.Het minimumuurloon omvat niet de loontoeslagen die niet aan de functie verbonden zijn, zoals de toeslag voor overuren of voor arbeid in opeenvolgende ploegen. Art. 8.De werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters worden met 2,5 pct. verhoogd vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april
De leerlingen die zich toeleggen op werkzaamheden die een bijzondere kennis of opleiding vereisen, ontvangen uiterlijk na afloop van het vierde leerjaar het minimumloon van de meerderjarige arbeider of arbeidster. De partijen komen overeen om in de ondernemingen de individuele gevallen van jongeren te onderzoeken, die vóór 20 jaar het bewijs zouden leveren dat zij bekwaam zijn, ondervinding hebben en rijp zijn om het beroep uit te oefenen en dat zij bijgevolg hetzelfde rendement hebben als de meerderjarige, zowel op kwalitatief als op kwantitatief gebied, nadat zij de vormingsperiode hebben doorgemaakt waarin is voorzien in de toekenning van het loon van de meerderjarige. Art. 10.Als een arbeider(ster) van een lagere naar een hogere klasse overgaat, zal het minimumloon van deze nieuwe klasse slechts verschuldigd zijn na een aanpassingstijd die de twee maanden niet mag overschrijden. Tijdens deze periode mag het loon lager zijn dan het minimum van de overeenstemmende klasse, maar niet minder dan het minimum van de eerstvolgende klasse. HOOFDSTUK IV. - Ploegenpremie Art. 11.In het geval dat er in twee ploegen wordt gewerkt, zal aan het aldus tewerkgestelde personeel een toeslag van 6 pct. van het loon worden toegekend. Art. 12.Ingeval er in bijkomende ploegen wordt gewerkt, zal de loontoeslag worden vastgesteld op het niveau van de onderneming in overeenstemming met de werkgevers- en werknemersorganisaties. De toeslag voor werk in nachtploeg bedraagt minimum 15 pct. van het loon. Art. 13.Elke arbeider en arbeidster die ploegenarbeid verricht, zal gedurende de arbeidsdag recht hebben op een betaalde schafttijd van maximum een half uur. HOOFDSTUK V. - Overurentoeslag Art. 14.Voor de overuren zal een toeslag van 50 pct. worden toegekend. Art. 15.Deze toeslag wordt op 100 pct. gebracht : 1) vanaf het vijfde overuur, dat op dezelfde dag wordt verricht, met uitzondering van de overuren die worden verricht op de vrije zaterdag in het stelsel van de 5-dagenweek;2) voor de overuren die worden verricht tussen 22 en 6 uur;3) voor de overuren die worden verricht op een zondag of feestdag. Art. 16.Behalve indien de arbeider of arbeidster daags tevoren hiervan werd verwittigd, verstrekt de onderneming hem (haar) een maaltijd, of betaalt zij, bij ontstentenis ervan, een vergoeding van 2,48 EUR als hij (zij) zijn(haar) werk moet voortzetten buiten zijn(haar) normale arbeidstijd, zonder de mogelijkheid te hebben thuis te gaan eten. HOOFDSTUK VI. - Jaarlijkse premie Art. 17.De arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn in de onderneming op 15 december zullen tussen 15 en 25 december een jaarlijkse eindejaarspremie ontvangen die gelijk is aan 160,33 uren (37-urenweek) van hun individueel loon bij de eerste opening van de rekeningen van de maand november. Hebben recht op de premie in verhouding tot hun arbeidsprestaties na drie maanden anciënniteit in de onderneming : - de arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn op 15 december en die in de onderneming in dienst zijn getreden in de loop van het jaar; - de arbeiders en arbeidsters die de onderneming hebben verlaten in de loop van het jaar, uitgezonderd om dringende reden. Worden met effectieve arbeid gelijkgesteld : - de jaarlijkse vakantie; - de afwezigheden, behalve die wegens ziekte, die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van loon; - de periodes van arbeidsongeschiktheid in de zin van de wetgeving op de ziekteverzekering en invaliditeit, tot zes maanden maximum (bevallingsrust inbegrepen); - de periodes van werkloosheid die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van de dagelijkse uitkeringen voor bestaanszekerheid; - de periodes van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van arbeidsongevallen, tot één jaar. Om het aantal uren te bepalen waarop de arbeiders en arbeidsters recht hebben naargelang hun arbeidsprestaties gedurende de referentieperiode gaande van 1 oktober van het vorig jaar tot 30 september van het lopend jaar, wordt als volgt tewerk gegaan : - vijfdagenweek : Voor de raadpleging van de tabel,
- zesdagenweek : Voor de raadpleging van de tabel,
- als een arbeider of arbeidster nu eens 5 dagen per week werkt en dan weer 6 dagen, worden de 52 weken verdeeld volgens het aantal weken gedurende dewelke het ene of het andere stelsel werd toegepast, met name : Voor de raadpleging van de tabel,
De eventueel gunstigere programmaties die formeel werden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen vóór de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, zullen niettemin worden toegepast. Voor de ondernemingen die gedeeltelijk of volledig de arbeidsduur hebben verminderd van 40 tot 37 uren per week in de vorm van betaalde compensatiedagen (zonder aanpassing van de uurlonen), wordt het aantal uren dat in aanmerking komt voor de jaarlijkse premie als volgt berekend : Voor de raadpleging van de tabel,
.De vakorganisaties verbinden er zich toe geen eisen in te dienen die verder zouden gaan dan de in het vorige artikel vermelde bepalingen. HOOFDSTUK VII. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen Art. 19.De lonen van de in artikel 1 bedoelde arbeiders en arbeidsters zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . Art. 20.Het referte-indexcijfer 105,02 vormt de spil van de eerste stabilisatieschijf 103,47 tot 106,59. Art. 21.De conventionele minimumuurlonen schommelen met 1,5 pct. volgens de hierna vermelde stabilisatieschijven, wanneer het indexcijfer van de consumptieprijzen van de voorgaande maand deze schijven overschrijdt : Voor de raadpleging van de tabel,
