het opschrift van het decreet van 3 juli 1991 tot regeling van het secundair onderwijs met beperkt leerplan worden de woorden "secundair onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs". Art. 2.Het opschrift van hoofdstuk I van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : "HOOFDSTUK I. - Structuren". Art. 3.Artikel 1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 1.Dit decreet heeft betrekking op het alternerend secundair onderwijs. » Art. 4.Artikel 2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 2.Het alternerend secundair onderwijs wordt georganiseerd
centra voor alternerend onderwijs en vorming. Een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming is een structuur die gemeenschappelijk is voor verschillende secundaire onderwijsinrichtingen met volledig leerplan die,
de tweede en derde graad, technisch kwalificatie- of beroepsonderwijs organiseren en deze
richtingen
staat wil stellen alternerend secundair onderwijs te organiseren. Een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming mag evenwel slechts uit een
richting bestaan. » Art. 5.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 2bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 2bis.§ 1. Het alternerend secundair onderwijs omvat : 1° een onderwijs dat is georganiseerd overeenkomstig artikel 49 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;2° een onderwijs dat leidt tot de afgifte van een specifiek kwalificatiegetuigschrift die de studies bekrachtigt waarvan het niveau is vastgesteld op grond van de opleidingsprofielen zoals bedoeld
artikel 45 van hetzelfde decreet en die garant staan voor een algemene en humanistische vorming; § 2.
geval van nood kan de minister een opleiding organiseren die niet overeenstemt met een opleidingsprofiel zoals bedoeld
artikel 45 van hetzelfde decreet. Deze opleiding wordt bekrachtigd door een beroepsbekwaamhedenattest overeenkomstig artikel 10. De vaardigheden die moeten worden beheerst voor de
het eerste lid bedoelde opleiding worden onmiddellijk meegedeeld aan de « Commission Communautaire des Professions et des Qualifications » die is opgericht door het decreet van 27 oktober 1994 houdende het overleg
het secundair onderwijs. Als deze de opleiding pertinent acht, maakt zij hiervan een specifiek opleidingsprofiel op dat aan de Regering wordt voorgelegd overeenkomstig de procedures die gelden voor de specifieke profielen. Als het profiel wordt aanvaard, vervangt het kwalificatiegetuigschrift het
het eerste lid bedoelde beroepsbekwaamhedenattest. § 3. Voor de leerlingen die niet langer schoolplichtig zijn, kan de
bedoelde opleiding enkel maar betrekking hebben op de kwalificatieopleiding.
dit geval kan hen enkel het kwalificatiegetuigschrift worden uitgereikt. § 4. Voor de schoolplichtige leerling en de meerderjarige leerlingen die zijn uitgesloten met toepassing van de procedure zoals voorzien
het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 25/07/2000 numac 2000029263 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 1987 betreffende de audiovisuele sector type decreet prom. 05/07/2000 pub. 25/07/2000 numac 2000029262 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029267 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot
stelling van de nieuwe opleidingen
de hogescholen die zijn
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap vanaf het academiejaar 2000-2001 type decreet prom. 05/07/2000 pub. 25/07/2000 numac 2000029264 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten, kan de
bedoelde opleiding worden voorafgegaan van een geïndividualiseerde opleidingsmodule die onder meer bestaat
de opmaak van het leefproject, de beroepsoriëntatie, het aanleren van de leefregels die gelden
het Centrum en
de maatschappij, het op peil brengen van de elementaire basiskennis, het verwerven van minimum vaardigheden om via het werk
een bedrijf toegang te krijgen tot de opleiding. De
