← België

Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding

17 MAART 2000. - Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 1 december 1998Relevante gev

§ 1

, 1°, wordt in het buitengewoon onderwijs een gericht consult uitgevoerd in het kalenderjaar waarin de leerling vier jaar wordt. § 3.

§ 1

, 2°, wordt in het buitengewoon onderwijs een gericht consult uitgevoerd in het kalenderjaar waarin de leerling zeven jaar wordt. § 4.

§ 1

, 3°, wordt in het buitengewoon onderwijs een gericht consult uitgevoerd in het kalenderjaar waarin de leerling negen jaar wordt. § 5. Gerichte consulten worden bij voorkeur in de school uitgevoerd. Hiervoor stelt de school infrastructuur ter beschikking die toelaat de gerichte consulten kwaliteitsvol uit te voeren. Als de school geen infrastructuur ter beschikking kan stellen, zorgt het centrum voor een locatie waar de gerichte consulten kwaliteitsvol kunnen worden uitgevoerd. Art. 11.Het gerichte consult, bedoeld in artikel 10, § 1, 1°, omvat de anamnese en de interpretatie van voor het consult relevante gegevens die beschikbaar worden gesteld door de ouder, de voogd, Kind en Gezin, de behandelende arts, het centrum en de school. Dit gericht consult schenkt verder bijzondere aandacht aan groei, gewicht, visuele functie en oogstand en de opvolging van de nazorg. Art. 12.Het gerichte consult, bedoeld in artikel 10, § 1, 2°, omvat de anamnese en de interpretatie van voor het consult relevante gegevens die beschikbaar worden gesteld door de ouder, de voogd, de behandelende geneesheer, het centrum en de school, en schenkt bijzondere aandacht aan groei en gewicht, visuele functie, kleurenzin, oogstand, gebit en de opvolging van de nazorg. Art. 13.Het gericht consult, bedoeld in artikel 10, § 1, 3°, omvat de anamnese, de interpretatie van voor het consult relevante gegevens beschikbaar gesteld door de ouder, de voogd, de behandelende geneesheer, het centrum en de school, en schenkt bijzondere aandacht aan groei, gewicht en visuele functie en de opvolging van de nazorg. Afdeling 3. - Verzet Art. 14.Het verzet, zoals bedoeld in artikel 30, § 2 van het decreet, wordt schriftelijk meegedeeld aan de directeur van het centrum via een aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Het verzet is getekend en gedateerd. Art. 15.De persoon die verzet heeft aangetekend is verplicht de consulten, bedoeld in artikel 4 en artikel 10, te laten uitvoeren binnen een termijn van negentig dagen, met ingang van de datum waarop de aangetekende brief werd verzonden of met ingang van de datum die op het ontvangstbewijs werd vermeld. De arts van een ander centrum, een andere arts van hetzelfde centrum of nog een andere arts die beschikt over hetzelfde bekwaamheidsbewijs als de artsen die aan een centrum verbonden zijn, en die de in artikel 4 en artikel 10 bedoelde consulten heeft uitgevoerd, bezorgt binnen vijftien dagen na datum van elk consult het verslag van dat consult aan de arts van het centrum die de school van de betrokken leerling begeleidt. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, bepaalt het model van het verslag. Afdeling 4. - Profylaxe Art. 16.Onverminderd de bepalingen van het decreet van 5 april 1995 betreffende de profylaxe van besmettelijke ziekten, neemt het centrum profylactische maatregelen ten overstaan van leerlingen en schoolpersoneel. Die maatregelen zijn opgenomen als bijlage bij dit besluit. Het centrum informeert de directies van de scholen over die maatregelen. Art. 17.De bevoegde gezondheidsinspecteur wordt op de hoogte gebracht in de volgende gevallen : 1° als een ziekte wordt vastgesteld die opgenomen is in de nummers 1 tot en met 15 van de bijlage, gevoegd bij dit besluit;2° als de overwogen profylactische maatregelen inhouden dat de school moet worden gesloten;3° als de profylactische maatregelen inhouden dat monsters voor de opsporing van kiemdragers moeten worden genomen. In de gevallen, vermeld in 2° en 3°, moet tevens de inspectie van de centra hiervan op de hoogte worden gebracht. HOOFDSTUK IV. - Verzekerd aanbod Afdeling 1. - Bijzondere consulten Art. 18.Het centrum biedt aan leerlingen uit het buitengewoon onderwijs een bijzonder consult aan vóór of onmiddellijk nadat ze instappen in het buitengewoon onderwijs en daarna om de twee jaar. Het bijzondere consult omvat minstens dezelfde aandachtsgebieden als vastgelegd voor het algemene consult, bedoeld in artikel 5, 6, 7 en 8. Voor het bepalen van de frequentie van de tweejaarlijkse bijzondere consulten, bedoeld in het eerste lid, worden de algemene consulten beschouwd als bijzondere consulten. Bijzondere consulten worden bij voorkeur in de school uitgevoerd. Hiervoor stelt de school infrastructuur ter beschikking die toelaat de gerichte consulten kwaliteitsvol uit te voeren. Als de school geen infrastructuur ter beschikking kan stellen, zorgt het centrum voor een locatie waar de gerichte consulten kwaliteitsvol kunnen worden uitgevoerd. Afdeling 2. - Vaccinaties Art. 19.Om het ontstaan van sommige besmettelijke ziekten te beletten, houdt het centrum toezicht op de vaccinatiestatus van alle begeleide leerlingen. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, bepaalt het vaccinatieschema dat hiervoor als leidraad dient en legt de leerjaren vast waarin deze vaccinaties toegediend worden. Art. 20.Het centrum biedt de vaccinaties aan die opgenomen zijn in het vaccinatieschema en gaat de vaccinatiestatus na van de begeleide leerlingen naar aanleiding van een algemeen of een gericht consult. De betrokkenen worden schriftelijk geïnformeerd over de aard en de bedoelingen van de vaccinatie. Het centrum dient de vaccinaties toe op voorwaarde dat ze hiervoor de schriftelijke toestemming heeft gekregen. Art. 21.Aan leerlingen van wie de vaccinatiestatus niet beantwoordt aan het vastgelegde vaccinatieschema, biedt het centrum vaccinaties aan, mogelijk op andere tijdstippen dan de leerjaren die worden bedoeld in artikel 19. Art. 22.Het centrum streeft ernaar een vaccinatiegraad van minimaal 95% te halen bij de leerlingen die het begeleidt, teneinde een volledige uitroeiing van sommige besmettelijke ziekten te realiseren. Afdeling 3. - Veiligheid en hygiëne Art. 23.Binnen het kader van zijn deskundigheid adviseert het centrum de scholen die het begeleidt, op het vlak van veiligheid en hygiëne. HOOFDSTUK V. - Andere opdrachten Art. 24.Het centrum kan bij individuele leerlingen een medisch onderzoek uitvoeren : 1° als vorm van nazorg na een algemeen, een gericht of een bijzonder consult;2° op verzoek van de leerling, de school of de ouders;3° op eigen initiatief. Bij groepen van leerlingen kan het centrum een medisch onderzoek uitvoeren met betrekking tot specifieke gezondheidsrisico's. Art. 25.Het centrum registreert een aantal gestandaardiseerde gegevens. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, bepalen welke gegevens geregistreerd worden, in welke vorm en hoe ze bezorgd worden aan het departement Onderwijs en aan het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 26.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2000. Art. 27.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, zijn belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 17 maart 2000. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen Mevr. M. VOGELS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN Bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering houdende bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding Profylaxe A. Maatregelen te treffen door de school in het kader van de profylaxe van besmettelijke ziekten § 1. De directeur van een school neemt contact op met het centrum, zodra : 1° hij verneemt dat een leerling van zijn school door een besmettelijke ziekte, bedoeld onder punt B, is aangetast;2° hij vermoedt dat een leerling of een personeelslid aan een dergelijke ziekte lijdt;3° hij verneemt dat een dergelijke ziekte werd vastgesteld in het huis van één van de leerlingen of van een lid van het schoolpersoneel. § 2. Als een klas of een school gesloten moet worden ten gevolge van een besmettelijke ziekte, vestigt de directeur van de school de aandacht van de ouders op mogelijke gevaren van besmetting, evenals op de te treffen voorzorgsmaatregelen. Hij doet dat in overleg met het centrum. § 3. Het sluiten van een school of van een klas wordt onmiddellijk meegedeeld aan het departement Onderwijs. § 4. De directeur van de school heropent de school of de klas na instemming van de gezondheidsinspectie. B. Maatregelen te treffen door het centrum in het kader van de profylaxe van besmettelijke ziekten § 1. De profylactische maatregelen die genomen moeten worden, als een bepaalde besmettelijke ziekte uitbreekt, zijn als volgt gerangschikt : 1° maatregelen betreffende de zieke leerling of het personeelslid van de school;2° maatregelen betreffende de leerlingen of de personeelsleden, in contact met de zieke thuis;3° algemene profylactische maatregelen. § 2. Bij het voorkomen van andere belangrijke besmettelijke ziekten dan vermeld onder § 3, neemt het centrum maatregelen overeenkomstig de richtlijnen van de gezondheidsinspectie. § 3. Het centrum neemt de volgende maatregelen bij : 1. BUIKTYFUS 1° verwijdering die eindigt na ten minste twee negatieve coproculturen waarvan de tweede zeven dagen na de eerste wordt verricht;2° verwijdering tot na de negatieve coprocultuur;3°

