opdracht gegeven om op voorstel van de inrichtende machten - en in voorkomend geval per project - de scholen en centra aan te duiden die deelnemen aan het experiment. § 2. Een voorstel tot deelname is slechts ontvankelijk indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de school moet zich schriftelijk engageren tot :
georganiseerd per studiegebied en wijkt af van een structuur opgebouwd uit graden en leerjaren. De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden :
gevoegd in bijlage bij dit besluit. §
gevoegd in bijlage bij dit besluit. Art. 6.§ 1. Tot het voltijds modulair onderwijs kan als regelmatige leerling worden toegelaten, de leerling die voldoet aan alle volgende voorwaarden : 1° de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, bepaald in artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit van 13 maart 1991;2° de specifieke toelatingsvoorwaarden tot elke afzonderlijke module die door de betrokken toelatingsklassenraad van de school worden vastgelegd, onverminderd het in artikel 4, § 5, gestelde.Onder toelatingsklassenraad
de raad verstaan zoals omschreven in artikel 3 van hetzelfde besluit van 13 maart 1991, met dien verstande dat binnen het modulair onderwijs de raad fungeert als orgaan op het vlak van de toelating tot of overgang naar een bepaalde module in plaats van naar een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling. §
voldaan ingevolge het door de leerling behaald getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs. Art. 9.Bij het beëindigen van een module beslist de delibererende klassenraad of de regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is; aan de geslaagde leerling
een deelcertificaat uitgereikt. In het deeltijds modulair onderwijs
aan een in een module niet geslaagde leerling een attest van verworven competenties uitgereikt. De leerling die de deelcertificaten van alle modules van een opleiding heeft behaald, ontvangt een certificaat van de desbetreffende opleiding. Onder delibererende klassenraad
de raad verstaan zoals omschreven in artikel 5 van hetzelfde besluit van 13 maart 1991, met dien verstande dat binnen het modulair onderwijs de raad fungeert op het vlak van de beslissingen inzake het al dan niet geslaagd zijn voor een module, hetgeen voor de regelmatige leerlingen leidt tot de overeenkomstige certificering. Art. 10.§
een begrensde verzameling van modules die staat voor een volledige beroepsopleiding verstaan. De corpora en de studierichting van het beroepssecundair onderwijs waarin het studiebewijs, bedoeld onder 1°, 2°, 3° of ten 4°, naargelang van het geval,
uitgereikt, zullen, na overleg met de inrichtende machten, op een later tijdstip en alleszins vóór het einde van het schooljaar 2000-2001 worden vastgelegd. §
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs aan elke instelling voor secundair onderwijs een halve betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat vanaf het schooljaar 2000-2001 modulair
georganiseerd, met een maximum van één voltijdse betrekking. § 2. Voor het schooljaar 2000-2001
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs aan elke school voor voltijds secundair onderwijs één vijfde van een betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, indien de vierde graad van het studiegebied personenzorg vanaf het schooljaar 2001-2002 modulair
georganiseerd. § 3. Tijdens de looptijd van het experiment
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs : 1° aan elke school voor voltijds secundair onderwijs een halve betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd, met een maximum van één voltijdse betrekking.Bij de toepassing van deze bepaling
een studiegebied dat in de school pas vanaf het schooljaar 2001-2002 modulair
georganiseerd, geacht dat reeds tijdens het schooljaar 2000-2001 te zijn. Wat het studiegebied personenzorg betreft, worden uitsluitend de tweede en de derde graad in beschouwing genomen; 2° aan elke school voor voltijds secundair onderwijs twee vijfden van een betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, indien de vierde graad van het studiegebied personenzorg tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd.Deze toekenning is evenwel beperkt tot de eerste drie schooljaren waarin bedoelde graad in de school modulair
georganiseerd; 3° aan elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een vierde van een betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd, met een maximum van één voltijdse betrekking.Bij de toepassing van deze bepaling
een studiegebied dat in het centrum pas vanaf het schooljaar 2001-2002 modulair
georganiseerd, geacht dat reeds tijdens het schooljaar 2000-2001 te zijn. Eveneens voor de toepassing van deze bepaling
de modulaire opleidingsstructuur van het deeltijds onderwijs opgedeeld in studiegebieden. § 4. Tijdens de looptijd van het experiment
voor de implementatie van het modulair onderwijs aan elke school voor voltijds secundair onderwijs een extra aantal uren-leraar toegekend. Deze uren-leraar worden, afzonderlijk voor de tweede graad en voor de derde graad en onverminderd de decretaal bepaalde tellingsdatum, als volgt berekend : 1° toegepast op alle regelmatige leerlingen van de betrokken graad, ongeacht ze al dan niet modulair onderwijs volgen,
de verhoging berekend bedoeld in artikel 4, § 2, 6., tweede lid, van hetzelfde besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990; 2° toegepast op die regelmatige leerlingen van de betrokken graad die, in voorkomend geval, niet-modulair onderwijs volgen,
de verhoging berekend bedoeld in artikel 4, § 2, 6., tweede lid, van hetzelfde besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990. Voor wat de extra uren-leraar voor het schooljaar 2000-2001 betreft, worden per 1 februari 2000 de regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar van de tweede graad van die studiegebieden die in de betrokken school vanaf 1 september 2000 modulair worden georganiseerd, niet in aanmerking genomen. Dit principe