artikel 7, § 2, bedoelde Directieraad bepaalt voor ieder geval de duur van de geïndividualiseerde opleidingsmodule en de beschikbare middelen die moeten worden aangewend. Deze kan hierbij eventueel de samenwerking
roepen van de diensten voor hulpverlening aan de jeugd of van de organen die erkend zijn door de minister van secundair onderwijs. De wijzen van deze samenwerking zullen gezamenlijk moeten worden vastgelegd door de betrokken ministers. » Art. 6.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 2ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 2ter.§ 1. Het
artikel 2bis, § 1, 1°, bedoelde alternerend secundair onderwijs wordt
gericht of gesubsidieerd
de tweede graad van het beroepsonderwijs en
de derde graad van het technisch kwalificatieonderwijs en van het beroepsonderwijs. Dit onderwijs wordt verstrekt naar rato van minstens zeshonderd lestijden van vijftig minuten per jaar, gespreid over minstens twintig weken en bestaat verplicht uit minstens zeshonderd uren opleidingsactiviteiten door werk
een bedrijf per jaar, gespreid over minstens twintig weken. Het opleidingsjaar kan samenvallen met de schoolkalender of kan volgens andere wijzen georganiseerd worden. De opleiding kan
opleidingsmodules georganiseerd worden. De leerlingen kunnen samengebracht worden met deze van het onderwijs met volledig leerplan. Wanneer het, om welke redenen dan ook, onmogelijk is voor een opleidingsjaar te beschikken over minstens zeshonderd uren opleidingsactiviteiten door te werken
een bedrijf, worden bijkomende lestijden beroepsopleiding georganiseerd
het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming. Het aantal uren opleidingsactiviteiten
een bedrijf mag evenwel niet lager liggen dan driehonderd per opleidingsjaar
de tweede graad en vierhonder vijftig per opleidingsjaar
de derde graad. § 2. Het
artikel 2bis, § 1, 2°, bedoeld alternerend secundair onderwijs wordt
gericht of gesubsidieerd op het niveau van de tweede en derde graad van het beroepsonderwijs. Dit onderwijs wordt verstrekt naar rato van minstens zeshonderd lestijden van vijftig minuten per jaar, gespreid over minstens twintig weken en bestaat verplicht uit minstens zeshonderd ures opleidingsactiviteiten door werk
een bedrijf per jaar, gespreid over minstens twintig weken. Het opleidingsjaar kan samenvallen met de schoolkalender of kan volgens andere wijzen georganiseerd worden. De opleiding kan
opleidingsmodules georganiseerd worden. Voor de
artikel 2bis, § 3, bedoelde leerlingen kan het deel van de opleiding die wordt verstrekt door het onderwijs verminderd worden tot 300 lestijden per opleidingsjaar. Wanneer het, om welke redenen dan ook, onmogelijk is voor een opleidingsjaar te beschikken over minstens zeshonderd uren opleidingsactiviteiten door te werken
een bedrijf, worden bijkomende lestijden beroepsopleiding georganiseerd
het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming. Het aantal uren opleidingsactiviteiten
een bedrijf mag evenwel niet lager liggen dan driehonderd per opleidingsjaar
de tweede graad en vierhonderd vijftig per opleidingsjaar
de derde graad. De minister kan, om uitzonderlijke redenen, een afwijking toestaan op de bepalingen van het tweede en derde lid. § 3. De leerlingen die zijn
geschreven
het alternerend secundair onderwijs zijn onderworpen aan alle bepalingen van voormeld decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten of deze die op grond hiervan zijn genomen
zake het regelmatig schoolbezoek en de uitsluitingsprocedure. De
richtende macht, voor het gesubsidieerd onderwijs, en het hoofd van de
richting, voor het onderwijs van de Franse Gemeenschap, kunnen op ieder ogenblik een
schrijving
het alternerend secundair onderwijs aanvaarden. Het regelmatig schoolbezoek houdt ook rekening met de lestijden aan opleidingsactiviteiten via het werk
een bedrijf of de lestijden die zijn georganiseerd overeenkomstig artikel 2bis, § 4.
