← België

Besluit van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 3 februari 1994 tot uitvoering van de ordonnantie van 7 oktober 19

Obsah (4)§ 2§ 3§ 1§ 4

20 SEPTEMBER 2001. - Besluit van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 3 februari 1994 tot uitvoering van de ordonnantie van 7 oktober 1993 houdende organisatie van d

specteur van Financiën, gegeven op 17 januari 2001; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 19 januari 2001; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van één maand; Gelet op het advies 31.337/4 van de Raad van State, gegeven op 25 juni 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.

artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 februari 1994, gewijzigd door de besluiten van 30 mei 1996 en 10 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)3° wordt aangevuld als volgt : « gewijzigd door de ordonnantie van 20 juli 2000 ».
  2. b)Het artikel wordt als volgt aangevuld : « 7° plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling : de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling bedoeld

artikel 5, § 2 van de ordonnantie.8° begunstigde : de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, de

stelling van openbaar nut of de vereniging zonder winstoogmerk, die toelagen aanvraagt of gekregen heeft krachtens artikel 3 van de ordonnantie.9° vierjarenprogramma : het vierjarenprogramma

zake herwaardering bedoeld

artikel 5 van de ordonnantie.» Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « De subsidies toegekend

het kader van dit besluit kunnen worden gecumuleerd met deze toegekend krachtens andere gewestelijke of Europese reglementeringen, op voorwaarde dat het gecumuleerde bedrag van deze subsidies de

vesteringskosten ten laste van de begunstigde niet overschrijden. De begunstigde verbindt zich ertoe het Gewest te

formeren over elke andere aangevraagde of verkregen toelage betreffende de operaties vervat

het vierjarenprogramma, afkomstig uit de Europese Unie of iedere andere Belgische overheid. » Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 mei 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 3.§ 1. Kunnen worden gesubsidieerd

het kader van de operaties bedoeld

artikel 4, 1° van de ordonnantie, de volgende handelingen en werken : 1° de studies van voorontwerpen en ontwerpen, evenals de technische proeven;2° de aankoop van onroerende goederen,

voorkomend geval verkregen door onteigening;de goederen kunnen aangekocht zijn

het jaar voorafgaand aan de goedkeuring van het vierjarenprogramma door de gemeente, middels de toelating van de Minister of zijn afgevaardigde; 3° de bewarende en dringende werkzaamheden die voorafgaandelijk werden goedgekeurd door de Minister of zijn afgevaardigde;4° de renovatie-, bouw- of wederopbouwwerken van gebouwen en hun directe omgeving;5° de afbraakwerken voorafgaand aan die wederopbouw;6° de sanerings-, nivellerings-, drainerings en afwateringswerken betreffende genoemde gebouwen;7° de toezichthoudende en leidinggevende opdrachten van de werken die ten laste vallen van de bouwheer en de ontwerper. § 2. De gerenoveerde, gebouwde of wederopgebouwde gebouwen worden bestemd voor huisvesting gelijkgesteld met sociale huisvesting die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald door artikel 25 van dit besluit. Die gebouwen kunnen bovendien worden bestemd voor ambachtelijke of

dustriële activiteiten, op voorwaarde dat deze bestemmingen beperkt zijn tot 500m5 per stedenbouwkundig project en tot 20 % van de totale oppervlakte van de gebouwen bedoeld door het vierjarenprogramma. § 3.

dien gerenoveerde, gebouwde of wederopgebouwde gebouwen een financiële

breng genieten van een privaatrechtelijke rechtspersoon, wordt de toelage berekend op basis van de kostprijs van de

vestering, onder aftrek van het bedrag van die

breng. § 4.

geval van onderhandse aankoop, zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de prijs en

geen geval de schatting van de ontvanger van de registratie mogen overschrijden.

geval van onteigening zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de kostprijs van de onteigening vermeerderd met de kosten van een eventuele gerechtelijke procedure. » Art. 4.

artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 mei 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) § 1,1° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° de aankoop van al dan niet gebouwde onroerende goederen of het nemen van een recht van erfpacht op onroerende goederen door de begunstigde;de goederen kunnen aangekocht zijn of

erfpacht genomen zijn

het jaar dat voorafgaat aan de goedkeuring van het vierjarenprogramma door de gemeente, mits de toestemming van de Minister of diens afgevaardigde;

geval van onderhandse aankoop, zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de prijs en

geen geval de schatting van de ontvanger van de registratie mogen overschrijden;

geval van onteigening zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de kostprijs van de onteigening vermeerderd met de kosten van een eventuele gerechtelijke procedure; » b)

§ 2

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde », de woorden « van de gemeente ».worden vervangen door de woorden « van de begunstigde » en de woorden « aan de gemeente » worden vervangen door de woorden « aan de begunstigde » c)

§ 2

, 4° worden de woorden « één frank » vervangen door de woorden « één euro » .d)

§ 3worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».

