← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houden

Obsah (4)§ 3§ 1§ 2§ 4

20 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur

voering van het meervoudig

schrijvingsstelsel De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 9 september 1993 houdende de wijziging van de Huisvestingscode voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en betreffende de sector van de sociale huisvesting, en meer bepaald op artikel 5 zoals dit werd gewijzigd door de ordonnanties van 6 februari 1997 en 8 juni 2000; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van de woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, gewijzigd door de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 maart 1997 en 9 december 1999; Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1999 tot vaststelling van de bevoegdheden van de Ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; Gelet op het ministerieel besluit van 30 augustus 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/08/1999 pub. 23/10/1999 numac 1999031389 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit tot vaststelling van de bevoegdheden van de Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, toegevoegd aan de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting sluiten tot vaststelling van de bevoegdheden van de Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering Gelet op het advies van de

spectie van Financiën, gegeven op 28 november 2000; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van 23 november 2000; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van één maand; Gelet op het advies 31.108/3 van de Raad van State, gegeven op 3 april 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Sur la proposition du Secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale qui a le Logement dans ses attributions; Na beraadslaging, Artikel 1.De

artikel 5, § 10, van de ordonnantie van 9 september 1993 vastgestelde bepaling tot

voering van het beginsel van de meervoudige

schrijving treedt

werking op 1 januari 2002. Art. 2.Aan artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van de woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 maart 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Punt 9° wordt aangevuld als volgt : « Bovendien wordt de persoon die door het Ministerie van Maatschappelijke Voorzorg is erkend als gehandicapte voor meer dan 66 % na de leeftijd van 65 jaar aanzien als gehandicapte voor de toepassing van de artikelen 3, 2°, 4, § 1, en 9, § 1, 4.» 2°

10° wordt het eerste streepje opnieuw geformuleerd als volgt : « - het kind dat onder de verantwoordelijkheid van één van de gezinsleden wordt geplaatst, dat voor hem de kinderbijslag ontvangt;» 3° het eerste lid van 11° wordt vervangen door de volgende tekst : «

komsten : de netto-

komsten uit onroerende of roerende goederen en het netto belastbaar bedrag van de

komsten uit beroepsbezigheden voor elke aftrek, verhoogd of verminderd met de uitkeringen voor onderhoud die ontvangen of betaald zijn en de aftrekken verricht voor kinderopvang, zoals bepaald

het Wetboek van

komstenbelastingen 1992.De betrokken

komsten worden vastgesteld op basis van het Wetboek van de

komstenbelastingen van het land waar ze worden belast. Studiebeurzen toegekend aan gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kinderen ten laste, worden eveneens als

komsten beschouwd ». 4° De volgende bepalingen worden toegevoegd : « 25° : gewestelijke referentie : de identificatiecode van de kandidaat-huurder, bestaande uit het

dentificatienummer van de maatschappij van

schrijving en een volgnummer

de gewestelijke gegevensbank.26° : referentiemaatschappij : de maatschappij waartoe de aanvrager van een woning zich richt om zich

te schrijven als kandidaat-huurder van de maatschappij en desgewenst van andere maatschappijen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.27° : tweedelijnsmaatschappij : de maatschappij waarbij de kandidaat-huurder zich

schrijft via de referentiemaatschappij.28° coöperatieve huurdersmaatschappij : maatschappij waarin de woningen uitsluitend worden toegekend aan de eigen coöperanten of aan kandidaat-huurders die zich ertoe verbonden hebben

te schrijven op aandelen van de maatschappij;29° schrapping : operatie die erin bestaat een kandidatuur voor een sociale woning bij alle hierbij betrokken maatschappijen

te trekken". Art. 3.