voorkomend geval kan een alternerend opleidingsjaar, voor zover de bepalingen van dit artikel nageleefd worden, lestijden bevatten van het voltijds secundair onderwijs en lestijden van het alternerend secundair onderwijs. Voor de toepassing van de
hoofdstuk IX van voormeld decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten bedoelde maatregelen omtrent de
schrijving van leerlingen
een
richting en de regels met betrekking tot de uitsluiting uit een
richting worden de prerogatieven van de
richtende macht of van het hoofd van de
richting uitgevoerd door de verantwoordelijke van de
richting waar de leerling het merendeel van de beroepsopleiding volgt, deze van de klassenraad door die dewelke is
gesteld door artikel 9. » Art. 7.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 2quater
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 2quater.§ 1. Het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming heeft zijn zetel
een van de
richtingen voor secundair onderwijs met voltijds leerplan zoals bedoeld
artikel 4, eerste lid, hierna "zetel-
richting" genoemd. De andere
richtingen zoals bedoeld
het eerste lid worden "samenwerkende
richtingen" genoemd. De
richtingen voor het buitengewoon onderwijs en de
richtingen van het onderwijs voor sociale promotie kunnen ook samenwerken met het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming. § 2. De Directieraad van het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming is samengesteld uit het hoofd van de zetel-
richting, die de raad voorzit, de coördinator van het Centrum, die het hoofd van de
richting vervangt bij diens afwezigheid op de raad, en uit de hoofden van de samenwerkende
richtingen of hun afgevaardigden. De Directieraad komt minstens viermaal per schooljaar bijeen op
itiatief van de voorzitter of, bij diens afwezigheid, van de coördinator. De Directieraad verdeelt de lestijden-leraar onder de verschillende samenwerkende
richtingen op grond van de opleidingslestijden die er worden georganiseerd. De Directieraad stelt aan de
richtende machten de bestemming voor van de materiële of financiële middelen die zijn verleend door de Franse Gemeenschap of iedere andere overheid. Hij ziet er op toe dat alle materiële of financiële middelen die vooraf toekomen aan het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming door de
richtende machten wel degelijk aangewend worden voor het vervullen van diens opdrachten. De Directieraad beslist bij gewone meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de raad voorzit van doorslaggevend belang. Ieder lid kan bij het bevoegde overlegcomité beroep aantekenen tegen een beslissing die hem nadeel berokkent. Desgevallend vervangt de beslissing van laatstgenoemde de aangevochten beslissing. De coördinator brengt verslag uit aan de Directieraad over de verdeling van de taken onder de begeleiders. De Directieraad kan, wanneer hij dit noodzakelijk acht, organisatorische richtlijnen geven aan de coördinator. » Art. 8.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 2quinquies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 2quinquies.§ 1. Iedere
richting voor voltijds secundair onderwijs, zetel van of samenwerkend met een Centrum voor alternerend onderwijs of vorming, kan, mits naleving van de besluitvormingswijzen bepaald door diens
richtende macht, voorstellen aan de Directieraad om een optie met afwisselend leerplan te organiseren die zij reeds organiseert
het voltijds onderwijs en die de behoudsnormen bereikt. Zij kan op dezelfde manier de Directieraad voorstellen een optie te programmeren die vermeld staat op de lijst van opties van het voltijds onderwijs.
eender welk geval, als de Directieraad akkoord gaat, creëert of behoudt de
richting de betrokken optie, hetzij
de beide vormen van het voltijds onderwijs en het alternerend onderwijs of slechts
één van beide vormen. Alle procedures met betrekking tot de programmatie, de schorsing, de afwijking en de omvorming
het voltijds secundair onderwijs vastgelegd door of met toepassing van het decreet van 29 juli 1992 houdende de organisatie van het secundair onderwijs, alsook de verschillende daarop betrekking hebbende normen zijn van toepassing, gezien een leerling van het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming die
aanmerking is genomen, vanuit deze optiek gelijk is aan een leerling uit het voltijds onderwijs. Wanneer de oprichting enkel gebeurt
het alternerend onderwijs en het opleidingsjaar krachtens artikel 2ter, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, op een andere manier verloopt dan de schoolkalender, moet de norm zijn bereikt bij de oprichting en wordt hiervan minstens een maand voor de start van de nieuwe opleiding kennis gegeven aan het bestuur. De
diening van de dossier gebeurt door de
richting waar de optie wordt georganiseerd.
dien een optie evenwel bestaat
een van deze samenwerkende
richtingen en deze de optie niet wil organiseren
de vorm van alternerend onderwijs, kan de Directieraad de oprichting of behoud ervan toestaan, zonder dat de behoudsnorm is bereikt,
de zetel-
richting of
een andere samenwerkende
richting, voor zover deze hiervoor een aanvraag
dient en de door haar
richtende macht vastgelegde besluitvormingswijzen eerbiedigt. § 2. De
artikel 2bis, § 1, 2°, bedoelde opleidingen worden vastgelegd door het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming, bij beslissing genomen door twee derde van de aanwezige leden van de Directieraad en nadat ervoor te hebben gezorgd dat de
richting waar de opleiding zal worden gegeven, het akkoord heeft verkregen van diens
richtende macht. Deze zijn onderworpen aan de goedkeuring van het Overlegcomité zoals bedoeld
artikel 3, § 1, van het decreet van 27 oktober 1994 houdende het overleg
het secundair onderwijs, volgens de wijzen die de Regering bepaalt. Ieder jaar beslist de Directieraad, maar dan bij gewone meerderheid, over het behoud van een opleiding die het vorig jaar is georganiseerd. Ieder Overlegcomité bezorgt het bestuur zijn beslissingen vóór de aanvang van iedere nieuwe alternerende opleiding. Het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming bezorgt tegen 1 oktober de lijst van de opleidingen die op dat ogenblik georganiseerd worden alsmede de lijst van de leerlingen die hiervoor zijn
geschreven. Het licht het bestuur en de algemene
spectie tijdens jaar onmiddellijk
over elke wijziging aan de lijst van de opleidingen. » Art. 9.
