25 SEPTEMBER 2002. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 34, eerste lid, 12°, vervangen bij de wet van 24 december 1999, op artikel 35, § 3, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, en op artikel 37, § 12, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 24 december 1999; Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 2002 tot uitvoering van artikel 35, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 11° en 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen; Gelet op het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 29 september 1995, 17 april 1996, 10 januari 1997, 1 augustus 1997, 11 september 1997, 3 maart 1999, 25 februari 2000, 28 mei 2001 en 26 november 2001; Gelet op het voorstel van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gedaan op 9 september 2002; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 september 2002; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 12 september 2002; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit dat de adviezen 33.033/1 tot 33.036/1 van de Raad van State van 19 februari 2002 een herziening vergen van de financiering van bepaalde inrichtingen en diensten bedoeld in de voormelde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; dat de herziene financiering in werking moet treden op 1 oktober 2002, datum waarop de federale overheid belangrijke engagementen opgenomen in het federaal meerjarenplan van 1 maart 2000 voor de gezondheidssectoren en van het protocolakkoord van 28 november 2000 voor de openbare gezondheidssectoren, dient te honoreren; dat de bedoelde inrichtingen en diensten uiterlijk tegen 4 oktober 2002 in kennis gesteld moeten kunnen worden van de nieuwe financieringsregels opdat zij met kennis van zaken zouden kunnen beslissen om de voordelen voorzien in voormelde akkoorden al dan niet toe te passen op hun personeel; Gelet op het advies 34.123/1 tot 34.128/1 van de Raad van State, gegeven op 19 september 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, Besluit : Artikel 1.In artikel 1 van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, eerste lid, vervangen door het ministerieel besluit van 25 februari 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/02/2000 pub. 23/03/2000 numac 2000022206 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen sluiten en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 mei en 26 november 2001, worden de woorden "vanaf 1 oktober 2001 : 1,44 euro (forfait O), 8,38 euro (forfait A), 25,12 euro (forfait B) en 33,36 euro (forfait C)" vervangen door de woorden "vanaf 1 oktober 2002 : 1,13 euro (forfait O), 7,42 euro (forfait A), 21,97 euro (forfait B) en 31,64 euro (forfait C).» . 2° § 1, 1°, vierde lid, vervangen door het ministerieel besluit van 26 november 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022862 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen type ministerieel besluit prom. 26/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022860 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging type ministerieel besluit prom. 26/11/2001 pub. 13/12/2001 numac 2001022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 mei 1992 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen sluiten, wordt vervangen als volgt : « Deze verhoging bedraagt vanaf 1 oktober 2001 1,72 euro.» . 3° § 1, 1°, vijfde lid, opgeheven bij het ministerieel besluit van 3 maart 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 03/03/1999 pub. 26/03/1999 numac 1999022181 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen type ministerieel besluit prom. 03/03/1999 pub. 26/03/1999 numac 1999022182 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 mei 1992 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen sluiten, wordt hersteld in de volgende lezing : « De in het eerste en vierde lid bedoelde bedragen worden verhoogd met de volgende bedragen, als de inrichting voldoet aan de in artikel 2, § 8, gestelde voorwaarde : - 0,05 euro voor het forfait O; - 0,57 euro voor het forfait A; - 2,19 euro voor het forfait B; - 2,94 euro voor het forfait C; - 3,02 euro voor het forfait C+. 4° in § 1, 2°, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 3 maart 1999, 28 mei 2001 en 26 november 2001, worden de woorden "vanaf 1 oktober 2001 : 1,44 euro" vervangen door de woorden "vanaf 1 oktober 2002 : 1,13 euro.Dit bedrag wordt verhoogd met 0,05 euro als de inrichting voldoet aan de in artikel 2, § 8, gestelde voorwaarden. » Art. 2.§ 1. Artikel 2, § 8, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 8. Om de in artikel 1, § 1, 1°, vijfde lid, of in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde verhoogde bedragen te kunnen genieten, moeten de inrichtingen aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering per aangetekende brief een verklaring, overeenkomstig de bijlage gevoegd bij dit besluit, ondertekend door de verantwoordelijke van de inrichting, waarin staat vanaf welke datum het loontrekkend personeel dat gedekt is door de in artikel 1, eerste lid, bedoelde forfaitaire tegemoetkoming, minstens de loonschalen en voordelen geniet die zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 26 september 2002 tot uitvoering van artikel 35, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 11° en 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen. De inrichtingen die behoren tot de openbare sector voegen een uittreksel van de notulen van het basisoverlegcomité toe, waaruit het unaniem advies van vermeld comité blijkt betreffende de toepassing van voormelde voordelen. De uitbetaling van de in artikel 1, § 1, 1°, vijfde lid, of in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde verhoogde bedragen heeft slechts plaats voor zover de inrichting uiterlijk tegen de laatste werkdag van de maand volgend op het kwartaal waarvoor bedoeld bedrag verschuldigd is, volgende gegevens oplevert aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 1° gegevens met betrekking tot de inrichting of dienst :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.