hetzelfde besluit wordt een artikel 3bis

gevoegd dat luidt als volgt : § 1. De maatschappijen worden belast met de uitvoering van de bepalingen van artikel 4 tot 15 betreffende de

schrijving van kandidaat-huurders en de toewijzing van woningen. § 2. De maatschappijen mogen enkel de gegevens verzamelen die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen

dit besluit. Gegevens ter aanvulling van deze bedoeld

§ 3

, tweede lid, mogen zij slechts verzamelen mits de sociaal afgevaardigde hiermee

stemt. § 3. Al de registers van kandidaat-huurders van de maatschappijen worden gehergroepeerd

een gewestelijke gegevensbank beheerd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij om de overdracht van

formatie tussen de maatschappijen onderling te bevorderen. De Minister stelt vast welke gegevens over de kandidaat-huurders door de referentiemaatschappijen moeten verzameld worden en die vervolgens via de gewestelijke gegevensbank overgeheveld moeten worden naar de tweedelijnsmaatschappijen betrokken bij de aanvraag en welke structuur de fiches moeten hebben waarop de gegevens worden verzameld. De gegevens betreffende het nationaal nummer van de meerderjarige gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kind ten laste, de gewestelijke referentie en het nummer van de kandidaat-huurder

de referentiemaatschappij worden meegedeeld aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en aan al de openbare vastgoedmaatschappijen, teneinde dubbele

schrijvingen te vermijden. § 4. Als de gegevens met betrekking tot de kandidaat-huurders naar de gewestelijke gegevensbank worden overgeheveld, worden deze hiervan op de hoogte gesteld. Er mogen geen andere

dividuele

lichtingen over de kandidaat-huurders worden doorgegeven zonder hun voorafgaande schriftelijke toestemming. § 5. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij kan over kandidaat-huurders al de gedepersonaliseerde

lichtingen verzamelen zoals deze geconsolideerd werden op het niveau van elke van de maatschappijen en van de gemeenten of bij het Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de Regering en de adviesraad voor huisvesting krijgen toegang tot deze gedepersonaliseerde

formatie. Zij kan worden meegedeeld aan derden mits de Regering en de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij hiermee

stemmen. § 6. Er wordt een toezichtscomité opgericht dat ermee belast wordt de naleving van de wettelijke en verordenende bepalingen met betrekking tot de overdracht van gegevens te controleren en te waarborgen. Het bestaat bovendien uit 3 vertegenwoordigers Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en 4 personen aangesteld door de Regering op voordracht van de representatieve federaties van de maatschappijen. Het comité stelt zijn eigen werkingsregels vast. Deze worden na advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij goedgekeurd door de Regering. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij staat

voor het secretariaat van het comité. Art. 4.

artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, vijfde lid, worden de woorden «

geval van overschrijding van de toelatingsdrempels en »

gevoegd

het begin van de zin.2° Aan hetzelfde lid wordt de volgende volzin toegevoegd : « Het bewijs van

komsten wordt geleverd door het aanslagbiljet voor de

komsten van het referentiejaar of door elk bewijsstuk waarvan de lijst door de Minister wordt opgesteld ».3°

§ 1

wordt het zesde lid vervangen als volgt : « De

komsten van het gezinslid kandidaat-huurder dat zijn kandidatuur

dient tijdens het jaar voorafgaand aan zijn oppensioenstelling, worden niet

aanmerking genomen

de loop van dat jaar ».4°

§ 2

, eerste lid, worden de woorden "en waarvan het kadastraal

komen hoger is dan 10 000 BEF" geschrapt.5°

§ 2

, 3de lid, en

§ 4

, eerste lid, wordt het begrip » van rechtswege » vervangen door « , middels een opzegging van 6 maanden, ».6° Aan de eerste volzin van § 3 worden de volgende woorden toegevoegd : "ofwel het huurcontract bij renovatie ondertekenen, zoals bedoeld

bijlage 5 van dit besluit".7°

§ 4

worden de woorden « waarvan het KI hoger is dan 10 000 BEF" vervangen door « of, voor de huren afgesloten voor 1 januari 2002, het kadastrale

komen hoger is dan 10 000 Bef ».8° § 5 wordt aangevuld met de volgende tekst : « De gemotiveerde beslissing tot verwerping van de kandidatuur wordt genomen op advies van de sociaal afgevaardigde en per aangetekend schrijven bekendgemaakt aan de betrokkene.» 9° Er wordt een § 6 toegevoegd die luidt als volgt : « Iedere persoon mag slechts deel uitmaken van één enkel kandidaat-huurdersgezin ».10° Er wordt een § 7 toegevoegd die luidt als volgt : « Minstens één van de gezinsleden dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, is

geschreven

het bevolkings- of vreemdelingenregister of beschikt over een document dat bewijst dat een aanvraag werd

gediend bij de Regularisatiecommissie

gesteld bij wet van 22 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1999 pub. 10/01/2000 numac 1999000985 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk sluiten betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk.

