drage aan het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 16/12/1999 numac 1999012712 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot organisatie van de regelingen ter bevordering van de tewerkstelling in 1997 en 1998 type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 01/02/2000 numac 1999012714 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 1993, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten, inzonderheid titel II, hoofdstuk II, afdeling 1; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot uitvoering van de regeling opleidingskrediet. Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 21 juni 2001. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota
drage aan het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 16/12/1999 numac 1999012712 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot organisatie van de regelingen ter bevordering van de tewerkstelling in 1997 en 1998 type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 01/02/2000 numac 1999012714 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 1993, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten, Belgisch Staatsblad van 16 december 1999. Bijlage Paritair Comité voor het bouwbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 1997 Uitvoering van de regeling opleidingskrediet (Overeenkomst geregistreerd op 12 november 1998 onder het nummer 49462/CO/124) Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. Onder "arbeiders" wordt verstaan de arbeiders en de arbeidsters. Art. 2.Deze overeenkomst is gesloten in uitvoering van titel II - hoofdstuk II - afdeling 1 - regeling opleidingskrediet - van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 tot organisatie van de regelingen ter bevordering van de tewerkstelling in 1997-1998, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 20 oktober 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 16/12/1999 numac 1999012713 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 april 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot vaststelling van het bedrag van
drage aan het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 16/12/1999 numac 1999012712 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot organisatie van de regelingen ter bevordering van de tewerkstelling in 1997 en 1998 type koninklijk besluit prom. 20/10/1999 pub. 01/02/2000 numac 1999012714 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 1993, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten (Belgisch Staatsblad van 16 december 1999) hierna kaderovereenkomst genoemd. Afdeling 1. - Procedure voor toepassing van de regeling Art. 3.Deze afdeling bepaalt de toetredingsvoorwaarden en -modaliteiten van de regeling van het opleidingskrediet. Onderafdeling 1. - Informatie en raadpleging van de arbeiders Art. 4.In toepassing van artikel 37 van de kaderovereenkomst, informeert en raadpleegt de werkgever, vóór het opstarten van
onderafdeling 2 van deze afdeling bepaalde toetredingsprocedure, de vakbondsafvaardiging van de onderneming of bij ontstentenis, de arbeiders. De informatie en raadpleging hebben betrekking op de toepassingsmodaliteiten van de regeling in de onderneming. Art. 5.De informatie en raadpleging van de vakbondsafvaardiging gebeurt door het overhandigen van een document met als titel "ontwerp voor de toepassing van het opleidingskrediet" aan de vakbondsafvaardiging. Dit ontwerp vermeldt op zijn minst : - de aard van de geplande opleidingsmodule(s); - de categorieën en het aantal arbeiders die betrokken zijn bij de toepassing van de modules; - het aantal opleidingsuren per betrokken arbeider; - de periode van het jaar waarin de toepassing van de opleidingsmodules worden gepland. Art. 6.Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging geeft de werkgever elke arbeider van de onderneming een kopie van het ontwerp voor de toepassing van het bij artikel 5 bedoelde opleidingskrediet. De arbeiders delen de werkgever hun opmerkingen over dit ontwerp binnen tien arbeidsdagen na de overhandiging van het bij lid 1 bedoelde ontwerp voor de toepassing mee. Art. 7.Bij het einde van
de artikelen 5 en 6 bedoelde raadplegingsprocedure : - stelt de werkgever de definitieve vermeldingen van het ontwerp voor de toepassing van het opleidingskrediet vast; - stelt de werkgever de lijst op van de arbeiders die betrokken zijn bij de uitvoering van het ontwerp en plakt deze aan in de lokalen van de onderneming; - stuurt het ontwerp voor de toepassing van het opleidingskrediet en de lijst met betrokken arbeiders naar het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid. Onderafdeling
de artikelen 9 en 10 gestelde voorwaarden zijn nageleefd. Bij het einde van
lid 1 bedoelde verificatieprocedure geeft het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid de werkgever een voorlopig toegangsvisum tot de regeling van het opleidingskrediet. Art. 12.§
dragen aan de regelingen van de getrouwheids- en weerverletzegels. § 2.
