12 JUNI 2001. - Ministerieel besluit tot bepaling van de kwaliteitszorg in initiatieven voor buitenschoolse opvang De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Gelet op het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin, gewijzigd bij de decreten van 3 mei 1989, 23 februari 1994, 24 juni 1997, 7 juli 1998 en 9 maart 2001; Gelet op het decreet van 29 april 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997035637 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen sluiten inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1999; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/07/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035976 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering sluiten tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 15 oktober 1999, 14 april 2000 en 26 mei 2000; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/02/2001 pub. 27/04/2001 numac 2001035445 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang sluiten houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang, inzonderheid op artikel 9, 1° en 2°; Gelet op het advies van de raad van bestuur van Kind en Gezin, gegeven op 13 december 2000; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 mei 2001; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat initiatieven voor buitenschoolse opvang, rekening houdend met het feit dat de voorziene overgangsperiode van drie jaar al loopt vanaf 1 januari 2001, onmiddellijk werk moeten kunnen maken van een kwaliteitsbeleid via het uitwerken van een kwaliteitsplanning en een kwaliteitssysteem, om hun werking te conformeren aan de bepalingen, opgenomen in het decreet van 29 april 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997035637 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen sluiten inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1999, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel 1.§ 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° K&G : de instelling Kind en Gezin, opgericht bij het decreet van 29 mei l984, houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin;2° initiatieven : initiatieven voor buitenschoolse opvang, erkend door Kind en Gezin. § 2. Initiatieven voor buitenschoolse opvang garanderen een kwaliteitszorg volgens de bepalingen van dit besluit. HOOFDSTUK II. - Kwaliteitsbeleid Art. 2.§ 1. Het initiatief ontwikkelt een kwaliteitsbeleid dat uitgaat van zijn missie, zijn waarden en zijn visie omtrent de doelgroep en de functies die het opneemt ten aanzien van die doelgroep. § 2. Het kwaliteitsbeleid is erop gericht op een systematische wijze de kwaliteit van de aangeboden hulp- en dienstverlening, alsook van de werking van een initiatief, te bepalen, te plannen, te verbeteren, te beheersen en te borgen. § 3. Het initiatief houdt bij het ontwikkelen van het kwaliteitsbeleid rekening met de opties van het lokale overleg buitenschoolse kinderopvang en de mogelijkheden op het vlak van personeel, infrastructuur en financiële middelen om een goede werking van het initiatief mogelijk te maken. § 4. Het initiatief betrekt het personeel, de ouders en de kinderen bij het ontwikkelen van het kwaliteitsbeleid en neemt de nodige maatregelen om hen op een begrijpelijke wijze over het beleid te informeren. § 5. Het kwaliteitsbeleid concretiseert de doelstellingen op het vlak van kwaliteitszorg via het uitwerken van een kwaliteitsplanning en een kwaliteitssysteem die worden beschreven in een kwaliteitshandboek. HOOFDSTUK III. - Kwaliteitsplanning Art. 3.§ 1. De kwaliteitsplanning is een periodiek proces waarbij het initiatief zijn doelstellingen op het vlak van kwaliteitszorg vastlegt. § 2. Het initiatief benoemt bij elke doelstelling de middelen die zullen worden ingezet voor het bereiken ervan en de persoon of de groep van personen die verantwoordelijk is voor het verwezenlijken van de doelstelling. § 3. Het initiatief legt vast op welke wijze de doelstellingen verwezenlijkt zullen worden. Daarbij wordt ook beschreven met welke frequentie het realiseren van de doelstellingen wordt gecontroleerd. Waar nodig corrigeert het initiatief de implementatiewijze. HOOFDSTUK IV. - Kwaliteitssysteem Art. 4.§ 1. Het initiatief ontwikkelt een kwaliteitssysteem dat aangeeft hoe de beschikbare middelen worden ingezet en hoe de dienstverleningsprocessen worden georganiseerd, beheerst en geëvalueerd. § 2. Het initiatief neemt de maatregelen die nodig zijn om het kwaliteitssysteem te implementeren, goed te doen functioneren en aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. § 3. Het initiatief legt de verantwoordelijkheden vast voor de uitvoering en het onderhoud van het kwaliteitssysteem. Art. 5.Het initiatief beschrijft de maatregelen die genomen worden voor het efficiënt en kwaliteitsgericht inzetten van de middelen. Daartoe beschrijft het initiatief : 1° hoe het personeelsbeleid gestalte krijgt.Dat wordt onder meer geconcretiseerd in :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.