dien de kandidaat-huurder aan de

het eerste lid bedoelde voorwaarde niet kan voldoen, dan kan hij aan de openbare vastgoedmaatschappij van zijn keuze zijn

tentie meedelen om achteraf een aanvraag voor een sociale woning

te dienen, als minstens één van de gezinsleden, dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, hetzij : -

het bezit is van een attest van immatriculatie; - een bevel gekregen heeft het grondgebied te verlaten dat hetzij niet vervallen, hetzij verlengd is; -

het bezit zijn van een bijlage 35 afgeleverd krachtens de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen -

het bezit is van een nog niet vervallen aankomstverklaring, zoals bedoeld

bijlage 3 afgeleverd krachtens de van de Wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; - het bewijs kan voorleggen dat bij de Raad van State een beroep werd

gesteld tegen een maatregel tot verwijdering van het grondgebied, genomen op grond van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. De datum waarop die mededeling wordt gedaan, geldt als uitgangspunt voor het berekenen van de voorkeurrechten bedoeld

artikel 9, § 3, op het ogenblik waarop de betrokkene zich

een toestand bevindt op grond waarvan hij zich kan

schrijven. Op straffe van nietigheid van deze verklaring dient het gezin ze op eigen

itiatief om de twee jaar te hernieuwen en de verschillende betrokken maatschappijen binnen twee maanden op de hoogte te stellen van elke adreswijziging". Art. 5.

artikel 5 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « De kandidatuur voor het huren van een woning beheerd door een maatschappij wordt

gediend middels een origineel exemplaar van het formulier « huuraanvraag van een sociale woning ».Dit formulier wordt opgesteld door de Minister en de

dividuele exemplaren ervan worden aangemaakt door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Het wordt door alle maatschappijen op eenvoudige aanvraag gratis opgestuurd of overhandigd aan de personen die erom verzoeken. De maatschappijen kunnen de verspreiding van deze exemplaren toevertrouwen aan derden, op de wijze die zij zelf bepalen en na goedkeuring door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. » 2°

hetzelfde artikel, § 2, wordt het eerste lid vervangen door "De maatschappij mag geen enkele kandidatuur weigeren die door middel van het

§ 1

bedoelde formulier wordt

gediend door een kandidaat die heeft bewezen dat hij de bij artikel 4 bepaalde toelatingsvoorwaarden vervult, voorzover die voorwaarden op hem van toepassing zijn.» 3° Het derde lid van paragraaf 2 wordt aangevuld als volgt : « en waarvan de lijst is opgesteld door de Minister, met uitsluiting van enig ander document ».4° Er wordt een § 2bis toegevoegd dat luidt als volgt : « De kandidaat-huurder kiest een referentiemaatschappij die zijn dossier beheert.De kandidaat-huurder kan tevens één of meerdere andere maatschappijen kiezen waarbij hij zich

tweede lijn wil laten

schrijven. De kandidaat kwijt zich rechtstreeks bij de referentiemaatschappij van alle formaliteiten qua

schrijving, wijziging en vernieuwing van zijn kandidatuur. Als de aanvraag voor een woning bij de referentiemaatschappij wordt opgezegd of geschrapt, dan geldt dit voor bij alle maatschappijen betrokken bij die aanvraag, behoudens

geval van overmacht die de verandering van referentiemaatschappij rechtvaardigt, en na akkoord van de sociaal afgevaardigde van de

itieel gekozen referentiemaatschappij ». 5° § 3 van artikel 5 wordt vervangen als volgt : « De referentiemaatschapij beschikt over een termijn van vijftig dagen om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van een kandidatuur, te rekenen vanaf het versturen van het aangetekend schrijven of vanaf de datum van

ontvangstneming van het formulier bedoeld

paragraaf 1.