bedoelde terugbetaling is van toepassing op de lonen en de erop verschuldigde sociale lasten die werden betaald aan de arbeiders die effectief de in toepassing van de regeling georganiseerde opleiding hebben gevolgd. De effectieve deelname van de arbeiders wordt door het bevoegde opleidingscentrum bewezen of in geval van opleiding in de onderneming, door een bij de raad van bestuur van het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid aangeduide verantwoordelijke instantie. § 3.
bedoelde terugbetaling gebeurt slechts voor zover de opleiding werd georganiseerd in toepassing van het bij artikel 12 bedoelde akkoord. § 4. De raad van bestuur van het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid stelt de modaliteiten en de termijn van de in § 1 bedoelde terugbetaling vast.
bedoelde terugbetaling wordt door het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid toegestaan aan de werkgevers die intussen schuldenaar zijn geworden van het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf en hun schulden hebben vereffend. Onderafdeling 2. - Bepalingen betreffende de opleiding Art. 16.De raad van bestuur van het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid bepaalt : - de soorten opleidingen die in het kader van de regeling van het opleidingskrediet mogen worden toegepast; - de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra die belast zijn met de uitvoering van de opleidingsmodules. Art. 17.In toepassing van artikel 38, lid 2 van de kaderovereenkomst keurt de raad van bestuur van het Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid, in samenspraak met de raad van bestuur van het Nationaal Actiecomité voor de veiligheid in het bouwbedrijf, de lijst goed van de opleidingsmodules de gezondheid, de veiligheid en de hygiëne van de werknemers die in het kader van de regeling van het opleidingskrediet kunnen worden toegepast.
lid 1 bedoelde lijst bevat meer bepaald de modules, gericht op de aangeworven jonge werknemers in de onderneming. Art. 18.Voor de uitwerking van de opleidingsmodules met de gezondheid, de veiligheid en de hygiëne van de werknemers, wordt het Nationaal Actiecomité voor de veiligheid in de bouwnijverheid : - betrokken bij de procedure die voorafgaat aan
artikel 12, § 1 bedoelde afgifte van het definitieve toegangsvisum; - belast met de organisatie van de opleiding. Afdeling 3. - Het bijkomend krediet Art. 19.Deze afdeling is van toepassing op de ondernemingen die het bij artikel 7 bedoelde ontwerp voor de toepassing van het opleidingskrediet in overeenstemming met het bij artikel 12 bedoelde akkoord, effectief uitvoeren tijdens de winterperiode zoals vastgesteld bij artikel 39 van de kaderovereenkomst. Art. 20.
artikel 19 bedoelde ondernemingen kunnen een bijkomend krediet van 40 opleidingsuren per in de onderneming tewerkgestelde arbeider genieten. De uren van het bijkomend krediet worden niet aangerekend op het bij artikel 34 van de kaderovereenkomst bedoelde jaarlijks krediet. Art. 21.Het bijkomend krediet moet worden gebruikt in de winterperiode waarin het opleidingskrediet werd toegepast of gedurende de volgende winterperiode. Art. 22.De opleiding die in het kader van het bijkomend krediet wordt verschaft, moet voorafgaandelijk worden erkend door het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. Art. 23.De toepassing van het bijkomend krediet leidt : - in uitvoering van artikel 99, § 2 van de kaderovereenkomst tot de toepassing van het bij § 1 van dit artikel 99 bedoelde sectoraal stelsel van "terugbetaling - indeplaatsstellling"; - tot de aanpassing van de berekeningswijze van
artikel 15 vastgestelde sociale lasten, afhankelijk van de geldende regels in het kader van de regeling van het betaald educatief verlof. Art. 24.Met uitzondering van de artikelen 10, § 1, 2e streepje, 12, § 2, lid 2 en 16 zijn de bepalingen van deze overeenkomst die van toepassing zijn op de regeling van het opleidingskrediet eveneens van toepassing op het bijkomend krediet. Afdeling 4. - Slotbepalingen Art. 25.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1997 en loopt af op 30 juni 2001. Deze overeenkomst blijft echter tot uiterlijk 30 september 2001 van toepassing op
artikel 7 bedoelde ontwerpen voor de toepassing van het opleidingskrediet waarvan de uitvoering in overeenstemming met het bij artikel 12 bedoelde akkoord doorloopt. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 2001. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.