zonderheid op de artikelen 85 tot en met 90, zoals gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 betreffende het grond- en pandenbeleid voor huisvestingsdoeleinden
woonkernen ter uitvoering van de artikelen 94 en 95 van de Huisvestingscode; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van het bouwrijp maken van gronden en de aanleg van de
frastructuur en gemeenschapsvoorzieningen voor sociale woonwijken, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 en 19 november 1999; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1998, 11 mei 1999 en 19 november 1999; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende vaststelling van de procedure
zake de programmering en de subsidiëring van operaties en werken die voor sociale huisvestingsdoeleinden worden uitgevoerd; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/06/1998 pub. 23/10/1998 numac 1998036174 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot aanmoediging van projecten
zake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap
sociale woonwijken sluiten tot aanmoediging van projecten
zake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap
sociale woonwijken, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 14 juli 2000; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
zonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de realisatie van de regeringsprioriteiten
zake het woonbeleid, meer
het bijzonder het verwezenlijken van 15.000 bijkomende sociale huurwoningen en het stimuleren van het recht van voorkoop, de aanpassing van zowel de procedures als van de subsidiereglementering dringend noodzakelijk maakt; Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Grond- en pandenbeleid Artikel 1.
artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 betreffende het grond- en pandenbeleid voor huisvestingsdoeleinden
woonkernen ter uitvoering van de artikelen 94 en 95 van de Huisvestingscode worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° bijzonder gebied : een gebied zoals bepaald
artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen, ter uitvoering van artikel 85, § 1, tweede lid, 3°, van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode.»; 2° 7° wordt opgeheven.3° er wordt een 13° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 13° provinciale afdeling : de cel Huisvesting van de provinciale afdeling van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen;» 4° er wordt een 14° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 14° Openbaar schatter van onroerend goed : de door de minister aangewezen personeelsleden van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en personeelsleden van het comité van aankoop of de ontvanger van de registratie overeenkomstig het protocol van 5 maart 1985 tussen de regering en de executieven betreffende de bevoegdheid van de comités van aankoop van onroerende goederen en van de kantoren van de domeinen van de staat.» 5° er wordt een 15° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 15° Privaatrechtelijk schatter van onroerend goed : de natuurlijke personen die aan de door de minister vast te stellen voorwaarden voldoen.» Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art 2. § 1. Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende vaststelling van de procedure
zake de programmering en de subsidiëring van operaties en werken die voor sociale huisvestingsdoeleinden worden uitgevoerd, is van toepassing op de
dit besluit bedoelde aanvragen tot subsidiëring door het Vlaamse Gewest. § 2.
afwijking van § 1 kan de
itiatiefnemer voor de subsidieaanvragen, bedoeld
artikel 3, eerste lid, 4°, een afzonderlijk aanvraagdossier
dienen.
dat geval is de procedure als volgt : Het aanvraagdossier wordt
drievoud
gediend bij de provinciale afdeling en,
voorkomend geval, tegelijkertijd bij de toezichthoudende overheid. Dit aanvraagdossier bevat minstens de volgende gegevens en stukken : 1° een beschrijving van de geplande financiering; 2° een liggingsplan ten opzichte van de dichtstbijzijnde woonkern op schaal 1/10.000; 3° een uittreksel uit het kadasterplan;4° de beslissing van het bevoegde orgaan van de
itiatiefnemer met betrekking tot de operaties en een korte beschrijving van de totstandkoming van deze beslissing;5° een uittreksel uit het gewestplan of eventueel het gemeentelijk bestemmingsplan, met situering van het sociaal woonproject of bijzonder woonproject. De provinciale afdeling meldt, zodra het dossier volledig is, de ontvangst van het aanvraagdossier aan de
itiatiefnemer met vermelding van het algemeen projectnummer. Binnen acht werkdagen na de ontvangst van het aanvraagdossier stuurt de provinciale afdeling aan de afdeling Woonbeleid van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een preliminair advies.
