Obsah (4)
§ 3Art. 14Artikel 5Art. 615 OKTOBER 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de papier-
Deze weddeschaal staat tegenover de spilindex 106,60 - stabilisatieschijf 105,02 tot 108,19. Art. 5.De minimummaandwedden worden per 1 oktober 2001
(2)als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel,
Deze weddeschaal staat tegenover de spilindex 108,20 - stabilisatieschijf 106,60 tot 109,81. Art. 5bis . De minimummaandwedden worden per 1 juli 2002 als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel,
Deze weddeschaal staat tegenover de spilindex 109,82 - stabilisatieschijf 108,20 tot 111,46. Art. 6.De gemiddelde minimummaandwedde op 21 jaar bedraagt 1 157,76 euro
(3)vanaf de maand april 2001 (spilindex 106,60). B. Werkelijk uitbetaalde wedden Art. 7.De werkelijk uitbetaalde wedden van de bedienden worden met 2,5 pct. verhoogd vanaf 1 april
- Deze verhoging bestaat uit 1,5 pct. indexverhoging, ingevolge de overschrijding van de stabilisatieschijf 103,47 tot 106,59 door de viermaandelijkse gezondheidsindex en uit 1 pct. weddeverhoging die slechts van toepassing is bij ontstentenis van een ondernemingsovereenkomst betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden, neergelegd ter Griffie van de dienst der collectieve arbeidsvovereenkomt voor 30 mei
- Vanaf 1 oktober 2001 worden de werkelijk uitbetaalde wedden met 1,5 pct. verhoogd. Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 105,02 tot 108,19 door de viermaandelijkse gezondheidsindex. Vanaf 1 juli 2002 worden de werkelijk uitbetaalde wedden van de bedienden bovendien verhoogd met 1,5 pct. verhoogd. Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 106,60 tot 109,81 door de viermaandelijkse gezondheidsindex. Indien deze laatste index buiten de geldingsduur van deze collectieve arbeidsvovereenkomt zou vallen, dan zal deze in een conventionele loonsverhoging worden omgezet
(4). C. Betaling van een jaarlijkse premie Art. 8.Voor het conventionele jaar, voorzover wordt voldaan aan de hierna vermelde voorwaarden, wordt aan de bedienden een premie van tenminste een maandwedde uitbetaald. De te vervullen voorwaarden zijn : - verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden, op het ogenblik van de uitbetaling van de premie; - een anciënniteit hebben van ten minste zes maanden op het ogenblik van de uitbetaling van de premie; - dit bedrag mag worden verminderd naar rato van de afwezigheden in de loop van het jaar, welke niet voortspruiten uit de toepassing van de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen inzake jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, "kort verzuim", beroepsziekten, arbeidsongevallen en de eerste dertig dagen ziekte, ongeval of bevallingsrust; - voor de bedienden die in dienst van de onderneming zijn getreden na de eerste dag van het conventionele jaar en die tenminste zes maanden werkelijk in de onderneming aanwezig waren, is de premie in verhouding tot het aantal werkelijk gewerkte maanden. Behoudens andere bepalingen, overeengekomen op het vlak van de onderneming, wordt de premie uiterlijk op het einde van het kalenderjaar zijnde in de loop van de maand december, uitbetaald. D. Bedienden die na de normale aanvangsleeftijd in dienst treden Art. 9.§ 1. In afwijking van de artikelen 4 en 5 kan de wedde van de bedienden die na de normale aanvangsleeftijd van hun categorie worden aangeworven, bij hun indiensttreding gelijk zijn aan de minimumwedde vastgesteld voor de normale aanvangsleeftijd van die categorie. Evenwel moet de minimumwedde welke overeenstemt met de leeftijd van de bediende en met zijn categorie progressief worden bereikt, ten laatste één jaar na de indiensttreding. Te dien einde moet hun wedde, bij de aanwerving, na zes maanden dienst, verhoogd worden met 50 pct. van het verschil tussen deze wedde en de wedde die overeenkomt met de leeftijd en categorie van de bediende. § 2. Evenzo mag de wedde voor de bedienden, die de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt op het ogenblik van hun indienstneming, vastgesteld worden op de minimumwedde die overeenstemt met de normale aanvangsleeftijd van de categorie. Zij moet geleidelijk tenminste de hoogste bedragen bereiken die, volgens de categorieën, zijn vastgesteld, en dit ten laatste vier jaar na de indiensttreding. Te dien einde moet de aanvangswedde ieder jaar verhoogd worden met 25 pct. van het verschil tussen deze wedde en de hoogste minimumwedde van de categorie. E. Handelsvertegenwoordigers Art. 10.De volgende bepalingen zijn van toepassing op de handelsvertegenwoordigers.