artikel 3 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door de volgende bepaling : « § 1. De Centra voor alternerend onderwijs en vorming ontvangen de
schrijving van de leerlingen. Zij organiseren, onder de verantwoordelijkheid van de coördinator, de opvang en de begeleiding van de leerlingen met het oog op het uitstippelen van een geïndividualiseerd parcours voor hun
schakeling
het sociaal en beroepsleven. Samen met de samenwerkende
richtingen staan zij
voor de opleiding van de leerlingen en de afstemming hiervan op de opleiding
het bedrijf. Documenten met beschrijvingen van de taken die zijn uitgevoerd
het raam van de activiteiten
het bedrijf getuigen dat deze
overeenstemming zijn met de opleidingsdoeleinden. Deze doeleinden worden opgetekend
een contract dat wordt ondertekend door de coördinator, de verantwoordelijke aangeduid door het bedrijf en de leerling,
dien deze meerderjarig is, diens ouders of de persoon met het ouderlijk gezag
dien deze minderjarig is. Een leraar technische vakken of beroepspraktijk mag de begeleiders helpen bij het controleren of de
dit artikel bedoelde doelstellingen bereikt zijn. » Art. 10.Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 4.Per type onderwijs wordt een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming
gericht of gesubsidieerd
elkeen van de zones zoals bepaald
artikel 24 van het decreet van 29 juli 1992 houdende de organisatie van het secundair onderwijs voor zover dit de
artikel 14, eerste lid, bedoelde normen haalt.
de zones die op 15 januari, voor een type onderwijs, meer dan 4 000 leerlingen tellen die zijn
geschreven
het technisch kwalificatie- en beroepsonderwijs van de tweede, derde en vierde graad, kan een tweede Centrum voor alternerend onderwijs en vorming worden georganiseerd. Het aldus opgerichte tweede Centrum voor alternerend onderwijs en vorming kan behouden blijven zolang het aantal leerlingen dat is
geschreven
het technisch kwalificatie- en beroepsonderwijs van de tweede, derde en vierde graad hoger ligt dan 3 000. De Centra voor alternerend onderwijs en vorming die bestaan op het ogenblik dat dit decreet
voege treedt, kunnen evenwel behouden blijven zolang deze minstens 56 leerlingen tellen die regelmatig
geschreven zijn op 1 oktober. Het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming dat deze norm niet haalt, gaat op deze datum op
het
het eerste lid bedoeld Centrum. Iedere
richting met volledig leerplan die de tweede en derde graad van het voltijds secundair onderwijs
richt
een van de kwalificatieafdelingen kan vragen om samen te werken met het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming van haar type
de zone waar deze haar zetel is gevestigd.
geval van weigering kan het beroep
dienen bij het bevoegde Overlegcomité volgens de wijzen die de Regering bepaalt. Een
richting mag noch de zetel noch een samenwerkende
richting zijn van meer dan een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming. De Regering kan, op gunstig advies van de Algemene Overlegraad van het secundair onderwijs, een
richting voor voltijds secundair onderwijs toelaten samen te werken met een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming uit een andere zone of van een ander type. Ook kunnen twee Centra voor alternerend onderwijs en vorming, eventueel uit verschillende zones of van verschillend type, tezamen
frastructuur of voorzieningen aankopen of gebruiken. » Art. 11.
