wet van 28 februari 1882, inzonderheid op de artikelen 7, vervangen door het decreet van 14 juli 1994 en gewijzigd bij het decreet van 6 december 2001, 8, vervangen bij het decreet van 14 juli 1994 en
deze paragraaf is verboden voor elke andere persoon dan die bedoeld in het tweede lid van artikel
- §
- De kastvallen voor roofdieren en andere strikken die bedoeld zijn in punt 2°
§ 1
moeten voorzien zijn van een vrije opening met een cirkel van ten minste 3 cm diameter. De stuitnok van de in punt 5° van het in het eerste lid van § 1 bedoelde vallen moet onverwijderbaar zijn en gezet zodat de lus een minimale cirkel vormt van 21 cm om de wurging van dieren te vermijden. De val, nadat die gezet werd, moet een maximale opening hebben van 20 cm diameter. De band van de strikken en van de vallen met een stuitnok die respectievelijk bedoeld zijn in punten 4° en 5°
§ 1
, die deze verbindt met een vast of beweeglijk punt, moet minstens één wartel bevatten die dezelfde bewegingen uitvoert als het gevangen dier, zonder verdraaiing van de val of van de strik. De in punten 2°, 4° en 5°
§ 1
, bedoelde toestellen moeten elke dag 's morgens onderzocht worden door de strikkenzetter. Het doden van de in deze afdeling bedoelde dieren moet onmiddellijk zonder pijn plaatsvinden. Bij toevallige vangst van een ander dier, moet het onverwijld worden vrijgelaten. Art. 16.De vernietiging van de in deze afdeling bedoelde dieren om belangrijke schade te voorkomen aan de veeteelten wordt uitgevoerd door de grondgebruiker of zijn afgevaardigde. De vernietiging van dezelfde dieren in het belang van de fauna wordt uitgevoerd door de houder van het jachtrecht die dit recht effectief uitoefent op de gronden waar de vernietiging wordt gepland, of door zijn beëdigde wachters. De Minister mag de ambtenaren en aangestelden van de Afdeling Natuur en Bossen de vergunning geven om de vos en de verwilderde kat te vernietigen in de bossen onder bosregeling. Art. 17.De aanvraag om vernietiging om belangrijke schade te voorkomen aan het vee moet door de grondgebruiker worden ingediend. De aanvraag om vernietiging in het belang van de fauna moet worden ingediend door de houder van het jachtrecht die dit recht effectief uitoefent op de gronden waar de vernietiging wordt gepland. Elke aanvraag om vernietiging moet o.a. de plaats van de te beschermen percelen vermelden, de middelen die zullen worden uitgevoerd onder degene die bedoeld zijn in artikel 15, § 1, alsook de identiteit van de persoon die de vernietiging zal uitvoeren en de hoedanigheid waarin die optreedt. Afdeling
- - Vernietiging van konijn Art. 18.De vernietiging van het konijn mag alleen plaatsvinden om belangrijke schade te voorkomen aan teelten en bossen. De vernietiging van het konijn is verboden zonder voorafgaande vergunning van de Minister of van zijn afgevaardigde. De vergunning mag alleen worden toegekend voorzover ze de overleving van de betrokken populatie niet bedreigt en op voorwaarde dat geen andere oplossing bestaat die voldoende is om belangrijke schade aan teelten en bossen te voorkomen. Art. 19.De vernietiging van het konijn mag het hele jaar door overal in het Waalse Gewest plaatsvinden vanaf één uur voor zonsopgang tot één uur na zonsondergang. Art. 20.De vernietiging van het konijn mag plaatsvinden d.m.v. : 1° vuurwapens, met of zonder fret, met of zonder honden;2° konijnennetten en fretten;3° wettelijk gehouden roofvogels. Art. 21.De vernietiging van het konijn mag plaatsvinden : 1° bij voorkeur door de houder van het jachtrecht die dit recht effectief uitoefent op de gronden waar de vernietiging wordt gepland, alsook door zijn beëdigde wachters;2° door de grondgebruiker of zijn afgevaardigden, met de toestemming van voornoemde houder van het jachtrecht. De Minister mag de ambtenaren en aangestelden van de Afdeling Natuur en Bossen de vergunning geven om het konijn te vernietigen in de bossen onder bosregeling waar het jachtrecht niet werd toegekend. Art. 22.De vergunningsaanvraag wordt ingediend door de houder van het jachtrecht of door de grondgebruiker. Die vermeldt o.a. de precieze plaats van de percelen waar de vernietiging wordt gepland, de identiteit van de personen die de vernietiging zullen uitvoeren en de hoedanigheid waarin die optreden. Indien de aanvraag wordt ingediend door de grondgebruiker, moet die vergezeld zijn van het schriftelijk akkoord van de houder van het jachtrecht. Afdeling
