← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen

14 FEBRUARI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen d

§ 1

, 2°, 3° en 4° zijn voor de eerste maal verschuldigd bij de afgifte van de eerste goedkeuring en vervolgens op 1 juni van elk jaar. DOCUMENTEN Art. 6.De vergoeding bedraagt voor : 1° het afgeven van een vliegboek : 25 EUR;2° het afgeven van een reisdagboek : 25 EUR;3° het afgeven van een motorboek : 25 EUR;4° het afgeven van een celboek : 25 EUR;5° het als authentiek erkennen van een door een vreemde overheid gevraagd gelijkvormigheidsattest, behalve vrijstelling tengevolge van een akkoord van wederkerigheid : 25 EUR. LUCHTVAARTTERREINEN Art. 7.§

  1. De vergoeding verschuldigd voor het afgeven van een machtiging van aanleg voor een luchtvaartterrein bedraagt : A. bij permanent luchtvaartterrein : 1° voor de eerste afgifte geldig voor vijf jaar : 125 EUR;2° voor elke verlenging geldig voor vijf jaar : 75 EUR;3° voor elke tussentijdse afgifte, ingevolge een administratieve of technische wijziging, zonder dat de vervaldatum gewijzigd wordt : 75 EUR; B. voor een tijdelijk luchtvaartterrein : 75 EUR. §
  2. De vergoeding verschuldigd voor de voorafgaande controle ter plaatse voor het bekomen van de machtiging van aanleg voor een burgerlijk luchtvaartterrein bedraagt : 1° voor een tijdelijke helihaven, opgericht voor een maximale duur van 31 opeenvolgende dagen : 200 EUR;2° voor een tijdelijk luchtvaartterrein, opgericht voor een maximale duur van 31 opeenvolgende dagen, met uitsluiting van de opstijgingsterreinen voor aërostaten en helihaven : 350 EUR;3° voor een permanente helihaven : 750 EUR;4° voor een permanent luchtvaartterrein dat niet geschikt is voor het opstijgen van luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging meer dan 5 700kg is : 1 500 EUR;5° voor de oprichting van een permanent opstijgingsterrein voor aërostaten : 350 EUR;6° voor elk ander permanent luchtvaartterrein : het bedrag wordt berekend per prestatie met een minimum van 2000 EUR;7° voor een wijziging aangebracht aan de infrastructuur vermeld onder de punten 4° tot en met 6° hierboven : 50 % van de vergoeding vastgesteld onder dat punt;8° voor een wijziging aangebracht aan een luchtvaartterrein bedoeld onder punt 7° : het bedrag wordt berekend volgens de prestatie met een minimum van 1 000 EUR. §
  3. De vergoeding verschuldigd voor de vijfjaarlijkse inspectie van een burgerlijk luchtvaartterrein, behalve voor een luchtvaartterrein bedoeld onder punt 5° van § 2, bedraagt 350 EUR. §
  4. De vergoeding verschuldigd voor de vijfjaarlijkse inspectie van een luchtvaartterrein bedoeld in punt 5° van § 2 wordt berekend volgens de prestatie. §
  5. De vergoeding verschuldigd voor het uitbrengen van een advies over de geschiktheid van een terrein als inplantingsplaats voor een luchtvaartterrein wordt berekend volgens de prestatie met een minimum van 250 EUR. §
  6. De vergoeding voor het inschrijven per zittijd voor een examen voor de erkenning als luchtvaartterreinoverste of adjunct-luchtvaartterreinoverste bedraagt 50 EUR. VERTONINGEN EN EVOLUTIES Art. 8.§
  7. De vergoeding verschuldigd voor het afgeven van een machtiging voor de inrichting van een vertoning of een exhibitie waarbij evoluties van luchtvaartuigen of kunstvluchten worden uitgevoerd bedraagt : 1° indien het uitsluitend om vliegers (kites) gaat : 25 EUR;2° indien het uitsluitend om modelluchtvaart gaat : - op een reeds goedgekeurd terrein : 50 EUR; - op elk ander terrein : 100 EUR; 3° indien het uitsluitend om vrije ballons gaat : - vanaf 6 tot 10 ballons : 200 EUR; - voor meer dan 10 ballons : 350 EUR; 4° indien het uitsluitend om ULM's, hefschroefvliegtuigen of beide gaat : 200 EUR;5° voor een combinatie uit de punten 1°, 2°, 3° en 4° hierboven vermeld : 350 EUR;6° voor alle andere vertoningen : 500 EUR. De vergoedingen vermeld onder de punten 3° tot 6° dekken eveneens de machtiging tot luchtarbeid nodig voor het inrichten van een vertoning of een exhibitie waarbij evoluties van luchtvaartuigen of kunstvluchten worden uitgevoerd (overeenkomstig artikel 9, § 2, 1°). §
  8. De vergoeding verschuldigd voor : 1° de machtiging voor een permanente zone voor valschermspringen bedraagt : - voor de eerste afgifte geldig voor drie jaar : 75 EUR; - voor elke verlenging geldig voor drie jaar : 50 EUR; - voor elke tussentijdse afgifte, ingevolge een administratieve of technische wijziging, zonder dat de vervaldatum gewijzigd wordt : 50 EUR; 2° de voorafgaande controle tot het bekomen van de machtiging voor een permanente zone voor valschermspringen bedraagt 350 EUR;3° de voorafgaande controle tot het bekomen van een verlenging van de machtiging voor een permanente zone voor valschermspringen bedraagt 200 EUR; §
  9. De vergoeding verschuldigd voor het afgeven van een machtiging bedraagt voor : 1° het opstijgen van een vrije ballon buiten een permanent opstijgingsterrein voor aërostaten : 35 EUR;2° het opstijgen van een kabelballon voor een periode van maximum 3 maanden : 75 EUR;3° het doen vliegen van op afstand geleide tuigen of raketten inclusief het gebruik van het terrein, voor een periode van vijf jaar : 125 EUR;4° valschermspringen buiten een permanente zone voor valschermspringen : 125 EUR;5° het uitvoeren van zogenaamde kunstvluchten op een hoogte van minder dan 600m : - voor een periode van een dag : 75 EUR per toestel; - voor een periode van een jaar : 500 EUR per toestel; 6° het loslaten van ballonnetjes : - voor 500 tot en met 999 ballonnetjes : 35 EUR; - voor 1.000 ballonnetjes en meer : 50 EUR; 7° het uitwerpen van voorwerpen uit een luchtvaartuig in vlucht : 35 EUR;8° lichtprojecties in de lucht per periode van maximum 3 maanden : 75 EUR;9° het inrichten van vuurwerk : 25 EUR. Deze vergoeding is niet verschuldigd wanneer de evoluties, bedoeld in de eerste alinea, plaatsvinden in het raam van een vertoning of een exhibitie vermeld onder §
  10. §
  11. Wanneer voor het afgeven van een machtiging vermeld onder de vorige paragrafen een voorafgaande verkenning ter plaatse noodzakelijk is, wordt een toeslag aangerekend die afhangt van de prestatie. COMMERCIELE EXPLOITATIE Art. 9.§
  12. De verschuldigde vergoeding bedraagt voor : 1° het afgeven en houden van een exploitatievergunning voor geregeld luchtvervoer : - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging lager is dan 5 700 kg : 1250 EUR vermeerderd met 125 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging 5 700 kg en meer is : 1 250 EUR vermeerderd met 250 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; 2° het afgeven en houden van een exploitatievergunning voor niet geregeld luchtvervoer : - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging lager is dan 5 700 kg : 1 250 EUR vermeerderd met 125 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging 5 700 kg en meer is : 1 250 EUR vermeerderd met 250 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; 3° het afgeven en het houden van een exploitatievergunning voor geregeld en niet geregeld luchtvervoer op naam van dezelfde persoon wordt, per te exploiteren luchtvaartuig, beperkt tot een enkele heffing;4° het afgeven en houden van een exploitatievergunning van luchttaxi's : - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging lager is dan 5 700 kg : 750 EUR vermeerderd met 125 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; - met luchtvaartuigen waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging 5 700 kg en meer is : 750 EUR vermeerderd met 250 EUR per te exploiteren luchtvaartuig, per jaar; 5° het wijzigen van de bijlage van een exploitatievergunning waarbij luchtvaartuigen toegevoegd worden : - waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging lager is dan 5 700 kg : 125 EUR per luchtvaartuig; - waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging 5 700 kg en meer is : 250 EUR per luchtvaartuig; een verhoging van 50 % voor elke wijziging waarbij op vraag van de exploitant afgeweken wordt van de in de exploitatievergunning opgelegde termijn; 6° de aanwijzing voor de exploitatie van een geregelde luchtvaart-dienst : 750 EUR per aanwijziging, per jaar;7° het onderzoek van het bedrijfsplan van een luchtvervoer-onderneming : 2 500 EUR;8° het onderzoek van de jaarrekeningen van een luchtvaart-maatschappij : 2 500 EUR per jaar. §
  13. De verschuldigde vergoeding bedraagt voor : 1° het afgeven of vernieuwen van een machtiging tot luchtarbeid uitgezonderd deze voor de inrichting van een vertoning of een exhibitie waarbij evoluties van luchtvaartuigen of kunstvluchten worden uitgevoerd (conform artikel 8, § 1) : 1 000 EUR vermeerderd met : - 75 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in België; - 350 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in het buitenland; 2° het afgeven of vernieuwen van een machtiging tot luchtdopen : 1 000 EUR vermeerderd met : - 75 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in België; - 350 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in het buitenland; 3° het afgeven of het vernieuwen van een machtiging tot luchtarbeid en tot luchtdopen op naam van dezelfde persoon wordt beperkt tot een enkele heffing van 1 000 EUR vermeerderd met : - 75 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in België; - 350 EUR per te exploiteren luchtvaartuig ingeschreven in het buitenland; 4° het wijzigen van een machtiging tot luchtarbeid en/of luchtdopen of de bijlage waardoor de vloot uitgebreid wordt : - met in België ingeschreven luchtvaartuigen : 75 EUR per luchtvaartuig; - met in het buitenland ingeschreven luchtvaartuigen : 350 EUR per luchtvaartuig; een verhoging van 50 % voor elke wijziging waarbij op vraag van de exploitant afgeweken wordt van de in de machtiging opgelegde termijn. §
  14. De verschuldigde vergoeding bedraagt voor : 1° het afgeven of vernieuwen van een algemene machtiging voor het vervoer van : - gevaarlijke goederen, met uitzondering van radioactieve goederen en springstoffen : 25 EUR per kalendermaand of een gedeelte ervan; - radioactieve goederen : 25 EUR per kalendermaand of een gedeelte ervan; 2° het afgeven van een bijzondere machtiging voor het vervoer van gevaarlijke goederen : 15 EUR per maand. §
  15. De verschuldigde vergoeding bedraagt voor het afgeven of vernieuwen van een bijzondere toelating tot luchtfotografie : 125 EUR. §
  16. De verschuldigde vergoeding bedraagt voor het afgeven of wijzigen bij de Internationale Burgerluchtvaart Organisatie van een drieletterroepnaam : 75 EUR. TECHNISCHE EXPLOITATIEMAATREGELEN Art. 10.§
  17. Voor het afgeven of het houden van een bewijs van luchtvaartexploitant (Air Operator Certificate - AOC) worden de jaarlijkse vergoedingen verschuldigd door een exploitant in het commercieel luchtvervoer voor geregeld vervoer, niet geregeld vervoer of luchttaxi's, vastgesteld volgens de volgende formule : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld §
  18. De vergoeding A,

§ 1

is voor de eerste maal verschuldigd bij het afgeven van het eerste bewijs van luchtvaartexploitant en vervolgens op 1 juni van elk jaar. De vergoedingen Bi,

§ 1

zijn elk jaar op 1 juni verschuldigd voor de luchtvaartuigen die op deze datum vermeld staan op het in België afgeleverd bewijs van luchtvaartexploitant. § 3. Voor de luchtvaartuigen die niet voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant op 1 juni, zijn de Bi vergoedingen,

§ 1

, verschuldigd op de inschrijvingsdatum van deze luchtvaartuigen op een bewijs van luchtvaartexploitant. In dit geval, worden de vergoedingen Bi berekend pro rata van het aantal maanden dat nog rest vóór de eerstvolgende 1 juni. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. § 4. Wanneer de exploitant voorziet dat een luchtvaartuig i zal voorkomen op zijn bewijs van luchtvaartexploitant voor een periode eindigend vóór de eerstvolgende 1 juni, zal hij dit mededelen aan de Dienst Operaties van het Bestuur van de Luchtvaart en zal hij de overeenkomstige vergoeding Bi,

§ 1

, betalen pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig i zal voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. § 5. Op 1 juni van elk jaar geeft de vergoeding Bi,

§ 1

, voor de luchtvaartuigen die niet op deze 1 juni voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant van éénzelfde exploitant, aanleiding tot een aanpassing. De vergoeding Bi wordt berekend pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig voorkwam op het bewijs van luchtvaartexploitant en leidt, in voorkomend geval, tot een terugbetaling. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §

  1. De vergoeding Bi is niet verschuldigd voor een luchtvaartuig dat tijdelijk een ander luchtvaartuig heeft vervangen, dat geïmmobiliseerd is geweest voor een onderhoud of als gevolg van een ongeval of een incident, voor zover de hoogst toegelaten massa bij de opstijging van het vervangende luchtvaartuig met niet meer dan 10 % de hoogst toegelaten massa bij de opstijging van het te vervangen luchtvaartuig overtreft. §
  2. De houder van een bewijs van luchtvaartexploitant die een vergoeding A van 750 EUR betaald heeft, overeenkomstig § 1 van dit artikel, zal een aanvullende vergoeding van 1 100 EUR dienen te betalen indien een luchtvaartuig met een capaciteit van meer dan 19 passagierszetels of met een hoogst toegelaten massa bij de opstijging van meer dan 9 000 kg is ingeschreven op zijn bewijs van luchtvaartexploitant. Dit supplement dient betaald op het ogenblik van de wijziging van het bewijs van luchtvaartexploitant. De vergoeding A blijft volledig verworven, zelfs bij stopzetting van de activiteiten door de aanvrager om welke reden ook, of bij vermindering van capaciteit vóór de volgende vervaldag. Art. 11.Onverminderd de andere vergoedingen die met toepassing van dit besluit verschuldigd zijn, bedraagt de vergoeding die verschuldigd is voor het onderzoek van de dossiers over de afgifte van een bewijs van luchtvaartexploitant, dienende om een exploitatievergunning voor luchtvervoer te verkrijgen, 3 000 EUR. Deze vergoeding is eveneens verschuldigd wanneer een bewijs van luchtvaartexploitant vernieuwd dient te worden na een schorsing van drie of meer maanden wat ook de oorzaak van deze schorsing is. Art. 12.De vergoeding voor de erkenning van een synthetische vliegtrainer bedoeld in de JAR-STD 1A Aeroplane Flight Simulators-norm of in de JAR-STD 1H Helicopter Flight Simulators-norm bedraagt 5 000 EUR. De vergoeding voor de erkenning van een synthetische vliegtrainer bedoeld in de JAR-STD 2A Aeroplane Flight Training devices-norm of in de JAR-STD 2H Helicopter Flight Training devices-norm bedraagt 1 000 EUR voor de trainers van "level I" en 2 000 EUR voor de trainers van "level II". De vergoeding voor de erkenning van een synthetische vliegtrainer bedoeld in de JAR-STD 3A Aeroplane Flight & Navigation Procedure Trainers-norm of in de JAR-STD 3H Helicopter Flight & Navigation Procedure Trainers-norm bedraagt 1 000 EUR voor de trainers FNPT van type I en 2 000 EUR voor de trainers FNPT van type II. Wanneer met een synthetische vliegtrainer verscheidene types van specifieke, verschillende luchtvaartuigen kunnen worden gesimuleerd, is een bijkomende vergoeding van 2 000 EUR verschuldigd per bijkomend gesimuleerd luchtvaartuigtype. De vergoeding verschuldigd voor de vernieuwing van een bovenbedoelde erkenning bedraagt 75 % van het bedrag verschuldigd voor de oorspronkelijke erkenning. Deze vergoedingen zijn verschuldigd bij de aanvraag van de erkenning of de vernieuwing. BEVEILIGING Art. 13.§
  3. De vergoeding verschuldigd voor de inspecties op de naleving van de luchtvaartbeveiligingsvoorschriften, voor de technische assistentieprogramma's luchtvaartbeveiliging en voor de opleidingsprogramma's luchtvaartbeveiliging verstrekt door het Bestuur van de Luchtvaart aan personeelsleden van de luchtvaartexploitanten, met uitzondering van het veiligheidspersoneel, wordt bepaald volgens de volgende formule voor elk luchtvaartuig dat voorkomt in een machtiging of een exploitatievergunning voor commercieel luchtvervoer : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De aldus berekende vergoeding is jaarlijks verschuldigd en dekt het geheel van de uitgevoerde inspecties en opleidingsprogramma's gedurende de daaropvolgende periode van 12 maanden. §
  4. De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op 1 oktober van elk jaar voor de luchtvaartuigen die op die datum voorkomen op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer met uitzondering van luchttaxi. §
  5. De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op de datum van inschrijving van het luchtvaartuig op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer met uitzondering van luchttaxi, indien het gaat om een datum na 1 oktober. In dit geval wordt de vergoeding berekend pro rata van het aantal maanden dat nog rest vóór de eerstvolgende 1 oktober. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §
  6. Op 1 oktober van elk jaar wordt de in § 1 van dit artikel voorziene vergoeding aangepast voor de luchtvaartuigen die niet meer voorkomen op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer met uitzondering van luchttaxi van éénzelfde exploitant. De vergoeding wordt berekend pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig is voorgekomen op voornoemde exploitatievergunning en leidt in voorkomend geval tot een terugbetaling. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §
  7. De vergoeding is niet verschuldigd voor een luchtvaartuig dat tijdelijk een ander luchtvaartuig heeft vervangen, dat geïmmobiliseerd is geweest voor een onderhoud of als gevolg van een ongeval of een incident. §
  8. De vergoeding voor de opleidings- en inspectieprogramma's luchtvaartbeveiliging voor het luchthaven inspectiepersoneel van Brussel- Nationaal bedraagt 0,15 EUR per vertrekkende passagier vanaf deze luchthaven. §
  9. De vergoeding voor de opleidingsprogramma's luchtvaartbeveiliging voor het vliegend personeel en het veiligheidspersoneel niet behorend tot luchtvaartexploitanten of tot luchthaven inspectiepersoneel van Brussel-Nationaal bedraagt 10 EUR per lesuur per persoon. §
  10. De vergoeding voor de deelname aan de bekwaamheids- of specialisatieproeven luchtvaartbeveiliging bedraagt 35 EUR per theoretische proef. §
  11. De vergoeding voor de deelname aan de bekwaamheids- of specialisatieproeven voor luchtvaartbeveiliging bedraagt 75 EUR per praktisch examen op simulator per kandidaat. §
  12. De vergoeding voor het afgeven of voor het vernieuwen van een erkenning van het beveiligingsprogramma van luchtvrachtverzender of -agent (regulated agent) bedraagt 250 EUR per jaar. ONGEVALLEN EN INCIDENTEN Art. 14.§
  13. De vergoeding verschuldigd teneinde een fonds op te richten om de kosten te dragen van een onderzoek in geval van vliegongeval en -incident, en teneinde programma's te bevorderen ter bescherming van de luchtvaartveiligheid, voor elk luchtvaartuig dat : - een geldig luchtwaardigheidsbewijs bezit; - een beperkte vergunning bezit; - vermeld is op een machtiging of een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld commercieel luchtvervoer, of voor luchttaxi's; en waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging minder of gelijkwaardig is aan 5 700 kg, wordt bepaald volgens de volgende formule : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor elk luchtvaartuig waarvan de hoogst toegelaten massa bij de opstijging 5 700 kg overschrijdt, bedraagt de vergoeding een forfaitair bedrag van 150 EUR. §
  14. De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op 1 september van elk jaar voor de luchtvaartuigen die een geldig luchtwaardigheidsbewijs bezitten, of een beperkte vergunning of op deze datum vermeld zijn op een exploitatievergunning voor luchtvervoer. §
  15. De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op de datum van inschrijving van het luchtvaartuig op een exploitatievergunning voor luchtvervoer, op de datum van aflevering van een beperkte vergunning of op de datum vanaf welke de geldigheid van het luchtwaardigheidsbewijs aanvang neemt indien het gaat om een datum na 1 september. In dit geval wordt de vergoeding berekend pro rata van het aantal maanden dat nog rest voor de eerstvolgende 1 september. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van de maand voor een volle maand gerekend. §
  16. Op 1 september van elk jaar wordt de in § 1 voorziene vergoeding aangepast voor de luchtvaartuigen : - waarvan de geldigheid van het luchtwaardigheidsbewijs verstre-ken is; - die niet meer beschikken over een beperkte vergunning; - die niet meer vermeld zijn op de exploitatievergunning voor luchtvervoer van eenzelfde exploitant. De vergoeding wordt berekend pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig het geldig luchtwaardigheidsbewijs bezat of de beperkte vergunning of die vermeld was op de exploitatievergunning en leidt in voorkomend geval tot een terugbetaling. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §
  17. De vergoeding is niet verschuldigd voor een luchtvaartuig dat tijdelijk een ander luchtvaartuig heeft vervangen, dat geïmmobiliseerd is geweest voor een onderhoud of als gevolg van een ongeval of een incident, voor zover de hoogst toegelaten massa bij de opstijging van het vervangende luchtvaartuig met niet meer dan 10 % de hoogst toegelaten massa bij de opstijging van het te vervangen luchtvaartuig overtreft. HEFFING Art. 15.§
  18. De vergoedingen worden geheven door het Bestuur van de Luchtvaart. Zij worden gestort aan de Rekenplichtige van de Ontvangsten van het Bestuur van de Luchtvaart. §
  19. De betaling moet de uitvoering van de prestaties waarop zij betrekking heeft voorafgaan behalve voor de vergoedingen waarvan het bedrag berekend wordt volgens de prestatie en voor de krachtens artikelen 9, § 3, 10, 13 en 14 verschuldigde vergoedingen. Voor de vergoeding voorzien in artikel 1, 6°, moet het betalingsbewijs worden bijgevoegd samen met de aanvraag tot reservering. Voor de bij artikel 3, § 1, 5°, voorziene vergoedingen dient het bewijs van betaling bijgevoegd te worden samen met de geldige aanvraag tot inschrijving tot de corresponderende examenzittijden. Voor de vergoeding voorzien in artikel 3, § 5, moet het betalingsbewijs worden bijgevoegd samen met de aanvraag tot beroep. De vergoedingen verschuldigd krachtens artikel 9, § 1, 1°, 2°, 4°, 6° en 8° moeten voor 31 januari van elk lopend jaar betaald zijn. De vergoedingen verschuldigd krachtens de artikelen 9, § 3, 10, 13 en 14 moeten binnen de 60 dagen volgend op de datum waarop zij verschuldigd zijn betaald worden. Na verloop van deze termijn wordt bij aangetekend schrijven een eis tot betaling verstuurd. Vanaf hier zijn verwijlinteresten verschuldigd berekend tegen de wettelijke interestvoet. Voor de vergoeding voorzien in artikel 10 moet het bewijs van betaling bijgevoegd worden bij de aanvraag van het bewijs van luchtvaartexploitant. §
  20. De vergoedingen voor de proeven in artikel 3, § 1, 8° worden onderverdeeld in functie van het aantal aangeduide examinatoren. §
  21. De Minister of diens gemachtigde kan de maandelijkse of jaarlijkse betaling bij vervallen termijn toelaten en hij kan een provisie opleggen voor de vergoedingen die afhangen van de prestatie en voor de vergoedingen verschuldigd krachtens artikelen 1, 2, 3, 6, 9, § 1, 1°, 2°, 4°, 6° en 8° en de artikelen 10, 13 en
  22. §
  23. Voor een vergoeding waarvan het bedrag afhangt van de prestatie wordt 75 EUR per uur werk van een ambtenaar aangerekend. Elk uur waarin meer dan 15 minuten is gewerkt wordt als een werkuur beschouwd. §
  24. De vergoedingen die als grondslag de massa van het luchtvaartuig en het vermogen of de stuwkracht van de motoren hebben, worden berekend op basis van de hoogst toegelaten grenswaarden bij de opstijging die vermeld staan op het bewijs van luchtwaardigheid of elk daarbij horend document. Wanneer de hoogst toegelaten massa bij de opstijging in ponden wordt uitgedrukt op het bewijs van luchtwaardigheid wordt 0,4536 als omzettingsfactor gebruikt. De waarden worden afgerond naar het lagere honderdtal tot en met 50 kg en daarboven naar het hoger honderdtal. §
  25. Onverminderd de aanpassingen voorzien in de artikelen 10, § 5, 13, § 4 en 14, § 4 van dit besluit blijft de vergoeding in alle gevallen verworven door de Schatkist indien de verrichting waarvoor de vergoeding verschuldigd is, werd uitgevoerd, zelfs indien de activiteiten die de aanvrager had gepland en waarvoor de verrichting was aangevraagd niet hebben plaats gevonden. De vergoeding mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan diegene waarvoor ze werd betaald. §
  26. Wanneer de verrichting om een niet aan het Bestuur te wijten reden niet is uitgevoerd, inzonderheid wanneer de afgesproken datums niet zijn gerespecteerd, is voor de uitvoering ervan op een latere datum een nieuwe vergoeding verschuldigd. De vergoeding wordt alleen dan aan de aanvrager terugbetaald als deze binnen de gestelde termijnen verklaart van de verrichting af te zien. §
  27. De vergoeding die werd betaald met het oog op deelname aan de in artikel 3, § 1, 5° en artikel 13, § 8 voorziene examens, wordt slechts terugbetaald indien de aanvraag tot inschrijving niet wordt aanvaard. De terugbetaling dient schriftelijk te worden aangevraagd. §
  28. Indien de in dit besluit bedoelde controles, inspecties, opleidingsprogramma's of examens buitengewone kosten veroorzaken, zoals verplaatsingen naar en werkzaamheden in het buitenland, worden deze kosten slechts gedaan als de aanvrager zich ertoe verbonden heeft ze te zijnen laste te nemen. Deze kosten zijn in ieder geval verschuldigd zodra zij werden gemaakt. Art. 16.Er wordt geen vergoeding geheven : 1° voor de controle van de eisen waaraan moet worden voldaan inzake geschiktheid tot vliegen van een luchtvaartuig, die wordt uigevoerd door de personeelsleden die zijn aangewezen door de Minister, indien deze controle ten gevolge van een wijziging van deze eisen noodzakelijk is;2° voor de krachtens artikel 37 van het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart opgelegde examens;3° ten laste van de personeelsleden van het Bestuur van de Luchtvaart voor de deelname aan de examens tot het bekomen of vernieuwen, indien dit vereist wordt voor het uitoefenen van hun functies bij het Bestuur, van de vergunningen, machtigingen en bevoegdverklaringen van lid van het stuurpersoneel van een burgerlijk luchtvaartuig. ALGEMENE-, OPHEFFINGS-, OVERGANGS- en SLOTBEPALINGEN Art. 17.De bedragen vermeld in franken in de bijlage bij dit besluit zijn geldig vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit tot 31 december
  29. Vanaf 1 januari 2002 gelden alleen de bedragen vermeld in euro in dit besluit. Art. 18.Op 1 januari van elk jaar en voor de eerste maal op 1 januari 2003, worden de bedragen in euro automatisch gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, doorgaans gezond-heidsindex geheten, overeenkomstig de volgende formule : basisbedrag x nieuw indexcijfer aanvangsindexcijfer Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maand voorafgaand aan de aanpassing van de vergoeding, en het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maand december
  30. Bij het indexeren, wordt de uitkomst in voorkomend geval verhoogd met ten hoogste 0,50 euro of verminderd met ten hoogste 0,49 euro om een geheel getal te verkrijgen. Art. 19.Het koninklijk besluit van 24 september 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/09/1997 pub. 30/09/1997 numac 1997014211 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen sluiten tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van zekere openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen, wordt opgeheven. Voor de kandidaten die zich voor de datum van in werking treding van dit besluit hebben ingeschreven voor de examens over de algemene kennis voor het bekomen van de vergunning van lijnbestuurder en die de examens splitsen, blijft de vergoeding zoals bepaald bij art.3, § 1, 5°, a), 4) van het koninklijk besluit van 24 september 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/09/1997 pub. 30/09/1997 numac 1997014211 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen sluiten evenwel van toepassing tot deze kandidaten voor alle vakken het examen hebben afgelegd. Art. 20.Onze Minister bevoegd voor de luchtvaart is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 14 februari
  31. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT BIJLAGE De artikelen of onderdelen ervan die op de eerste regel en in de eerste en de vierde kolom van de volgende regels van onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op dit besluit. Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische franken worden vermeld in de derde kolom. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.