artikel 5 van hetzelfde decreet worden het derde en vierde lid geschrapt. Art. 12.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 5bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 5bis.§ 1. De coördinatoren alsmede twee vertegenwoordigers van ieder Centrum voor alternerend onderwijs en vorming, aangesteld door de Directieraad, vormen de zonale raad van het alternerend secundair onderwijs, hierna de zonale raad voor alternerend onderwijs genoemd. De zonale raad voor alternerend onderwijs wordt beurtelings voorgezeten door een coördinator van ieder type onderwijs. Het voorzitterschap kan evenwel, op beslissing van de betrokken Directieraad, worden toegekend aan een vertegenwoordiger van deze raad. Zetelen eveneens met raadgevende stem
de zonale raad voor alternerend secundair onderwijs : twee vertegenwoordigers per vakbondsorganisatie, waarvan een afkomstig uit de onderwijssector, die zitting heeft
de Nationale Arbeidsraad; een vertegenwoordiger van de Federatie van Ouderverenigingen van het officieel onderwijs en een vertegenwoordiger van de Unie van federaties van ouderverenigingen van het katholiek onderwijs. § 2. De zonale raad voor alternerend onderwijs is prioritair belast met de coördinatie van het onderzoek naar contracten en overeenkomsten bij de bedrijven uit de zone. Hij kan het zoeken naar contracten en overeenkomsten bij bedrijven uit andere zones bevorderen en dit na contact te hebben genomen met de zonale raad voor alternerend onderwijs van de betrokken zone en
de mate van het mogelijke met diens akkoord. De zonale raad voor alternerend onderwijs ziet toe op de naleving van de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen ter zake. De zonale raad voor alternerend onderwijs kan beslissen om begeleiders van verschillende centra voor onderwijs en vorming aan te stellen voor de coördinatie van de contracten en overeenkomsten met de bedrijven. Om dit mogelijk te maken, moet deze beslissing worden bekrachtigd door de verschillende directieraden. Voor alles wat te maken heeft met het alternerend onderwijs is de zonale raad voor alternerend onderwijs de vertegenwoordiger van de Centra voor alternerend onderwijs en vorming ten aanzien van de subregionale comités voor tewerkstelling en van de Opleiding
het Waals Gewest en van de overheden die bevoegd zijn voor de tewerkstelling
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De zonale raad voor alternerend onderwijs kan, wanneer hij dit noodzakelijk acht, het
itiatief nemen om contacten aan te knopen met de vertegenwoordigers van de sociale partners die actief zijn
die zone, met name wat betreft de contracten en de overeenkomsten. §
de zone. Dit verslag wordt verzonden naar de Algemene Overlegraad voor het secundair onderwijs en nadien, samen met diens bemerkingen, naar de Regering. » Art. 13.Het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : "HOOFDSTUK II. - Toelating van de leerlingen". Art. 14.
artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 3°, worden de woorden "onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs";2° § 2, tweede lid, wordt opgeheven. Art. 15.
artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 1
gevoegd, luidend als volgt : « § 1.De toegangsvoorwaarden tot elkeen van de studiejaren uit het alternerend secundair onderwijs zoals bedoeld
artikel 2bis, eerste lid, 1°, zijn dezelfde als deze van het overeenstemmend voltijds secundair onderwijs. »; 2°
de
leidende zin van het artikel dat nu § 2 wordt, worden de woorden "secundair beroepsonderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "alternerend secundair beroepsonderwijs";3°
het artikel dat nu § 2 wordt, wordt het eerste lid, 5°, vervangen door de volgende bepaling : "5° beroepsbekwaamhedenattest van de tweede graad van het alternerend secundair onderwijs";4°
het artikel dat nu § 2 wordt, worden
het tweede lid de woorden "de lagere cyclus" vervangen door de woorden "de tweede graad". Art. 16.Er wordt
hetzelfde decreet, na artikel 8, een hoofdstuk IIbis
gevoegd, luidend als volgt : "HOOFDSTUK IIbis. - Bekrachtiging van de studie". Art. 17.Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 9.De getuigschriften en attesten die worden uitgereikt
het alternerend secundair onderwijs zoals bedoeld
artikel 2bis, § 1, 1°, zijn dezelfde als deze die worden uitgereikt
het voltijds secundair onderwijs, behalve het feit dat ze vermelden dat ze uitgereikt werden
het alternerend onderwijs. De Regering bepaalt het model van deze getuigschriften en attesten. Ook wordt het slagen voor een jaar
het alternerend secundair onderwijs zoals bedoeld
artikel 2bis, § 1, 1°, op gelijke wijze bekrachtigd als voor een studiejaar