Art. 5.

artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

, 2° werden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».b) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2 De begunstigde verbindt zich tot een opdracht ter bevordering van werken conform artikel 9 van de wet van 24 december 1993 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. Het bijzonder bestek specificeert

zonderheid : 1° de verplichting van de begunstigde voor de duur van de werken en dit voor een periode van maximum veertig jaar, een maximum van 75 % van de afgewerkte woningen

erfpacht te nemen;het erfpachtrecht is als volgt betaalbaar : betaling van de hoofdsom bij het einde der werken en gedeeltelijke en geïndexeerde betalingen

overeenstemming met de huurwaarden met aftrek van de beheerskosten; 2° de beschrijving van de uit te voeren werken en de maximale toegestane kostprijs;3° de verplichting van de promotor voor de betreffende

vestering een analytische en afzonderlijke boekhouding te voeren en een door de begunstigde aangestelde opzichter

staat te stellen de werfverslagen en het dagboek der werken

te zien volgens de grondbeginselen van een open boek-operatie;4° de verplichting de werken te beëindigen binnen een vooropgestelde termijn;te dien einde wordt de promotor verplicht de nodige financiële garanties te verstrekken; 5° de toekenning aan de begunstigde en bij ontstentenis aan het Gewest van een recht van voorkoop

geval van verkoop van het goed, tijdens de duur van de erfpacht, en waarvan de modaliteiten vastgelegd zijn

het bijzonder bestek. De overeenkomst gesloten tussen de begunstigde en de promotor wordt van kracht na goedkeuring door de Minister of zijn afgevaardigde. » Art. 6.

artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

, 4° van hetzelfde besluit wordt het woord « gemeentelijke » geschrapt.b) § 2 wordt aangevuld door de volgende leden : «

geval van onderhandse aankoop, zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de prijs en

geen geval de schatting van de ontvanger van de registratie mogen overschrijden.

geval van onteigening zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de kostprijs van de onteigening vermeerderd met de kosten van een eventuele gerechtelijke procedure. » Art. 7.

artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)§ 1 wordt aangevuld als volgt : « 7° handelingen en werken betreffende de terbeschikkingstelling van wijkinfrastructuren, met name :
  2. a)de studies van voorontwerpen en ontwerpen evenals de technische proeven;
  3. b)de verwerving,

voorkomend geval door onteigning, van onroerende goederen;de goederen mogen verworven zijn tijdens het jaar voorafgaand aan de aanneming van het vierjarenprogramma door de gemeente, mits de toestemming vanwege de Minister of zijn gemachtigde;

  1. c)de bewarende en dringende werken die vooraf werden goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde;
  2. d)de werken voor de renovatie, de nieuwbouw en de heropbouw van gebouwen en de aanhorigheden ervan;
  3. e)de afbraakwerken die aan deze heropbouw voorafgaan;
  4. f)de sanerings-, nivellerings-, drainerings- en afwateringswerken aan deze gebouwen;
  5. g)de opdrachten

zake het toezicht op de werken en de leiding erover ten laste van de bouwheer en de ontwerper.» b)

§ 2

worden de woorden « de onroerende

vesteringen » vervangen door de woorden « de roerende en onroerende

vesteringen ».c) § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : «

geval van onderhandse aankoop, zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de prijs en

geen geval de schatting van de ontvanger van de registratie mogen overschrijden.

geval van onteigening zal het bedrag van de toelage berekend worden op basis van de kostprijs van de onteigening vermeerderd met de kosten van een eventuele gerechtelijke procedure. » d) § 4 wordt geschrapt. Art. 8.