dien het formulier onvolledig is of niet-ondertekend op de daarvoor voorziene plaatsen of niet vergezeld is van alle vereiste bijlagen, beschikt de kandidaat-huurder over een termijn van vijftien dagen, op straffe van onontvankelijkheid van de kandidatuur, om te antwoorden op ieder verzoek om bijkomende

lichtingen vanwege de referentiemaatschappij. De termijnen bepaald

art. 5 § 3, worden verlengd met deze termijn van 15 dagen. Zodra het dossier volledig is, meldt de maatschappij dit aan de sociaal afgevaardigde aangesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, die over een termijn beschikt van vijfentwintig dagen om het te valideren. Hij stuurt de gegevens van de ontvankelijke dossiers door om ze te laten opnemen

de registers van alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag. Zodra zij zich heeft uitgesproken over de ontvankelijkheid van de kandidatuur, bevestigt de referentiemaatschappij voor zichzelf en voor de tweedelijnsmaatschappijen dat zij de aanvraag ontvangen heeft middels een schrijven per post, opgesteld

de taal van de aanvraag. Een steekkaart uit het register, waarvan het model door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is goedgekeurd, wordt bij het ontvangstbewijs gevoegd. De kandidaat-huurder moet uiterlijk vijfenzeventig dagen na het

dienen of het versturen van het formulier geïnformeerd worden over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven. De verwerping van de kandidatuur wordt gemotiveerd. Door zijn kandidatuur

te dienen, verleent de kandidaat-huurder de maatschappijen de toestemming om van de bevoegde overheidsdiensten alle documenten te verkrijgen met betrekking tot de elementen die nodig zijn voor een onderzoek van de toelatingsvoorwaarden. De kandidaat-huurder wordt over deze toestemming

gelicht ». 6°

hetzelfde artikel wordt een § 3bis

gevoegd die luidt als volgt : « De tweedelijnsmaatschappij beschikt over één maand te rekenen vanaf het ogenblik waarop de kandidaat-huurder het bericht ontvangt dat zijn aanvraag door de referentiemaatschappij werd aanvaard, om deze kandidatuur te weigeren.Na het verstrijken van deze termijn wordt de kandidatuur verondersteld te zijn aanvaard. De enige geldige redenen voor een weigering zijn het niet-

achtnemen van de voorwaarden bepaald

artikel 4, §§ 1, 2 en 5 van dit besluit. De verwerping van de kandidatuur door een tweedelijnsmaatschappij dient te worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven aan de betrokkene betekend ». 7° § 4 van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « De wijze waarop het register wordt beheerd en gecontroleerd, en waarop de kandidaturen

de referentiemaatschappijen en de tweedelijnsmaatschappijen worden gearchiveerd, wordt door de Minister vastgesteld ».8° De §§ 5 en 6 van hetzelfde artikel worden opgeheven.9° Er wordt een nieuwe § 5 aangemaakt die luidt als volgt : « Elke valse verklaring bedoeld om het niet-

achtnemen van de toelatingsvoorwaarden bepaald

artikel 4 te verhullen of om onrechtmatig te genieten van de voorkeurrechten bepaald

de artikelen 8 en 9, leidt tot schrapping van de aanvraag voor een woning.De geschrapte kandidaat mag zich, gedurende een termijn van zes maanden, niet herinschrijven bij een maatschappij.

dien reeds een woning werd toegekend, dan kan een einde worden gesteld aan de huurovereenkomst middels een opzeggingstermijn van zes maanden. » Art. 6.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De kandidaat-huurder moet de referentiemaatschappij verwittigen omtrent elke wijziging van woonplaats en iedere wijziging

de samenstelling van het gezin binnen twee maanden na deze wijziging of verandering. Het niet naleven van deze procedure kan leiden tot schrapping uit het de register. § 2. De referentiemaatschappij vraagt de kandidaat-huurder eens om de twaalf maanden middels het document opgesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schriftelijke bevestiging van zijn kandidatuur. De kandidaat-huurder is verplicht de maatschappij

zijn antwoord op de hoogte te stellen van iedere wijziging die is opgetreden sedert zijn

itiële

schrijving of de vorige vernieuwing ervan, met de vereiste documenten als bewijs. Bij deze gelegenheid kan de kandidaat het aantal gemeenten en/of maatschappijen waar hij een woning wenst uitbreiden. Hij kan dit aantal verkleinen op ieder ogenblik voorafgaand aan de toepassing van de

artikel 15 van dit besluit bedoelde bepalingen. De kandidaturen die binnen twee maanden na de aanvraag om bevestiging onbevestigd blijven, worden geschrapt uit het register. § 3. De kandidatuur wordt uit het register geschrapt