dien de
itiatiefnemer een erkende sociale huisvestingsmaatschappij is, stuurt de VHM binnen acht werkdagen na ontvangst van het aanvraagdossier een advies naar de afdeling Woonbeleid van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van deze termijnen worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De afdeling Woonbeleid evalueert het aanvraagdossier en stuurt het evaluatieverslag binnen de twee werkdagen naar de minister. De evaluatie is gebaseerd op objectieve gegevens zoals ligging, ruimtelijke impact, kleinschaligheid,
tegratie
de lokale woonstructuur en aansluiting op de bestaande bebouwing, nabijheid van voorzieningen, bebouwingsdichtheid, conformiteit met de sociale woonbehoeften en de prijs. De minister bepaalt nader de criteria en de bepalingen voor deze evaluatie. De minister erkent al dan niet de subsidieaanvraag. De erkenning geldt als belofte van subsidie. De vereiste kredieten worden vastgelegd op het ogenblik van de betekening van de belofte van subsidie. De afdeling Woonbeleid geeft de
itiatiefnemers en de betrokken administraties gelijktijdig kennis van de belofte van subsidie. De
itiatiefnemer is er toe gehouden om binnen drie jaar na de verwerving van het onroerend goed minstens een meldingsdossier, bedoeld
artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende vaststelling van de procedure
zake de programmering en de subsidiëring van operaties en werken die voor sociale huisvestingsdoeleinden worden uitgevoerd,
te dienen voor de realisatie van een sociaal of bijzonder woonproject. De subsidies voor de verwerving van gronden en gebouwen worden
één schijf uitbetaald na de verwerving, na overlegging van de bewijzen van eigendomsoverdracht. De opdracht tot betaling van de subsidies wordt gegeven bij besluit van de minister of van de door hem gemachtigde ambtenaar. Onverminderd de bepalingen van het Strafwetboek of de gerechtelijke vervolgingen met toepassing van de bepalingen van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 zijn de
itiatiefnemers verplicht aan het Vlaamse Gewest het bedrag van de subsidie terug te betalen, vermeerderd met de
tresten aan wettelijke rentevoet, wanneer de aangegane verbintenissen met betrekking tot het
dienen van een meldingsdossier binnen drie jaar na de aankoop niet worden nagekomen. » Art. 3.
artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
3° worden de woorden « waarvan de grondwaarde het forfaitair vastgestelde grondquotum overtreft » geschrapt;2° aan het eerste lid wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de verwerving van : a) een woning, zoals bepaald
artikel 85, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode;b) een perceel, bestemd voor woningbouw en gelegen
een bijzonder gebied, zoals bepaald
artikel 85, § 1, tweede lid, 3° van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, voor zover de
itiatiefnemer een recht van voorkoop kan uitoefenen.» Art. 4.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.De minister of de door hem gemachtigde ambtenaar stelt de waarde van het of de te verwerven gebouw(en) en/of het of de terrein(en) vast op basis van een raming door een openbaar of privaatrechtelijk schatter van onroerende goed.
geval van uitoefening van het recht van voorkoop is evenwel geen raming vereist. » Art. 5.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 6.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 7.De subsidie voor verwerving van gebouwen en gronden, zoals bedoeld
artikel 3, 1°, 2° en 3° wordt toegekend als een tegemoetkoming
de volgende kosten : 1° de aankoopprijs of de kosten van de onteigeningsvergoeding, met
begrip van de wederbeleggingsvergoeding;2° de kosten voor de opmeting van het onroerend goed;3° de kosten voor het grondmechanisch en milieutechnisch onderzoek;4° de keurings- en eventuele proefkosten. De subsidie is gelijk aan het verschil tussen de som van de
het eerste lid vermelde kosten en de theoretische grondwaarde van de te verwerven percelen.
dien de gebouwen en gronden niet gelegen zijn
een woonvernieuwings- of woningbouwgebied, zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden, wordt de subsidie slechts voor de helft toegekend. De theoretische grondwaarde van een perceel wordt berekend door de grondoppervlakte te vermenigvuldigen met de theoretische grondprijs. De theoretische grondprijs wordt vastgelegd op 1 250 frank/m2. » Art. 7.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 8.Het bedrag van de subsidie voor de verwerving van woningen of al dan niet bebouwde percelen, zoals bedoeld
artikel 3, 4° wordt bepaald naargelang de hoedanigheid van het te verwerven goed : 1° voor een woning zoals bepaald
artikel 3, 4°, a) is de subsidie gelijk aan het verschil tussen de som van de kosten, vermeld
artikel 7, eerste lid en de helft van de theoretische grondwaarde;2° voor de percelen zoals bepaald
artikel 3, 4°, b) : voor een pand dat voldoet aan de bepalingen van artikel 3, 1° en 2° of voor een naakte grond is de subsidie gelijk aan het verschil tussen de som van de kosten, vermeld
artikel 7, eerste lid en 80% van de theoretische grondwaarde;3° voor de percelen zoals bepaald
artikel 3, 4°, b) : voor een pand dat niet voldoet aan de bepalingen van artikel 3, 1° en 2°, is de subsidie gelijk aan het verschil tussen de som van de kosten, vermeld
artikel 7, eerste lid en 80 % van de theoretische grondwaarde.De subsidie is
dit geval begrensd tot het drievoud van de theoretische grondwaarde; Deze subsidie is niet cumuleerbaar met de subsidies volgens artikel 7.