  1. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  2. b)verhoogd toezicht op hygiëne van de handen en ontsmetting van de sanitaire voorzieningen;
  3. c)bronopsporing en bijhorende maatregelen worden aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  4. d)maatregelen nemen om verspreiding via voeding op school te voorkomen; e)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel; 2. HEPATITIS A 1° verwijdering tot minstens één week na het begin van de symptomen;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  5. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  6. b)verhoogd toezicht op hygiëne van de handen en ontsmetting van de sanitaire voorzieningen;
  7. c)bronopsporing en bijhorende maatregelen worden aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  8. d)maatregelen nemen om verspreiding via voeding op school te voorkomen;
  9. e)immuniseren wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  10. f)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel; 3. HEPATITIS B 3.1. Acute ziekte 1° verwijdering tot na klinische genezing op basis van een attest van de behandelende arts;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3° contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur; 3.2. Chronische ziekte of dragerschap 1°
  11. a)immunologische toestand volgen;
  12. b)strikte hygiëne aanleren, o.m. gebruik van eigen tandenborstel en eetgerief;
  13. c)bloed- en speekselcontact met klasgenoten vermijden;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  14. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  15. b)immuniseren wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  16. c)algemene hygiënische maatregelen nemen en EHBO-instructies geven;4. MENINGOKOKKENMENINGITIS EN SEPSIS 1° verwijdering tot na attestering door de behandelende arts van niet-besmettelijkheid;2° onmiddellijke chemoprofylaxe, aanbevolen volgens de richtlijnen van de gezondheidsinspectie;3°
  17. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 24 uur;
  18. b)immuniseren wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  19. c)chemoprofylaxe wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  20. d)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;5. POLIOMYELITIS 1° verwijdering tot na attestering door de behandelende arts van niet-besmettelijkheid;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  21. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 24 uur;
  22. b)immuniseren wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  23. c)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;6. DIFTERIE 1° verwijdering tot na 2 negatieve keeluitstrijken;2° verwijdering tot na negatief keeluitstrijkje;3°
  24. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  25. b)immuniseren wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  26. c)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;7. INFECTIE MET BETA-HEMOLYTISCHE STREPTOKOKKEN VAN GROEP A, ONDER MEER SCARLATINA (ROODVONK) 1° verwijdering tot minstens twee dagen na het starten van een behandeling met aangepaste antibiotica of tot minstens veertien dagen indien niet behandeld met aangepaste antibiotica;2° chemoprofylaxe wordt aanbevolen bij contactpersonen;3°
  27. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  28. b)chemoprofylaxe wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  29. c)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;8. BESMETTELIJKE TUBERCULOSE 1° verwijdering tot na negativering van microbiologische onderzoeken;2° chemoprofylaxe wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk; 3°
  30. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  31. b)ingeval van besmettelijke tuberculose op school wordt er een gerichte opsporing georganiseerd volgens de modaliteiten bepaald door de gezondheidsinspectie;
  32. c)chemoprofylaxe wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  33. d)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;
  34. e)in bepaalde omstandigheden, waarbij de gezondheidsinspectie oordeelt dat er een toegenomen besmettingsrisico is, wordt er een gerichte opsporing georganiseerd volgens de modaliteiten bepaald door de gezondheidsinspectie;
  35. f)leerlingen en schoolpersoneel bij wie een duidelijke positieve reactie op de tuberculine-huidproef wordt vastgesteld, worden onmiddellijk doorverwezen voor verder onderzoek en behandeling;9. SHIGELLOSE (dysenterie) 1° verwijdering tot na 2 negatieve coproculturen;2° verwijdering tot na negatieve coprocultuur;3° a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  36. b)verhoogd toezicht op hygiëne van de handen en ontsmetting van de sanitaire voorzieningen;
