← België

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, wat betreft de functioneringsevaluatie

2 FEBRUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, wat betreft de functioneringsevaluatie De Vlaamse regering, Gelet op het bijzonder decreet va

§ 1

, heeft het recht om te worden gehoord door de Vlaamse regering of door de andere instantie,

§ 1, en kan zich hierbij laten bijstaan door een raadgever.

§ 3. De beslissing van de Vlaamse regering of van de andere instantie,

§ 1, is bindend.

De Vlaamse regering of de andere instantie,

het eerste lid, beslist binnen dertig kalenderdagen; zo niet gaat men ervan uit dat er een gunstige beslissing is. Art. 5.Aan artikel VIII 79 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° lid 1 tot en met 5 worden gegroepeerd in § 1;2° in § 1, eerste lid worden de woorden « artikel VIII 15 » vervangen door de woorden « artikel VIII 8, § 2 ».3° aan § 1, vierde lid wordt de volgende zin toegevoegd : « Tevens wordt hem schriftelijk meegedeeld op grond van welke motieven de loopbaanvertraging wordt voorgesteld.» 4° een § 2 en een § 3 worden toegevoegd, die luiden als volgt : « § 2.De ambtenaar kan tegen de beslissing tot loopbaanvertraging beroep instellen bij de raad van beroep. Het beroep is opschortend. Het beroep wordt ingesteld binnen vijftien kalenderdagen na het bezorgen van de beslissing tot loopbaanvertraging. De ambtenaar heeft het recht om te worden gehoord door de raad van beroep en kan zich hierbij laten bijstaan door een raadgever. De raad van beroep brengt een met redenen omkleed advies uit binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het beroepschrift. Als er geen advies is binnen de vooropgestelde termijn, wordt het beroep behandeld alsof er een gunstig advies werd gegeven. Het advies wordt terzelfder tijd verstuurd aan de verzoeker en aan de voor de definitieve beslissing bevoegde overheid. § 3. Het dossier wordt vervolgens binnen vijftien kalenderdagen voorgelegd aan de raad van bestuur. De raad van bestuur is bevoegd voor de definitieve beslissing over het al dan niet toekennen van de loopbaanvertraging. De raad van bestuur beslist binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad; zo niet gaat men ervan uit dat er een gunstige beslissing is. » Art. 6.In deel XIII van hetzelfde besluit wordt Hoofdstuk V « Prestatie-toelagen », bestaande uit de artikelen XIII 54 tot en met XIII 59 vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK V. - Prestatietoelagen Afdeling 1. - De managements- en staftoelage Art. XIII 54. § 1. De leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtena(a)r(

  1. en)en de afdelingshoofden kunnen een managementstoelage ontvangen tussen 0 en 20 % van hun salaris indien zij beantwoorden aan de voorwaarden van artikel XIII 58. § 2. De ambtenaren van rang A2 die een staffunctie hebben, kunnen een staftoelage ontvangen tussen 0 en 20 % van hun salaris indien zij beantwoorden aan de voorwaarden van artikel XIII 58. Art. XIII 55. § 1. Het percentage aan managementstoelage wordt per ambtenaar bepaald door de benoemende overheid voor de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtena(a)r(
  2. en)en door de raad van bestuur voor het afdelingshoofd. § 2. Het percentage aan staftoelage wordt per ambtenaar bepaald door de directieraad, of voor de VLOR door een andere instantie vermeld in het instellingsspecifiek besluit. § 3. De toekenning van een managementstoelage of een staftoelage is mogelijk tot 30 juni 2002. Afdeling 2. - Functioneringstoelage Art. XIII 56. De ambtenaren kunnen een functioneringstoelage krijgen waarvan het bedrag maximaal 15 % van hun salaris bedraagt, indien zij beantwoorden aan de voorwaarden van artikel XIII 58. In voorkomend geval bedraagt voor de ambtenaren van niveau D en E de functioneringstoelage minimum 5 % van hun salaris. De ambtenaren die in aanmerking komen voor een managements- of staftoelage komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage. Art. XIII 57. De directieraad beslist over de toekenning van de functioneringstoelage, of voor de VLOR een andere instantie, vermeld in het instellingsspecifiek besluit. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. XIII 58. § 1. Een managementstoelage kan toegekend worden indien uit de functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gefunctioneerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd. Een staftoelage of functioneringstoelage kan toegekend worden indien uit de functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend gepresteerd heeft ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd. § 2. Met salaris, zoals

artikel XIII 54 en XIII 56 wordt verstaan het geïndexeerde jaarsalaris, van toepassing in de maand december van het evaluatiejaar en in voorkomend geval het bedrag van de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt. Art. XIII

  1. De managementstoelage, de staftoelage en de functione-ringstoelage worden uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar. » Art. 7.Artikel XIV 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIV
  2. Na de proeftijd wordt het contractuele personeelslid met een langere tewerkstellingsduur dan 1 jaar, jaarlijks beoordeeld, volgens dezelfde regeling als deze welke geldt voor de functioneringsevaluatie van de ambtenaar. Een ongunstige beoordeling kan leiden tot ontslag. » Art. 8.In artikel XIV 51 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « §
  3. Het contractuele personeelslid kan volgens de regeling die geldt voor de ambtenaar een functioneringstoelage krijgen als uit de beoordeling blijkt dat het personeelslid uitstekend heeft gepresteerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd. Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  4. Art. 10.De leden van de Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 2 februari
  5. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. M. VOGELS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport, J. SAUWENS De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.