7 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot regeling van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren VERSLAG AAN DE KONING Sire, De wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren reorganiseert de Centrale voor Kredieten aan Particulieren die reeds bestaat in de schoot van de Nationale Bank van België. De Centrale registreert de consumentenkredietovereenkomsten en de hypothecaire kredietovereenkomsten die wanbetalingen kennen. Naast dit negatief luik dat blijft verder bestaan, richt de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten een positief luik in, dat wil zeggen een registratie van alle consumentenkredietovereenkomsten en alle hypothecaire kredietovereenkomsten. Voorafgaand aan het sluiten van een nieuwe kredietovereenkomst, zullen de kredietgevers de Centrale moeten consulteren, die hen zo een volledige informatie verschaft over het eventueel bestaan van andere reeds gesloten overeenkomsten door de kandidaat-kredietnemer en over eventuele wanbetalingen. Het ontwerp van koninklijk besluit dat Uw Minister de eer heeft voor te leggen aan Uwe Majesteit, geeft uitvoering aan de bepalingen van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren. Het ontwerp van koninklijk besluit werd aan het advies van de Raad van State aangepast met uitzondering van de opmerkingen betreffende de artikelen 5, § 2 en 8, § 1, 2°, die niet gevolgd werden. Artikel 1 Artikel 1 bevat de definities. Enerzijds, uit bekommernis voor vereenvoudiging werden de definities van « terugkeer tot de normale uitvoering » en « tenietgaan van de schuld » die voorkwamen in het koninklijk besluit van 20 november 1992 betreffende de registratie door de Nationale Bank van België van wanbetalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet, samengevoegd en geherformuleerd onder de definitie van « regularisatie ». Anderzijds werd de definitie « regularisatie » verruimd. Het punt
(2)In normatieve teksten worden in beginsel geen woorden als "moeten" of "dienen te" gebruikt, aangezien de verplichting reeds uit de norm zelf voortvloeit.De stellers van het ontwerppassen de redactie van de tekst van het ontwerp bij voorkeur aan dit legistiek voorschrift aan. Artikel 8 In artikel 8, § 1, 2°, doet de zinsnede "ongeacht of de kredietovereenkomst al dan niet werd geregulariseerd" de vraag rijzen of die bepaling daardoor niet 1° van dezelfde paragraaf overlapt, ingeval er een regularisatie is geweest. Dergelijke overlapping moet worden vermeden teneinde rechtsonzekerheid te vermijden omtrent de toe te passen bewaartermijn. Indien het de bedoeling is om met de betrokken zinsnede het in het verslag aan de Koning vermelde geval te regelen, waarin een regularisatie gebeurt op het einde van de in artikel 8, § 1, 2°, bedoelde termijn van tien jaar, dient zulks op een meer expliciete en duidelijke wijze in de tekst van het ontwerp tot uitdrukking te worden gebracht. Artikel 9 In artikel 9, § 4, wordt de mededelingsplicht blijvend ten laste van de kredietgever gelegd. Vraag is of de betrokkene steeds over de daartoe vereiste gegevens zal beschikken. Artikel 10 Rekening houdend met de terminologie die in artikel 9 van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten wordt gebruikt, passe men de redactie van artikel 10 van het ontwerp aan als volgt : « Met toepassing van artikel 9 van de wet raadpleegt de kredietgever de Centrale : 1° in geval van een consumentenkrediet, binnen een termijn van twintig kalenderdagen die het aan het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaat;2° in geval van een hypothecaire kredietovereenkomst, binnen een termijn van vijftien kalenderdagen die aan het overhandigen van het kredietaanbod voorafgaat.Deze raadpleging blijft gedurende vier maanden geldig. Indien de hypothecaire kredietovereenkomst... ». Artikel 13 1. Artikel 13 van het ontwerp beoogt uitvoering te geven aan artikel 7 van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten en moet bijgevolg in overeenstemming zijn met die wetsbepaling.Zo dienen in artikel 13, § 1, van het ontwerp de woorden "Elke persoon" te worden vervangen door de woorden "De kredietnemer", moet ook in artikel 13, § 2, van de "kredietnemer" en niet van de "persoon" worden gewaagd, en wordt in artikel 13, §§ 2 en 3, de term "verbetering van gegevens" bij voorkeur vervangen door de term "rechtzetting van verkeerde gegevens" die in artikel 7 van de wet wordt gebruikt. 