tijdens de daaropvolgende schooljaren doorgetrokken, telkens toegepast op één hoger leerjaar tot en met het derde leerjaar van de derde graad. Voor wat de extra uren-leraar voor het schooljaar 2001-2002 betreft, worden per 1 februari 2001 de regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar van de tweede graad van die studiegebieden die in de betrokken school vanaf 1 september 2001 modulair worden georganiseerd, niet in aanmerking genomen. Dit principe
tijdens de daaropvolgende schooljaren doorgetrokken, telkens toegepast op één hoger leerjaar tot en met het derde leerjaar van de derde graad; 3° het totaal aantal regelmatige leerlingen van de betrokken graad die modulair onderwijs volgen
vermenigvuldigd met 0,60. Voor wat de extra uren-leraar voor het schooljaar 2000-2001 betreft, worden per 1 februari 2000 de regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar van de tweede graad van die studiegebieden die in de betrokken school vanaf 1 september 2000 modulair worden georganiseerd, in aanmerking genomen. Dit principe
tijdens de daaropvolgende schooljaren doorgetrokken, telkens toegepast op één hoger leerjaar tot en met het derde leerjaar van de derde graad. Voor wat de extra uren-leraar voor het schooljaar 2001-2002 betreft, worden per 1 februari 2001 de regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar van de tweede graad van die studiegebieden die in de betrokken school vanaf 1 september 2001 modulair worden georganiseerd, in aanmerking genomen. Dit principe
tijdens de daaropvolgende schooljaren doorgetrokken, telkens toegepast op één hoger leerjaar tot en met het derde leerjaar van de derde graad; 4° de som van de resultaten van 2° en 3° verminderd met het resultaat van 1° is het extra aantal uren-leraar dat per graad
toegekend. De minister, bevoegd voor het onderwijs, kan voor deze uren-leraar per schooljaar een aanwendingspercentage vastleggen. Art. 14.§ 1. Het modulair onderwijs
uitsluitend georganiseerd op basis van uren die geen lesuren zijn onder vorm van bijzondere pedagogische taken. Deze bijzondere pedagogische taken worden gelijkgesteld met een opdracht in de tweede, derde of vierde graad beroepssecundair onderwijs, rekening houdend met het in artikel 11 gestelde. § 2. De rechtspositieregeling van het personeel blijft onverkort van toepassing. Art. 15.Voor de toepassing van de omkaderingsnormen met betrekking tot de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in de ambten van technisch adviseur en technisch adviseur-coördinator in het voltijds secundair onderwijs, worden voor de studiegebieden en opleidingen die in het experiment zijn betrokken als uren praktische vakken beschouwd de uren die niet als lesuren doch als bijzondere pedagogische taken worden ingericht én, voor de toepassing van de vigerende personeelsreglementering, gelijkgesteld worden met uren praktische vakken. Art. 16.In artikel 25bis van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het voltijds of deeltijds modulair onderwijs voor de duur van het experiment, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. » Art. 17.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het voltijds of deeltijds modulair onderwijs voor de duur van het experiment, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. » Art. 18.In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999,
Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de zonale reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten over hun ter beschikking gestelde personeelsleden en over de personeelsleden die ze op 1 september zullen ter beschikking stellen aan de zonale reaffectatiecommissie de volgende gegevens verstrekken : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die hem ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt, voor het buitengewoon onderwijs het type. Er moet eveneens meegedeeld worden of het personeelslid wenst weder te werk gesteld te worden in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het voltijds of deeltijds modulair onderwijs voor de duur van het experiment, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. » Art. 19.In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
punt 4 vervangen door wat volgt: « 4. als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon onderwijs, in het voltijds of deeltijds modulair onderwijs voor de duur van het experiment, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra een betrekking
aangeboden. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet slechts worden opgenomen als de betrokken personeelsleden verzocht hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in één van voormelde onderwijssectoren. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; ». Art. 20.Het experiment zal : 1° na één schooljaar worden geëvalueerd met het oog op een eventuele bijsturing van de berekeningsmodaliteiten van de bijkomende omkadering bedoeld in artikel 13;2° na twee schooljaren globaal worden geëvalueerd, onder meer met het oog op de invoering van door de inrichtende machten opgestelde en door de Vlaamse regering goedgekeurde leerplannen. Art. 21.Dit besluit : 1° treedt in werking op 1 september 2000, met uitzondering van artikel 13, § 1, dat in werking treedt op 1 september 1999;2° houdt op uitwerking te hebben op 31 augustus 2007, met uitzondering van artikel 4, § 5, en 5, § 2, die ophouden uitwerking te hebben op 31 augustus 2001. Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 28 augustus 2000. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN Bijlagen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 houdende invoering van een experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. Brussel, 28 augustus 2000. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.