zijn verdediging voor de Administratieve commissie opgericht in de schoot van het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, inzonderheid op artikel 1; Gelet op het advies van het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, gegeven op 3 juli 2000; Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, gegeven op 5 oktober 2000; Op de voordracht van Onze Vice-eerste minister en Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.§
- Voor het Antwerpse havengebied worden de havenarbeiders erkend door een paritair samengestelde administratieve commissie, hierna genoemd "de administratieve commissie", opgericht binnen het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, hierna genoemd "het Paritair Subcomité". §
- Deze administratieve commissie is samengesteld uit : 1° een voorzitter en een ondervoorzitter;2° vijf gewone en vijf plaatsvervangende leden aangewezen door de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in het paritair subcomité;3° vijf gewone en vijf plaatsvervangende leden aangewezen door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het paritair subcomité;4° één of meer secretarissen. Art. 2.De havenarbeiders worden na hun erkenning ingedeeld, hetzij in het "algemeen contingent" hetzij in het "logistiek contingent". De havenarbeiders van het algemeen contingent zijn erkend voor het verrichten van alle havenarbeid in de zin van artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 januari 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het havenbedrijf. De havenarbeiders van het logistiek contingent zijn erkend voor het verrichten van havenarbeid in de zin van artikel 1 van het vermelde koninklijk besluit van 12 januari 1973 op locaties waar goederen ter voorbereiding van hun verdere distributie/verzending een transformatie ondergaan die indirect leidt tot een aanwijsbare toegevoegde waarde. Art. 3.Zowel de havenarbeiders van het algemeen contingent als de havenarbeiders van het logistiek contingent worden erkend voor onbepaalde of voor bepaalde duur. Deze erkenning kan niet retroactief worden verleend. Art. 4.§
- De werknemer die aan de volgende voorwaarden voldoet, komt in aanmerking voor de erkenning als havenarbeider van het algemeen contingent : 1° van goed gedrag en zeden zijn;2° door de arbeidsgeneeskundige dienst voor havenarbeid medisch geschikt verklaard zijn;3° minimum 18 jaar zijn;4° voldoende professionele taalkennis bezitten om alle bevelen en onderrichtingen in verband met het te voeren werk te kunnen verstaan;5° de voorbereidingslessen tot veilig werken hebben gevolgd gedurende 3 weken;6° de nodige technische bekwaamheid bezitten om het werk te kunnen uitvoeren;7° de laatste vijf jaar niet het voorwerp zijn geweest van een maatregel van intrekking van erkenning van havenarbeider. §
- De werknemer die aan de volgende voorwaarden voldoet, komt in aanmerking voor de erkenning als havenarbeider van het logistiek contingent : 1° van goed gedrag en zeden zijn;2° door de arbeidsgeneeskundige dienst voor havenarbeid medisch geschikt verklaard zijn;3° minimum 18 jaar zijn;4° de voorbereidingslessen tot veilig werken hebben gevolgd gedurende 3 dagen;5° de nodige technische bekwaamheid bezitten om het werk te kunnen uitvoeren;6° de laatste vijf jaar niet het voorwerp zijn geweest van een maatregel van intrekking van erkenning van havenarbeider op grond van artikel 7, 2°, van dit besluit. §
- De aanvragen tot erkenning en tot hernieuwing worden ingediend bij en behandeld door de administratieve commissie. Art. 5.De erkende havenarbeiders dienen te voldoen aan zekere minimumprestatienormen zoals verder bepaald in artikel 7 van dit besluit. Ze dienen havenarbeid te aanvaarden en uit te voeren volgens het gedegen vakmanschap. Art. 6.In geval van door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening vastgesteld tekort aan erkende havenarbeiders mag de werknemer, die geen erkenningskaart van havenarbeider heeft, bij wijze van uitzondering voor havenarbeid worden aangeworven voor het algemeen contingent als hij voldoet aan de voorwaarden voorzien in dit artikel 4, § 1, 3° en 4°, of voor het logistiek contingent als hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, § 2, 3°. Hij bekomt in dit geval een gelegenheidskaart