2. In artikel 13, § 3, is niet duidelijk welke de precieze draagwijdte is van de zinsnede "in de uitoefening van zijn mandaat of ambt en in het raam van de uitvoering van de kredietovereenkomst".Meer bepaald rijst de vraag of het de bedoeling is met die zinsnede tot uitdrukking te brengen dat een bijzondere volmacht of een specifiek mandaat vereist is om toegang tot de Centrale te krijgen. Indien integendeel de stellers van het ontwerp niet de intentie hebben om af te wijken van de ter zake van toepassing zijnde gemeenrechtelijke regels, is het overbodig deze in de tekst van het ontwerp te bevestigen. Wordt de betrokken zinsnede in het ontwerp gehandhaafd, dan verdient zulks hoe dan ook enige nadere verduidelijking in het verslag aan de Koning. Artikel 15 In de opheffingsbepaling van artikel 15 moeten, zoals in het tweede lid van de aanhef gebeurt, de nog van kracht zijnde wijzigende besluiten worden vermeld. Artikel 16 Artikel 16 strekt ertoe de mededeling van de gegevens te regelen betreffende de kredietovereenkomsten die worden gesloten voor de inwerkingtreding van de ontworpen regeling. In het verslag aan de Koning wordt in dat verband het volgende gesteld : « Zoals de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer onderlijnt, kan de verplichting tot mededeling van het identificatienummer van het Rijksregister van natuurlijke personen niet toegepast worden ten aanzien van de kredietgevers die niet beschikken over dit nummer voor deze contracten". Deze verduidelijking komt neer op een inperking van het toepassingsgebied van de overgangsbepaling van artikel 16, die in de tekst van die bepaling tot uitdrukking moet worden gebracht. Slotopmerking Het is vanuit wetgevingstechnisch oogpunt niet raadzaam om een artikel in te delen in paragrafen wanneer elke paragraaf slechts uit één lid bestaat. In diverse artikelen van het ontwerp wordt derhalve beter afgezien van de paragraafsgewijze indeling (zo onder meer in de artikelen 8, 9 en 13). De kamer was samengesteld uit : De heren : M. Van Damme, kamervoorzitter; J. Baert en J. Smets, staatsraden; G. Schrans en A. Spruyt, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. A. Beckers, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme. Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer L. Van Calenbergh, adjunct-referendaris. De griffier, De voorzitter, A. Beckers. M. Van Damme. 7 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot regeling van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, inzonderheid op de artikelen 3, § 1, 3°, § 2, tweede lid, 4, 7, 8, § 1, eerste lid, 9 en 34; Gelet op het koninklijk besluit van 20 november 1992 betreffende de registratie door de Nationale Bank van België van wanbetalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 11 januari 1993 en 31 maart 1994; Gelet op het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gegeven op 22 augustus 2001; Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 18 oktober 2001; Gelet op het advies van het Begeleidingscomité van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, gegeven op 7 december 2001; Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies van 33.079/1 van de Raad van State, gegeven op 23 mei 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren;2° de kredietovereenkomst : de overeenkomst bedoeld in artikel 2, 3° en 4,° van de wet;3° de regularisatie : de toestand van de geregistreerde kredietovereenkomst waarbij :
- a)ofwel de voorwaarden van het gebruik en, naargelang het geval, van de aflossing, de reconstitutie of de terugbetaling van het krediet opnieuw worden geëerbiedigd;
- b)ofwel een bedrag is terugbetaald dat overeenstemt met het bedrag in hoofdsom dat moet worden gestort om het kapitaal af te lossen, terug te betalen of te reconstitueren, vermeerderd met : - in geval van een consumentenkredietovereenkomst, het bedrag van de vervallen en niet-betaalde kosten van het krediet en, in voorkomend geval, het bedrag van de nalatigheidsintrest, de straffen, de schadevergoedingen en de kosten; - in geval van hypothecaire kredietovereenkomsten, de vervallen en niet-betaalde intresten en, in voorkomend geval, het bedrag van de nalatigheidsintrest, de straffen, de schadevergoedingen en de kosten;