dien zij niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald

artikel

  1. §
  2. Iedere beslissing tot schrapping wordt behoorlijk gemotiveerd en gedateerd aan de kandidaat-huurder meegedeeld. De geschrapte kandidaat kan zich binnen een periode van zes maanden niet opnieuw

schrijven

een maatschappij ». Art. 7.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « De hierna omschreven kandidaat geniet twee voorkeurrechten : 1° De persoon wiens verhuurder de huurovereenkomst vroegtijdig heeft beëindigd zonder dat deze vroegtijdige verbreking voortvloeit uit een fout van de huurder.Dit voorkeurrecht wordt evenwel slechts toegekend

dien de opzegging gebeurde conform de wettelijke voorschriften of, bij ontstentenis hiervan,

dien de kandidaat het bewijs voorlegt dat hij stappen ondernam om ze met de wettelijke voorschriften

overeenstemming te brengen. 2° Het slachtoffer van een geval van overmacht, natuurlijke of sociale ramp dat het onvoorziene verlies van de betrokken woning tot gevolg heeft.3° Het gezin dat kinderen ten laste heeft en slechts één persoon die deze hoedanigheid niet bezit.4° Het gezin dat minstens één persoon met een handicap telt.5° De persoon die een ongezonde woning verlaat of die een woning verlaat die het behoud van de gezinseenheid

gevaar brengt.6° De huurder die sedert tenminste twee jaar een onaangepaste woning betrekt van een maatschappij, als deze niet is kunnen

gaan op zijn aanvraag tot mutatie na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden

gaand op de datum van

diening van de aanvraag of als er geen hiertoe aangepaste woning tot haar patrimonium behoort. Deze bepaling mag evenwel niet worden toegepast

dien blijkt dat de niet-toekenning het gevolg is van een schrapping of van het feit dat de verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst niet werden nageleefd ». 2° § 2, 1°, wordt opgeheven.3° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt : « per persoon, ouder dan 60 jaar, die deel uitmaakt van het gezin.». 4° § 2, 3°, wordt vervangen als volgt : « per krijgsgevangene, per oorlogsinvalide of per weduwnaar (weduwe) van een krijgsgevangene of oorlogsinvalide, die deel uitmaakt van het gezin ».5°

§ 2

, 5°, worden de woorden « ten minste »

gevoegd tussen « en » en « twee kinderen ten laste ».6° § 3 wordt vervangen als volgt : « ieder gezin dat zich als huurder kandidaat stelt, geniet op de eerste verjaardag van zijn kandidatuur bovendien van een voorkeurrecht en per daaropvolgend jaar telkens van twee voorkeurrechten ».7° Er wordt een § 4bis

gevoegd als volgt : « De Minister preciseert de situaties die recht kunnen geven op die voorkeurrechten evenals de voor te leggen bewijsdocumenten ter staving ervan ». Art. 8.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : 1°

het tweede lid worden de volgende woorden toegevoegd : «

de maatschappij waar hij werd benadeeld.

dit geval vermeldt de maatschappij dit

het register ». 2° Er wordt een derde lid toegevoegd als volgt : « De gewraakte beslissing, die voortvloeit uit het feit dat bij de bedoelde maatschappij een

schrijving niet is gebeurd of dat bij een

schrijving niet alle

artikel 8 en 9 van dit besluit bepaalde voorkeurrechten

rekening werden gebracht, moet bij de referentiemaatschappij aangevochten worden binnen een termijn van 6 maanden,

het eerste geval te rekenen vanaf het verstrijken van de

artikel 5, 6°, vijfde lid, bepaalde termijn en

het tweede geval vanaf de betekening van de gewraakte beslissing.» Art. 9.

artikel 11, derde lid, worden de woorden « binnen 30 dagen na de weigering van de sociaal afgevaardigde »

gevoegd tussen de woorden « vastgoedmaatschappij » en « haar ». Art. 10.Artikel 12, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Dit programma mag slechts betrekking hebben op een maximum van 40 % van het totaal aantal toewijzingen van nieuwe woningen. De maatschappij stuurt haar ontwerpovereenkomst aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij toe. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om zich uit te spreken, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt. Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen worden gebracht als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp. Het ontwerp wordt geacht te zijn goedgekeurd

dien de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij zich binnen de toegestane termijn niet heeft uitgesproken. De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na de ondertekening ter goedkeuring overgemaakt aan de Regering. Deze laatste beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ». Art. 11.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De maatschappij kan met een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn een overeenkomst van prioritaire toewijzing sluiten voor ten hoogste 10% van de beschikbare huurwoningen. De maatschappij stuurt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij de overeenkomst toe uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de overeenkomst wordt gesloten. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om hierover een advies te formuleren, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt. Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen gebracht worden als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp. De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na het advies van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij ter goedkeuring aan de Regering overgemaakt. De Regering beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ». Art. 12.

onderafdeling 4 wordt een artikel 14bis

gevoegd dat luidt als volgt : «

geen geval mag het op grond van de artikelen 11, 13 en 14 toegewezen cumulatieve aandeel van de woningen 40 % van het totaal aantal toewijzingen van het voorgaande jaar overschrijden ». Art. 13.1°

artikel 15, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "naar het einde van het register overgedragen » vervangen door de woorden « geschrapt uit het register » en de woorden « binnen dertig dagen » door « binnen vijftien dagen ». 2°

§ 3

van hetzelfde artikel worden de woorden "naar het einde van het register overgedragen » vervangen door de woorden « geschrapt uit het register ».3° Aan hetzelfde artikel worden een §§ 5, 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 5 Wanneer de maatschappij

een zelfde brief het voorstel tot bezoek en de definitieve toewijzing, onherroepbaar onder voorbehouwd van de verificaties bepaald

§ 2

, betekent, beschikt de kandidaat over een termijn van acht werkdagen om het bewijs te leveren dat hij nog altijd voldoet aan de

§ 2

bepaalde voorwaarden en om de voorgestelde woning te aanvaarden of, om een aanvaardbare reden, te weigeren.Zoniet, wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt behalve wanneer hij zijn houding binnen de 15 dagen rechtvaardigt. § 6. Wanneer het kandidaatgezin huurder wordt van een openbare vastgoedmaatschappij wordt de

itiële

schrijving geschrapt

alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag. § 7. De beslissing tot schrapping wordt aan de kandidaat-huurder bekendgemaakt met vermelding van motivering en datum. Zij houdt

dat de kandidaat zich binnen een termijn van zes maanden niet opnieuw bij een maatschappij mag

schrijven. » Art. 14.

onderafdeling 5 wordt een artikel 15bis

gevoegd, luidend als volgt : « § 1. Vóór de toewijzing kan de maatschappij de kandidaat oproepen per brief met een aanzegging van minstens vijftien dagen om na te gaan of diens kandidatuur nog steeds voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en de voorkeurrechten bedoeld

de artikelen 8 en 9 van dit besluit.

dien de kandidatuur niet meer beantwoordt aan de toelatingsvoorwaarden wordt zij geschrapt uit het register van de maatschappijen waarbij hij

geschreven is.

dien de kandidaat zich niet meer op bepaalde voorkeurrechten kan beroepen, wordt zijn kandidatuur gehandhaafd

het register en wordt zijn plaats

de toewijzingslijsten herzien

functie van de berekening van de voorkeurrechten. § 2. Bij die gelegenheid kan de maatschappij de kandidaat verzoeken haar alle

lichtingen te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de toewijzing van een woning die het best aan diens verwachtingen voldoet. Betreft het een coöperatieve huurdersmaatschappij, dan ondertekent de kandidaat, op straffe van verwerping van zijn verzoek, door de betrokken maatschappij, het handvest met de coöperatieve eigenheden, zoals het goedgekeurd werd door de Minister. § 3.

dien een maatschappij gebruik maakt van de procedure zoals vermeld onder §§ 1 en 2 dient zij dit te doen voor alle kandidaat-huurders. § 4.

dien de kandidaat-huurder geen gevolg heeft gegeven aan de oproepingsbrief stuurt de maatschappij hem per aangetekend schrijven een herinneringsbrief met een aanzegging van vijftien dagen en waarschuwt zij hem dat dit bij ontstentenis van een antwoord binnen veertien dagen na het versturen van het aangetekend schrijven leidt tot schrapping bij die maatschappij. § 5. De beslissing tot schrapping bij de betrokken maatschappij wordt aan de kandidaat-huurder meegedeeld met vermelding van motivering en datum. » Art. 15.