voorzien van een datum en geldig voor één taak. Na het beëindigen van deze taak moet de gelegenheidskaart door de werkgever worden ingehouden. Art. 7.De administratieve commissie kan de erkenning als havenarbeider van het algemeen en van het logistiek contingent intrekken : 1° wanneer de prestaties van de havenarbeider over een vastgestelde referteperiode een aantal taken niet hebben bereikt;zowel de referteperiode als de wijze van berekening van het aantal taken worden door Ons bepaald, na advies van het Paritair Subcomité; 2° wanneer de havenarbeider zich schuldig heeft gemaakt aan een feit dat voor de toepassing van de bepalingen betreffende de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst als een dringende reden moet worden beschouwd;3° wanneer bewezen is dat de havenarbeider in de lichamelijke of geestelijke onmogelijkheid is zijn taak van havenarbeider uit te voeren. Elk geval van intrekking voorzien bij dit artikel wordt afzonderlijk onderzocht. De procedure van intrekking en verdediging van de havenarbeider voor de administratieve commissie wordt door Ons geregeld na advies van het Paritair Subcomité. Art. 8.De administratieve commissie kan de erkenning als havenarbeider van het algemeen en van het logistiek contingent schorsen : 1° in geval een administratief onderzoek zulks vereist tijdens de procedure tot intrekking van de erkenning als havenarbeider;2° wanneer de erkende havenarbeider om een tijdelijke afwezigheid uit het havenbedrijf verzoekt;3° wanneer de erkende havenarbeider door de arbeidsgeneeskundige dienst voor havenarbeid tijdelijk medisch ongeschikt wordt verklaard. Elk geval van schorsing voorzien bij dit artikel wordt afzonderlijk onderzocht. De procedure van schorsing en verdediging van de havenarbeider voor de administratieve commissie wordt door Ons geregeld na advies van het Paritair Subcomité. Art. 9.De erkenning als havenarbeider van het algemeen en van het logistiek contingent vervalt in elk van de volgende gevallen : 1° wanneer de erkende havenarbeider uitdrukkelijk of feitelijk afstand doet van zijn erkenning.Met feitelijke afstand van de erkenning wordt bedoeld elke volgehouden houding en/of handelwijze van de havenarbeider die er duidelijk op wijst dat hij geen havenarbeid meer wenst te verrichten. 2° bij het overlijden van een erkende havenarbeider;3° de eerste dag van de maand volgend op de maand tijdens dewelke de erkende havenarbeider de volle leeftijd van 65 jaar bereikt. Art. 10.De havenarbeiders, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 januari 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Antwerpse havengebied, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 30 september 1980, worden van rechtswege erkend als havenarbeider van het algemeen contingent, onverminderd de toepassing van de artikelen 5 tot 9 van dit besluit. Art. 11.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 juni 1977 tot vaststelling van de intrekkingsprocedure van de erkenning als havenarbeider alsmede de modaliteiten van zijn verdediging voor de administratieve commissie, opgericht in de schoot van het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, worden de woorden "artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 januari 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Antwerpse havengebied" vervangen door de woorden "artikel 1, tweede paragraaf, van het koninklijk besluit van 19 december 2000 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Antwerpse havengebied". Art. 12.Het koninklijk besluit van 10 januari 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Antwerpse havengebied, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 30 september 1980, wordt opgeheven. Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Art. 14.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 19 december
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota
(1)Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari
- Wet van 8 juni 1972, Belgisch Staatsblad van 10 augustus
- Koninklijk besluit van 10 januari 1977, Belgisch Staatsblad van 21 januari
- Koninklijk besluit van 2 juni 1977, Belgisch Staatsblad van 21 juli
- Koninklijk besluit van 30 september 1980, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 1980.