dien de woningen of de al dan niet bebouwde percelen niet gelegen zijn
een woonvernieuwings- of woningbouwgebied, zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden, wordt de subsidie slechts voor de helft toegekend. » Art. 8.
artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Als de aankoop
der minne niet door tussenkomst van het
het eerste lid vermelde comité gebeurt en de aankoopprijs van een of meerdere gebouwen de overeenkomstig artikel 5 geraamde waarde overtreft, wordt het bedrag van de subsidie, bedoeld
artikel 7, voor die gebouwen en/of gronden berekend op basis van de geraamde waarde, tenzij de aankoopprijs niet meer bedraagt dan 110 % van de vermelde waarde. » HOOFDSTUK II. -
frastructuur en gemeenschapsvoorzieningen Art. 9.
artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van het bouwrijp maken van gronden en de aanleg van de
frastructuur en gemeenschapsvoorzieningen voor sociale woonwijken wordt 3° vervangen door wat volgt : « 3° Woonvernieuwingsgebied : een gebied zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden. » Art. 10.§ 1.
artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « bijzonder gebied » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebied » 2° Het tweede lid wordt opgeheven. § 2. Aan artikel 3 van hetzelfde besluit wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.
afwijking van § 1 wordt de sloop van gebouwen en constructies die opgenomen zijn
de
ventaris van het bouwkundig erfgoed, opgesteld
toepassing van artikel 3,2° van het koninklijk besluit van 1 juni 1972 tot oprichting van een Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, en vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de monumenten en landschappen, uitgesloten van subsidiëring. » Art. 11.
artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Voor de berekening van de subsidie wordt rekening gehouden met de contractuele prijsherzieningen, met de BTW en met de meerwerken die bestemd en noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking of de bruikbaarheid van de woninggroep.»; 2°
wordt het vierde lid opgeheven;3°
, eerste lid worden na de woorden « waarop de
frastructuurwerken » de woorden « en gemeenschapsvoorzieningen » en na de woorden « en de
frastructuurwerken » de woorden « en gemeenschapsvoorzieningen »
gevoegd;4°
, tweede lid worden na de woorden « voor de
frastructuur » de woorden « en de gemeenschapsvoorzieningen »
gevoegd;5° Er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Wanneer het Vlaamse Gewest opdrachtgever is, neemt het Vlaamse Gewest volledig de volgende kosten voor zijn rekening voor werken die geheel of gedeeltelijk ten laste genomen worden door het Vlaamse Gewest : 1° het ereloon voor de studie en de leiding van de werken;2° het ereloon van de veiligheids- en gezondheidscoördinator(en);3° de kosten van het grondmechanisch en het milieutechnisch onderzoek;4° de kosten voor het toezicht op de uitvoering van de opdracht;5° de kosten voor de uitvoering van de proeven;6° de kosten voor het houden van de gunningsprocedure; Voor werken waarvoor de
itiatiefnemer opdrachtgever is, wordt de subsidie voor de werken verhoogd met 10% als forfaitaire subsidie voor de algemene kosten, omschreven
het eerste lid. Magazijnkosten, beheer- en coördinatiekosten alsmede eventuele vervoerskosten worden niet aanzien als algemene kosten zoals bedoeld
het eerste lid, maar als deel uitmakend van de werken. » Art. 12.
artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De werken, vermeld
artikel 3, § 1, 2° worden voor 60 % gesubsidieerd als ze betrekking hebben op een sociale verkaveling. »; 2°
worden de woorden « 100 % of 80 % naargelang het geval » vervangen door de woorden « de subsidiepercentages, bedoeld
HOOFDSTUK III. - Renovatie en bouw van sociale woningen Art. 13.
artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen wordt 1° vervangen door wat volgt : « 1° Woonvernieuwingsgebied : een gebied zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden ». Art. 14.
artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 2°, worden de woorden »voor meer dan 9 jaar
huur nemen » vervangen door de woorden « voor minstens 9 jaar
huur nemen » en worden hierna de woorden « of
sociaal beheer nemen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 90 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode »
gevoegd;2° aan § 2 wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : « De, krachtens het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/10/1997 pub. 31/10/1997 numac 1997036328 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 21 OKTOBER 1997 -Besluit van de Vlaamse regering houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren sluiten houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren, door de minister erkende sociale verhuurkantoren worden erkend als
itiatiefnemer voor de verrichtingen, vermeld
Art. 15.
artikel 4, tweede lid van hetzelfde besluit worden de woorden « bijzonder gebied waar de woonkwaliteit ernstig bedreigd wordt » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebied ». Art. 16.
artikel 6, derde lid van hetzelfde besluit worden de woorden « bijzonder gebied waarin de woonkwaliteit ernstig
het gedrang is » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebied ». Art. 17.
hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art 6bis. § 1. Onverminderd de maximumbedragen, bedoeld
artikel 4, 5 en 6 wordt voor de berekening van de subsidie rekening gehouden met de contractuele prijsherzieningen en met de BTW. §
artikel 4, 5 en 6, zijn de meerwerken subsidiabel
dien de
itiatiefnemer aantoont dat ze noodzakelijk zijn voor de verrichtingen, vermeld
artikel 3, en redelijkerwijze niet te voorzien waren
het ontwerpstadium. De eventuele subsidie voor de meerwerken wordt gelijktijdig uitbetaald met het saldo. » HOOFDSTUK IV. - Procedure Art. 18.
artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende vaststelling van de procedure
zake de programmering en de subsidiëring van operaties en werken die voor sociale huisvestingsdoeleinden worden uitgevoerd, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° Woonvernieuwingsgebied : een gebied zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden.»; 2°
2° worden de woorden « bijzondere gebieden » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebieden »;3° er wordt een 8° tot en met 12°
gevoegd dat luidt als volgt : « 8° provinciale afdeling : de cel Huisvesting van de provinciale afdeling van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen;9° Het grond- en pandenbesluit : Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 betreffende het grond- en pandenbeleid voor huisvestingsdoeleinden
woonkernen ter uitvoering van de artikelen 94 en 95 van de Huisvestingscode;10° Het
frastructuurbesluit : Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van het bouwrijp maken van gronden en de aanleg van de
frastructuur en gemeenschapsvoorzieningen voor sociale woonwijken;11° Het renovatie- en bouwbesluit : het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen;12° ontwerpdossier : het dossier bestaande uit : a) het volledige bestek, het offerteformulier en de plannen die ongewijzigd, behoudens eventuele aanpassing aan de opmerkingen van de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur en/of de VHM, het voorwerp zullen uitmaken van de oproep tot mededinging en b) de gedetailleerde raming, volgens het model van de meetstaat, gevoegd bij het offerteformulier.» Art. 19.
artikel 3, 6°, van hetzelfde besluit worden de woorden « bijzonder gebied » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebied ». Art. 20.Aan artikel 4, § 2, 4°, van hetzelfde besluit wordt de volgende bepaling toegevoegd : « met uitzondering van de bijzondere of sociale woonprojecten die een renovatie, verbetering of aanpassing van het eigen patrimonium beogen en waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is; ». Art. 21.
artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden « bijzonder gebied » vervangen door het woord « woonvernieuwingsgebied ». Art. 22.
artikel 7 van hetzelfde besluit worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt : « Voor de sociale of bijzondere woonprojecten die het bouwrijp maken van percelen of
frastructuurwerken voor rekening van het Vlaamse Gewest omvatten, start de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur binnen 15 werkdagen na de ontvangst van de
artikel 5, derde lid, bedoelde preliminaire beoordeling de procedure, overeenkomstig de overheidsopdrachtenwetgeving, voor de aanstelling van een gekwalificeerde ontwerper wegenbouw en/of omgevingswerken en/of bouwrijp maken van percelen,
dien deze preliminaire beoordeling gunstig is. Als volgens het advies van de provinciale afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld
artikel 5, derde lid, voor de voormelde dossiers een stedenbouwkundige studie wenselijk of noodzakelijk is, start de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur binnen 15 werkdagen na de ontvangst van dit advies de procedure, overeenkomstig de overheidsopdrachtenwetgeving, voor de aanstelling van een gekwalificeerde ontwerper stedenbouw. » Art. 23.
artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De vereiste kredieten worden vastgelegd op het ogenblik van de betekening van de belofte van subsidie op basis van de raming, bedoeld
artikel 5 van het grond- en pandenbesluit. » Art. 24.
artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden « de door de
itiatiefnemer voorgestelde » vervangen door het woord « een ».2°
worden de woorden « de door de gemeente voorgestelde » geschrapt en worden na de woorden «
frastructuur- en omgevingswerken » de woorden « voor rekening van het Vlaamse Gewest »
gevoegd. Art. 25.
artikel 13 van hetzelfde besluit worden de woorden « naar de afdeling Woonbeleid » vervangen door de woorden « naar de gemeente ». Art. 26.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 14.Vooraleer de plenaire vergadering wordt samengeroepen, wordt de betrokkenheid van de lokale bevolking en de bewoners volgens de hierna bepaalde voorwaarden geregeld : 1° Als het bijzonder of sociaal woonproject nieuwbouw of omvangrijke renovatiewerken omvat,
formeert de
itiatiefnemer alleszins de lokale bevolking op gepaste wijze.Eventueel belegt hij, voor de plenaire vergadering, een
formatievergadering met
spraak over de uitvoeringsmodaliteiten; 2° Als het bijzonder of sociaal woonproject renovatiewerken omvat,
formeert de
itiatiefnemer alleszins de bewoners op gepaste wijze over de aard van de werken, de timing, de te verwachten hinder, de
vloed op de huurprijs en de noodzaak van tijdelijke verhuizing. Eventueel belegt hij, voor de plenaire vergadering, een
formatievergadering met
spraak. De afdeling Gesubsidieerde
frastructuur bepaalt per provincie twee vaste dagen per maand voor de plenaire vergaderingen, alsook de plaats waar deze vergaderingen plaatshebben. De
itiatiefnemer stuurt een schriftelijke verklaring naar de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur waaruit blijkt dat hij eigenaar is van de al dan niet bebouwde gronden of de gebouwen, die vereist zijn voor het sociaal woonproject of bijzonder woonproject, of dat de machtiging tot onteigening verkregen werd en verzoekt de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur een plenaire vergadering vast te leggen. De
itiatiefnemer stuurt, samen met de uitnodiging, de
artikel 12, § 1, § 2 en § 3 bedoelde studies en voorontwerpen naar alle partijen die ze nog niet ontvangen hebben overeenkomstig artikel 13, alsook,
voorkomend geval, het verslag van de
formatievergadering, bedoeld
het eerste lid. De
itiatiefnemer nodigt minstens de volgende partijen uit : de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur, de VHM
dien de
itiatiefnemer een sociale huisvestingsmaatschappij is, de ontwerper of architect, aangesteld door de
itiatiefnemer, de ontwerpers van de
frastructuur- en omgevingswerken, de gemeenschapsvoorzieningen en het bouwrijp maken van gronden, het gemeentebestuur, de cel Ruimtelijke Ordening en zo nodig de cel Monumenten en Landschappen van de provinciale afdeling van AROHM en,
voorkomend geval, de stedenbouwkundige ontwerper. Behoorlijk gemandateerde vertegenwoordigers van al deze partijen moeten aanwezig zijn. De studies en voorontwerpen en,
voorkomend geval, de resultaten van de
formatievergadering worden besproken op deze plenaire vergadering onder voorzitterschap van de
itiatiefnemer. De afdeling Gesubsidieerde
frastructuur treedt op als verslaggever van de plenaire vergadering. Op verzoek van de
itiatiefnemer kan de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur vrijstelling verlenen van het houden van een plenaire vergadering als tegelijk aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° het sociaal woonproject of het bijzonder woonproject omvat geen
frastructuur- of omgevingswerken, gemeenschapsvoorzieningen of bouwrijp maken van gronden voor rekening van het Vlaamse Gewest en;2° een stedenbouwkundige studie zoals bedoeld
artikel 7, tweede lid, is niet wenselijk of noodzakelijk.
dit geval worden de voorontwerpen en studies schriftelijk goedgekeurd of verworpen door de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur, eventueel met opmerkingen. » Art. 27.
artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden na de woorden « goedkeuring door de plenaire vergadering » de woorden « of de schriftelijke goedkeuring, bedoeld
artikel 14 »
gevoegd en worden na de woorden « resultaten van de plenaire vergadering » de woorden « of de opmerkingen, gevoegd bij de schriftelijke goedkeuring, bedoeld
artikel 14 »
gevoegd;2°
het tweede lid worden na de woorden « op het ogenblik van de plenaire vergadering » de woorden « of de schriftelijke goedkeuring »
gevoegd;3° het zesde lid wordt vervangen door wat volgt : « Binnen veertig werkdagen na ontvangst van het ontwerpdossier of, bij toepassing van het derde lid, van het afschrift van het ontwerpdossier, legt de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur het ontwerpdossier, vergezeld van haar advies en eventuele opmerkingen ter goedkeuring voor aan de minister of aan de door hem gemachtigde ambtenaar.Binnen twintig werkdagen na die goedkeuring worden de vereiste kredieten vastgelegd op basis van de goedgekeurde raming, BTW
begrepen. De afdeling Gesubsidieerde
frastructuur betekent die goedkeuring en die vastlegging onmiddellijk aan de
itiatiefnemer en stuurt,
voorkomend geval, gelijktijdig een afschrift naar de toezichthoudende overheid. De betekening van die goedkeuring en die vastlegging aan de
itiatiefnemer geldt als belofte van subsidie. » Art. 28.
artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt : « Binnen vijfendertig werkdagen na ontvangst van het gunningsdossier legt de afdeling Gesubsidieerde
frastructuur het dossier, vergezeld van haar advies, ter goedkeuring voor aan de minister of aan de door hem gemachtigde ambtenaar. Binnen twintig werkdagen na deze goedkeuring wordt de
artikel 15, zesde lid bedoelde vastlegging aangepast op basis van het goedgekeurde gunningsbedrag, BTW
begrepen. Het aangepaste vastleggingsbedrag geldt als definitieve voorstel van subsidiebedrag. De afdeling Gesubsidieerde
frastructuur betekent dat definitief voorstel van subsidiebedrag onmiddellijk aan de
itiatiefnemer. »; 2°
worden de woorden « de subsidiebelofte » en « de belofte van subsidie » vervangen door de woorden « het definitieve voorstel van subsidiebedrag »;3°
, tweede lid, wordt het woord «
frastructuurwerken » vervangen door de woorden « de werken, bedoeld
artikel 80, § 1, van de Huisvestingscode ». Art. 29.
artikel 18 van hetzelfde besluit wordt de tweede zin geschrapt. Art. 30.
artikel 20, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de subsidiebelofte » vervangen door de woorden « het definitieve voorstel van subsidiebedrag ». Art. 31.Aan artikel 23 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/06/1998 pub. 23/10/1998 numac 1998036174 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot aanmoediging van projecten
zake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap
sociale woonwijken sluiten tot aanmoediging van projecten
zake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap
sociale woonwijken wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « De subsidies zoals bepaald
dit besluit kunnen voor dezelfde subsidiabele verrichtingen niet gecumuleerd worden met de subsidies zoals bepaald
het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1996 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen. » Art. 32.
van het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/04/1998 pub. 28/05/1998 numac 1998035558 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden sluiten houdende de afbakening van woonvernieuwings- en woningbouwgebieden wordt het derde lid opgeheven. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 33.Artikel 1 tot en met 8 zijn niet van toepassing op de subsidieaanvragen voor verwervingen, waarvoor de meldings- of aanvraagdossiers reeds werden
gediend voor de
werkingtreding van dit besluit. Artikel 9 tot en met 30 zijn niet van toepassing op de werken, bedoeld
artikel 3 van het
frastructuurbesluit en op de verrichtingen, bedoeld
artikel 3 van het renovatie- en bouwbesluit, waarvoor de gunningsprocedure gestart is vóór de datum van
werkingtreding van dit besluit. Art. 34.Dit besluit treedt
werking op de dag van de publicatie
het Belgisch Staatsblad.
afwijking van het eerste lid treedt artikel 14, 2°
werking op 1 januari 2001.
afwijking van het eerste lid treden artikel 1, 4° en 5° en artikel 4
werking op de datum die de minister bepaalt. Art. 35.De Minister, bevoegd voor de Huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 25 juli 2000. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport, J. SAUWENS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.