familiezaken sluiten betreffende de proceduregebonden bemiddeling
familiezaken
artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.
artikel 28sexies van het Wetboek van strafvordering,
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A)
, eerste lid, worden de woorden «
gediend bij » vervangen door de woorden « toegezonden aan of neergelegd op »; B)
, tweede lid, worden de woorden « na de
diening van het verzoekschrift » vervangen door de woorden « na de
schrijving van het verzoekschrift
het register »; C) § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.
dien de procureur des Konings geen beslissing heeft genomen binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van
beschuldigingstelling. Dit recht vervalt
dien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt
geschreven
een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 4, derde tot zesde lid. »; D)
, wordt het woord «
dienen » vervangen door de woorden « toezenden of neerleggen ». Art. 3.
artikel 61ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A)
, worden de woorden « het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de
verdenkingstelling of tot de burgerlijke partijstelling hebben geleid » vervangen door de woorden « het dossier »; B)
, eerste lid, worden de woorden «
gediend bij » vervangen door de woorden « toegezonden aan of neergelegd op »; C)
, tweede lid, worden de woorden « na de
diening van het verzoekschrift » vervangen door de woorden « na de
schrijving van het verzoekschrift
het register »; D) § 3 wordt aangevuld met de volgende zin : « De onderzoeksrechter kan voor de niet aangehouden
verdenkinggestelde de
zage beperken tot het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de
verdenkingstelling hebben geleid en voor de burgerlijke partij tot dat deel dat tot de burgerlijke partijstelling heeft geleid. »; E)
, eerste lid, worden de woorden «
geval het verzoek wordt
gewilligd, wordt het dossier binnen vijftien dagen » vervangen door de woorden «
geval het verzoek wordt
gewilligd, wordt, onverminderd de eventuele toepassing van § 3, het dossier binnen twintig dagen »; F)
, eerste lid, worden de woorden «
gediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen » vervangen door de woorden « neergelegd bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen, en
geschreven
een daartoe bestemd register »; G)
, tweede lid, worden de woorden « na het
dienen van het verzoekschrift » vervangen door de woorden « na de neerlegging van het verzoekschrift »; H) § 6 wordt vervangen als volgt : « § 6.
dien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van
beschuldigingstelling. Dit recht vervalt
dien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt
geschreven
een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, tweede tot vierde lid. »; I)
wordt het woord «
dienen » vervangen door de woorden « toezenden of neerleggen ». Art. 4.
artikel 61quater van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A)
, eerste lid, worden de woorden «
gediend bij » vervangen door de woorden « toegezonden aan of neergelegd op »; B)
, tweede lid, worden de woorden « na de
diening van het verzoekschrift » vervangen door de woorden « na de
schrijving van het verzoekschrift
het register »; C) § 6 wordt vervangen als volgt : « § 6.
dien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van
beschuldigingstelling. Dit recht vervalt
dien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt
geschreven
een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, derde tot zesde lid. »; D)
, wordt het woord «
diener » vervangen door de woorden « toezenden of neerleggen ». Art. 5.
artikel 61quinquies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A)
, eerste lid, worden de woorden «
gediend bij » vervangen door de woorden « toegezonden aan of neergelegd op »; B)
, tweede lid, worden tussen de woorden « doet uitspraak » en de woorden « uiterlijk binnen een maand » de woorden « op straffe van nietigheid van zijn beschikking »,
gevoegd; C)
, tweede lid, worden de woorden « na de
diening van het verzoekschrift » vervangen door de woorden « na de
schrijving van het verzoekschrift
het register »; D)
, worden, tussen het woord « termijn » en de woorden « , kan de verzoeker », de woorden « vermeerderd met vijftien dagen »
gevoegd; E)
, wordt het woord «
dienen » vervangen door de woorden « toezenden of neerleggen ». Art. 6.Artikel 131, § 2, van hetzelfde Wetboek, opnieuw
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, wordt aangevuld als volgt : « De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden
gezien, en mogen niet
de strafprocedure worden aangewend. » Art. 7.
artikel 135 van hetzelfde Wetboek wordt § 4 vervangen als volgt : « § 4. Wanneer echter een van de
verdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, dan wordt het hoger beroep
gesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waarop de beschikking is gewezen. » Art. 8.Artikel 235bis, § 6, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering
zake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging
het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, wordt aangevuld als volgt : « De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden
gezien, en mogen niet
de strafprocedure worden aangewend. » Art. 9.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 482bis
gevoegd, luidende : « Art. 482bis.De mededaders van en de medeplichtigen aan het misdrijf waarvoor de ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld
artikel 479 wordt vervolgd en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar vervolgd en berecht. Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar wordt vervolgd. » Art. 10.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 503bis
gevoegd, luidende : « Art. 503bis.De mededaders van en de medeplichtigen aan het
deze afdeling bedoelde misdrijf waarvoor een ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld
artikel 483 of een
artikel 485 bepaalde rechtbank wordt vervolgd, en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar of de rechtbank vervolgd en berecht. Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar of de rechtbank worden vervolgd. » Art. 11.
artikel 734bis, § 5, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 19 februari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/02/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009208 bron ministerie van justitie Wet betreffende de proceduregebonden bemiddeling
familiezaken sluiten worden de woorden « de
, tweede lid, bedoelde terechtzitting » vervangen door de woorden « de
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 4 juli 2001. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
tegraal verslag : 15 en 22 februari
plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. 50-0082/024 (B.Z. 1999) : Beslissingen van de parlementaire overlegcommissie.
tegraal verslag : 26 en 28 juni 2001.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.