20 DECEMBER 2001. - Ministerieel besluit houdende uitvoering van het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen De Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, met name artikel 3, § 1, 1°, laatst gewijzigd door de wet van 22 februari 2001; Gelet op de verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, laatst gewijzigd door verordening (EG) nr. 436/2001 van de Commissie van 2 maart 2001; Gelet op de verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, laatst gewijzigd door de verordening (EG) nr. 1038/2001 van de Raad van 22 mei 2001; Gelet op de verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en afschaffing van een aantal verordeningen; Gelet op de verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, laatst gewijzigd door verordening (EG) nr. 495/2001 van de Commissie van 13 maart 2001; Gelet op de verordening (EG) nr. 2714/1999 van de Raad houdende overgangsmaatregelen inzake het beheer en de controle in de sectoren akkerbouwgewassen en rundsvlees, gewijzigd door verordening (EG) nr. 1235/2000 van de Commissie van 14 juni 2000; Gelet op de verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, laatst gewijzigd door verordening (EG) nr. 2721/2000 van de Commissie van 13 december 2000; Gelet op de verordening (EG) nr. 2316/1999 van de Commissie van 22 oktober 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, laatst gewijzigd door verordening (EG) nr. 1157/2001 van de Commissie van 13 juni 2001; Gelet op de verordening (EG) nr. 2256/2000 van de Commissie van 11 oktober 2000 tot afwijking, ten aanzien van de lijst van « dubbel nul »-rassen en mengsels van « dubbel nul »-rassen van kool- en raapzaad, van verordening (EG) nr. 2316/1999 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad tot instelling van een steunregeling voor de producenten van bepaalde akkerbouwgewassen; Gelet op de verordening (EG) nr. 1045/2001 van de Commissie van 30 mei 2001 tot verschuiving van de uiterste datum voor de inzaai van sommige akkerbouwgewassen in sommige regio's voor het verkoopseizoen 2001/2002 en tot afwijking van verordening (EG) nr. 2316/1999 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen; Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen; Gelet op het ministerieel besluit van 17 oktober 1995 houdende invoering van een premie ter compensatie van inkomensverliezen ten gevolge van bebossing van landbouwgrond in uitvoering van de verordening (EEG) nr. 2080/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een communautaire steunregeling voor bosbouwmaatregelen in de landbouw; Gelet op het overleg met de Gewestelijke Regeringen; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid om zonder uitstel de maatregelen te treffen inzake de steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen teneinde zich te schikken naar de bepalingen van de in 2000 en 2001 getroffen verordeningen, zoals vermeld in de aanhef, Besluit : Artikel 1.§ 1. Om in het kader van het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen in aanmerking te komen voor de areaalbetaling, moeten de uit productie genomen oppervlakten voldoen aan de hierna vermelde voorwaarden. 1. Deze oppervlakten dienen uit productie te worden genomen gedurende een periode die uiterlijk op 15 januari ingaat en ten vroegste op 31 augustus van hetzelfde jaar eindigt.Deze periode bedraagt bij meerjarige braak minimaal twee jaren en maximaal vijf opeenvolgende jaren. De betrokken producenten kunnen evenwel, maar uitsluitend met het oog op de inzaai of aanplant van kool- en raapzaad, van wintergranen of enig ander gewas dat pas het jaar nadien geoogst wordt : - vanaf 1 augustus de noodzakelijke werkzaamheden vóór inzaai of aanplant uitvoeren; - vanaf 15 augustus overgaan tot inzaai of aanplant van hogervermelde teelten. 