- c)ofwel de kredietgever niet overgaat tot de uitvoering van maatregelen ter invordering van het opeisbaar gestelde krediet en aanvaardt dat de kredietnemer, die zijn betalingsachterstand heeft aangezuiverd, opnieuw het krediet volgens de oorspronkelijk overeengekomen modaliteiten terugbetaalt;
- d)ofwel de einddatum werd bereikt van de aanzuiveringsregeling zoals bedoeld in titel IV van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek;4° werkdagen : het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen.Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Voor de toepassing van dit besluit worden de consumentenkredietovereenkomsten die niet beantwoorden aan de types van krediet bedoeld in artikel 1, 9° tot 12°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, gelijkgesteld met de lening op afbetaling. HOOFDSTUK II. - Mededeling van gegevens aan de Centrale (POSITIEVE LUIK) Art. 2.§ 1. De gegevens die in de Centrale worden geregistreerd zijn de volgende : 1° het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen, de naam, de eerste officiële voornaam en het geslacht van de kredietnemer;2° zijn geboortedatum, uitgedrukt door het nummer van de dag, van de maand en van het jaar;3° zijn woonplaats of, wanneer deze onbestaand of ongekend is, de verblijfplaats bepaald door de naam van de straat, het nummer van het gebouw en desgevallend het busnummer, de naam van de plaats evenals de postcode;4° de naam en het adres van de kredietgever en, in voorkomend geval de overnemer;5° het type van krediet, het nummer en de taal van de kredietovereenkomst;6° voor de verkoop op afbetaling, de financieringshuur en de lening op afbetaling, het totaal terug te betalen bedrag, het termijnbedrag indien de termijnbedragen gelijk zijn, het bedrag van de eerste betalingstermijn indien de termijnbedragen ongelijk zijn, het aantal betalingstermijnen, de initiële periodiciteit van de betalingstermijnen en de datum van de eerste en van de laatste betalingstermijn;7° voor de kredietopening, het bedrag van het krediet, de datum van het sluiten van de overeenkomst en, desgevallend, de datum van het einde van de overeenkomst;8° voor de hypothecaire kredietovereenkomst, het geleend bedrag in kapitaal, het bedrag van een vervaldag indien de vervaldagbedragen gelijk zijn, het bedrag van de eerste vervaldag indien de vervaldagbedragen ongelijk zijn, het aantal vervaldagen, de initiële periodiciteit van de vervaldagen, de datum van de eerste en van de laatste vervaldag. § 2. De naam, eerste officiële voornaam en geboortedatum van de kredietnemer moeten overeenstemmen met de gegevens vermeld op al naargelang het geval :
- a)de identiteitskaart bedoeld in artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
- b)de verblijfsvergunning uitgereikt op het tijdstip van de inschrijving in het wachtregister bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, van de hierboven vermelde wet van 19 juli 1991;
- c)de identiteitskaart, het paspoort of de vervangende reisvergunning, uitgereikt aan een vreemdeling die geen verblijf houdt in het Rijk, door de Staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is. Art. 3.De gegevens betreffende de kredietovereenkomst worden binnen twee werkdagen na het sluiten van de overeenkomst aan de Centrale medegedeeld. Wanneer de kredietovereenkomst vervroegd wordt beëindigd of wanneer de kredietopeningsovereenkomst wordt opgezegd, melden de personen bedoeld in artikel 9, dit binnen twee werkdagen volgend op de terugbetaling van het nog verschuldigde bedrag aan de Centrale. Art. 4.§ 1. De bewaartermijnen van de gegevens bedoeld in artikel 2 zijn de volgende : 1° drie maanden en acht werkdagen na de datum van het einde van de kredietovereenkomst, 2° in voorkomend geval, tot de datum waarop de mededeling bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt verricht. § 2. Bij het verstrijken van de bewaartermijnen worden alle gegevens, bedoeld in artikel 2, verwijderd. Evenwel, wanneer er wanbetaling is in de zin van dit besluit, wordt de registratie verlengd tot beloop van de daartoe voorziene termijnen. HOOFDSTUK III. - Mededeling van gegevens aan de Centrale (NEGATIEVE LUIK) Art. 5.§ 1. De wanbetalingen bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, van de wet worden in de Centrale geregistreerd indien ze beantwoorden aan de volgende criteria : 1° in geval van verkoop op afbetaling, financieringshuur en lening op afbetaling :