- a)Handelsvertegenwoordigers die enkel een vaste wedde genieten De vertegenwoordigers die enkel een vaste wedde genieten, hebben tenminste recht op de weddeschaal van categorie III.
- b)Handelsvertegenwoordigers waarvan de wedde commissies omvat Voor de vertegenwoordigers die "full-time" werkzaam zijn, en waarvan de wedde commissies omvat, die zijn vastgesteld overeenkomstig het bedrag van de handelsomzet of volgens andere maatstaven, moet de wedde tenminste gelijk zijn aan deze, vastgesteld voor : - de normale aanvangsleeftijd van de derde categorie, wanneer zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt en jonger zijn dan 25 jaar; - de normale aanvangsleeftijd van de vierde categorie, wanneer zij 25 jaar en ouder zijn. Gedurende de proeftijd echter is hun wedde tenminste gelijk aan deze vastgesteld voor de normale aanvangsleeftijd van de eerste categorie. Het spreekt vanzelf dat de minima voorzien onder
- b)maandelijks als voorschot op de commissies worden betaald. De eindrekening wordt jaarlijks opgemaakt en mag niet lager zijn dan de wedde die een bediende van de hierboven bepaalde categorieën en leeftijden had kunnen verdienen, rekening houdend met de toepassing van artikel 8 bij de berekening van dit minimum. Met uitzondering van de minima waarvan hierboven sprake, zijn de bepalingen van de artikelen 4, 5, 7 en 8 niet van toepassing op de vertegenwoordigers waarvan de wedde commissies omvat. HOOFDSTUK IV. - Koppeling aan het indexcijfer Art. 11.§ 1. Met uitzondering van de in artikelen 4 en 5 en 5bis vastgestelde minimumweddeschalen, evenals de werkelijk uitbetaalde wedden waarvan sprake in artikel 7, blijven de minimumweddeschalen evenals de werkelijk uitbetaalde wedden gekoppeld aan de viermaandelijkse gezondheidsindex. Ten aanzien van het bijzondere geval van de bedienden die gedeeltelijk per prestatie worden bezoldigd, bij voorbeeld door commissies, premies of percentages, wordt enkel het vast gedeelte van de wedde, ongeacht het bedrag ervan, gekoppeld aan de schommelingen van de viermaandelijkse gezondheidsindex. § 2. Het referte-indexcijfer 105,02 vormt de spil van de eerste stabilisatieschijf 103,47 tot 106,59. Met uitzondering van de artikelen 4, 5, 5bis en 7, schommelen de minimumweddeschalen en de werkelijk uitbetaalde wedden met 1,50 pct. volgens de hierna vermelde stabilisatieschijven : Voor de raadpleging van de tabel,
§ 3
. De verhogingen en verlagingen ingevolge de schommelingen van de viermaandelijkse gezondheidsindex, hebben uitwerking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op deze waarop het indexcijfer, dat de verhoging of verlaging van de weddeschalen en de werkelijk uitbetaalde wedden veroorzaakt, betrekking heeft. HOOFDSTUK V. - Arbeidsduur Art. 12.De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uren, te verrichten in dagen van maximum 9 uren. De modaliteiten van de arbeidsduurvermindering van 40 naar 37 uren worden bepaald op het vlak van de onderneming. In de ondernemingen welke zowel bedienden als werklieden tewerkstellen zijn de wekelijkse arbeidsduur en de arbeidstijdregeling van het bediendepersoneel dat leiding geeft aan en toezicht houdt over de werklieden evenwel dezelfde als deze welke van toepassing zijn op het werkliedenpersoneel. HOOFDSTUK VI. - Kort verzuim Art. 13.De bediende heeft het recht, met behoud van zijn normale wedde, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen en voor de vervulling van de staatsburgerlijke verplichtingen of van de burgerlijke opdrachten welke hierna zijn opgesomd, van het werk afwezig te blijven voor een als volgt bepaalde duur : Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 14.Voor de toepassing van artikel 13, nrs.
