← België

Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer

wet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 december 1994, 20 december 1995, 23 maart 1998 en 5 februari 1999, inzonderheid op artikel 9bis;

§ 1

en onverminderd de bepalingen van § 2, mogen kalveren jonger dan 42 dagen worden vervoerd van een erkende kalververzamelplaats naar een erkende kalvermesterij, onder de volgende voorwaarden : 1° in het kader van het onderhavig besluit houdende tijdelijke maatregelen zijn de kalververzamelcentra erkend volgens een versnelde procedure.Op basis van een advies van de Inspecteur-dierenarts verleent het Hoofd van de Veterinaire Dienst een erkenning voor een periode van 15 dagen. Deze erkenning kan eventueel worden hernieuwd. De voorwaarden en de erkenningsprocedure worden weergegeven in bijlage VI van het onderhavig besluit; 2° elk kalververzamelcentrum verzamelt tegelijkertijd alleen kalveren bestemd voor één enkele kalvermesterij;3° geen enkel dier mag in het kalververzamelcentrum aanwezig zijn buiten de openingsuren;4° elk kalververzamelcentrum wordt door de bevoegde Inspecteur- dierenarts onder toezicht geplaatst van een erkende dierenarts, die hiervoor speciaal is aangeduid;5° deze dierenarts is constant aanwezig tijdens de openingsuren van het kalververzamelcentrum.Hij controleert de identificatie van de kalveren bij aankomst en vertrek, controleert hun paspoorten, voert een klinisch onderzoek uit waarbij hij speciaal let op symptomen die kunnen wijzen op mond- en klauwzeer en verifieert of de voorwaarden met betrekking tot het dierenwelzijn voldaan zijn. Indien nodig euthanaseert hij ter plaatse, op koste van de verantwoordelijke, de slecht geïdentificeerde dieren en dieren die niet geschikt zijn voor transport; 6° het transport van een erkend kalververzamelcentrum naar een erkende kalvermesterij moet vergezeld zijn van een vervoersdocument zoals in bijlage VII van het onderhavig besluit en ingevuld door de aangeduide dierenarts;7° de erkende dierenarts controleert ook de reiniging en ontsmetting van de transportmiddelen en van het erkend kalververzamelcentrum;8° de kosten die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen in het kalververzamelcentrum zijn ten laste van de verantwoordelijke. § 7. Alle vervoerders van varkens zijn er toe gehouden om de vervoersdocumenten dagelijks over te maken aan het Verbond voor dierenziektenbestrijding. Art. 7.

artikel 5, § 1 is, met uitzondering voor een bufferzone, het naar de weide brengen van dieren voorlopig toegelaten onder de volgende voorwaarden : - de weiden moeten gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente waar de dieren worden gehouden of in een straal van 5 km rond het bedrijf; - de weiden mogen niet gelegen zijn in een bufferzone noch in een bewakingszone. Elke afwijking van deze bepaling moet aangevraagd worden met een grondige motivatie aan de bevoegde Inspecteur-dierenarts, tenminste 10 dagen vóór de dieren naar de weiden worden gebracht. Art. 8.Na akkoord van de Inspecteur-dierenarts van de plaats van vertrek en van de burgemeester van de plaats van bestemming mag elk circus dat gevoelige dieren huisvest zich verplaatsen op grondgebied van het Rijk onder voorwaarden vastgesteld door de Inspecteur-dierenarts bevoegd voor de plaats van bestemming. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen in het kader van het intracommunautaire handelsverkeer Art. 9.Elke certificatie van een zending van tweehoevigen zoals bedoeld in artikel 6, § 2 en § 3 naar een andere lidstaat moet, voor zover de lidstaat van bestemming zijn goedkeuring geeft, tijdig aangevraagd worden zodat 24 uur voor het transport melding kan gedaan worden door de bevoegde diergeneeskundige inspectie aan de centrale en lokale Veterinaire Diensten van het land van bestemming. Art. 10.§ 1. Het binnenbrengen van runderen, varkens, schapen, geiten, herten of andere tweehoevigen, paarden, pluimvee en konijnen afkomstig van of via een land, vermeld in bijlage I van dit besluit, is verboden. § 2.

§ 1

is het binnenbrengen van gezelschapsdieren, broedeieren en ééndagskuikens toegelaten; § 3.

§ 1

en onverminderd de bepalingen van de richtlijn 90/539/EG is het binnenbrengen van slachtpluimvee en slachtkonijnen naar een slachthuis gelegen op het grondgebied van het Rijk toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1) het herkomstbedrijf is gelegen buiten een toezichtszone zoals voorzien in de richtlijn 85/511/EG;2) het slachtpluimvee en de slachtkonijnen worden rechtstreeks vanuit het herkomstbedrijf naar het slachthuis van bestemming vervoerd;3) het slachtpluimvee en de slachtkonijnen zijn niet afkomstig van een bedrijf waar tweehoevigen worden gehouden;4) het transport moet vooraf worden gemeld zoals voorzien in richtlijn 71/118/EG. § 4.

§ 1

is de invoer van paarden vanuit Frankrijk op het grondgebied van het Rijk, toegelaten onder de volgende voorwaarden : - de paarden moeten vergezeld zijn van een geldig paspoort conform aan de bepalingen van de richtlijn 93/623/EEG. - de paarden mogen in het land van verzending gedurende tenminste 15 dagen niet in contact zijn geweest met een bedrijf, waar gevoelige dieren worden gehouden; - de paarden mogen in het land van verzending gedurende tenminste 15 dagen niet hebben verbleven in een gebied waar beperkende maatregelen tegen mond- en klauwzeer van kracht zijn. §

  1. Het transport van veevoeder of grondstoffen om veevoeders te produceren is toegelaten tussen de productie- of opslagplaats op het grondgebied van een land vermeld in Bijlage I en een opslagplaats of veevoederfabriek op het grondgebied van het Rijk waarbij de lading intact moet blijven. Dit transport moet verplicht gebeuren via een autosnelweg. Vooraleer de plaats van bestemming binnen te rijden moet het transportmiddel worden gereinigd en ontsmet volgens de procedure bepaald in artikel
  2. §
  3. De rechtstreekse bevoorrading van landbouwbedrijven, gelegen op het grondgebied van het Rijk, met stro, hooi en veevoeders vanuit een land vermeld in Bijlage I is verboden. §
  4. Op heel het grondgebied van het Rijk is het binnenbrengen vanuit een land vermeld in Bijlage I van mest en gier afkomstig van tweehoevigen en waterrijke dierenvoeders die producten afkomstig van tweehoevigen bevatten verboden. §
  5. De ophaling van de melk in de grensstreek met een land vermeld in Bijlage I gebeurt volgens de voorschriften van de Dienst. Art. 11.§
  6. Producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van tweehoevigen, die worden binnengebracht vanuit het Verenigd Koninkrijk moeten voldoen aan de bepalingen : - van de beschikking 2001/145/EG van de Commissie van 21 februari 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk; - van de beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk, zoals gewijzigd. §
  7. Producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van tweehoevigen, die worden binnengebracht vanuit Frankrijk moeten voldoen aan de bepalingen van de beschikking 2001/208/EG van de Commissie van 14 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Frankrijk, zoals gewijzigd. §
  8. Producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van tweehoevigen, die worden binnengebracht vanuit Nederland moeten voldoen aan de bepalingen van de beschikking 2001/223/EG van de Commissie van 21 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Nederland, zoals gewijzigd; §
  9. Producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van tweehoevigen, die worden binnengebracht vanuit Ierland moeten voldoen aan de bepalingen van de beschikking 2001/234/EG van de Commissie van 22 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Ierland, zoals gewijzigd. Art. 12.

artikel 11 moeten producten van dierlijke oorsprong afkomstig van tweehoevigen, komende uit een land vermeld in bijlage I van het onderhavig besluit, die reeds aanwezig zijn op het grondgebied van het Rijk op het moment van het in voege treden van de hiervermelde Europese Beschikkingen een specifieke behandeling ondergaan welke gespecifieerd wordt in diezelfde Beschikkingen. Indien deze behandeling niet kan worden uitgevoerd moeten de producten worden vernietigd. Art. 13.§

  1. Het binnenkomen op het grondgebied van het Rijk van alle wegtransport van toegelaten producten van dierlijke oorsprong of toegelaten landbouwdieren, of van producten bestemd voor de bevoorrading van de onderneming (veevoeder,..) komende van of via een land vermeld in bijlage I van het onderhavig besluit moet verplicht gebeuren langs een autosnelweg. §
  2. De toegang tot het grondgebied van het Rijk is verboden voor elk transportmiddel komende van een landbouwbedrijf, waar gevoelige dieren worden gehouden, dat is gelegen in een land vermeld in bijlage I van onderhavig besluit. §
  3. De toegang tot een bedrijf of een uitbating waar landbouwhuisdieren worden gehouden gelegen op het grondgebied van een land vermeld in bijlage I, is verboden voor elk transportmiddel, zijn bestuurder en begeleiders komende van het grondgebied van het Rijk. §
  4. Elk transportmiddel, zijn bestuurder en begeleiders komende van het grondgebied van het Rijk mogen alleen toegang hebben tot een melkinzamelcentrum gelegen in een land vermeld in bijlage I mits de strikte naleving van de bepalingen van artikel
  5. §
  6. Alvorens het bedrijf van bestemming te betreden wordt het vervoer opgesomd in § 1 onderworpen aan de voorwaarden van het artikel
  7. §
  8. Elke vervoerder, die verantwoordelijk is voor een voertuig dat dieren heeft vervoerd bestemd voor of herkomstig van een land, waar beperkende maatregelen van kracht zijn ter bestrijding van mond- en klauwzeer, ongeacht de eindbestemming, is verplicht dit, bij terugkeer op het grondgebied van het Rijk, onverwijld te melden aan de Inspecteur-dierenarts die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar de zetel van de vervoersonderneming is gevestigd. Art. 14.§
  9. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juli 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/1999 pub. 02/09/1999 numac 1999016266 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de erkenningsvoorwaarden van vervoerders, handelaars, stopplaatsen en verzamelcentra sluiten betreffende de bescherming van de dieren tijdens het vervoer en de erkenningvoorwaarden van vervoerders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcentra, moet er een bijkomende reiniging en ontsmetting worden uitgevoerd onder officieel toezicht, vooraleer men toegang heeft tot een bedrijf of uitbating met inbegrip van de slachthuizen waar landbouwhuisdieren worden gehouden, als ook tot melkinzamelcentra waar melk worden binnengebracht. De bijkomende reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel moet ten laatste binnen de drie werkdagen volgend op de terugkeer op het grondgebied van het Rijk, worden uitgevoerd op de daartoe ingerichte plaats van de bedrijfszetel van de vervoerder, onder officieel toezicht van een aangenomen dierenarts die daartoe door de territoriaal bevoegde Inspecteur-dierenarts werd aangeduid. De reiniging en de ontsmetting moet onder officieel toezicht worden uitgevoerd volgens de procedure en met de ontsmettingsmiddelen voorgeschreven door de Inspecteur-dierenarts. Het model van het gezondmakingsdocument bevindt zich in bijlage VIII van het onderhavig besluit. §
  10. De erkende dierenarts belast met het officieel toezicht op de reiniging en ontsmetting van het transportmiddel, controleert, tekent en brengt zijn stempel aan op het daarvoor voorziene luik van het gezondmakingsdocument en overhandigt dit aan de verantwoordelijke van het transportmiddel. §
  11. Na de bijkomende reiniging en ontsmetting zendt de vervoerder het dubbel van het document voor gezondmaking onverwijld naar de Inspecteur-dierenarts. Het origineel van het document voor gezondmaking wordt door de vervoerder gedurende tenminste één jaar bewaard. HOOFDSTUK V. - Maatregelen in een bufferzone Art. 15.§ 1.Voor de toepassing van dit besluit bakent de Inspecteur-dierenarts een bufferzone, met een straal van tenminste 10 kilometer rond een verdacht aangetast bedrijf. Het bestaan van de zone wordt bekendgemaakt aan het publiek door de burgemeester. Met dit doel plaatst hij op de wegen aan de grens van de bufferzone witte waarschuwingsborden met in zwarte hoofdletters het opschrift : "BUFFERZONE MOND- EN KLAUWZEER BEPERKENDE MAATREGELEN VAN TOEPASSING". §
  12. In de bufferzone zijn de volgende maatregelen van kracht : - elk vervoer of verplaatsen van tweehoevigen op de openbare weg is verboden; - alle varkens moeten worden binnengehouden in de bedrijfsgebouwen; - van elk vervoermiddel dat een bedrijf verlaat waar tweehoevigen worden gehouden, worden de wielen en de banden ontsmet; - de toegang tot elk bedrijf waar tweehoevigen worden gehouden, wordt afgesloten met een rood-witte ketting met een waarschuwingsbord waarop duidelijk leesbaar de vermelding "TOEGANG VERBODEN"; - het ophalen van melk is verboden behalve volgens de voorschriften van de Dienst; - honden, katten en loslopend pluimvee op bedrijven waar tweehoevigen worden gehouden moeten worden opgesloten; - het verzamelen van andere landbouwdieren dan tweehoevigen is verboden; - huisslachtingen van tweehoevigen zijn verboden; - sperma, eicellen en embryo's van tweehoevigen mogen niet buiten de bufferzone worden gebracht; - vlees en vleesproducten, diervoeders, landbouwgereedschap, verpakkingen, mest, alsmede alle voorwerpen of afvallen die de vermoede ziekte kunnen overbrengen, mogen niet buiten het bedrijf gebracht worden. HOOFDSTUK VI. - Maatregelen in een verdacht besmet bedrijf Art. 16.In een verdacht besmet bedrijf zijn de volgende maatregelen van kracht : - elke aanvoer of afvoer van dieren is verboden; - alle tweehoevige dieren van het bedrijf moeten afgezonderd worden of in kantonnement geplaatst. Alle varkens moeten worden binnengehouden in de bedrijfsgebouwen; - het is verboden het bedrijf te betreden of te verlaten, behoudens toelating van de Inspecteur-dierenarts. De wielen en de banden van de voertuigen die het bedrijf verlaten, moeten afgespoten worden en ontsmet met een erkend product; - de toegang tot het bedrijf wordt afgesloten met een rood-witte ketting met een waarschuwingsbord waarop duidelijk leesbaar de vermelding : "TOEGANG VERBODEN"; - het ophalen van melk is verboden, behalve volgens de voorschriften van de Dienst; - honden, katten en loslopend pluimvee moeten worden opgesloten; - huisslachtingen van tweehoevigen zijn verboden; - sperma, eicellen en embryo's van tweehoevigen mogen niet buiten het bedrijf worden gebracht; - vlees en vleesproducten, diervoeders, landbouwgereedschap, verpakkingen, mest, alsmede alle voorwerpen of afvallen die de vermoede ziekte kunnen overbrengen, mogen niet buiten het bedrijf gebracht worden. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Art. 17.De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit zijn ten laste van de verantwoordelijke. Art. 18.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden gestraft overeenkomstig de dierengezondheidswet van 24 maart
  13. Art. 19.Bij dringende gevallen, welke niet beschreven zijn in dit besluit, kan het Hoofd van de Veterinaire Diensten een beslissing nemen op basis van een gemotiveerd advies. Art. 20.Het ministerieel besluit van 4 april 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/04/2001 pub. 05/04/2001 numac 2001016110 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer sluiten houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer wordt opgeheven. Art. 21.Dit besluit treedt in werking op 5 april 2001, om 7 uur. Brussel, 5 april
  14. J. GABRIELS Bijlage I bij het ministerieel besluit van 5 april 2001 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer Landen waarvoor de bepalingen, vermeld in dit besluit van toepassing zijn :
  15. Verenigd Koninkrijk.
  16. Frankrijk.
  17. Nederland.
  18. Ierland. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 5 april
  19. De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.