de tweede zin van het eerste lid van artikel 8 worden de woorden « twee miljoen frank » vervangen door de woorden « vijftigduizend euro ». Art. 9.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « voor de algemene coördinatie » vervangen door de woorden « voor de opvolging ». Art. 10.Een artikel 9bis, luidend als volgt, wordt

hetzelfde besluit

gevoegd als

leiding tot afdeling II « Opstelling en goedkeuring van het programma » : « Art. 9bis.§ 1. De plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling bestaat minstens uit : 1° drie afgevaardigden van de gemeente;2° acht afgevaardigden van de bewoners van de wijk waarop het vierjarenprogramma betrekking heeft;3° twee afgevaardigden van de verenigingen, de onderwijsinstellingen of de bedrijfswereld van de wijk waarop het vierjarenprogramma betrekking heeft;4° twee afgevaardigden voorgesteld door het « Netwerk Wonen »;5° een afgevaardigde van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;6° een afgevaardigde van de plaatselijke opdracht en een afgevaardigde van het Overleg Opleidings- en Tewerkstellingsprojecten Brussel daar waar partnerschapsovereenkomsten

zake socio-professionele

schakeling bestaan met de Plaatselijke Opdracht;7° twee vertegenwoordigers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;8° een vertegenwoordiger van het bestuur van de Franse Gemeenschapscommissie,

dien het dit wenst;9° een vertegenwoordiger van het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie,

dien het dit wenst; De afgevaardigden bedoeld

2° en 3° worden aangesteld tijdens een algemene wijkvergadering georganiseerd door de gemeente. § 2 Op voordracht van de gemeenteraad keurt de Minister het huishoudelijk reglement goed van de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling die de wijze bepaalt om,

de schoot van de algemene wijkvergadering, de sub § 1, 2° en 3° bedoelde afgevaardigden uit te nodigen en aan te stellen. § 3 Tijdens de opstelling van het vierjarenprogramma roept de gemeente de algemene wijkvergadering bijeen teneinde : 1° de afgevaardigden bedoeld

§ 1

, 2° en 3° aan te stellen als leden van de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling;2°

formatie te verstrekken over de resultaten van de studie bedoeld

artikel 8 betreffende de uit te voeren prioriteiten;3°

formatie te verstrekken over het vierjarenprogramma dat aan een openbaar onderzoek wordt voorgelegd. Tijdens de uitvoering van het vierjarenprogramma roept de gemeente minstens twee algemene wijkvergaderingen per jaar bijeen. De algemene wijkvergadering komt niet bijeen tijdens de schoolvakanties

de zomer, met Pasen en met Kerstmis. § 4 Tijdens de opstelling van het vierjarenprogramma roept de gemeente de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling samen, zodat deze laatste advies zou uitbrengen over de volgende studies bedoeld

artikel 8 : 1° studie over de huidige feitelijke en juridische toestand;2° studie betreffende de uit te voeren prioriteiten;3° studie

zake het vierjarenprogramma. Tijdens de uitvoering van het vierjarenprogramma roept de gemeente de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling minstens acht maal per jaar bijeen. De plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling komt niet bijeen tijdens de schoolvakanties

de zomer, met Pasen en met Kerstmis. Art. 11.

artikel 11 van hetzelfde besluit worden de woorden « bedoeld

artikel 5, § 2 van de ordonnantie » geschrapt. Art. 12.

artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)De woorden « Bij de aanneming van het vierjarenprogramma » worden geschrapt.
  2. b)De woorden « de gemeenteraad » worden vervangen door de woorden « de begunstigde ». Art. 13.

artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 10 februari 2000, worden de woorden « ten laatste op 30 juni van elk jaar » vervangen door de woorden « op de vervaldag die door deze laatste wordt bepaald, ten vroegste binnen negen maand te rekenen vanaf de betekening van het besluit bedoeld

artikel 13 van de ordonnantie ». Art. 14.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : § 4.

dien begunstigden andere dan de gemeente tussenbeide komen

het vierjarenprogramma, sluit de Regering een driepartijenovereenkomst met de gemeente en elke andere begunstigde teneinde de rechten en plichten te bepalen van elk der partijen. » Art. 15.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 16.Wanneer de begunstigde op het ogenblik van de betekening aan de gemeente, door de Regering, van het vierjarenprogramma of de wijziging ervan houder is van een recht van eigendom, erfpacht of opstal op de aan te leggen of te herstellen openbare ruimte, beschikt de begunstigde over een termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van voormelde betekening, voor het bestellen van de werken met betrekking tot de tussenkomsten bedoeld onder artikel