- - Vernietiging van houtduif Art. 23.De vernietiging van de houtduif mag alleen plaatsvinden om belangrijke schade te voorkomen aan de in artikel 25 vermelde teelten. De vernietiging van de houtduif is verboden zonder voorafgaande vergunning van de Minister of van zijn afgevaardigde. De vergunning mag alleen worden toegekend voorzover ze de overleving van de betrokken populatie niet bedreigt en op voorwaarde dat geen andere oplossing bestaat die voldoende is om belangrijke schade aan teelten te voorkomen. In afwijking van artikel 2, vierde lid, is de vergunning jaarlijks en geldig voor de in artikel 24 bedoelde periodes. Art. 24.De vernietiging van de houtduif wordt alleen overdag toegestaan : 1° van 1 maart tot 30 juni : in de vlasteelten;2° van 1 maart tot 31 augustus : in de paardenbonen-, erwten-, cichorei- en koolteelten;3° van 15 augustus tot 30 juni : in de winter- en lentekoolzaadteelten alsook in de wintererwtenteelten;4° van 1 april tot 15 november : in de zonnebloem- en lupineteelten;5° in het gelegerde graan. Art. 25.De vernietiging van de houtduif mag plaatsvinden d.m.v. : 1° vuurwapens, met of zonder lokvogel;2° wettelijk gehouden roofvogels. Art. 26.De vernietiging van de houtduif mag plaatsvinden : 1° bij voorkeur door de houder van het jachtrecht die dit recht effectief uitoefent op de gronden waar de vernietiging wordt gepland, alsook door zijn beëdigde wachters;2° door de grondgebruiker of zijn afgevaardigden, met de toestemming van voornoemde houder van het jachtrecht. Art. 27.De vergunningsaanvraag wordt ingediend door de houder van het jachtrecht of door de grondgebruiker. Die vermeldt o.a. de precieze plaats van de percelen waar de vernietiging wordt gepland, de identiteit van de personen die de vernietiging zullen uitvoeren en de hoedanigheid waarin die optreden. Indien de aanvraag wordt ingediend door de grondgebruiker, moet die vergezeld zijn van het schriftelijk akkoord van de houder van het jachtrecht. Afdeling
- - Vernietiging van grof wild Art. 28.De vernietiging van grof wild mag alleen plaatsvinden in de grondgebieden waar bomen en planten het voorwerp zijn van bestaande of dreigende schade. Die vernietiging is verboden zonder voorafgaande vergunning van de Minister of van zijn afgevaardigde en van de voorzitter of van zijn afgevaardigde van de jachtraad binnen de omtrek van het grondgebied. In geval van onenigheid, kan een beroep worden ingediend bij de Minister. De vergunning mag alleen worden toegekend voorzover ze de overleving van de betrokken populatie niet bedreigt en op voorwaarde dat geen andere oplossing bestaat die voldoende is om belangrijke schade aan bomen en planten te voorkomen. In afwijking van artikel 2, vierde lid, moet de vergunning de dag of de opeenvolgende dagen vaststellen waarop de vernietingsverrichtingen worden uitgevoerd. Art. 29.De in artikel 28 bedoelde vernietiging van grof wild mag enkel overdag het hele jaar door plaatsvinden. Art. 30.De in artikel 28 bedoelde vernietiging van grof wild mag enkel plaatsvinden d.m.v. vuurwapens, met of zonder honden. Art. 31.De in artikel 28 bedoelde vernietiging van grof wild mag enkel uitgevoerd worden door de houder van het jachtrecht. HOOFDSTUK III. - Vernietiging van sommige soorten wild in het belang van de openbare gezondheid en veiligheid, alsook van de veiligheid van het luchtvervoer Afdeling
- - Vernietiging van sommige soorten wild in het belang van de openbare gezondheid en veiligheid Art. 32.Wanneer, op een of andere plaats van het grondgebied van het Waalse Gewest, dieren van de categorie "grof wild" of "ander wild", met uitzondering van vogels, de openbare gezondheid of veiligheid plotseling bedreigen, kan de Minister of zijn afgevaardigde het hele jaar door dag of nacht hun vangst, hun vernietiging of hun vervoer toestaan. De vergunning om vernietiging of om gerichte vangst mag alleen toegestaan worden voorzover die de overleving van de betrokken populatie niet bedreigt en op voorwaarde dat geen andere oplossing bestaat die voldoende is om de bedreiging van de openbare gezondheid of veiligheid te verwijderen. Art. 33.De in artikel 32 bedoelde vernietiging en vangst mogen alleen plaatsvinden d.m.v. : 1° netten, vallen, kastvallen voor roofdieren en andere gelijkaardige toestellen waarbij levende dieren kunnen worden gevangen zonder verwond te zijn;2° niet-vergiftigde en niet-levende azen;3° verdovende geweren;4° vuurwapens. Art. 34.De in artikel 32 bedoelde vernietiging en vangst mogen alleen verricht worden door elke bevoegde persoon die door de Minister of zijn afgevaardigde tot dat einde aangewezen is. De Minister of zijn afgevaardigde stelt de uit te voeren middelen vast onder degene die bedoeld zijn in artikel
- Afdeling
- - Vernietiging van wild in het belang van de veiligheid van het luchtvervoer Art. 35.In het belang van de veiligheid van het luchtvervoer mogen de vernietiging van sommige soorten wild, hun vangst en hun vervoer toegestaan worden door de Minister of zijn afgevaardigde, binnen de grenzen van : 1° de burgerlijke luchthavens van Charleroi en Luik;2° de militaire vliegvelden van Chièvres, Bevekom, Bierset en Florennes. Die verrichtingen kunnen het hele jaar door dag en nacht worden uitgevoerd. Ze mogen enkel worden toegestaan voorzover preventie- en opschrikkingsmiddelen worden gebruikt en op voorwaarde dat ze niet voldoende zijn om elke bedreiging voor de veiligheid van het luchtvervoer te verwijderen. In afwijking van artikel 2, vierde lid, is de vergunning geldig voor één jaar en kan worden verlengd. Die bepaalt o.a. de soorten wild die alleen kunnen worden vernietigd of gevangen. Art. 36.De in artikel 35 bedoelde vernietiging en vangst mogen alleen plaatsvinden d.m.v. : 1° netten, vallen, vangnetten, kastvallen voor roofdieren en andere gelijkaardige toestellen waarbij levende dieren kunnen worden gevangen zonder verwond te zijn;2° niet-vergiftigde azen;3° verdovende geweren;4° vuurwapens;5° wettelijk gehouden roofvogels. Art. 37.De in artikel 35 bedoelde verrichtingen mogen alleen uitgevoerd worden door personen die tot dat einde aangewezen zijn door het hoofd van de luchthaven of van het vliegveld, die de te gebruiken middelen vaststelt onder die bedoeld in artikel
- Het gebruik van lichtbronnen wordt alleen toegestaan voorzover de andere middelen onvoldoende zijn. Art. 38.De vergunningsaanvraag wordt ingediend door het hoofd van de burgerlijke luchthaven of van het militaire vliegveld. Die moet de volgende gegevens bevatten : 1° de lijst van de soorten wild die potentieel gevaarlijk zijn voor de veiligheid van het luchtvervoer in de omgeving van de luchthaven of het vliegveld;2° de uitgevoerde preventie- of opschrikkingsmiddelen en de vermelding dat ze onvoldoende zijn om elke bedreiging van de veiligheid van het luchtvervoer te kunnen verwijderen. HOOFDSTUK IV. - Opheffings- en slotbepalingen Art. 39.Het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 tot machtiging van de bestrijding van sommige soorten wild wordt opgeheven. Art. 40.De Minister tot wiens bevoegdheden de Jacht behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 18 oktober
- De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART