voering van de werkstraf als autonome straf
correctionele zaken en
politiezaken
artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 2.
artikel 7 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wetten van 9 april 1930, 1 juli 1964, 10 juli 1996 en 4 mei 1999, worden de woorden «
correctionele zaken en politiezaken : Gevangenisstraf » vervangen door de woorden : «
correctionele zaken en
politiezaken : 1° gevangenisstraf, 2° werkstraf. De
het 1° en het 2° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast. » Art. 3.
hoofdstuk II van boek I van hetzelfde Wetboek wordt een nieuwe afdeling Vbis
gevoegd, houdende de artikelen 37ter , 37quater en 37quinquies , luidend als volgt : « Afdeling Vbis . - De werkstraf Art. 37ter . § 1.
dien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een werkstraf opleggen. Binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, voorziet de rechter
een gevangenisstraf of
een geldboete die van toepassing kan worden
geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd. De werkstraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten die bedoeld zijn
: - artikel 347bis ; - de artikelen 375 tot 377; - de artikelen 379 tot 386ter ,
dien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen; - de artikelen 393 tot 397; - artikel
kracht van gewijsde is gegaan. De probatiecommissie kan die termijn ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde verlengen. § 3.
dien een werkstraf door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten
over de draagwijdte van een dergelijke straf en hoort hem
zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de werkstraf slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij
persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn
stemming heeft gegeven. De rechter die weigert een werkstraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden. § 4. De rechter bepaalt de duur van de werkstraf en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete
vulling van de werkstraf. Art. 37quater . § 1. De veroordeelde verricht de werkstraf kosteloos tijdens de vrije tijd waarover hij naast zijn eventuele school- of beroepsactiviteiten beschikt. De werkstraf mag uitsluitend worden verricht bij openbare diensten van de Staat, de gemeenten, de provincies, de gemeenschappen en de gewesten, dan wel bij verenigingen zonder winstoogmerk of bij stichtingen met een sociaal, wetenschappelijk of cultureel oogmerk. De werkstraf mag niet bestaan uit een activiteit die,
de aangewezen overheidsdienst of vereniging, doorgaans door bezoldigde werknemers wordt verricht. § 2. Met het oog op de toepassing van artikel 37ter , kunnen het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten en de vonnisgerechten aan de afdeling van de Dienst justitiehuizen van het ministerie van Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de
verdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren. § 3. Elke arrondissementele afdeling van de Dienst justitiehuizen van het ministerie van Justitie stelt maandelijks een verslag op over het aanbod van beschikbare plaatsen
het arrondissement waar de werkstraf kan worden verricht. De afdeling bezorgt een afschrift van dit verslag aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en aan de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en, op eenvoudig verzoek, aan al wie van een belang kan doen blijken. Art. 37quinquies . §
kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier daarvan binnen vierentwintig uur een uitgifte aan de voorzitter van de bevoegde probatiecommissie, alsook aan de afdeling van de Dienst justitiehuizen van het Ministerie van Justitie van het gerechtelijk arrondissement, die onverwijld de
De identiteit van de justitieassistent wordt schriftelijk meegedeeld aan de probatiecommissie, die er binnen zeven werkdagen de veroordeelde
kennis van stelt bij aangetekende brief en
voorkomend geval zijn raadsman bij gewone brief. § 3. De justitieassistent bepaalt na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen de concrete
vulling van de straf, met naleving van de aanwijzingen bedoeld
artikel 37ter , § 4, onder toezicht van de probatiecommissie die hierin te allen tijde, en eveneens met naleving van de aanwijzingen bedoeld
artikel 37ter , § 4, preciseringen of wijzigingen kan aanbrengen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde. De justitieassistent stelt de veroordeelde bij aangetekende brief
kennis van de concrete
vulling van de werkstraf en licht de raadsman van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de probatiecommissie hierover schriftelijk
binnen drie dagen, zaterdagen, zondagen en feestdagen niet
begrepen. § 4.
geval de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, meldt de justitieassistent dit onverwijld aan de probatiecommissie. Meer dan tien dagen vóór de datum die werd vastgesteld om de zaak te behandelen, roept de commissie de veroordeelde bij aangetekende brief op en stelt zijn raadsman ervan
kennis. Het dossier van de commissie wordt gedurende vijf dagen ter beschikking gehouden van de veroordeelde en zijn raadsman. De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt, naargelang van het geval, een beknopt of met redenen omkleed verslag op, met het oog op de toepassing van de vervangende straf. Het verslag wordt bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, bij gewone brief aan het openbaar ministerie en de justitieassistent en
voorkomend geval aan de raadsman van de veroordeelde.
dit geval kan het openbaar ministerie beslissen de
de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de werkstraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd. » Art. 4.Artikel 58 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt aangevuld : «
dien werkstraffen worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum driehonderd uren bedragen. » Art. 5.
artikel 59 van hetzelfde Wetboek, wordt het woord « , werkstraffen »
gevoegd tussen het woord « geldboeten » en de woorden « en correctionele gevangenisstraffen ». Art. 6.
artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 februari 1977, worden de woorden « of driehonderd uren werkstraf »
gevoegd tussen het woord « gevangenisstraf » en de woorden « te boven ». Art. 7.Artikel 85, eerste lid van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 9 april 1930 en 9 juli 1964, wordt vervangen als volgt : «
dien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kunnen de gevangenisstraffen, de werkstraffen en de geldboeten onderscheidenlijk tot beneden acht dagen, vijfenveertig uren en zesentwintig EUR worden verminderd, zonder dat zij lager mogen zijn dan politiestraffen. » HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 8.
het artikel 216ter , § 1, van het Wetboek van strafvordering,
gevoegd bij de wet van 10 februari 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het derde lid, worden de woorden « met de uitvoering van een dienstverlening of » weggelaten;2° het vierde lid wordt opgeheven. Art. 9.Artikel 594, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand
zake belastingen naar het
komen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991
stemming met de Overeenkomst
zake het witwassen, de opsporing, de
beslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 sluiten, wordt aangevuld met een 4°, luidend als volgt : « 4° de beslissingen die veroordelen tot een werkstraf overeenkomstig artikel 37ter van het Strafwetboek. » Art. 10.
artikel 595, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand
zake belastingen naar het
komen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991
stemming met de Overeenkomst
zake het witwassen, de opsporing, de
beslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 sluiten, worden de woorden « de
artikel 594, 1° tot 3° bedoelde veroordelingen, beslissingen en maatregelen; » vervangen door de woorden « de
artikel 594, 1° tot 4° bedoelde veroordelingen, beslissingen en maatregelen ». HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1964 pub. 27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 11.
artikel 1, § 3, van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1964 pub. 27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,
gevoegd bij de wet van 22 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, tussen het woord « gevangenisstraf » en de woorden « wordt gelast » worden de woorden « of werkstraf »
gevoegd;2°
hetzelfde lid, de woorden « dienstverlening te verrichten of » weglaten;3°
hetzelfde lid, de woorden « Dienstverlening en opleiding kunnen ook samen worden opgelegd.», weglaten; 4°
het tweede lid de woorden « kunnen dienstverlening of » vervangen door het woord « kan »;5°
hetzelfde lid,
de tweede zin, de woorden « dienstverlening of » weglaten. Art. 12.
artikel 1bis van dezelfde wet, vervangen bij de wetten van 22 maart 1999 en 28 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden het eerste, derde en vierde lid opgeheven;2°
, eerste lid, worden de woorden « en de dienstverlening worden verricht » weggelaten;3°
dezelfde paragraaf worden het tweede en derde lid opgeheven;4°
worden de woorden « De dienstverlening of de opleiding kunnen » vervangen door de woorden « De opleiding kan »;5°
dezelfde paragraaf worden de woorden « dienstverlening kan verrichten of » weggelaten. Art. 13.
artikel 8, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 9 januari 1991, 10 februari en 11 juli 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « een werkstraf of »
gevoegd tussen de woorden « wanneer zij tot » en de woorden « een of meer straffen »;2°
het vierde lid worden de woorden « , de werkstraffen » tussen de woorden « de geldstraffen » en de woorden « en de gevangenisstraffen »
gevoegd. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 14.De Koning is belast met de coördinatie van de wetteksten met de bepalingen van deze wet. Art. 15.Met uitzondering van de artikelen 8, 11 en 12 treedt deze wet
werking op de datum van de bekendmaking ervan
het Belgisch Staatsblad . De achttiende maand na de
werkingtreding bedoeld
het vorige lid, legt de Koning bij de Kamer van volksvertegenwoordigers en bij de Senaat een evaluatierapport neer over de toepassing van de bij deze wet geregelde werkstraf. De artikelen 8, 11 en 12 treden
werking op de door de Koning vastgestelde datum, ten vroegste de eerste dag van de achttiende maand na de
werkingtreding van deze wet en ten laatste de eerste dag van de vierentwintigste maand na de
werkingtreding van deze wet. De Koning zal de Wetgevende Kamers verzoeken een wetsontwerp ter bekrachtiging van het
uitvoering van het vorige lid genomen besluit aan te nemen. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 april 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 50-549 - Nr.
plenaire vergadering en teruggezonden naar de Senaat, 50-549 - Nr.
te stemmen met het door de Kamer van volksvertegenwoordigers opnieuw geamendeerde ontwerp, 2-778 - Nr. 15. Parlementaire Handelingen. - 27 en 28 maart 2002.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.