- a)drie termijnbedragen zijn op hun vervaldag niet of onvolledig betaald, of
- b)een vervallen termijnbedrag is gedurende drie maanden niet of onvolledig betaald, of
- c)de nog te vervallen termijnbedragen zijn onmiddellijk opeisbaar geworden;2° in geval van kredietopening : de kredietnemer die de voorwaarden van de kredietovereenkomst niet eerbiedigt, heeft een debetstand niet volledig aangezuiverd in een periode van drie maanden vanaf de datum waarop hij hiertoe schriftelijk door de kredietgever werd verzocht;3° in geval van een hypothecaire kredietovereenkomst :
- a)een verschuldigd bedrag werd niet of onvolledig betaald binnen drie maanden na de vervaldag, of
- b)een verschuldigd bedrag werd niet of onvolledig betaald binnen een maand na het versturen door de kredietgever van de ter post aangetekende verwittiging bedoeld in artikel 45 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet. § 2. Bij de eerste registratie van een wanbetaling betreffende een kredietovereenkomst, moet het bedrag van deze wanbetaling betrekking hebben op een som hoger dan 25 euro. Art. 6.De mededeling aan de Centrale van een wanbetaling omtrent een kredietovereenkomst bevat volgende gegevens : 1° het nummer en de taal van de kredietovereenkomst en de identificatiegegevens van de kredietnemer zoals voorzien in artikel 2, § 1, 1° en 2°;2° in voorkomend geval, de overdracht van de overeenkomst met de identiteit van de overnemer;3° voor de verkoop op afbetaling, de financieringshuur en de lening op afbetaling, de datum van de wanbetaling en
- a)ofwel, het vervallen en niet-betaalde kapitaal vermeerderd met het bedrag van de vervallen en niet-betaalde totale kosten van het krediet;
- b)ofwel, in geval van opeisbaarstelling, het bedrag van het verschuldigd blijvend saldo vermeerderd met het bedrag van de vervallen en niet- betaalde totale kosten van het krediet;4° voor de kredietopening, de datum van de wanbetaling en het bedrag van het verschuldigd blijvende saldo vermeerderd met het bedrag van de vervallen en niet-betaalde totale kosten van het krediet;5° voor de hypothecaire kredietovereenkomst, de datum van de wanbetalingen, en
- a)ofwel het vervallen en niet-betaalde kapitaal vermeerderd met de vervallen en niet-betaalde intresten;
- b)ofwel, in geval van opeisbaarstelling, het bedrag van het verschuldigd blijvend saldo vermeerderd met de vervallen niet-betaalde intresten;6° in voorkomend geval, de datum van de regularisatie. Mogen niet in de gemelde bedragen worden begrepen : nalatigheidsintresten, boetes of schadevergoedingen, kosten voor brieven betreffende aanmaning of ingebrekestelling en gerechtskosten. Art. 7.De mededeling van de in artikel 6 bedoelde gegevens aan de Centrale gebeurt binnen acht werkdagen die volgen op de vaststelling van de wanbetaling zoals bedoeld in artikel 5 of op de regularisatie. Het bedrag van de debetstand op het einde van elke maand, wordt binnen acht daaropvolgende werkdagen medegedeeld, voor zover dit bedrag werd gewijzigd. Art. 8.De bewaartermijnen van de gegevens betreffende wanbetalingen zijn de volgende : 1° twaalf maanden vanaf de datum van regularisatie van de kredietovereenkomst;2° maximaal tien jaar vanaf de datum van de eerste registratie van een wanbetaling ongeacht of de kredietovereenkomst al dan niet werd geregulariseerd. Bij het verstrijken van deze termijnen, worden deze gegevens verwijderd. HOOFDSTUK IV. - Personen onderworpen aan de mededelingsplicht Art. 9.Zijn gehouden de inlichtingen bedoeld in de artikelen 2 en 6, mede te delen aan de Centrale, de kredietgevers en de personen die zijn toegelaten om kredietverzekeringsverrichtingen uit te voeren in toepassing van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en aan wie de rechten voortvloeiend uit de kredietovereenkomst, volledig of gedeeltelijk, werden overgedragen. In geval van overdracht van schuldvorderingen aan een instelling voor belegging in schuldvorderingen ingeschreven bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen overeenkomstig de artikelen 120, § 1, en 137, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, blijft de mededelingsplicht bedoeld in artikel 4 van de wet, ten laste van de overdragende instelling. In geval van volledige of gedeeltelijke overdracht van de rechten voortvloeiend uit de kredietovereenkomst aan andere personen dan die vermeld in de paragrafen 1 en 2 van dit artikel, blijft de mededelingsplicht ten laste van de overdrager. De mededelingsplicht blijft ten laste van de kredietgever wiens erkenning, registratie, inschrijving of toelating wordt ingetrokken, geschrapt, geschorst of die ervan afstand doet. In geval van faillissement of vereffening van de personen die mededelingsplichtig zijn neemt de curator of de vereffenaar de mededelingsplicht over. HOOFDSTUK V. - Raadpleging van de Centrale Art. 10.Met toepassing van artikel 9 van de wet, raadpleegt de kredietgever de Centrale : 1° in geval van een consumentenkrediet, binnen een termijn van twintig kalenderdagen die aan het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaat;2° in geval van een hypothecaire kredietovereenkomst, binnen een termijn van vijftien kalenderdagen die aan het overhandigen van het hypothecaire kredietaanbod voorafgaat.Deze raadpleging blijft gedurende vier maanden geldig. Indien de hypothecaire kredietovereenkomst niet werd gesloten binnen vier maanden na deze raadpleging moet de kredietgever een nieuwe raadpleging verrichten. Art. 11.De raadplegingen van de Centrale individualiseren de kredietnemer bij middel van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen en/of de naam, de eerste officiële voornaam en de geboortedatum. Art. 12.Bij raadpleging van de Centrale vermeldt het antwoord de geregistreerde gegevens met uitzondering van de naam van de kredietgever, van de overnemer, het nummer en de taal van de kredietovereenkomst. De Centrale wordt gemachtigd een synthetisch antwoord te verstrekken op basis van het geheel of een deel van de geregistreerde inlichtingen. Indien de raadpleging betrekking heeft op een niet in de Centrale geregistreerde persoon, wordt zulks in het antwoord vermeld. Art. 13.De kredietnemer die het recht op toegang wenst uit te oefenen, voegt bij zijn aanvraag een duidelijk leesbare fotokopie recto-verso van zijn identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 2, § 2. Elke aanvraag door de kredietnemer tot rechtzetting of verwijdering van op zijn naam geregistreerde verkeerde gegevens moet bovendien vergezeld zijn van elk document dat de gegrondheid van de aanvraag rechtvaardigt. Het recht op toegang, op rechtzetting of op verwijdering van verkeerde gegevens wordt ofwel persoonlijk uitgeoefend, ofwel door een advocaat, een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris, in het raam van de uitvoering van de kredietovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen Art. 14.De personen die gehouden zijn gegevens aan de Centrale mede te delen, of ze te raadplegen, mogen daartoe aan andere personen volmacht geven, voor zover de gevolmachtigden eveneens gehouden zijn gegevens mede te delen aan de Centrale of bevoegd zijn ze te raadplegen. Een exemplaar van de volmacht moet voorafgaandelijk aan de Centrale worden overgemaakt. HOOFDSTUK VII. - Slot- en wijzigingsbepalingen Art. 15.Het koninklijk besluit van 20 november 1992 betreffende de registratie door de Nationale Bank van België van wanbetalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 11 januari 1993 en 31 maart 1994, wordt opgeheven. Art. 16.Voor de kredietovereenkomsten gesloten voor de inwerkingtreding van dit besluit, moeten de gegevens zoals bedoeld in artikel 2 worden medegedeeld aan de Centrale binnen drie maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit. Het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen moet evenwel niet aan de Centrale worden medegedeeld indien de kredietgever niet over dit nummer beschikt. Tijdens de zes maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, wordt de termijn bedoeld in artikel 3, eerste lid, op vijf werkdagen gebracht. Art. 17.Op 1 juni 2003 treden in werking : 1° de artikelen 4, 5, 12, 16 tot en met 30 van de wet;2° dit besluit. Art. 18.Onze Minister bevoegd voor Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 7 juli 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Ch. PICQUE