.De loonsverhogingen en -verlagingen worden toegepast vanaf de eerste opening van de rekeningen van de maand. Art. 23.Met uitzondering van wat voorzien is in artikel 8 worden de schommelingen van de lonen berekend op de conventionele minimumuurlonen, terwijl de loontoeslagen verworven blijven. Art. 24.Krachtens het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, moet het indexcijfer der consumptieprijzen, waarvan sprake is in dit hoofdstuk evenwel vervangen worden door het viermaandelijks indexcijfer dat wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en dat wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . HOOFDSTUK VIII. - Arbeidsduur Art. 25.Vanaf 1 november 1984 omvat de arbeidsweek 37 uren die moeten worden verricht in dagen van maximum 9 uren. De verkorting van de arbeidsduur van 40 tot 37 uren kan als volgt geschieden : - door een dagelijkse verkorting van de arbeidsduur; - door een wekelijkse verkorting van de arbeidsduur; - door een spreiding in de vorm van een gemiddelde over een periode van 13 weken, die eventueel weken van 6 dagen kan bevatten; - door het toekennen van compensatiedagen; - door de combinatie van de verschillende hierboven opgesomde mogelijkheden. Art. 26.Over de modaliteiten van de arbeidstijdverkorting die bepaald zijn in het vorige artikel zal er, rekening houdende met de technische, economische en sociale eigenheid van de ondernemingen en met het oog op het behoud van een maximum tijd aan productie enerzijds en op de bevordering van de tewerkstelling anderzijds, worden onderhandeld op het niveau van de ondernemingen. Art. 27.De normale werkdag in één ploeg is in twee delen verdeeld door een rusttijd van hoogstens twee uren. Art. 28.Indien één van de werktijden langer is dan 5 uren, zal aan de arbeider een rusttijd van 10 minuten worden toegekend, zonder dat deze rusttijd mag worden aangerekend bij wijze van verlenging van de werkdag, noch mag worden afgetrokken van het loon. HOOFDSTUK IX. - Feestdagen Art. 29.In de normale arbeidsweek zijn begrepen : a) de feestdagen die bepaald zijn bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974, namelijk : 1) 1 januari;2) Paasmaandag;3) 1 mei;4) Hemelvaartdag;5) Pinkstermaandag;6) 21 juli; 7) O.-L.-V.-Hemelvaart; 8) Allerheiligen;9) 11 november;10) 25 december (Kerstmis);b) twee dagen in gemeen overleg tussen de werkgever en de arbeiders en arbeidsters vast te stellen (kermis, plaatselijk of gemeenschapsfeest of om het even welke andere dag). HOOFDSTUK X. - Klein verlet Art. 30.De in artikel 1 bedoelde arbeiders en arbeidsters hebben het recht afwezig te zijn, met behoud van hun normaal loon, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen en voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, die hierna opgesomd zijn, voor een als volgt bepaalde duur : Voor de raadpleging van de tabel,
Voor de toepassing van de nummers 2, 3, 4, 5, 6 en 9 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind. Voor de toepassing van de nummers 7 en 8 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer. De wees, die familiehoofd is, wordt met de vader gelijkgesteld voor de toepassing van de bovenstaande gevallen. Voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel, zullen slechts de dagen van gewone activiteit als afwezigheidsdagen worden beschouwd. Voor de afwezigheden ten gevolge van overlijden, zullen alleen de dagen waarop gewoonlijk wordt gewerkt aanleiding geven tot loonbetaling. Vanaf 1 januari 1998, zullen de samenwonenden gelijkgesteld worden met wettelijk gehuwden voor de toepassing van klein verlet voorzien in dit artikel. Op het ogenblik van de aanvraag tot afwezigheid, zullen de betrokken arbeiders en arbeidsters een officieel document aan de werkgever voorleggen, dat hun staat van samenwonenden bevestigt. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen Art. 31.De indeling van de functies die vastgesteld zijn bij deze collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd. Art. 32.De hoofdstukken II en III met uitzondering van artikel 8 zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van behangpapier en de hoofdstukken II, III, VI en VIII zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van papieren hulzen. Art. 33.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2001 en treedt buiten werking op 31 januari 2003. Zij wordt echter van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de partijen met een opzegtermijn van drie maanden, gericht aan de voorzitter van het paritair comité bij een ter post aangetekend schrijven. Art. 34.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 april 1997 betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden op. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november 2002. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX Bijlage I aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2001 Indeling van de functies A. Voor alle ondernemingen 1. Onderhoudspersoneel Voor de raadpleging van de tabel,
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november 2002. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX Bijlage II aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2001 betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden Overgangsbepalingen Artikel 6 van hogervermelde collectieve arbeidsovereenkomst legt de minimumuurlonen vast vanaf de eerste rekeningsopening van de maanden april 2001, oktober 2001 en juli 2002, op basis van de 37-urenweek. Deze minimumuurlonen worden in deze collectieve arbeidsovereenkomst uitgedrukt in euro. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2001 worden deze minimumuurlonen hieronder eveneens in BEF uitgedrukt. Voor de raadpleging van de tabel,
.Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2001 wordt de vergoeding voorzien in artikel 16 van bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst hieronder eveneens in BEF uitgedrukt. Art. 16 2,48 EUR - 100 BEF Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november 2002. De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.