← België

Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de subsidiëring van de diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg

wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der inste

artikel 8, § 1 : 1° logistiek personeel : 16 417,64 euro;2° administratief personeel : 21 178,98 euro;3° begeleidend personeel : 25 707,48 euro;4° leidinggevend personeel : 32 465,85 euro. Art. 10.§ 1. Vanaf 1 januari 2003 worden de bedragen,

artikel 9, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 16 877,56 euro;2° 21 594,23 euro;3° 26 432,32 euro;4° 32 465,85 euro. § 2. Vanaf 1 januari 2004 worden de bedragen,

artikel 9, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 17 337,45 euro;2° 22 131,83 euro;3° 27 370,74 euro;4° 32 465,85 euro. § 3. Vanaf 1 januari 2005 worden de bedragen,

artikel 9, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 17 797,34 euro;2° 22 374,2 euro;3° 27 515,29 euro;4° 32 465,85 euro. Art. 11.§

  1. De diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg die GESCO personeel tewerkstellen ontvangen per GESCO-VTE, bepaald conform artikel 7, § 2 en artikel 8, § 2, een toeslag op de enveloppe. §
  2. Vanaf 1 januari 2001 bedraagt deze toeslag : 1° 28 385 frank per jaar per VTE aan logistiek personeel;2° 193 294 frank per jaar per VTE aan administratief personeel;3° 196 705 frank per jaar per VTE aan begeleidend personeel;4° 352 841 frank per jaar per VTE aan leidinggevend personeel. §
  3. Vanaf 1 januari 2002 worden de bedragen,

§ 2

, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 1 407,29 euro;2° 5 640,92 euro;3° 6 358,67 euro;4° 8 746,7 euro. § 4. Vanaf 1 januari 2003 worden de bedragen,

§ 2

, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 2 110,96 euro;2° 6 276,24 euro;3° 7 467,67 euro;4° 8 746,7 euro. § 5. Vanaf 1 januari 2004 worden de bedragen,

§ 2

, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 2 814,58 euro;2° 7 098,78 euro;3° 8 903,44 euro;4° 8 746,7 euro. § 6. Vanaf 1 januari 2005 worden de bedragen,

§ 2

, respectievelijk vervangen door wat volgt : 1° 3 518,23 euro;2° 7 469,6 euro;3° 9 124,61 euro;4° 8 746,7 euro. Art. 12.De bedragen

artikel 6, 7, 9, 10 en 11 zijn uitgedrukt tegen 100 % op basis van de spilindex van toepassing op 1 januari

  1. Binnen de perken van de begroting worden die subsidiebedragen geïndexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van het Rijk worden gekoppeld. De voormelde koppeling aan het indexcijfer wordt evenwel berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen. Art. 13.§
  2. Om de conform de artikelen 6 tot en met 12 berekende subsidie-enveloppe volledig te verkrijgen moet de dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg aantonen dat : 1° hij op jaarbasis per VTE aan logistiek personeel minstens 95 % van het gemiddelde van 1 450 gefactureerde uren realiseert;2° hij, met betrekking tot de norm begeleidend personeel van 1 VTE op 17,5 VTE aan logistiek personeel en de norm leidinggevend personeel van 1 VTE op 100 VTE aan logistiek personeel, aantoont dat hij minstens 90 % van de som van het aantal VTE op jaarbasis dat resulteert uit de toepassing van beide normen effectief heeft tewerkgesteld. §
  3. Voor de bewijsvoering van de onder § 1 vermelde voorwaarden worden zowel het conform dit besluit toegewezen personeel als het aanwezige gesco-personeel in alle functiecategorieën in aanmerking genomen. Dit betekent dat voor het bereiken van 95 % van het gemiddelde van 1450 gefactureerde uren de prestaties en de aantallen VTE van al het logistiek personeel, dus ook het gesco logistiek personeel, in rekening moeten worden gebracht. Dit betekent ook dat de norm begeleidend personeel en de norm leidinggevend personeel op de aantallen VTE van al het logistiek personeel, dus ook het gesco logistiek personeel, zal worden berekend. Dit betekent ten slotte ook dat een gesco begeleidend personeelslid of een gesco leidinggevend personeelslid meetelt voor de bewijsvoering van de 90 % effectieve tewerkstelling. §
  4. De bewijsvoering gebeurt conform de bepalingen van artikel
  5. Art. 14.§
  6. Indien een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg de in artikel 13, § 1, 1° vermelde 95 % niet haalt dan wordt het deel van de subsidie-enveloppe dat gebaseerd is op artikel 6, § 1, 1°; artikel 7, § 1, 1°; artikel 8, § 1, 1° en artikel 11, § 2, 1° verminderd met : 1° 5 % indien de dienst een percentage haalt van lager dan 95 % en hoger dan of gelijk aan 90 %;2° 10 % indien de dienst een percentage haalt van lager dan 90 % en hoger dan of gelijk aan 85 %;3° (100 % - het behaalde percentage) indien de dienst een percentage haalt van lager dan 85 %. §
  7. Indien een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg de in artikel 13, § 1, 2° vermelde 90 % niet haalt dan wordt het deel van de subsidie-enveloppe dat gebaseerd is op artikel 6, § 1, 2°, 3° en 4°; artikel 7, § 1, 2°, 3° en 4°; artikel 8, § 1, 2°, 3° en 4° en artikel 11, § 2, 2°, 3° en 4° verminderd met : 1° 5 % indien de dienst een percentage haalt van lager dan 90 % en hoger dan of gelijk aan 85 %;2° 10 % indien de dienst een percentage haalt van lager dan 85 % en hoger dan of gelijk aan 80 %;3° (100 % - het behaalde percentage) indien de dienst een percentage haalt van lager dan 80 %. Art. 15.§
  8. Elk trimester wordt een voorschot uitgekeerd van 22,5 % van de conform de artikelen 6 tot en met 12 berekende subsidie-enveloppe. Deze voorschotten worden uitbetaald voor het einde van de tweede maand van het trimester waarop ze betrekking hebben. §
  9. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend, toegekend en gesaldeerd na goedkeuring door de administratie van de in artikel 4 vermelde verslagen en bewijsvoering. §
  10. Indien uit de toepassing van artikel 14 zou blijken dat een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg meer voorschotten heeft ontvangen dan het definitieve subsidiebedrag dan wordt het verschil teruggevorderd. HOOFDSTUK IV. - Het toezicht Art. 16.De administratie oefent ter plaatse of op stukken toezicht uit met betrekking tot de naleving van de bepalingen van dit besluit. Dit toezicht brengt het recht mee om de dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg en zijn activiteiten te bezoeken en om kennis te nemen van alle stukken en bescheiden die met de uitoefening van dit toezicht verband houden. De dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg verleent zijn volle medewerking aan de uitoefening van dit toezicht. Hij bezorgt de administratie, op eenvoudig verzoek, de stukken die met de uitoefening van dit toezicht verband houden. Art. 17.§
  11. Onverminderd de toepassing van artikel 57 en 58 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kan de minister, als een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg niet voldoet aan één of meerdere subsidiëringsvoorwaarden, als subsidiefraude wordt vastgesteld of als de dienst niet meewerkt aan de uitoefening van het in artikel 16 bedoelde toezicht, de vereffening van de subsidies geheel of gedeeltelijk stopzetten voor een door hem te bepalen termijn. Ook kan de minister de reeds vereffende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen voor een door hem te bepalen termijn. Het voornemen van de minister tot stopzetting van de subsidiëring of tot terugvordering van subsidies wordt door de administratie aan de dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg verzonden met een aangetekende brief, waarin de mogelijkheden en de voorwaarden om een bezwaarschrift in te dienen worden vermeld. §
  12. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan de dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg tot uiterlijk 45 dagen na ontvangst van het voornemen tot stopzetting van de subsidiëring of tot terugvordering van subsidies, hiertegen met een aangetekende brief een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de administratie. De dienst kan hierin uitdrukkelijk vragen om te worden gehoord. In voorkomend geval zal de minister binnen zestig dagen na ontvangst van dit bezwaarschrift zijn beslissing bevestigen of intrekken. Als de dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg geen bezwaarschrift heeft ingediend binnen de gestelde termijn of als de minister zijn beslissing binnen de gestelde termijn heeft bevestigd, wordt de subsidiëring geheel of gedeeltelijk stopgezet, worden de subsidies geheel of gedeeltelijk teruggevorderd. Als de minister zijn beslissing intrekt of als hij zijn beslissing binnen de gestelde termijn niet bevestigt, wordt de subsidiëring voortgezet of blijven de subsidies behouden. HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 18.Met betrekking tot het bedrag van 3,23 euro,

artikel 2, 4°, tweede lid geldt vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2001, een bedrag van 130 frank. Art. 19.De diplomavoorwaarden zoals bepaald in artikel 3 zijn enkel van toepassing op het personeel dat wordt aangeworven na datum van dit besluit. De personeelsleden die voor datum van dit besluit waren tewerkgesteld in een welbepaalde functiecategorie in een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg worden ambtshalve gelijkgesteld. Art. 20.De subsidies die in de loop van 2001 reeds werden uitbetaald krachtens het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/12/2000 pub. 13/02/2001 numac 2001035075 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de toekenning van een niet-gereglementeerde subsidie aan de initiatiefnemers die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut sluiten houdende de toekenning van een niet-gereglementeerde subsidie aan de initiatiefnemers die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut zullen worden verrekend naar het derde voorschot 2001. Het derde voorschot 2001 zal gelijk zijn aan het verschil tussen 67,5 % van de conform de artikelen 6, 7 en 11 te berekenen jaarsubsidie en de reeds ontvangen subsidie op basis van het in eerste lid vermelde besluit. Vanaf het vierde voorschot 2001 gelden de bepalingen van artikel 15, § 1. Art. 21.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001, met uitzondering van de artikelen 13 en 14 die in werking treden op 1 januari 2002. Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 10 juli 2001. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. M. VOGELS

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.