het voltijds secundair onderwijs en heeft ze van rechtswege dezelfde uitwerking. De beslissingen
verband met de overgang naar een klas of een cyclus en met de afgifte van de diploma's, getuigschriften en attesten na het slagen
een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming ressorteren onder de bevoegdheid van de klassenraad van het alternerend secundair onderwijs. Deze raad wordt voorgezeten door het hoofd van de zetel-
richting of van de samenwerkende
richting waar de leerling het merendeel van zijn beroepsopleiding volgt, of de afgevaardigde van het hoofd van de betrokken
richting en bestaat uit alle leden van het onderwijzend personeel die
staan voor de leerling alsook uit de coördinator en een begeleider van het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming. Een lid van het psycho-medisch-sociaal centrum alsook de betrokken opvoeders kunnen de raad bijwonen met raadgevende stem. Bij de deliberaties wordt rekening gehouden met de opleidingsactiviteit door het werk
het bedrijf op grond van de opvolgings- en evaluatieverslagen die op de arbeidsplaats zijn gemaakt door de begeleiders en hierbij verwijzend naar het contract zoals bedoeld
artikel 9 van dit decreet. De afgifte van de kwalificatiegetuigschriften zoals bedoeld
dit artikel gebeurt op dezelfde wijze en bij voorkeur tezamen met de afgifte van de kwalificatiegetuigschriften van het voltijds secundair onderwijs, behalve het feit dat de coördinator en een begeleider hierbij met raadgevende stem betrokken zijn en dat bij de deliberaties rekening wordt gehouden met de opleidingsactiviteit
het bedrijf. » Art. 18.Er wordt
hetzelfde decreet een artikel 9bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 9bis.De leerling die regelmatig de vakken heeft gevolgd
het alternerend secundair onderwijs zoals bedoeld
artikel 2bis, § 1, 2°, en de vaardigheden heeft verworven die zijn vastgelegd door het speicifiek opleidingsprofiel, bekomt een kwalificatiegetuigschrift waarvan de Regering het model bepaalt. De afgifte van het kwalificatiegetuigschrift gebeurt overeenkomstig artikel 9, vierde lid. » Art. 19.
artikel 10 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Als hij geen van de
artikelen 9 en 9bis bedoelde getuigschriften of attesten bekomt, kan de leerling die daadwerkelijk en regelmatig gedurende minstens twee schooljaren ofwel de vakken heeft gevolgd uit het alternerend secundair onderwijs
dezelfde studierichting, ofwel de vakken heeft gevolgd van het derde jaar van het voltijds secundair onderwijs en de vakken van een jaar uit het alternerend secundair onderwijs
dezelfde studierichting, een beroepsbekwaamhedenattest krijgen van de tweede graad van het alternerend secundair onderwijs »;2° Er wordt een derde lid
gevoegd, luidend als volgt : « De Directieraad kan, op gemotiveerd voorstel van de coördinator, de
artikel 9 bedoelde klassenraad toelating geven om het
het eerste lid bedoelde beroepsbekwaamhedenattest af te geven aan een leerling die, zonder de
dit lid voorziene studiejaren te hebben gevolgd, het bewijs levert een gelijkaardige opleiding te hebben genoten.» Art. 20.Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 11.Een schoolbezoekattest wordt uitgereikt aan de leerling die de
artikelen 9, 9bis en 10 bedoelde getuigschriften en attesten niet bekomt. » Art. 21.Artikel 11bis van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 22.
artikel 12, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "het lerarenkorps" vervangen door de woorden "de
artikel 9 bedoelde klassenraad". Art. 23.Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 24.
artikel 14 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "het onderwijs met beperkt leerplan kan worden georganiseerd
een van de centra voor alternerend onderwijs en vorming bedoeld
artikel 1" vervangen door de woorden "het alternerend secundair onderwijs kan worden georganiseerd
een van de centra voor alternerend onderwijs en vorming bedoeld
artikel 2";2° het tweede lid wordt als volgt aangevuld : "De taak van de coördinator
een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming kan slechts worden verdeeld onder verschillende personen
het kader van de regeling van de loopbaanbeëindiging.De coördinator wordt aangesteld
de
richting waar het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming zijn administratieve zetel heeft"; 3°
, derde lid, worden de woorden "het onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "het alternerend secundair onderwijs";4°
, vierde lid, worden de woorden ""het onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "het alternerend secundair onderwijs". Art. 25.
artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het volgend lid wordt gevoegd tussen het eerste en het tweede lid : "Daarenboven kan de begeleider, op gemotiveerde beslissing van de Directieraad, de coördinator vervangen
sommige opdrachten die hem zijn toegewezen door artikel 14";2°
het derde lid, dat nu het vierde lid wordt, worden de woorden "het directiecollege bedoeld
artikel 5, derde lid" vervangen door de woorden "de Directieraad"; 3° het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt als volgt aangevuld : "Behalve voor een eventueel overschot, mag de opdracht van begeleider
een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming niet lager zijn dan een deeltijdse betrekking (25 %)." Art. 26.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 27.
artikel 18 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door de volgende bepaling : « Voor de berekening van de betrekkingen van het onderwijzend hulppersoneel en van het administratief personeel en van onderdirecteur wordt het aantal
schreven leerlingen dat is
geschreven
het alternerend secundair onderwijs
aanmerking genomen
de
richting van het voltijds onderwijs waar deze het merendeel van hun beroepsopleiding volgen. Het aantal leerlingen is voorzien van coëfficiënt 0.5.
het onderwijs voor sociale promotie worden de leerlingen
aanmerking genomen naar rato van het aantal werkelijk gevolgde lestijden
de samenwerkende
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie. » Art. 28.
artikel 19, eerste en tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "het onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "het alternerend secundair onderwijs". Art. 29.
artikel 20 van hetzelfde decreet worden de woorden "het onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "het alternerend secundair onderwijs". Art. 30.Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 21.Behalve de opdrachten van coördinator en van begeleider wordt deze van een leraar die is overgeheveld van een
richting voor voltijds onderwijs naar een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming of aangeworven
een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming bezoldigd aan dezelfde loonschaal en op basis van hetzelfde lestijdenvolume dan diegene die hem worden of zouden worden toegekend
het voltijds onderwijs. Bij de berekening van de begeleiding zoals bedoeld
artikel 14 van het decreet van 3 juli 1991 omvat een opdracht met volledige prestaties hetzelfde aantal lestijden als vereist voor een ambt van leraar algemene vakken, met volledige prestaties,
het voltijds onderwijs. Het eventueel verschil tussen het aantal lestijden zoals bepaald
het eerste lid en het aantal bepaald
het tweede lid wordt gewijd aan lestijden met de bedoeling extra lestijden te organiseren voor beroepsopleiding zoals bedoeld
artikel 2ter, § 1, derde lid, en § 2, derde lid, geïndividualiseerde opleidingsmodules te organiseren voorzien overeenkomstig artikel 2bis, § 4, en de praktische opleiding af te stemmen op de algemene vakken, de technische vakken en de opleiding
het bedrijf. » Art. 31.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 24.Voor iedere leerling die regelmatig
geschreven is op 15 januari van het lopend schooljaar worden een werkingsdotatie toegekend gelijk aan minstens 50 % van de werkingsdotatie die is vastgelegd voor de afdelingen van groep B van het technisch voltijds onderwijs bedoeld
het voormeld koninklijk besluit van 31 augustus 1960. De werkingsdotatie wordt gestort bij de zetel-
richting. De extra middelen waarop het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming recht heeft, worden ook gestort bij de zetel-
richting. Art. 32.Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 33.Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 27.Voor iedere leerling die regelmatig
geschreven is op 15 januari van het lopend schooljaar worden een werkingstoelage toegekend gelijk aan minstens 50 % van de werkingstoelage die is vastgelegd voor de afdelingen van groep B van het voltijds technisch onderwijs bedoeld
het voormeld koninklijk besluit van 31 augustus 1960. De werkingstoelage wordt gestort bij de zetel-
richting. De extra middelen waarop het Centrum voor alternerend onderwijs en vorming recht heeft, worden ook gestort bij de zetel-
richting. » Art. 34.Artikel 28 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 35.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 30.Zolang de Regering, op voorstel van de algemene Raad, vaststelt dat het aantal specifieke profielen die zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 45 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten alle opleidingsbehoeften dekken, blijven de thans georganiseerde opleidingen behouden. De Regering legt de lijst vast van diegene waarvoor een kwalificatiegetuigschrift wordt uitgereikt. » HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 2 juli 1982 betreffende de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van
stellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de
stellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II, van het decreet van 27 oktober 1994 houdende het overleg
het secundair onderwijs en van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren Art. 36.Artikel 5, dat nu artikel 5, eerste lid, wordt van het koninklijk besluit van 2 juli 1982 betreffende de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van
stellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de
stellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II, opgeheven door het decreet van 19 juli 1993 en hersteld door het decreet van 8 februari 1998, wordt aangevuld met het volgende lid : «
de derde graad, wanneer een optie
een
richting enkel georganiseerd wordt
het alternerend secundair onderwijs, zijn vereist : 1° minstens vijf leerlingen voor een optie die is georganiseerd vanaf het vijfde jaar;2° a) vijf leerlingen
het zevende specialisatie- of vervolmakingsjaar;
artikel 1 van het decreet van 27 oktober 1994 houdende het overleg
het secundair onderwijs worden de woorden "gewoon secundair onderwijs met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs". Art. 38.
artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd door het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
punt 2°, b), worden de woorden "alternerend onderwijs" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs";2° punt 2°, c), wordt geschrapt. Art. 39.
artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het eerste lid als volgt aangevuld : "en
het alternerend secundair onderwijs";2°
, tweede lid, worden de woorden "van het kwalificatiegetuigschrift op het einde van het secundair onderwijs" vervangen door de woorden "van een kwalificatiegetuigschrift
het secundair onderwijs". Art. 40.Artikel 10 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998029332 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven,
zonderheid door de
voering van maatregelen voor positieve discriminatie sluiten, wordt als volgt hersteld : « Artikel 10.De algemene Raad richt
zijn schoot een permanente commissie voor het alternerend secundair onderwijs op die alle
itiatieven ter zake coördineert. Over alles wat te maken heeft met de pedagogische middelen en evaluatieproeven zoals bedoeld
het voornoemd decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten pleegt de commissie overleg met de stuurcomités van het secundair onderwijs. » Art. 41.
artikel 45 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, worden de woorden "gewoon secundair onderwijs met beperkt uurrooster" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs". Art. 42.
artikel 49 van hetzelfde decreet worden de woorden "het onderwijs
richtend met beperkt uurrooster" vervangen door de woorden "alternerend secundair onderwijs". HOOFDSTUK III. - Overgangs- en wijzigingsbepalingen Art. 43.
afwijking van artikel 4, tweede lid, van het decreet van 3 juli 1991 tot organisatie van het alternerend secundair onderwijs,
geleid door het decreet van 19 juli 2001, kunnen de Centra voor alternerend onderwijs en vorming die bestaan op de dag dat het decreet
werking treedt, behouden blijven tot 30 juni 2003 voorzover ze minstens 12 leerlingen tellen op 1 oktober 2001 en op 1 oktober 2002. Art. 44.
afwijking van artikel 5 van het koninklijk besluit van 2 juli 1982 betreffende de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van
stellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de
stellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II, aangevuld door het decreet van 19 juli 2001, kunnen de opties die georganiseerd worden door de Centra voor alternerend onderwijs en vorming die bestaan op de dag dat het decreet
werking treedt, behouden blijven tot 30 juni 2003. Art. 45.
afwijking van artikelen 5, 6, 17, 18 en 19 van dit decreet beëindigen de leerlingen die zijn
geschreven
een Centrum voor alternerend onderwijs en vorming voor het jaar 2000-2001 een opleiding en krijgen zij een attest volgens de voorwaarden die van kracht zijn op het ogenblik van hun
schrijving. Art. 46.Artikel 1, § 1, derde lid, van de wet van 29 juni 1982 betreffende de schoolplicht wordt als volgt aangevuld : "of door het alternerend secundair onderwijs te volgen". HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling Art. 47.Dit decreet treedt
werking op 1 september 2001. Verkondigen dit decreet en bevelen dat het
het Belgisch Staatsblad moet verschijnen. Brussel, 19 juli 2001. De Minister-President, belast met
ternationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de opvang en de opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister van Jeugdbijstand en Gezondheidszorg, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota
de commissie, nr. 185-2 - Verslag, nr. 185-3 - Amendementen
de zitting, nr. 185-4.
tegrale verslagen - Bespreking. Zitting van 16 juli 2001. Stemming. Zitting van 17 juli 2001.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.