12 MEI 2000. - Besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van de verwerving, de inrichting, de renovatie en de uitbreiding van woonwagenterreinen voor woonwagenbewoners De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 22 december 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/1999 pub. 15/06/2000 numac 2000035241 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2000 sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2000, in het bijzonder artikel 14; Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 12, derde lid; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 12 mei 2000; Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 13 april 1999, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 13 juli 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° initiatiefnemer : een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de door haar erkende socialehuisvestingsmaatschappijen;2° woonwagenbewoners : personen met een nomadische cultuur die zich legaal in België bevinden en die traditioneel in een woonwagen wonen of gewoond hebben, in het bijzonder de autochtone voyageurs en de zigeuners, en degenen die met deze personen samenleven of er in de eerste graad van afstammen;3° woonwagen : een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning, waarbij een verkeerswaardige woonwagen een voertuig is dat in overeenstemming met de verkeerswetgeving in het wegverkeer kan worden gebracht;4° residentieel woonwagenterrein voor woonwagenbewoners : een terrein dat bestemd en ingericht is voor het sedentaire wonen in woonwagens en waarop een beperkte ambachtelijke en/of commerciële activiteit kan plaatsvinden in overeenstemming met de heersende wetgeving;5° doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners : een terrein bestemd en ingericht voor het tijdelijk plaatsen van verkeerswaardige woonwagens;6° woonwagenterrein : een residentieel woonwagenterrein voor woonwagenbewoners of een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners;7° standplaats : een afgebakende ruimte op een woonwagenterrein, die dienstig is voor het plaatsen van een woonwagen;8° collectief dienstgebouw : één of meerdere gebouwvolumes, als één geheel te beschouwen, die voorzieningen omvatten ten behoeve van gemeenschappelijk gebruik door de woonwagenbewoners;9° individueel dienstgebouw : één of meerdere gebouwvolumes, die voorzieningen omvatten ten behoeve van het individuele gebruik door de woonwagenbewoners;10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen. Art. 2.De minister kan, afhankelijk van de beschikbare kredieten op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, onder de bij dit besluit gestelde voorwaarden, subsidies verlenen aan de initiatiefnemers die hetzij afzonderlijk, hetzij in onderlinge samenwerking, overgaan tot de verwerving, de inrichting, de renovatie en de uitbreiding van woonwagenterreinen. Art. 3.Aan de toekenning van de subsidie voor de verwerving, de inrichting, de renovatie en de uitbreiding van woonwagenterreinen zijn de volgende voorwaarden verbonden : 1° Het woonwagenterrein moet gelegen zijn in een gezonde omgeving, waar gemakkelijk een aansluiting op bestaande infrastructuur kan worden gerealiseerd en die gekenmerkt is door de effectieve beschikbaarheid van primaire voorzieningen van dagelijkse, commerciële, dienstverlenende en socio-culturele aard;2° De grootte van het terrein moet worden vastgelegd op basis van lokale behoeften, waarbij een standplaats op een residentieel terrein ten minste 150 m2 moet zijn en moet uitgerust worden met een individueel dienstgebouw en waarbij een standplaats op een doortrekkersterrein ten minste 100 m2 is;3° De initiatiefnemer wijst iemand aan als contactpersoon en aanspreekpunt, op basis van zijn of haar ervaring en deskundigheid inzake welzijnszorg, waarbij deze persoon tevens als opdracht heeft de inspraak te bevorderen van de woonwagenbewoners in aangelegenheden met betrekking tot het woonwagenterrein.4° De initiatiefnemer moet zich ertoe verbinden :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.