5 DECEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 29 maart 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/03/1976 pub. 24/02/2010 numac 2010000067 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen, inzonderheid op artikel 1, eerste lid; Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 januari 1977, 12 augustus 1980, 27 mei 1982, 29 mei 1982, 19 november 1982, 30 december 1982, 7 maart 1983, 20 april 1983, 2 maart 1984, 22 maart 1984, 25 april 1984, 8 maart 1985, 19 juli 1985, 1 augustus 1985, 19 november 1986, 10 april 1987, 11 april 1987, 5 november 1987, 1 maart 1989, 21 februari 1991, 28 augustus 1991, 28 maart 1994, 7 november 1994, 7 april 1995, 18 november 1996, 18 december 1996, 23 december 1996, 30 september 1997, 11 april 1999 en 16 maart 2000; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 18 juli 2000; Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad van 20 juli 2000 betreffende de adviesaanvraag binnen een termijn van één maand; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de instellingen inzake kinderbijslag tijdig de nodige maatregelen moeten nemen met het oog op het verzekeren van de betaling van de kinderbijslag aan de nieuwe bedragen, die dienen toegepast te worden voor de periode vanaf 1 januari 2001; Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Middenstand, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 8, § 2, van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 1985 en 21 februari 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. De in dit artikel bedoelde langstlevende echtgenoot verliest zijn hoedanigheid van rechthebbende indien hij hertrouwt of indien hij een feitelijk gezin vormt met een persoon die geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad is. Hij verkrijgt opnieuw zijn hoedanigheid van rechthebbende indien de in het vorig lid bedoelde oorzaak van uitsluiting niet meer bestaat of indien hij, na hertrouwd te zijn, gescheiden is van tafel en bed of feitelijk gescheiden is en die feitelijke scheiding bekrachtigd werd door een rechterlijke beschikking die de echtgenoten machtigt om afzonderlijk te verblijven. Voor de toepassing van deze paragraaf bestaat het vermoeden dat er een feitelijk gezin is gevormd wanneer personen, die geen bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad zijn, samenwonen. Dit vermoeden kan door het tegenbewijs worden weerlegd. » Art. 2.Artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. De wees verliest zijn hoedanigheid van rechthebbende indien de overlevende vader of moeder hertrouwd is of een feitelijk gezin vormt in de zin van artikel 8, § 2, laatste lid. Hij verkrijgt opnieuw zijn hoedanigheid van rechthebbende indien de in het vorig lid bedoelde oorzaak van uitsluiting niet meer bestaat of indien de overlevende ouder, na hertrouwd te zijn, gescheiden is van tafel en bed of feitelijk gescheiden is en die feitelijke scheiding bekrachtigd werd door een rechterlijke beschikking die de echtgenoten machtigt om afzonderlijk te verblijven. Het feit dat de overlevende ouder samenwoont met een persoon die geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad is, doet het bestaan van een feitelijk gezin vermoeden, tot het tegenbewijs is geleverd. De in het eerste lid bedoelde oorzaak van uitsluiting wordt niet toegepast wanneer de wees verlaten werd door de overlevende ouder. » Art. 3.Aan artikel 15, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 april 1983, 22 maart 1984, 10 april 1987, 21 februari 1991 en 16 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.