onderafdeling 5 wordt een artikel 15ter

gevoegd, luidend als volgt : « De kandidaat-huurder kan zonder te worden geschrapt een woning weigeren die één van de volgende kenmerken vertoont : 1° Een woning waarvoor het vorderbare huurbedrag en de lasten de financiële draagkracht van het gezin overstijgen.

dat geval is de kandidaat ertoe gehouden de elementen te verstrekken die de maatschappij

staat stellen de gegrondheid van de

geroepen redenen te beoordelen. 2° Een woning die een bouwstaat vertoont die getuigt van een aanzienlijk probleem

termen van stabiliteit of een permanente en steeds terugkerende vochtigheid die het gebruik ervan hindert, of waarvan de bodem en de vloeren vervormingen vertonen, of een gebrekkige stabiliteit die tot valpartijen kan leiden;of waarvan de trappen die toegang verlenen tot de woonvertrekken los zitten, onstabiel of moeilijk begaanbaar zijn; of waarvan de overlopen van de verdiepingen zijn uitgerust met een openingsysteem waarvan de drempel (voor een deur) of de vensterbank (voor een raam) zich situeert op minder dan 50 cm van de vloer en niet voorzien zijn van een borstwering; of waarvan de overlopen, de evacuatiewegen en de deuropeningen minder dan 70 cm breed zijn; of waarvan de vrije hoogte van de deuropeningen lager is dan 1 m 95. 3° Een woning die niet minstens over een binnen de woning gelegen aansluiting voor drinkwater beschikt.4° Een woning waarvan de elektriciteitsinstallatie of de gasdistributie overduidelijk gevaarlijk is of waarin de bewoner niet permanent toegang heeft tot de zekeringen van de elektrische

stallaties.5° Een woning waarvan de leidingen voor de afvoer van afvalwater niet zijn aangesloten op de openbare riolering of een ander aangepast systeem dat

goede staat van werking verkeert.6° Een woning waarvan de WC niet is voorzien van een stortbak, niet voor exclusief gebruik van de bewoners bestemd is of gelegen is buiten de woning.7° Een woning die niet beschikt over een badkamer of een douche.8° Een woning die voor de verwarming niet is uitgerust met hetzij centrale verwarming, hetzij een vast verwarmingssysteem, hetzij niet beschikt over een

stallatie die

de verblijfsvertrekken veilig kan aangesloten worden. Art. 16.

artikel 24, eerste lid, worden de woorden "en zevende lid, 4 §§ 1 en 2" vervangen door "4 § 1". Art. 17.De bijlagen 1 en 2 bij hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 18.Overgangsmaatregelen : § 1. De bepalingen van artikelen 4 en 5 worden pas na de

werkingtreding van de bepalingen vervat

§§ 2

tot 4 van dit artikel toegepast op de kandidaat-huurders

geschreven vóór het van kracht worden van dit besluit. § 2. Aan de kandidaten die een aanvraag hebben

gediend vóór de

werkingtreding van dit besluit wordt binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 31 mei 2002 een verzoek tot bevestiging van de kandidatuur toegestuurd. § 3. Binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 30 oktober 2002 richt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schrijven tot alle kandidaten die vóór de

werkingtreding van dit besluit bij verschillende maatschappijen meerdere aanvragen voor een sociale woning hebben

gediend. Dit schrijven verzoekt ze een referentiemaatschappij te kiezen. Bij ontstentenis van een antwoord na één maand tijd wordt de maatschappij waarbij de kandidaat het langst is

geschreven, aangeduid als referentiemaatschappij. § 4 Vanaf de opname van de kandidaat

de gewestelijke gegevensbank zijn alle bepalingen van dit besluit op hem van toepassing. Art. 19.Dit besluit treedt

werking op 1 januari

  1. Art. 20.De Staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wiens bevoegdheden Huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit. Opgemaakt te Brussel op 20 september
  2. F.-X. de DONNEA, Minister-Voorzitter E. TOMAS, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting G. VANHENGEL, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen A. HUTCHINSON, Staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Huisvesting.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.