Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1983 pub. 11/12/2007 numac 2007000934 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot hervo
§ 5
bepaalde bedrag, dan wordt voor het begrotingsjaar 2005 een bedrag in aanmerking genomen gelijk aan het op grond van § 5 voor het begrotingsjaar 2005 verkregen bedrag vermeerderd met 0,25 % van het voor het
§ 5verkregen bedrag.
Indien het verschil tussen het in het eerste lid en het in § 5 voor het begrotingsjaar 2005 bepaalde bedrag minder dan 0,25 % bedraagt van het voor het
§ 5
bepaalde bedrag, dan wordt voor het begrotingsjaar 2005 het in het eerste lid bepaalde bedrag in aanmerking genomen. " Art. 4.Artikel 58quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de gewone wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/07/1993 pub. 25/03/2016 numac 2016000195 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt : "Art. 58quinquies.§ 1. Vanaf het begrotingsjaar 2001 wordt een koppeling ingevoerd aan de evolutie van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap. Het basisbedrag voor de in het eerste lid bedoelde koppeling wordt voor het begrotingsjaar 2000 vastgesteld op 2 451,6 miljoen Belgische frank. § 2. Vanaf het begrotingsjaar 2001 wordt het in § 1 bedoelde bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen, op de wijze bepaald in artikel 13, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten. § 3. Het met toepassing van § 2 verkregen bedrag wordt jaarlijks vermenigvuldigd met een aanpassingsfactor. Deze aanpassingsfactor wordt verkregen door de verhouding te berekenen tussen : 1° enerzijds, het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de vijf voorgaande begrotingsjaren, verminderd met 20 % van de stijging of in voorkomend geval vermeerderd met 20 % van de daling van dat aantal ten opzichte van het rekenkundig gemiddelde bepaald in het 2° hierna;2° en anderzijds :
- a)voor het begrotingsjaar 2001 : het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de jaren 1995 tot en met 1999;
- b)voor het begrotingsjaar 2002 : het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de jaren 1996 tot en met 1999;
- c)voor het begrotingsjaar 2003 : het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de jaren 1997 tot en met 1999;
- d)voor het begrotingsjaar 2004 : het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de jaren 1998 tot en met 1999;
- e)vanaf het begrotingsjaar 2005 : het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni 1999. § 4. Voor de toepassing van artikel 58sexies wordt het verschil berekend tussen het met toepassing van § 3 verkregen bedrag en het met toepassing van § 2 verkregen bedrag. § 5. De Koning stelt jaarlijks, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 3 bedoelde aanpassingsfactor vast, na overleg met de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 58sexies ingevoegd, luidende : "Art. 58sexies.§ 1. Voor het begrotingsjaar 1993 is het totale op de Rijksbegroting uitgetrokken krediet, bedoeld in artikel 56, 2., als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 2, verkregen eerste gedeelte van 50 %;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 1, verkregen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag. § 2. Vanaf het begrotingsjaar 1994 tot en met 1999 is het totale op de Rijksbegroting uitgetrokken krediet, bedoeld in artikel 56, 2., als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 3, verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 2, verkregen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag;4° een niet-hernieuwbaar eenmalig bedrag van 84 806 657 Belgische frank voor het begrotingsjaar 1999. § 3. Voor het begrotingsjaar 2000 is het totale op de Rijksbegroting uitgetrokken krediet, bedoeld in artikel 56, 2., als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 4, verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 3, verkregen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag;4° een niet-hernieuwbaar eenmalig bedrag van 84 806 658 Belgische frank voor het begrotingsjaar 2000;5° een vast jaarlijks bedrag van 11,1 miljoen Belgische frank. § 4. Voor het begrotingsjaar 2001 is het totale op de Rijksbegroting uitgetrokken krediet, bedoeld in artikel 56, 2., als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 5, verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 4, verkregen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag;4° het met toepassing van artikel 58quinquies, § 4, verkregen bedrag;5° een niet-hernieuwbaar eenmalig bedrag van 84 806 658 Belgische frank voor het begrotingsjaar 2001;6° een vast jaarlijks bedrag van 11,1 miljoen Belgische frank. § 5. Vanaf het begrotingsjaar 2002 is het totale op de Rijksbegroting uitgetrokken krediet, bedoeld in artikel 56, 2., als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 6, verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 5, verkregen bedrag of, in voorkomend geval, voor het begrotingsjaar 2005, het met toepassing van artikel 58ter, § 6, in aanmerking genomen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag;4° het met toepassing van artikel 58quinquies, § 4, verkregen bedrag; 5° een vast jaarlijks bedrag van 11,1 miljoen Belgische frank." Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 22 december 2000. ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN Nota
(1)Gewone zitting 2000-
- Senaat. Parlementaire Stukken. - Wetsontwerp, nr. 2-576/
- - Verslag, nr. 2-576/
- - Tekst verbeterd door de commissie, nr. 2-576/
- Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 30 november
- Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 50-998/
- - Amendement, nr. 50-998/
- - Verslag, nr. 50-998/
- - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-998/
- Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 21 december 2000.