2, 3, 5, 8 en 9 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind. Art. 15.Voor de toepassing van artikel 13, nrs. 6 en 7 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgenoot van de bediende gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de bediende. Art. 16.Vanaf 1 januari 1998 zullen de samenwonenden gelijkgesteld worden met wettelijk gehuwden voor de toekenning van klein verlet. Op het ogenblik van de aanvraag tot afwezigheid, zullen de betrokken bedienden een officieel document aan de werkgever voorleggen dat hun staat van samenwonenden bevestigt. HOOFDSTUK VII. - Werkkleding Art. 17.Het technisch werkplaatspersoneel en het technisch laboratoriumpersoneel, tewerkgesteld onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werklieden aan wie werkkleding wordt verstrekt, ontvangt eveneens een dergelijke kleding. HOOFDSTUK VIII. - Feestdagen Art. 18.In de normale arbeidsweek zijn begrepen :
- a)de feestdagen voorzien in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, inzonderheid : 1.1 januari; 2. Paasmaandag;3. 1 mei;4. Hemelvaartdag;5. Pinkstermaandag;6. 21 juli; 7. O.L.V. Hemelvaart; 8. Allerheiligen;9. 11 november;10. 25 december (Kerstmis).
- b)een dag in gemeen overleg tussen werkgevers en bedienden vast te stellen (kermis, plaatselijk of gewestelijk feest of om het even welke andere dag);
- c)een dag waarvan de vaststelling aan de keuze van de werkgever wordt overgelaten. Wanneer sommige van de hierboven vermelde dagen met een zondag, een vrije zaterdag of met een andere feestdag samenvallen, zullen deze vervangen worden door andere betaalde rustdagen. Bovendien hebben de bedienden recht op de wettelijke vakantie. Wanneer één of meer van de bovenvermelde feestdagen in de periode van de wettelijke vakantie vallen, wordt aan de bedienden een gelijk aantal dagen betaalde vakantie toegekend, te nemen op de dagen overeen te komen met de belanghebbenden. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen Art. 19.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2001 en treedt buiten werking op 31 januari 2003. Zij wordt echter van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één der partijen bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitster van het Paritair Comité voor de bedienden van de papier- en kartonbewerking, met een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. De opzegging van drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitster is verzonden. Art. 20.De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe de sociale vrede tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst te waarborgen. Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1997 betreffende de arbeids- en beloningsvoorwaarden. Aanbevelingen Ploegenarbeid en zondagarbeid De ondertekenende partijen hebben vastgesteld dat wanneer bedienden aanwezig moeten zijn bij het continuwerk van ploegen of zijn aangesteld voor taken welke regelmatig hun aanwezigheid in de fabriek op zondagen vereisen, het gebruikelijk is met deze omstandigheden rekening te houden bij het vaststellen van hun wedde, voordelen in natura inbegrepen. Werk aan mecanografische machines Wanneer bedienden volle dagen werken op mecanografische machines en wanneer dit werk een zenuwspanning veroorzaakt welke schadelijk is voor hun gezondheid wordt de bedrijfsleiders aanbevolen organisatorisch de nodige maatregelen te treffen om deze spanning te verminderen. Werkbazen Het verdient aanbeveling dat de ondernemingshoofden, bij het vaststellen van het maandsalaris der werkbazen, rekening houden met het niveau van het maandloon van de arbeiders die onder hun toezicht werken. Bijhorende overeenkomst In geval van staking of lock-out zal de vooropzeg 15 dagen bedragen en maar mogen gegeven worden na de mislukking van de verzoening in het paritair comité. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 2002. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's
(1)Cfr.bijlage : overgangsbepalingen.
(2)Cfr.bijlage : overgangsbepalingen.
(3)Cfr.bijlage : overgangsbepalingen.
(4)Bij overschrijding van de spilindex in januari 2003, met toepassing van de loonsverhoging in februari 2003, zal deze ten laste vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2003-
- Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst arbeids- en loonsvoorwaarden datumdragende 26 april 2001 overgangsbepalingen Artikel 4 van hoger vermelde collectieve arbeidsovereenkomst legt de minimummaandwedden vast per 1 arpil
- Deze minimummaandwedden worden in deze collectieve arbeidsovereenkomst uitgedrukt in euro. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2001 worden deze minimummaandwedden hieronder eveneens in BEF uitgedrukt. Art. 4 : april 2001 Voor de raadpleging van de tabel,
Artikel 5
van hogervermelde collectieve arbeids-overeenkomst legt de minimummaandwedden vast per 1 oktober 2001. Deze minimummaandwedden worden in deze collectieve arbeidsovereenkomst uitgedrukt in euro. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2001 worden deze minimummaandwedden hieronder eveneens in BEF uitgedrukt. Art. 5.: oktober 2001 Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 6.Legt de gemiddelde minimummaandwedde op 21 jaar vast.
In bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst werd deze uitgedrukt in euro. Voor de periode van 1 februari 2001 tot 31 december 2001 zal evenwel het bedrag van 46 704 BEF van toepassing zijn in plaats van de 1 157,76 EUR. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 2002. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX