terne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten
artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Artikel 1 van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, wordt aangevuld met een § 5, luidende : « § 5.
de zin van deze wet wordt als exploitatiezetel beschouwd elke permanente
frastructuur van waaruit de natuurlijke en rechtspersonen, bedoeld
de §§ 1 tot 3 van dit artikel, bewakings- of beveiligingsactiviteiten organiseren. » Art. 3.
artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, worden de woorden "Niemand mag een bewakingsonderneming exploiteren of een
terne bewakingsdienst organiseren" vervangen door de woorden "Niemand mag de diensten van een bewakingsonderneming aanbieden of deze van een
terne bewakingsdienst organiseren";2°
, tweede lid, worden de woorden "de technische uitrusting" vervangen door de woorden "het minimum aantal personen, zoals bedoeld
artikel 6 en de organisatorische, technische en
frastructurele middelen";3°
wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid
gevoegd : «
dien de aanvrager geen exploitatiezetel heeft
België, houdt de Minister van Binnenlandse Zaken bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag rekening met de waarborgen verstrekt
het kader van de wettelijke en gereglementeerde uitoefening van de beoogde bewakingsactiviteiten
een andere lidstaat van de Europese Unie.»; 4°
, zesde lid, worden de woorden "sporadisch en"
gevoegd tussen de woorden "die deze activiteiten" en de woorden "op een onbezoldigde wijze uitoefenen", vervallen de woorden "en van de door de Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaar" en worden de woorden "artikelen 2, § 2, 3, 8, § 3, 13, 14 en 20" vervangen door de woorden "de artikelen 2, § 2, 3, 8, § 3, 11, eerste lid, b), 13, 14 en 20";5°
wordt het laatste lid opgeheven;6°
wordt het laatste lid opgeheven;7°
Art. 4.
artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "Niemand mag een beveiligingsonderneming exploiteren" vervangen door de woorden "Niemand mag de diensten van een beveiligingsonderneming aanbieden";2°
het tweede lid vervallen de woorden "de financiële middelen en";3° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid
gevoegd : «
dien de aanvrager geen exploitatiezetel heeft
België houdt de Minister van Binnenlandse Zaken bij de beoordeling van de erkenningsaanvraag rekening met de waarborgen verstrekt
het kader van de wettelijke en gereglementeerde uitoefening van beveiligingsactiviteiten
een andere lidstaat van de Europese Unie. »; Art. 5.
dezelfde wet wordt een artikel 4bis
gevoegd, luidende als volgt : « Art. 4bis.
afwijking van de artikelen 2, § 1, eerste lid, en § 4, eerste lid, kan de Koning
geval van fusie, splitsing,
breng van een algemeenheid of van een bedrijfstak of wijziging van de rechtspersoonlijkheid, bepalen dat de nieuwe juridische entiteit, mits zij de door Hem bepaalde voorwaarden
acht neemt, gedurende de periode voorafgaand aan de notificatie van de beslissing betreffende de vergunning- of erkenningaanvraag, de activiteiten van de
itieel vergunde of erkende onderneming kan voortzetten. » Art. 6.
artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De
leidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De personen die de werkelijke leiding hebben van een bewakingsonderneming, een
terne bewakingsdienst of een beveiligingsonderneming en de personen die
de raad van bestuur van een bewakingsonderneming, een beveiligingsonderneming of van een onderneming die een
terne bewakingsdienst organiseert, die activiteiten beoogt, zoals bedoeld
artikel 1, § 1, eerste lid, 5°, van deze wet, zitting hebben, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :";2°
1° worden de woorden "of tot een gevangenisstraf van ten minste drie maanden wegens opzettelijke slagen of verwondingen"
gevoegd tussen de woorden "wegens enig misdrijf" en de woorden "of tot een lagere gevangenisstraf" en wordt het woord "heling,"
gevoegd tussen het woord "diefstal," en het woord "afpersing" en worden de woorden "of bij de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie
gegeven daden. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenophobie
gegeven daden"
gevoegd na de woorden "bij de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens";3°
3° worden de woorden "woonplaats, of bij gebreke ervan, hun normale verblijfplaats", vervangen door het woord "hoofdverblijfplaats";4°
4° worden de woorden "bewaking verricht" vervangen door de woorden "een leidinggevende functie uitoefent". Art. 7.
artikel 6 van dezelfde wet, vervangen bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt 1° vervangen als volgt : « Niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een gevangenisstraf van ten minste zes maanden wegens enig misdrijf of tot een gevangenisstraf van ten minste drie maanden wegens opzettelijke slagen of verwondingen of tot een lagere gevangenisstraf wegens diefstal, heling, afpersing, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid
geschriften, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, of misdrijven, bepaald bij de artikelen 379 tot 386ter van het Strafwetboek, bij artikel 259bis van het Strafwetboek, bij de artikelen 280 en 281 van het Strafwetboek, bij de artikelen 323, 324 en 324ter van het Strafwetboek, bij de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en haar uitvoeringsbesluiten, of bij de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel
en het dragen van wapens en op de handel
munitie en haar uitvoeringsbesluiten, of bij de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of bij de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie
gegeven daden. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie
gegeven daden.» 2°
het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : « 3° hun hoofdverblijfplaats hebben
een lidstaat van de Europese Unie.»; 3°
het eerste lid, 4°, worden de woorden "bewaking verricht" vervangen door de woorden "een uitvoerende functie uitoefent";4°
het eerste lid, 6° wordt
de Franse tekst het woord « aoft » vervangen door het woord « août »;5°
de eerste zin van het tweede lid worden de woorden "De onder het 2°, het 3° en het 5° vermelde voorwaarden" vervangen door de woorden "De
het eerste lid onder het, 2°, 3°, 5° en 8° vermelde voorwaarden";6°
het tweede lid wordt de tweede zin opgeheven;7°
het vierde lid worden de woorden "De onder de 2° en 3° vermelde voorwaarden" vervangen door de woorden "De
het eerste lid onder het, 2°, 3° en 8° vermelde voorwaarden" en worden de woorden "het psychotechnisch onderzoek" vervangen door de woorden "het medisch en psychotechnisch onderzoek". Art. 8.
artikel 7 van dezelfde wet worden de woorden "de
stellingen die zorgen voor de beroepsopleiding en -vorming voorgeschreven door de artikelen 5, eerste lid, 5°, en 6, eerste lid, 5°" worden vervangen door de woorden "de opleidingen, voorgeschreven door deze wet, en de opleidingsinstellingen die deze opleidingen verstrekken". Art. 9.
artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : "De Koning kan tevens het dragen van wapens bij de uitoefening van bepaalde bewakingsactiviteiten verbieden of aan voorwaarden verbinden. Voor het uitoefenen van volgende opdrachten mogen geen wapens worden gedragen : 1° activiteiten, zoals bedoeld
artikel 1, § 1, eerste lid, 4° en 5°, van deze wet;2° activiteiten, zoals bedoeld
artikel 1, § 1, eerste lid, 1°, van deze wet, voor zover deze plaatsvinden
publiek toegankelijke plaatsen.»; 2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De personen die de werkelijke leiding hebben van een bewakingsonderneming, een
terne bewakingsdienst of een beveiligingsonderneming en de personen die de
artikel 1 van deze wet bedoelde activiteiten uitvoeren moeten,
dien zij een verblijfplaats hebben
België of
dien zij geen verblijfplaats hebben
België, maar activiteiten uitoefenen, bedoeld
artikel 1, § 1, eerste lid, 5° van deze wet, houder zijn van een door de Minister van Binnenlandse Zaken afgegeven identificatiekaart. Het model van de identificatiekaart wordt door hem vastgesteld. De onderneming kan zelf geen enkel soortgelijk document aan haar personeel afgeven. De identificatiekaart wordt afgegeven
dien de betrokkene voldoet aan de voorwaarden gesteld
de artikelen 5 of 6 van deze wet of, als hij geen verblijfplaats heeft
België, wanneer hij minstens voldoet aan de voorwaarden die een gelijkwaardige waarborg bieden. De personen bedoeld
het eerste lid kunnen de activiteiten slechts uitoefenen als zij de identificatiekaart dragen. De personen die niet onderworpen zijn aan de verplichting tot het bezitten van een identificatiekaart, kunnen deze activiteiten slechts uitoefenen als zij de identificatiekaart of de documenten dragen, bepaald door de Koning, waaruit blijkt dat zij aan alle wettelijke voorwaarden of minstens aan de voorwaarden die een gelijkwaardige waarborg bieden, voldoen. Zij moeten deze identificatiekaart of deze documenten overhandigen bij elke vordering van de personen, bedoeld
artikel 16 van deze wet. De personen die de
artikel 1 van deze wet bedoelde activiteiten uitoefenen, moeten bij de uitoefening van hun activiteiten de identificatiekaart of een herkenningsteken waarop hun naam, de naam van de onderneming en het adres van de exploitatiezetel vermeld staan, op een duidelijk leesbare wijze dragen. De Koning bepaalt de modaliteiten voor de toekenning, de geldigheidsduur en de vernietiging van de identificatiekaarten. »; 3°
worden de woorden "artikel 1, § 1, 3°" vervangen door de woorden "artikel 1, § 1, eerste lid, 3°";4° het artikel wordt aangevuld met de §§ 8 en 9, luidende : « § 8.De personen die activiteiten verrichten bedoeld
artikel 1 van deze wet, kunnen geen andere handelingen stellen dan deze die voortvloeien uit de rechten waarover iedere burger beschikt, alsmede deze bevoegdheden die uitdrukkelijk voorzien zijn
deze wet of haar uitvoeringsbesluiten. § 9. Het is de bewakingsagenten verboden van derden fooien of andere beloningen te bekomen, met uitzondering van de gevallen en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. » Art. 10.
artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/06/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999000590 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid dat § 1, zal vormen, worden de woorden "brengen zij de burgemeester van de betrokken gemeente er vooraf van op de hoogte" vervangen door de woorden "brengen zij,
dien zij een exploitatiezetel hebben
België, de burgemeester van de betrokken gemeente en,
dien zij geen exploitatiezetel hebben
België, de Minister van Binnenlandse Zaken, er vooraf van op de hoogte";2°
het tweede lid, dat het eerste lid van § 2 zal vormen, wordt het woord "goederen" vervangen door het woord "waarden" en worden de woorden "de territoriaal bevoegde rijkswachtoverheden" vervangen door de woorden "de federale politie";3° het derde lid zal het tweede lid van § 2 vormen;4° een § 3 wordt
gevoegd, luidende : « § 3.De Koning bepaalt de bescheiden en de
lichtingen die
uitvoering van de §§ 1 en 2 dienen te worden overgemaakt. »; 5°
het vierde lid, dat § 4 zal vormen, vervallen de woorden "alsmede de personen bedoeld
artikel 2, § 3, derde lid, van deze wet". Art. 11.
artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, vervallen de woorden "de personen bedoeld
artikel 2, § 3, derde lid, van de wet". Art. 12.
artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "en de
terne bewakingsdiensten"
gevoegd tussen het woord "bewakingsondernemingen" en het woord "verboden";2° het laatste lid wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Dat verbod is niet van toepassing op de
terne bewakingsdiensten, georganiseerd door openbare vervoersmaatschappijen.» Art. 13.Artikel 15 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/06/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999000590 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten sluiten, wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. Niemand mag gebruik maken van de dienstverlening van een niet-vergunde bewakingsonderneming of een niet-erkende beveiligingsonderneming. » Art. 14.
artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "leden van de gemeentepolitie, de rijkswacht, de gerechtelijke politie" vervangen door de woorden "leden van de politiediensten";2°
het vierde lid worden de woorden "de gemeentepolitie en de rijkswacht" vervangen door de woorden "de politiediensten". Art. 15.
artikel 17, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1° worden de woorden "wanneer de bewakingsonderneming, de beveiligingsonderneming of de
terne bewakingsdienst de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet
acht neemt of niet meer aan de voorwaarden ervan voldoet of activiteiten uitoefent die onverenigbaar zijn met de openbare orde of de
wendige of de uitwendige veiligheid van de staat of"
gevoegd tussen de woorden "ten hoogste zes maanden schorsen" en de woorden "wanneer gebreken werden vastgesteld";2° het 2° wordt aangevuld met de woorden "of niet meer aan de voorwaarden ervan voldoen";3° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : « 3° de erkenning die overeenkomstig artikel 7 is verleend,
trekken of voor een termijn van ten hoogste zes maanden schorsen wanneer de
stelling of de opleiding niet meer aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden voldoet.» Art. 16.
artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Overtreding van de artikelen 8, § 2, tweede tot vijfde lid, en 11, wordt bestraft met een geldboete van 25,00 tot EUR 25 000,00. Overtreding van artikel 10 van deze wet wordt bestraft met een geldboete van 2,50 tot EUR 2 500,00. »; 2° het laatste lid wordt opgeheven. Art. 17.
artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Een administratieve geldboete van 25,00 tot EUR 25 000,00 kan worden opgelegd aan elke natuurlijke of rechtspersoon die de bepalingen van de wet of haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft, de misdrijven bedoeld
artikel 18 uitgezonderd.»; 2°
wordt het derde lid vervangen als volgt : «
dien zij geen exploitatiezetel hebben
België, stellen de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de ondernemingen die een
terne bewakingsdienst organiseren een op eerste verzoek uitvoerbare bankwaarborg ten belope van een som van EUR 12 500,00 als waarborg tot betaling van de retributies en de administratieve geldboetes.Deze bankwaarborg moet kunnen aangesproken worden door de Belgische overheid. De Koning bepaalt de modaliteiten en de procedure tot het stellen van deze bankwaarborg, de wijze waarop de overheid beroep doet op deze bankwaarborg en de aanvulling ervan. »; 3°
, derde lid, vervallen de woorden "en,
voorkomend geval, van de personen bedoeld
artikel 2, § 3, derde lid, van deze wet";4° § 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.Degene die de wet schendt of de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon kan binnen de door de Koning bepaalde termijn voor de betaling van de geldboete bij verzoekschrift voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de toepassing van de administratieve geldboete betwisten. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
dien degene die de wet schendt of de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon
gebreke blijft om binnen de gestelde termijn de geldboete te betalen en zijn beroepsmogelijkheid, zoals bepaald
het eerste lid, is uitgeput, heeft de beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie uitvoerbare kracht, en : 1° verzoekt de ambtenaar, bedoeld
, per aangetekend schrijven de kredietinstelling die de bankwaarborg verleende aan diegene die de wet schendt of de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon, over te gaan tot betaling van het bedrag van de geldboete;2° bij afwezigheid van bankwaarborg, vaardigt de ambtenaar, bedoeld
, een dwangbevel uit waarop de bepalingen van het Vijfde Deel van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing zijn.»; 5° § 5 wordt opgeheven;6° § 6 wordt § 5. Art. 18.
artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « § 1.Teneinde de kosten voor administratie, controle en toezicht, nodig voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten, te dekken, bepaalt de Koning het tarief, de termijn en de wijze van betaling van de retributies die aan elke onderneming, dienst of
stelling voor de activiteiten waarvan een vergunning of een erkenning vereist is, moeten worden aangerekend. § 2. Van het bedrag van de retributies wordt kennis gegeven bij een ter post aangetekende brief. § 3.
dien de retributieplichtige
gebreke blijft om binnen de gestelde termijn de retributie te betalen : 1° verzoekt de door de minister aangeduide ambtenaar per aangetekend schrijven de kredietinstelling die de bankwaarborg verleende aan de retributieplichtige, over te gaan tot betaling van het bedrag van de retributie;2° bij afwezigheid van bankwaarborg, vaardigt de ambtenaar, bedoeld
, een dwangbevel uit waarop de bepalingen van het Vijfde Deel van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing zijn.»; 2° het tweede lid wordt § 4. Art. 19.
artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997 en 9 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "artikel 1, § 1, a) en b)" vervangen door de woorden "artikel 1, § 1, eerste lid, 1° en 2°";2°
, eerste lid, worden de woorden "met uitzondering van de voortgezette vorming"
gevoegd tussen de woorden "artikel 5, eerste lid, 5°," en de woorden "te hebben voldaan" en tussen de woorden "artikel 6, eerste lid, 5°," en de woorden "
dien zij er, met uitzondering van de activiteit";3°
, tweede lid, worden de woorden "met uitzondering van de voortgezette vorming"
gevoegd tussen de woorden "artikel 5, eerste lid, 5°," en de woorden "te hebben voldaan" en tussen de woorden "artikel 6, eerste lid, 5°," en de woorden "
dien zij er een uitvoerende functie bekleedden";4° het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende : « Voor de periode van de dag van
werkingtreding van deze wet tot 31 december 2001, gelden
de plaats van de bedragen van 2,50 tot EUR 2 500,00, vermeld
artikel 18, eerste lid, de bedragen van 100 tot 100 000 Belgische frank,
de plaats van de bedragen van 25,00 tot EUR 25 000,00 vermeld
de artikelen 18, eerste lid, en 19, § 1, eerste lid, de bedragen van 1 000 tot 1 000 000 Belgische frank en
de plaats van het bedrag van EUR 12 500,00 vermeld
artikel 19, § 1, eerste lid, het bedrag van 500 000 Belgische frank.» Art. 20.De Koning kan de bepalingen van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie. Te dien einde kan Hij : 1° de te coördineren bepalingen anders
richten,
zonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;2° de verwijzingen
de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen. De coördinatie krijgt het volgende opschrift : "Wetten op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de
terne bewakingsdiensten, gecoördineerd op ... ». Art. 21.Deze wet treedt
werking de dag waarop zij
het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 10 juni 2001. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 50-1142, nr. 6.
tegraal verslag. - 17 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.