  37. c)bronopsporing en bijhorende maatregelen worden aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  38. d)maatregelen nemen om verspreiding via voeding op school te voorkomen;
  39. e)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;10. SALMONELLOSEN Niet tyfueuze-salmonellosen 1° verwijdering tot na klinische genezing;2° geen;3°
  40. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  41. b)verhoogd toezicht op hygiëne van de handen en ontsmetting van de sanitaire voorzieningen;
  42. d)bronopsporing en bijhorende maatregelen worden aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is noodzakelijk;
  43. e)maatregelen nemen om verspreiding via voeding op school te voorkomen;
  44. f)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;11. KINKHOEST 1° verwijdering tot na attestering door de behandelende arts van niet-besmettelijkheid;2° chemoprofylaxe wordt aanbevolen bij contactpersonen;3°
  45. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  46. b)immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;
  47. c)chemoprofylaxe wordt aanbevolen in bepaalde situaties;overleg met de gezondheidsinspectie is aanbevolen;
  48. d)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;12. BOF 1° verwijdering tot minstens negen dagen na het begin van de zwelling van de speekselklier;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  49. a)melden aan de gezondheidsinspectie;
  50. b)immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;
  51. c)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;13. MAZELEN 1° verwijdering tot minstens 4 dagen na het verschijnen van de huiduitslag;2° immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  52. a)melden aan de gezondheidsinspectie;
  53. b)immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;
  54. c)verwijderen van zwangere niet-immune leerkrachten uit het schoolmilieu;
  55. d)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;14. RUBELLA (RODEHOND) 1° verwijdering tot minstens 7 dagen na het verschijnen van de huiduitslag;2° immunisren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;3°
  56. a)melden aan de gezondheidsinspectie;
  57. b)immuniseren wordt aanbevolen bij contactpersonen met onvoldoende immuniteit;
  58. c)verwijderen van zwangere, niet-immune leerkrachten uit het schoolmilieu;
  59. d)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;15. SCHURFT 1° verwijdering tot bewijs van aangepaste behandeling;2° behandeling van contactpersonen is noodzakelijk;3°
  60. a)contact opnemen met de gezondheidsinspectie binnen 48 uur;
  61. b)screening van de medeleerlingen op symptomen van de ziekte en zo nodig doorverwijzing;
  62. c)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel;16. VARICELLA (WINDPOKKEN) 1° verwijdering tot minstens 6 dagen na het verschijnen van de eerste huidletsels of tot opdroging van de blaasjes;2° geen;3° verwijderen van zwangere, niet-immune leerkrachten uit het schoolmilieu;17. IMPETIGO 1° verwijdering tot na opdroging van de letsels;2° geen;3° maatregelen nemen om de verspreiding via het collectief speelgoed te voorkomen;18. SCHIMMELINFECTIES VAN DE SCHEDELHUID 1° verwijdering tot bewijs van aangepaste behandeling;2° geen;3° screening van de medeleerlingen op symptomen van de ziekte en zo nodig doorverwijzing;19. SCHIMMELINFECTIES VAN DE GLADDE HUID - worden bedoeld: herpes circinata, St.Katarinawiel en Kérion van Celsus - worden uitgesloten: de athlete's foot, mycotisch eczeem en onychomycose 1° verwijdering tot na bewijs van aangepaste behandeling;2° geen;3° geen;20. MOLLUSCA CONTAGIOSA (PARELWRATTEN) 1° doorverwijzing naar de behandelende arts;2° geen;3° geen;21. PEDICULOSIS CAPITIS (HOOFDLUIZEN) 1° verwijdering tot na bewijs van aangepaste behandeling;2° nauwkeurig opvolgen van de contactpersonen is noodzakelijk;3°
  63. a)melden aan ouders, medeleerlingen en personeel
  64. b)naargelang de omstandigheden zoals het aantal besmettingen, het voorkomen van recidieven of haardgezinnen of een weigering van behandeling, de nodige maatregelen nemen om verspreiding via schoolcontacten te voorkomen;het kan ondermeer gaan om informeren, screenen, contacteren van de thuisomgeving, overleggen met andere diensten of personen, contact opnemen met de gezondheidsinspectie; 22. HIV - INFECTIE 1° bij immunodeficiëntie moet overleg gepleegd worden met de behandelende arts en de ouders, gelet op het risico van opportunistische infecties bij menigvuldige contacten in grote sociale gemeenschappen zoals scholen;2° geen;3° EHBO-instructies geven. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2000 tot bepaling van sommige opdrachten van de centra voor leerlingenbegeleiding. Brussel, 17 maart 2000. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. M. VOGELS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.