2. De uit productie genomen oppervlakten mogen niet worden gebruikt voor andere landbouwproducties dan bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten, en ook niet voor een ander winstgevend doel dat onverenigbaar is met de akkerbouw. Nochtans mogen de uit productie genomen gronden gebruikt worden voor de teelt van voederleguminosen, zoals dit is voorzien in artikel 7, alinea 1, punt b van het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten, onder de volgende voorwaarden : - het landbouwbedrijf moet voor zijn totale productie beantwoorden aan de voorschriften die zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2092/91; - deze uit productie genomen gronden moeten ingezaaid zijn met : . ofwel een of meerdere soorten voederleguminosen opgenomen in bijlage XIV van de verordening (EG) nr. 2316/1999; . ofwel een mengsel hoofdzakelijk samengesteld uit deze voeder-leguminosen samen met granen en/of grassen, voor zover een afzonderlijke oogst van de componenten van het mengsel niet mogelijk is. - voor deze oppervlakten kan geen steun toegekend worden zoals voorzien in de verordening (EG) nr. 603/1995 van de Raad van 21 februari 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van de droogvoeders. 3. De bepalingen van § 1, punt 2, eerste lid van het huidige artikel gelden evenwel niet voor bouwland bebost in het kader van artikel 31 van de verordening (EG) nr.1257/1999 van de Raad en afgeboekt uit hoofde van de braakleggingsverplichting voor zover deze bepalingen onverenigbaar zijn met de in de betrokken verordening vastgestelde eisen inzake bebossing. § 2. Indien de voor de areaalbetaling in aanmerking komende oppervlakten gelegen zijn in meerdere landbouwstreken kan : - de braakverplichting geheel of gedeeltelijk in een andere landbouwstreek gerealiseerd worden op voorwaarde dat de braak te leggen oppervlakten zich situeren in aan elkaar grenzende landbouwstreken en de braak te leggen oppervlakte aangepast wordt met een factor die de rendementsverhouding weergeeft van de betrokken landbouwstreken. De overdracht van de braakverplichting en de aanpassing van de oppervlakte met een factor die de rendementsverhouding aangeeft van de betrokken landbouwstreken mag echter niet leiden tot een onderschrijding van de braakverplichting in hectare; - de braakverplichting geheel of gedeeltelijk gerealiseerd worden in een andere landbouwstreek op voorwaarde dat de braakverplichting in een bepaalde landbouwstreek kleiner is dan 2 ha en de braak te leggen oppervlakte wordt aangepast met een factor om rekening te houden met de opbrengstverschillen tussen de betrokken landbouwstreken. De overdracht van de braakverplichting en de aanpassing van de oppervlakte met een factor die de rendementsverhouding aangeeft van de betrokken landbouwstreken mag echter niet leiden tot een onderschrijding van de braakverplichting in hectare. § 3. Het bedrag van de toegekende areaalbetaling voor de uit productie genomen oppervlakten wordt bepaald door de effectieve ligging van elk uit productie genomen perceel bouwland. Art. 2.§ 1. De producent die voor meerjarige braak koos kan onder de hierna vermelde voorwaarden zijn verbintenis wijzigen : 1. Ingeval de producent in zijn aanvraag voor areaalbetalingen uitdrukkelijk op zijn verbintenis terugkomt vóór het verstrijken van de in de verbintenis vastgestelde periode, moet hij een bedrag terugbetalen, gelijk aan 5 % van de areaalsteun uitgekeerd voor de in het voorafgaande jaar braakgelegde grond, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat hij zijn oorspronkelijke verbintenis niet naleeft.2. De producent kan evenwel zonder bestraffing afzien van zijn verbintenis : - indien hij beslist de braakgelegde arealen op te nemen in de regeling die wordt voorzien in het kader van het artikel 31 van de verordening (EG) nr.1257/1999 van de Raad; - in geval van ruilverkaveling uitgevoerd door tussenkomst van de bevoegde overheid, van opzeg van de pacht door de verpachter, van onteigening of in geval van overmacht. Art. 3.