  1. De begunstigde beschikt daarentegen over een termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de betekening aan de gemeente, door de Regering, van het vierjarenprogramma of de wijziging ervan, voor het bestellen van de werken met betrekking tot de tussenkomsten bedoeld onder de artikelen 3, 4 en
  2. Hetzelfde geldt voor de tussenkomsten bedoeld onder artikel 6 wanneer de begunstigde geen houder is van een recht van eigendom, erfpacht of opstal op de aan te leggen of te herstellen openbare ruimte. Art. 16.

artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde » en wordt een 5°

gevoegd dat als volgt is opgesteld : « 5° het advies van de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling.» b)

§ 2worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».

Art. 17.

artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».b)

§ 1

, 1° worden de woorden « van de gemeenteraad » vervangen door de woorden « van de bevoegde overheden ».c) § 1 wordt aangevuld als volgt : « 8° het advies van de plaatselijke commissie voor geïntegreerde ontwikkeling.» d)

§ 2worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».

Art. 18.

artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

, eerste lid worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde »;

het tweede lid worden de woorden «

dien de gemeente » vervangen door de woorden «

dien de begunstigde » en worden de woorden « van de gemeente » vervangen door de woorden « van de begunstigde ». b)

§ 2

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde » en

4° worden de woorden « de gemeenteraad » vervangen door de woorden « de bevoegde overheid ».c)

§ 3

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».d)

§ 4

worden de woorden « van de gemeente » vervangen door de woorden « van de begunstigde ». Art. 19.

artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».b)

§ 2worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».

Art. 20.

artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)§ 1 wordt geschrapt.
  2. b)Paragraaf 2 die § 1 is geworden, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1 Er worden voorschotten betaald ten belope van 70 % van het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest voor de operaties bedoeld

de artikelen 3, 4, 6 en 7, § 1, 7°;de voorschotten worden berekend op grond van de verkoops- of erfpachtovereenkomsten of van de provisionele vonnissen

geval van onteigening of op grond van de goedgekeurde

schrijvingen nadat opdracht werd gegeven met de werken te starten. » c)

§ 3

die § 2 is geworden, worden de woorden « artikel 7 » vervangen door de woorden « artikel 7, § 1, 1° tot 6° en § 2 », worden de woorden « artikel 7, § 4 » vervangen door de woorden « artikel 14, § 4 » en wordt als volgt aangevuld : « , voor zover de rekeningen van het vorige jaar worden goedgekeurd door de Minister of zijn afgevaardigde.» . Art. 21.

artikel 22 van hetzelfde besluit worden de woorden «

artikel 3, 4 en 6 » vervangen door de woorden «

artikel 3, 4, 6 en 7, § 1, 7° ». Art. 22.

artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

1° worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ».b)

4° worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ». Art. 23.

artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 mei 1996, worden de woorden « artikel 7 » vervangen door de woorden « artikel 7, § 1, 1° tot 6° en § 2 ». Art. 24.Het opschrift van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift : « Verplichtingen ten laste van de begunstigde van herwaarderingstoelagen« . Art. 25.

artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 mei 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

1° worden de woorden « 630 000 frank » vervangen door de woorden « vijftienduizend zeshonderd vijftig euro », worden de woorden « 786 000 frank » vervangen door de woorden « negentienduizend vierhonderd vijfentachtig euro », worden de woorden « 870 000 frank » vervangen door de woorden « eenentwintigduizend zeshonderd euro », worden de woorden « 1 050 000 frank » vervangen door de woorden « zesentwintigduizend vijftig euro » en worden de woorden « 48 000 frank » vervangen door de woorden « duizend honderd negentig euro ».b) Het 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2°

zake berekening van de huurprijs : a)

dien de woning toebehoort aan de gemeente, het centrum voor maatschappelijk welzijn of een

stelling van openbaar nut, wordt de jaarlijkse huurprijs vastgelegd op een waarde vervat tussen 2 en 5 % van de

vesteringskosten : deze stemmen overeen met de

artikel 3, § 1 bedoelde handelingen en werken;

geval het goed toebehoort aan een van die begunstigden vóór de goedkeuring van het vierjarenprogramma, wordt de waarde van het goed vóór werken

aanmerking genomen bij de berekening, op basis van de raming door de ontvanger van de registratie; b)

dien de woning

erfpacht wordt genomen volgens de bepalingen van artikel 5, wordt de aanvankelijke jaarlijkse huurprijs begrensd op 5 % van de

vesteringswaarde met betrekking tot die woning en vastgelegd

toepassing van artikel 5, § 2 van dit besluit;c) de aanvankelijke huurprijs is gekoppeld aan de

dex van de consumptieprijzen.» c)

3°, b) worden de woorden « de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn » vervangen door de woorden « de begunstigde ».d)

4°, a) worden de woorden « de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn » vervangen door de woorden « de begunstigde ».e)

4°, b) worden de woorden « van de gemeente of het openbaar centrum van maatschappelijk welzijn » vervangen door de woorden « de begunstigde ».f)

4°, c) worden de woorden « de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn » vervangen door de woorden « de begunstigde ». Art. 26.

artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 30 mei 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

1° worden de woorden « 1 250 000 frank » vervangen door de woorden « eenendertigduizend euro », worden de woorden « 100 000 frank » vervangen door de woorden « tweeduizend honderd vijftig euro » en worden de woorden « 930 000 frank » vervangen door de woorden « drieëntwintigduizend honderd euro ».b) Het artikel wordt als volgt aangevuld : « 3° wanneer het bestemd is om te worden bewoond door aankoop, mag de verkoopprijs van die woning de netto bewoonbare prijs van 870 euro/m2 niet overschrijden.Onder bewoonbare m2 dient te worden begrepen, de m5 van de as van de muren van de gemeenschappelijke delen tot de vlakke buitenste draagmuur van de gevel; voor de bewoonbare zolderdelen is de

aanmerking te nemen oppervlakte uitsluitend het gedeelte waarvan de hoogte wordt berekend vanaf het binnendeel van de vloer tot het dak dat één meter overschrijdt. Op met redenen omklede aanvraag vanwege de privé- of publieke

vesteerder bedoeld onder artikel 4, § 2, kan de Minister uitzonderlijk, geval per geval, toelating geven om af te wijken van de regeling van de begrensde verkoopprijs bedoeld

lid 1. » Art. 27.Het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift : « Afdeling 2 Beperkingen van de rechten van de begunstigde op de middels toelagen verworven, gerenoveerde, gebouwde of herbouwde goederen ». Art. 28.

artikel 27, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden « de gemeente » vervangen door de woorden « de begunstigde ». Art. 29.Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende opschrift : « Afdeling 3 Controle van de aanwending van de toelagen toegekend aan de begunstigde ». Art. 30.Tot 1 januari 2002 worden de

euro uitgedrukte bedragen die

de volgende artikelen worden vermeld als volgt omgezet : a)

artikel 4, § 2 moet « veertig frank » als « één euro » worden gelezen;b)

artikel 8 moet « twee miljoen zestienduizend negenhonderd vijfennegentig frank » als « vijftigduizend euro » worden gelezen;c)

artikel 25, 1°, a) moet « zeshonderd eenendertigduizend driehonderd negentien frank » als « vijftienduizend zeshonderd vijftig euro », « zevenhonderd zesentachtigduizend drieëntwintig frank » als « negentienduizend vierhonderd vijfentachtig euro », « achthonderd eenenzeventigduizend driehonderd tweeënveertig frank » als « eenentwintigduizend zeshonderd euro », « één miljoen vijftigduizend achthonderd vierenvijftig frank » als « zesentwintigduizend vijftig euro » en « achtenveertigduizend en vijf frank » als « duizend honderd negentig euro » worden gelezen;d)

artikel 26, 1° moet « één miljoen tweehonderd vijftigduizend vijfhonderd zevenendertig frank » als « eenendertigduizend euro », « honderdduizend achthonderd vijftig frank » als « tweeduizend vijfhonderd euro » en « negenhonderd eenendertigduizend achthonderd tweeënvijftig frank » als « drieëntwintigduizend honderd euro » worden gelezen;e)

artikel 26, 3° moet « vijfendertigduizend zesennegentig frank » als « achthonderd zeventig euro » worden gelezen. Art. 31.De Minister bevoegd voor de herwaardering van de wijken is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 20 september 2001. Door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, F.-X. de DONNEA De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting, E. TOMAS

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.