§ 1. De producent is verplicht de braakgelegde gronden te onderhouden zodat deze uit landbouwkundig oogpunt in goede staat blijven. Enkel spontane bodembedekking of inzaai van gewassen is toegelaten evenals de overgang van spontane bedekking naar inzaai. Inzaai dient plaats te hebben ten laatste op 31 mei terwijl na 15 januari de grond niet langer naakt mag blijven dan strikt noodzakelijk voor de werkzaamheden verbonden aan inzaai. Voor het verkoopseizoen 2001/2002 (oogst 2001) evenwel is de uiterste inzaaidatum vastgesteld op 15 juni. Bij het behoud van een spontane bodembedekking tot op het einde van de braakverplichting mag evenwel niet meer omgeploegd worden na 15 januari. Bij meerjarige braak is spontane bodembedekking uitgesloten. De tijdens de eerste campagne van de verbintenis ingezaaide bodembedekking dient behouden te worden tot op het einde ervan. In geval van inzaai zijn de gewassen, toegelaten op braakgelegde gronden met verplichting van maaien vóór de zaadvorming, opgenomen in bijlage I van dit besluit, deze zonder verplichting tot maaien in bijlage II. Een vrijstelling van de maaiverplichting vóór de zaadvorming van de soorten opgenomen in bijlage I wordt toegekend voor zover voor deze soorten een gecertificeerd zaaizaadmengsel van soorten van minstens 2 verschillende families, voorkomend in bijlage I en/of bijlage II van dit besluit gebruikt werd. Dit mengsel moet ten minste 20 % van elke familie bevatten. In dit geval moeten de producenten met het oog op eventuele controle de aankoopbewijzen en de certificeringsetiketten van dit gezaaide mengsel bijhouden. De bodembedekking moet tijdig vernietigd worden t.t.z. hetzij door te maaien, hetzij door fijn te malen hetzij op enige andere geschikte wijze, en dit om de verspreiding van onkruid te voorkomen zowel in geval van spontane groei als in geval van inzaai. In overeenstemming met het Verdrag van Bern, bijlage 2 betreffende de bescherming van bedreigde soorten of met de richtlijn 79/409/EEG betreffende de bescherming van de vogels in het wild, kan een afwijking op de maaiverplichting voor zaadvorming voor de soorten vermeld in bijlage I toegekend worden op basis van een attest opgesteld door de bevoegde gewestelijke autoriteit bij aanwezigheid op de braakgelegde gronden van beschermde soorten. § 2. De bodembedekking mag niet bestemd zijn voor zaadwinning en mag in geen geval gebruikt worden voor landbouwdoeleinden vóór het einde van de braakleggingsperiode, noch voor een voor commercialisering bestemde plantaardige productie tot 15 januari volgend op het einde van de braakleggingsperiode. § 3. De bodembedekking van welke aard ook dient : - in geval van maaien, fijnmalen of van iedere andere vorm van vernietiging tijdens de braak, ter plaatse te blijven; - op het einde van de braakperiode tussen 15 en 31 augustus gemaaid, fijngemalen of vernietigd te worden door toediening van fytofarmaceutische producten zoals voorzien in § 4, of op gelijk welke andere geschikte manier. Het afgemaaide, fijngemalen of op enige andere wijze vernietigd product dient ter plaatse te blijven en mag nooit gebruikt worden voor commercialisering of enig ander doeleinde. Enkel de hergroei na 31 augustus van de vegetatie mag eventueel gebruikt worden voor eigen noodwendigheid van het bedrijf. Een afwijking op de verplichting tot vernietiging van de bodembedekking tussen 15 en 31 augustus bedoeld in § 3, 2e streepje, kan toegekend worden op basis van een attest opgesteld door de bevoegde gewestelijke autoriteit bij aanwezigheid op de braakgelegde gronden van beschermde soorten vermeld in het Verdrag van Bern, bijlage 2 of in richtlijn 79/409/EEG vernoemd in het laatste lid van § 1. § 4. Alleen de fytofarmaceutische producten die voorkomen in bijlage III van dit besluit mogen worden gebruikt op de uit productie genomen gronden. Art. 4.Artikel 3 van dit besluit, met uitzondering van het eerste lid van zijn § 1, is niet van toepassing op braakgelegde gronden gebruikt in overeenstemming met artikel 7 van het koninklijk besluit van 19 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2001 pub. 06/02/2002 numac 2002016023 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen sluiten. Art. 5.§ 1. De producent kan, op één of meerdere braakgelegde percelen op zijn bedrijf kiezen om een verbintenis voor faunabraak aan te gaan met het doel de fauna te beschermen en de ontwikkeling ervan te bevorderen, door middel van het sluiten van een overeenkomst met een jachtrechthouder of met een vertegenwoordiger van een vereniging voor natuurbehoud of met een vertegenwoordiger van een erkende wildbeheerseenheid. Deze overeenkomst moet goedgekeurd en geviseerd worden door de gewestelijke bevoegde autoriteit en met name de volgende elementen bevatten : - namen en adressen van de partijen die de overeenkomst tekenen; - een inventaris van de betrokken percelen; - de algemene verbintenissen met betrekking tot de braakgelegde gronden, onverminderd de afwijkingen voorzien in § 2, evenals de specifieke verbintenissen voor de faunabraak vermeld in § 3. Wanneer de producent houder is van het jachtrecht kan de overeenkomst vervangen worden door een verklaring op eer houdende deze verbintenissen die ook van toepassing zijn voor de overeenkomst. § 2. Voor de percelen bouwland die onder de faunabraak regeling vallen zijn de voorwaarden van artikel 3 van dit besluit van toepassing. Niettemin wordt een afwijking toegestaan voor : - de verplichting tot maaien voor vruchtvorming van de bodembedekking van de soorten behorend tot bijlage I van dit besluit onverminderd de bepalingen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste en achtste alinea van dit besluit; - de verplichting tot maaien van de bodembedekking tussen 15 en 31 augustus volgens artikel 3, § 3 van dit besluit. § 3. Om in aanmerking te komen voor de faunabraak zal de producent er zich toe verbinden : - ten laatste op 31 mei een bodembedekker in te zaaien volgens de bepalingen van artikel 3, § 1, 8e alinea van dit besluit; Voor het verkoopseizoen 2001/2002 (oogst 2001) evenwel is de uiterste inzaaidatum vastgesteld op 15 juni 2001. - gedurende de gehele periode van de verbintenis het provinciaal bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3), vermeld in artikel 8, § 2, van dit besluit, te verwittigen van de voorziene datum van de totale vernietiging van de bodembedekking en tenminste 2 dagen voor de start van de uitvoering van de werkzaamheden; - de percelen braak te leggen ten minste tot 1 november en ten laatste tot 15 december; - de bodembedekking vernietigen op het einde van de periode van de verbintenis. § 4. De producent die wenst deel te nemen aan de regeling faunabraak moet op het zelfde moment van de indiening van de aanvraag voor steun vermeld in artikel 8 van dit besluit, een oppervlakteaangifte dienstig voor het bekomen van premies voor braakgelegde gronden onder het stelsel « Faunabraak » indienen door middel van een formulier waarvan het model bepaald is door het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3). Deze oppervlakteaangifte moet vergezeld zijn van een kopij van de overeenkomst of de verklaring van eer zoals vermeld in § 1. In dit laatste geval, zal de producent bij de verklaring van eer een document voegen dat bewijst dat hij beschikt over een geldige jachtvergunning evenals een document dat aantoont dat hij houder is van het jachtrecht op de betrokken percelen. Art. 6.§ 1. De areaalsteun voor de akkerbouwgewassen wordt toegekend : 1. uitsluitend voor de oppervlakten gelegen in de productieregio's van het nationaal grondgebied;2. uitsluitend voor de oppervlakten waarvoor het gewas tenminste tot het begin van de bloei wordt onderhouden in normale groeiomstandigheden, en meer bepaald :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.